Trauma Centrum: operatie bij patiënt met slokdarmkanker

Het televisieprogramma Trauma Centrum op SBS6 geeft van maandag tot en met vrijdag dagelijks om 20.00 uur een inkijkje in het leven van het ziekenhuispersoneel en de patiënten van het Catharina Ziekenhuis. In de aflevering van vanavond voeren chirurgen dr. Misha Luyer en Grard Nieuwenhuijzen een operatie uit bij een patiënt met slokdarmkanker.

Slokdarmkanker is één van de snelst groeiende vormen van kanker van de afgelopen jaren. De behandeling van slokdarmkanker is ingewikkeld en maar weinig ziekenhuizen zijn gekwalificeerd om deze uit te voeren. Het Catharina Kanker Instituut in Eindhoven is één van deze plekken. “Bij slokdarmkanker is er sprake van een kwaadaardige tumor in de slokdarm, de gespierde buis die de keelholte verbindt met de maag”, legt chirurg dr. Misha Luyer uit, die zich samen met collega dr. Grard Nieuwenhuijzen heeft toegelegd op onderzoek en behandeling van slokdarmkanker. “De precieze oorzaak van slokdarmkanker is nog onduidelijk, maar er spelen vaak verschillende factoren een rol bij het ontstaan ervan, zoals roken, overmatig alcoholgebruik, ongezonde en eenzijdige voeding, overgewicht en het regelmatig en langdurig terugstromen van maagzuur in de slokdarm”, aldus Luyer.

Uitzaaiingen?

Een patiënt die door de huisarts wordt doorverwezen met de verdenking op slokdarmkanker, krijgt in het ziekenhuis eerst een endoscopie (arts kijkt met instrument in de slokdarm, red.) en een CT-scan. “Als de diagnose is gesteld, is het belangrijk om zo snel mogelijk vast te stellen of er sprake is van uitzaaiingen. Als er uitzaaiingen zijn, kunnen we niet opereren. De kans op volle genezing is er dan niet meer. We starten dan met een behandeling die de kwaliteit van leven zo lang mogelijk behoudt”, legt Nieuwenhuijzen uit. Maar zijn er geen uitzaaiingen, dan kan ingezet worden op uiteindelijk een operatie. Luyer: “Vaak adviseren we dan een combinatiebehandeling. De patiënt krijgt eerst gedurende een periode bestraling en chemotherapie om de tumor te laten slinken. Daarna volgt de operatie. Dat is een technisch uitdagende ingreep en zeker niet zonder risico dus hoe kleiner de tumor, des te beter.”

Twee chirurgen

Tijdens de operatie zijn beide chirurgen aanwezig. Nieuwenhuijzen: “We opereren altijd met z’n tweeën. Dit heeft aan de ene kant te maken met de duur van de operatie die zo’n vier à vijf uur in beslag neemt en aan de andere kant met de moeilijkheidsgraad. Wij verrichten deze operatie volledig met een kijkoperatie via de buik- en borstholte. Je moet als chirurg heel wat ‘vlieguren’ hebben gemaakt voordat je deze techniek beheerst en goed kunt uitvoeren. Er zijn veel verschillende momenten waarop belangrijke beslissingen genomen moeten worden. Vandaar dat Misha en ik de operatie altijd met z’n tweeën uitvoeren. Tevens zijn we een expertisecentrum als het om deze techniek gaat en leren we andere chirurgen uit binnen- en buitenland hoe dat ze deze techniek eigen kunnen maken.”

De operatie

Luyer: “De essentie van een slokdarmkankeroperatie is het verwijderen van bijna de hele slokdarm onder het halsgedeelte tot en met de binnenbocht van de maag) en alle bijbehorende lymfeklieren. Daarna wordt de voedselpassageweg hersteld met een zogenaamde buismaag welke gemaakt wordt van de buitenbocht van de maag. Bij de operatie gaan de chirurgen door middel van een kijkoperatie in de buik- en borstholte. Patiënten hebben na de operatie kans op volledige genezing, maar ze zullen moeten leven met een aantal beperkingen.” Nieuwenhuijzen vult aan: “Je kunt je voorstellen dat de slokdarm een soort ‘stortkoker’ is naar de maag. Het voedsel gaat via de mond, door de slokdarm naar de maag. Die afstand is na de operatie korter. Ook de buismaag die is aangebracht om de verteringsweg van mond, slokdarm, maag en twaalfvingerige darm weer te herstellen, werkt anders dan bij een normale slokdarm. Omdat de klep tussen de slokdarm is verwijderd en de zenuwen van de maag zijn doorgenomen, wordt het eten anders verteerd. Patiënten ervaren vaak een vol gevoel, maar aan de andere kant kan het voedsel ook te snel ‘doorlopen’ waardoor ze krampen krijgen. Er komt dan ineens teveel voedsel terecht in de twaalfvingerige darm die dat vervolgens niet aankan. Door het ontbreken van de klep tussen de slokdarm en de maag, kan een patiënt bijvoorbeeld ook niet voorover hangen, want dan komt het voedsel weer omhoog. Dit nemen de patiënten voor lief, een andere optie hebben ze niet. Ze zijn genezen van de kanker, dat weegt het zwaarst. Maar dat geeft wel aan hoe zwaar de operatie is.”

NUTRIENT II-studie

In het Catharina Ziekenhuis doet dr. Misha Luyer onderzoek naar eten voor, tijdens en na een slokdarmkankeroperatie. De zogenaamde NUTRIENT II studie. “Bij verschillende soorten buikoperaties is aangetoond dat snel starten met voeding goed is voor patiënten. Bij patiënten die een slokdarmoperatie ondergaan is hierover nog veel discussie. De Nutrient II-studie bekijkt of patiënten, door direct orale voeding te geven, sneller herstellen en op de langere termijn een betere kwaliteit van leven hebben. Op dit moment krijgen patiënten na de operatie standaard voor minimaal vijf dagen sondevoeding, pas daarna wordt gestart met de orale voeding. Voor de studie worden patiënten via loting verdeeld in twee groepen waarbij de ene groep de huidige, standaard zorg krijgt. In de andere groep wordt na de operatie direct gestart met orale voeding”, aldus Luyer.
De Nutrient II-studie is wereldwijd één van de eerste grote onderzoeken op dit gebied. Naast het Catharina Ziekenhuis zullen ook in andere ziekenhuizen in Nederland en Europa deelnemen aan de studie.

Deel deze pagina

Nieuwsoverzicht Catharina Ziekenhuis