Hiv-infectie

Inwendige geneeskunde

Veelgestelde vragen Hiv-infectie

Heeft u een vraag? Kijk eerst hier of uw vraag al beantwoord is.
Mocht uw vraag er alsnog niet bij staan, neem dan contact met ons op.

  1. 1Waar kan ik me laten testen op een seksueel overdraagbare aandoening (soa)?

    U kunt zich via uw eigen huisarts laten onderzoeken op soa. Ook kunt u contact opnemen met de soapoli van de GGD.

  2. 2Wat is aids?

    Aids is de afkorting van Acquired Immune Deficiency Syndrome dat 'verworven immuun deficiëntie syndroom' betekent. Dit wil zeggen dat er in het afweersysteem een stoornis is opgetreden. Aids wordt veroorzaakt door hiv. Hiv tast het immuunsysteem aan waardoor de afweer sterk daalt en er
    opportunistische infecties (gelegenheidsinfecties) en tumoren kunnen ontstaan. Gelegenheidsinfecties zijn infecties die alleen voorkomen als de afweer flink verlaagd is. De combinatie van hiv en een bijkomende ziekte wordt aids genoemd.

  3. 3Wat is hiv?

    Hiv is de afkorting voor Human Immunedeficiency Virus. Dit virus is in 1983 ontdekt en herkend als de veroorzaker van de ziekte aids (Acquired Immune Deficiency Syndrome: verworven immuun deficiëntie syndroom). Dit virus behoort tot de zogenaamde retrovirussen.

  4. 4Hoe kun je met het hiv‐virus besmet raken?

    Het hiv‐virus zit in bloed, sperma, vaginaal vocht en in de moedermelk van iemand die besmet is. Het
    virus kan op verschillende manieren op een ander worden overgedragen:

    • onveilig vrijen: zonder condoom
    • als besmet bloed in de bloedbaan terecht komt door bijvoorbeeld:
    • delen van besmette naalden
    • per ongeluk aan een besmette naald prikken
    • steekwonden
    • een moeder met hiv kan het virus overdragen op haar kind:
    • tijdens de zwangerschap of bevalling (via het bloed)
    • het geven van borstvoeding

    U kunt niet besmet raken met hiv door:

    • handen geven
    • zoenen/tongzoenen
    • gebruik van wc‐bril
    • gebruik van andermans bestek, glas etcetera
    • muggen
    • beddengoed
    • schoonmaken: gebruik wel handschoenen als urine, ontlasting of bloed dat opgeruimd moet
      worden.
  5. 5Heb ik risico gelopen op een hiv‐infectie?

    Er is een risico op een hiv‐infectie na onbeschermd seksueel contact (seks zonder condoom) met iemand die geïnfecteerd is met hiv. Onbeschermd seksueel risico is:

    • anale seks zonder condoom
    • vaginale seks zonder condoom
    • door sperma of menstruatiebloed in de mond
      Bloed en sperma bevatten hoge concentraties van het virus. In vaginaal vocht en voorvocht is deze concentratie beduidend lager, maar overdracht via deze lichaamsvochten is wel mogelijk.

    Een hiv‐infectie kan niet ontstaan via speeksel, zweet, traanvocht. Via urine of ontlasting is het alleen mogelijk als hier bloed in zit. Het hiv‐virus overleeft niet lang in opgedroogd bloed. De kans dat iemand besmet raakt via opgedroogd bloed is klein. Risico op een hiv‐infectie is ook mogelijk via een prik met een besmette naald.

  6. 6Wat doe ik na risico op een hiv‐infectie?

    Is er een vermoeden van een mogelijke hiv‐besmetting? Dan kunt u zich melden bij de GGD tot uiterlijk 72 uur na het contact. De GGD zal dan nagaan of u in aanmerking komt voor een PEP‐kuur (Post xposure Profylaxe kuur). Deze kuur bestaande uit hiv‐remmers die gedurende een maand
    worden ingenomen. Na deze behandeling is de kans op een hiv‐infectie verminderd. Als de GGD gesloten is kunt u bij de Spoedeisende Hulp van het Catharina Ziekenhuis terecht voor advies en onderzoek. Is het risicovolle contact langer geleden dan 72 uur Dan kunt u een hiv‐test via uw huisarts of soa‐poli bij u in de buurt laten doen.

  7. 7Wat is PEP?

