Katheterablatie

Met behulp van een katheterablatie kunnen de hartspecialisten van het Catharina Hart- en Vaatcentrum uw hartritmestoornissen behandelen. Onze artsen hebben veel ervaring met het uitvoeren van een katheterablatie en doen veel wetenschappelijk onderzoek naar de nieuwste technieken en behandelmethoden.

Bij een katheterablatie gebruikt de arts een katheter om beschadigingen in het hartweefsel aan te brengen. Dit is een dun slangetje met daarin een draad. Het uiteinde van de draad wordt verhit of gekoeld. De arts schuift de katheter vervolgens door de bloedvaten naar het hart en maakt littekens door het hartweefsel te beschadigen. Deze littekens zorgen er voor dat elektrische prikkels die het hartritme verstoren worden geblokkeerd.

Patiënten met hartritmestoornissen zoals boezemfibrilleren of boezemflutter, zijn meestal snel moe, voelen zich onprettig en angstig, zijn misselijk, transpireren veel of hebben pijn op de borst. Na een operatie is de kans groot (70 procent) dat een patiënt zijn of haar ‘oude leven’ zonder hartritmestoornissen weer kan oppakken. Bij een eventuele tweede operatie is het slagingspercentage 95 procent.

Onderzoeken
Eén of meerdere van deze onderzoeken kunnen de hartspecialisten van het Catharina Ziekenhuis uitvoeren om bij u hartstoornissen vast te stellen:

  • Hartfilmpje (ECG)
  • Echocardiogram
  • Holteronderzoek
  • Inspanningstest
  • Implanteerbare looprecorder
  • Elektrofysiologisch onderzoek (EFO)
Bij een katheterablatie gaan we via de lies met meerdere katheters naar het hart en sporen we de oorzaak van hartritmestoornissen op. Deze techniek heeft de laatste jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt.
Cardioloog prof. dr. Cardioloog prof. dr. Lukas Dekker
© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden