Catharina Hart- en Vaatcentrum

Veneus Thoracic Outlet Syndroom (VTOS)

Het Veneuze Thoracic Outlet Syndroom (VTOS) is een subtype van het Thoracic Outlet Syndroom (TOS).

Wat is een Veneus Thoracic Outlet Syndroom (VTOS)?

Veneus TOS (VTOS) is de veneuze variant van TOS. Dit betekent dat hoofdzakelijk de vene (de ader) bekneld is geraakt.

Klachten bij VTOS

Klachten die veel voorkomen bij VTOS zijn: zwelling van de arm, verkleuring van de arm en/of zichtbare aderen in de arm. Deze klachten kunnen toenemen bij het heffen of gebruiken van de arm. De klachten kunnen daarbij ook weer wegtrekken bij het stilhouden van de arm. Als de bovenstaande klachten plots zijn ontstaan en ook bij rust van de arm niet meer wegtrekken, is dat een reden om met spoed een arts te raadplegen. Mogelijk zou dan sprake kunnen zijn van een trombose-arm.

In het geval van een trombose-arm kan gekozen worden voor een behandeling met bloedverdunners of een chirurgische behandeling (zogenaamde trombolyse gevolgd door Thoracic Outlet Decompressie). Als u een trombose-arm heeft (gehad) lees dan eens de ervaringen van andere patiënten.

Patiënten met een trombose-arm worden gezien op een spoedplek in ons TOS expertisecentrum (dat wil zeggen binnen 5 werkdagen na ontstaan van uw trombose-arm). Daar wordt aan u uitgelegd wat de de voors en tegens van beide behandelingen zijn. Let op: in geval van een trombose-arm moet altijd eerst gestart worden met bloedverdunners (dit kan via uw eigen huisarts/lokale ziekenhuis).

Gevolgen van een Veneuze Veneus Thoracic Outlet Syndroom (VTOS)

Als gevolg van een VTOS kan een armvene trombose ontstaan. Dit wordt ook wel het Paget-Schroetter syndroom genoemd. Een armvene trombose is een afsluiting van de armvene door een bloedstolsel en is een spoedindicatie om een arts raad te plegen.

Voor de zekerheid heb ik nog even met een bevriende arts gebeld, Cees-Rein van den Hoogenband. Die zei: ‘Dokter Teijink heeft hier veel verstand van. Als hij dit adviseert, dan moet je dit zeker doen’. Nou, toen wist ik het zeker. Haal die rib er maar uit."

Oscar van den Biggelaar uit Eindhoven werd in 2015 behandeld aan een armtrombose lees het verhaal

Hoe komt de diagnose VTOS tot stand?

De diagnose VTOS kan worden gesteld aan de hand van een aantal onderzoeken:

Duplex(echo)onderzoek van de armvaten:

Een duplexonderzoek is bedoeld om eventuele afwijkingen aan de aders op te sporen. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar de bloedstroom in de aderen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een laborant van het vaatlaboratorium.

Flebografie

Met dit onderzoek worden de aderen ter hoogte van de schoudergordel afgebeeld. Hierdoor kan worden bepaald hoe de aderen verlopen en of ze afgesloten of vernauwd zijn. Via een infuusnaaldje wordt in een bloedvat op de arm of hand contrastvloeistof ingespoten, waarna een serie röntgenfoto’s van de met contrast gevulde bloedvaten wordt gemaakt. Voor deze foto’s wordt de arm in verschillende houdingen geplaatst om zo een eventuele vernauwing zichtbaar te maken. Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten.

Behandeling van VTOS

Bij de acute vorm van VTOS, waarbij een armvenetrombose is ontstaan (Paget-Schroetter syndroom), hebben patiënten baat bij snelle trombolyse (het oplossen van het stolsel met medicijnen). Of het stolsel op wil lossen hangt af van hoe lang de trombose al bestaat. Hoe eerder hoe beter (meer kans op succesvol oplossen van het stolsel). Om die reden is er binnen het TOS expertisecentrum voor patiënten met een armvene-trombose altijd directe toegang op onze eerste TOS-poli (iedere donderdag en om de dinsdag).

Aansluitend aan een succesvolle trombolyse wordt een decompressie van de thoracale in-/outlet verricht. Deze ingreep wordt altijd gecombineerd met het zorgvuldig vrijmaken van de ader (zogenaamde venolyse). Aansluitend wordt een flebografie en/of IVUS (echo in het bloedvat) vervaardigd (nog onder narcose op onze hybride operatie-kamer).

Meestal blijkt dat vervolgens nog een dotterprocedure (oprekken van het vat met een ballon) moet worden verricht omdat vaak ook aan de binnenzijde van de ader zich littekenweefsel heeft gevormd door de chronische irritatie (tussen eerste rib, sleutelbeen en aanwezige spier en of fibreuze bandjes die tegen de ader aan liggen). Ook dit gebeurt nog tijdens dezelfde narcose. Bij hoge uitzondering kan het nodig zijn een stent te plaatsen.

Bij patiënten met een VTOS zonder trombose bestaat geen indicatie voor trombolyse en is soms alleen decompressie van de thoracic in-/outlet nodig. Dit is echter afhankelijk ernst van de klachten, leeftijd, relatie tot werk/sport e.d. Ook bij deze procedure wordt middels flebografie en/of IVUS (echo in het bloedvat) bepaald of aanvullend een dotterprocedure (oprekken van het vat met een ballon) moet worden verricht omdat vaak ook aan de binnenzijde van de ader zich littekenweefsel heeft gevormd door de chronische irritatie.

Bij hoge uitzondering kan het nodig zijn een stent te plaatsen. Bij patiënten met een langdurig bestaande VTOS met ernstige klachten van een zogenaamd post-trombotisch syndroom is de kans op het noodzakelijk zijn van een stent vergroot. Dit wordt vanzelfsprekend van tevoren met u op de poli besproken.

Vragen/meer informatie

Heeft u na het lezen van bovenstaande informatie nog vragen over het ontstaan, de diagnose en/of de behandeling van TOS? Stuur dan een e-mail naar TOSexpert@catharinaziekenhuis.nl

Deel deze pagina