Thoracic Outlet Decompressie (TOD)

Catharina Hart- en Vaatcentrum
Bekijk de video

Eén van de mogelijkheden om het Thoracic Outlet Syndroom (TOS) te behandelen, is het verwijderen van onder andere de eerste rib. Dit wordt een Thoracic Outlet Decompressie (TOD) genoemd. Onze vaatchirurgen hebben veel ervaring met deze operatie. Niet voor niets is het Catharina Ziekenhuis één van de weinige ziekenhuizen in Nederland waar u voor deze behandeling terecht kunt.

Wat is een Thoracic Outlet Decompressie?

In de borstholte bevinden zich verschillende botten. Tussen de wervelkolom aan de rugzijde en het borstbeen aan de voorzijde, bevinden zich de ribben. De bovenste rib wordt de eerste rib genoemd. De eerste rib loopt achter en onder het sleutelbeen, in een boog van de wervelkolom. Klachten ontstaan doordat de zenuwen, ader en/of slagader in het gebied van hals en schouder beklemd zitten tussen de rib, het sleutelbeen en de bijbehorende pezen en spieren.

Bij een Thoracic Outlet Decompressie (TOD) verwijdert de vaatchirurg de eerste rib, de scalenus spieren en eventuele bandjes tussen longvlies en wervelkolom. Op deze wijze worden de vaten en zenuwen vrijgelegd.

Wanneer wordt een Thoracic Outlet Decompressie uitgevoerd?

Voor een Thoracic Outlet Decompressie wordt  niet zomaar gekozen. De beslissing om een TOD aan een patiënt voor te stellen wordt genomen in een zogenaamd multidisciplinair overleg (MDO). Tijdens dit MDO zijn alle leden van ons TOS-team aanwezig: de neuroloog, de orthopedisch chirurg, de pijnspecialist/anesthesist die de proefblokkade heeft verricht, de radioloog, de fysiotherapeut, de vaatchirurg en de verpleegkundig specialist.

Bij beknelling van de ader of slagader is de diagnose relatief gemakkelijk, omdat de klachten duidelijk zijn en de beknelling zichtbaar gemaakt kan worden met onderzoek (duplexonderzoek, CT-scan, MRI-onderzoek).

Echter, meer dan 80% van de patiënten die worden gezien in het TOS-expertise centrum van het Catharina Ziekenhuis is sprake van een zogenaamd neurogene variant van TOS, waarbij de zenuw bekneld wordt. Patiënten verdacht voor een NTOS krijgen eerst minimaal 3 maanden fysiotherapie. Pas als dit geen resultaat heeft op de klachten en de mate van beperking in het dagelijks leven, bespreekt de fysiotherapeut (lid van ons TOS-team) de patiënt in het multidisciplinair overleg (MDO).

Het verloop van de operatie

In de meeste gevallen wordt een TOD via de oksel verricht (transaxillaire TOD). Soms moet worden gekozen voor een benadering boven het sleutelbeen (supraclaviculaire TOD), of zelfs gecombineerd boven en onder het sleutelbeen.

Bij de transaxillaire TOD maakt de vaatchirurg een snee in de oksel om vervolgens over de ribbenkast de eerste rib op te zoeken. Deze eerste rib (eventueel ook een aanwezige halsrib) met de aanhechtende (scalenus) spieren en eventuele bandjes tussen longvlies en wervelkolom worden verwijderd. Bij patiënten met een zogenoemde veneuze variant van TOS (waarbij de ader bekneld heeft gezeten en een armvene trombose heeft plaatsgevonden) wordt aansluitend nog een dotterprocedure van het aangedane vat verricht.

Tijdens de operatie laat de vaatchirurg een slangetje (drain) achter om het wondvocht af te voeren. De operatie duurt ongeveer anderhalf uur. Tijdens de operatie bent u onder narcose.

Meer informatie vindt u in de patiëntenfolder Thoracic Outlet Syndroom.

Ervaren gespecialiseerde vaatchirurgen

Het Catharina Ziekenhuis is het enige ziekenhuis in Nederland waar een multidisciplinair TOS-team bestaat en één van de weinige ziekenhuizen waar deze operatie wordt aangeboden. Onze vaatchirurgen hebben veel ervaring met deze ingreep, verrichten veel wetenschappelijk onderzoek en lopen voorop bij het gebruik van de nieuwste technieken.

Voor de behandeling van alle vormen van het Thoracic Outlet Syndroom wordt in het Catharina Ziekenhuis gewerkt met een multidisciplinair team in het TOS expertisecentrum.

Lees meer over het TOS expertisecentrum op de webpagina over het Thoracic Outlet Syndroom (TOS).

Deel deze pagina