Kanker is veel MOETEN

De tijd vliegt. Ik geef jullie al weer vier maanden lang een inkijkje in mijn leven met uitgezaaide borstkanker. Mijn viermaandelijkse ct-scan zit er weer op. Ik ben blij dat ik ook nu weer kan zeggen dat die klote kanker niet is gegroeid.

De waardes zijn gelijk gebleven. Wat ze wel gezien hebben, is een klein beetje vocht in mijn buik. Niet alarmerend, maar voor mij is het toch een dingetje. Want wat voor vocht het ook is of waar het ook vandaan komt, het hoort er niet te zitten. Ik hoop dan ook dat dit over vier maanden is opgelost.

Ook op school zitten de eerste maanden er weer op. Het is herfstvakantie voor mijn kleuters en ik bereid me voor op mijn klassieke herfstdip. De periode rondom de herfstvakantie is voor mij de lastigste van het jaar. De maandag na de herfstvakantie is het vier jaar geleden dat ik de diagnose borstkanker kreeg en twee jaar geleden kreeg ik op diezelfde maandag te horen dat het uitgezaaid was en mijn lot dus was bezegeld. Gek genoeg waren allebei mijn diagnoses op die bewuste maandag. Hoe ironisch.

Ik duik gewoon even onder, verdwijn van de radar. In deze periode ben ik even niet ‘de spring-in-het-veld Naomi’ en ben ik toch weer wat meer bezig met het feit dat ik deze klote ziekte heb. Dus ik ga gewoon even mijn gal spugen, ook naar jullie toe. Het houdt namelijk gewoon nooit op. Kanker is er gewoon altijd. Je ziet het niet aan me, maar ik ben ziek, doodziek. En omdat je het niet ziet, is dit soms makkelijk maar soms ook best lastig.

Aan de ene kant is het fijn dat mensen aan de buitenkant niet zien dat je ziek bent. Dan ben ik gewoon Naomi, een vrolijke meid die plezier heeft in het leven. En niet de Naomi met kanker. Want soms, heel soms wil je niet dat iedereen het weet. Dan wil je een kamer binnen kunnen lopen zonder dat mensen het aan je zien of meteen denken; die heeft kanker, oh wat erg. Gewoon even net doen alsof je supergezond bent. De tijd dat iedereen aan me kon zien dat ik ziek was, heb ik gehad. Met alles erop en eraan. Ik ben kaal geweest en ik heb grauw gezien. Been there, done that. Die tijd komt niet meer terug…

Aan de andere kant is het soms ook wel ingewikkeld dat mensen het juist niet zien. Wanneer je nieuwe mensen leert kennen, stellen deze vragen over je werk en je privéleven. Ook het ziek zijn komt dan ter sprake, daar kun je niet omheen. Hoewel ik er ‘nul’ moeite mee heb om over mijn ziekte te praten, merk ik soms dat de tegenpartij vaak schrikt en het moeilijk vindt hierop te reageren. Ineens word je in een ander hokje geplaatst en gaan mensen anders met je om. Dat blijf ik iets wonderlijks vinden, ineens denken mensen voor jou of vullen de antwoorden zelf in. ‘Ik kan het er nu niet over hebben want ze geniet van een gezellig dagje uit’ is een veelgehoorde. Dan maar zwijgen.

De ziekte is er altijd en bepaalt eigenlijk alles. Of nou ja…het beïnvloedt je hele leven en toch probeer ik de regie te houden. Maar soms is de kanker nog eigenwijzer dan dat ik ben en trekt hij zijn eigen plan en zijn er toch momenten dat mijn leven wordt overgenomen. Het is aan mij om toe te laten hoe het mijn gemoedstoestand beïnvloedt. En in de herfst ben ik vaak de verliezer.

Dus daar gaan we. Kanker bepaalt wanneer ik iets MOET eten. Twee weken lang gaat er elke ochtend en avond een wekker. De eerste om een maagbeschermer te nemen, de tweede een half uur later omdat ik iets MOET eten en de derde omdat ik mijn chemopillen MOET nemen. Dit MOET op een bepaalde tijd en dus ben ik de regie volledig kwijt. In de stopweek gaat de kanker gewoon door. Ik MOET nog altijd met regelmaat naar de fysiotherapeut voor mijn arm en mijn borst. Na de amputatie heb ik nog steeds last van oedeem en is alles stug. Ik MOET in de stopweek bloedprikken om te kijken of mijn lijf de chemo aan kan. Eens in de 28 dagen MOET ik mezelf injecteren en eens in de drie maanden MOET ik een spuit halen om in de overgang te blijven. En deze laatste spuit is voor mijn hormoonhuishouding en dus mijn humeur ook niet al te best. Dus MOET mijn man dit maar verdragen. Dan is er nog de ct-scan. Eens in de drie of vier maanden, afhankelijk van mijn bloedwaarden, MOET ik onder de scan. Kortom; ik MOET veel van die kanker en van dat MOETEN word ik wel eens moe.

Nu MOET ik van mezelf stoppen met klagen naar jullie. Maar wat ik jullie mee MOET geven; probeer niet in te vullen voor een ander, probeer te blijven praten, behandel iemand met kanker niet als een patiënt. wil je wat weten, vraag het gewoon!

Deel deze pagina

Nieuwsoverzicht Catharina Ziekenhuis