Perifeer arterieel vaatlijden

Catharina Hart- en Vaatcentrum

Ga direct naar:

Door slagaderverkalking kan een vernauwing in de slagaders ontstaan. Wanneer dit in de beenslagaders gebeurt, noemen we dat perifeer arterieel vaatlijden (PAV). De vaatchirurgen van het Catharina Hart- en vaatcentrum hebben veel kennis en expertise over het behandelen van deze vernauwingen. Niet voor niets worden patiënten uit heel Nederland voor de behandeling van deze vernauwing doorverwezen naar het Catharina Ziekenhuis.

Wat is perifeer arterieel vaatlijden?

Door slagaderverkalking (dit noemen we atherosclerose) kan een vaatvernauwing of afsluiting in de slagaders ontstaan. Wanneer dit in de beenslagaders gebeurt, spreekt men van perifeer arterieel vaatlijden (PAV). Door een vernauwing of afsluiting van een slagader naar de benen kan minder of zelfs geen bloed doorstromen. Hierdoor ontstaat een gebrek aan zuurstof in het been. 


Klachten bij perifeer arterieel vaatlijden

Afhankelijk van de ernst van de vernauwing(en) of afsluiting(en) en daardoor het zuurstoftekort kan perifeer arterieel vaatlijden bij patiënten voor verschillende klachten zorgen:

Etalagebenen (claudicatio intermittens)

De beenspieren hebben bij inspanning veel meer zuurstof nodig dan in rust. Bij een wandeling bijvoorbeeld treedt verzuring van de spieren op. Hierdoor ontstaat een krampachtige pijn in één of beide benen. Na een korte tijd rusten (bijvoorbeeld voor een etalage; vandaar de naam 'etalagebenen'), verdwijnt de pijn en kan de wandeling weer voortgezet worden. Andere klachten van vernauwing kunnen zijn: koude voeten, verminderde haargroei op de benen, verdikte teennagels (vaak met schimmelinfectie) en vertraagde nagelgroei. Door de slechtere doorbloeding kunnen de benen bleek worden bij het optillen en rood verkleuren bij het laten afhangen van de benen.

Rustpijn

Het is ook mogelijk dat er zo weinig bloed naar de benen stroomt dat zelfs in rust, of ’s nachts in bed, pijn ontstaat. Dit wordt rustpijn genoemd. Als een patiënt zijn been uit het bed laat hangen ('bengelen') of 's nachts in een stoel gaat slapen, wordt de pijn soms minder.

Weefselverval

Als het zuurstoftekort zeer ernstig is, kan het weefsel (de huid en/of de spieren) zelfs afsterven. Dat zorgt voor donkerblauwe of zwarte verkleuringen. Dit noemen we necrose of gangreen (‘koudvuur’). Ook is het mogelijk dat één of meerdere tenen afsterven. Zonder ingreep (bijvoorbeeld door te dotteren of een operatie) waarbij de doorbloeding wordt verbeterd, is een amputatie van de teen of zelfs het hele been soms niet te vermijden. 

Wilma Donders uit Eindhoven

Na jarenlang last gehad te hebben van mijn trombosebeen, ben ik nu helemaal gelukkig. De spanning is van mijn been, ik kan weer heerlijk wandelen."

Wilma Donders uit Eindhoven werd in 2015 geopereerd door de vaatchirurg van het Catharina Hart- en vaatcentrum

Diagnose van perifeer arterieel vaatlijden

Er bestaan verschillende (diagnostische) onderzoeken waarmee de specialisten van het Catharna Hart- en vaatcentrum een vernauwing van of naar de beenslagader(s) kunnen vaststellen:

Enkel-Arm Index

Bij een vernauwing in een bloedvat is de bloeddruk onder de vernauwing lager dan boven de vernauwing. De arts van het Catharina Hart- en vaatcentrum vergelijkt daarom de bloeddruk ter hoogte van de armen met de bloeddruk ter hoogte van de enkels. Dit noemen we de Enkel-Arm Index of EAI. Dit onderzoek gebeurt met behulp van een bloeddrukmeter en een dopplerapparaat. Een doppleronderzoek geeft informatie over de stroomsnelheid van het bloed in de benen. Het onderzoek is pijnloos en niet schadelijk. Als een bloeddrukverschil wordt gevonden, wijst dit op een mogelijke vernauwing of afsluiting van de slagader.

Duplexonderzoek

Dit onderzoek vindt plaats op het vaatlaboratorium. De meest gebruikelijke eerste onderzoeksmethode is een duplexonderzoek. Bij een duplexonderzoek worden bloedvaten in beeld gebracht (net zoals bij echografie) en wordt in het beeld door middel van kleur de stroomrichting en stroomsnelheid weergegeven (doppleronderzoek). Door de stroomsnelheden van het bloed te meten, kan een vernauwing worden opgespoord en bepaald worden hoe ernstig deze is. Dit onderzoek is pijnloos en niet schadelijk..

Angiografie

Een onderzoeksmethode met betrouwbare informatie over de toestand van de bloedvaten is de angiografie. Met behulp van contrastvloeistof, dat via een katheter in een slagader wordt ingebracht (meestal in de lies), kunnen in principe alle bloedvaten onder röntgendoorlichting zichtbaar worden gemaakt.

MRI-onderzoek

Een MRI-onderzoek is een onderzoeksmethode waarbij met behulp van magnetische technieken delen van het menselijk lichaam in beeld gebracht worden. Er wordt gebruik gemaakt van een sterk magnetisch veld, waarin kleine bouwsteentjes van het lichaam in trilling worden gebracht. Dit wordt resonantie genoemd. Een computer zet deze trilling om in beeld. Deze techniek heet Magnetic Resonance Imaging (MRI).

MRI-onderzoek met contrastvloeistof (MRA)

Door contrastvloeistof toe te dienen via een infuus, worden de bloedvaten beter zichtbaar. We noemen de MRI dan een MRA (de A van angiografie). Op beelden van de bloedvaten is dan precies te zien waar zich vernauwingen, scheurtjes of andere afwijkingen bevinden. 
Het onderzoek is pijnloos en het gebruikte contrastmiddel is niet schadelijk. 

CT-scan

Eén van de methodes om de diameter van de verwijding te meten is een CT-scan. Bij een CT-scan maakt een computer meerdere opnames van dwarsdoorsneden van de slagaderen. Hiermee kan de verwijding nauwkeurig in beeld worden gebracht. Dit is belangrijk om de ligging van de verwijding ten opzichte van de zijtakken van de slagader in beeld te brengen, waardoor de behandelmogelijkheden bepaald kunnen worden.

CT-scan met contrastvloeistof (CTA)

Om de aorta goed zichtbaar te maken, is het in de meeste gevallen noodzakelijk om een CT-scan met contrastvloeistof te maken. We spuiten dan contrastvloeistof in een bloedvat. We noemen de CT dan een CTA (de A van angiografie).


Behandeling van perifeer arterieel vaatlijden

Patiënten met perifeer arterieel vaatlijden kunnen door onze vaatchirurgen op verschillende manieren worden behandeld. Onderzoek heeft uitgewezen dat een ingreep (dotter, operatie of zelfs beide) niet vanzelfsprekend hoeft te zijn.

Lees verder over de behandelmogelijkheden

Deel deze pagina