    PEP is de afkorting van Post Exposure Prophylaxis:

    Post = nadat

    Exposure = blootstelling aan het hiv

    Prophylaxis = behandeling als preventie

    Er is geen genezing als hiv zich eenmaal binnen de cel heeft vermenigvuldigd. Een PEP‐kuur bestaat uit hiv‐remmers die gedurende een maand worden ingenomen. PEP voorkomt dat het hiv‐virus zich in de cel kan vermenigvuldigen. De geïnfecteerde cel sterft af zonder hiv‐deeltjes geproduceerd te hebben. Hoe eerder de PEP‐kuur wordt gestart na blootstelling aan hiv, hoe groter de kans is dat hiermee een hiv‐infectie wordt voorkomen.

    Een PEP‐kuur wordt binnen 4‐72 uur gegeven. Na 72 uur is uit onderzoek gebleken dat een PEP‐kuur niet meer effectief is.

    Is er een vermoeden van een mogelijke hiv‐besmetting? Dan kunt u zich melden bij de GGD tot uiterlijk 72 uur na het contact. De GGD zal dan nagaan of u in aanmerking komt voor een PEP‐kuur. Als de GGD gesloten is kunt u bij de Spoedeisende Hulp van het Catharina Ziekenhuis terecht voor advies en onderzoek.

    Is het risicovolle contact langer geleden dan 72 uur dan kunt u een hiv‐test via uw huisarts of soa‐poli bij u in de buurt laten doen.

    Over PEP:

    • PEP is een kuur van een maand bestaande uit hiv‐remmers
    • PEP wordt binnen 72 uur na blootstelling aan hiv gegeven
    • PEP heeft bijwerkingen (zoals hoofdpijn, misselijk, diarree)
    • PEP verkleint de kans op een hiv‐infectie
  8. 8Hoe werkt een hiv‐test?

    Via een hiv‐test wordt er gekeken of er antistoffen tegen het hiv‐virus in het bloed aanwezig zijn. Worden deze antistoffen gevonden? Dan is deze persoon geïnfecteerd met het hiv‐virus. Antistoffen worden pas na een aantal weken na de besmetting aantoonbaar. Daarom wordt aangeraden om in ieder geval 3 maanden na een onveilig contact een hiv‐test te doen.

    Meestal wordt er twee keer een test gedaan waarbij het bloed op twee verschillende manieren op antistoffen tegen hiv getest wordt. De eerste test heet ELISA (of EIA). De tweede test wordt 'Western Blot' genoemd. Het duurt ongeveer een week voordat de uitslag bekend is.

    Het bloed kan ook gecontroleerd worden met een sneltest. Voor de hiv‐sneltest wordt met een vingerprik een druppel bloed afgenomen. Dit bloed wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van antistoffen. Is de sneltest positief? Dan wordt er ook altijd een gewone hiv‐test gedaan om de uitslag te bevestigen.

  9. 9Wat zijn CD4 cellen en viral load?

    CD4‐cellen zijn witte bloedcellen. Ze worden ook wel de t‐lymfocyt of t‐helpercel genoemd. CD4‐cellen zijn een belangrijk onderdeel van het afweersysteem. Ze beschermen het lichaam tegen het binnendringen van virussen, parasieten, bacteriën en schimmels. Het hiv‐virus bindt zich specifiek aan CD4‐cellen. Het virus gebruikt deze CD4‐cellen om zich te vermenigvuldigen. Het virus oefent ook een schadelijke invloed op deze cellen uit waardoor ze na verloop van tijd verloren gaan. Het aantal CD4‐ cellen geeft aan hoeveel afweercellen per millimeter bloed er zijn. Dit geeft aan hoe het met het afweersysteem gesteld is. Iemand met een gezonde afweer heeft tussen de 500 en 1500 CD4‐cellen per milliliter bloed.

    Heeft u veel CD4‐cellen? Dan functioneert het afweersysteem goed. Zijn er te weinig CD4 cellen? Dan loopt u het risico op het krijgen van een infectie. Dit komt doordat het afweersysteem niet meer in staat is om alle ziektekiemen tegen te houden. Heeft u minder dan 200 CD4‐cellen? Dan is er een risico op het krijgen van een opportunistische infectie.

    De viral load geeft aan hoeveel kopieën van het hiv‐virus per milliliter in het bloed gemeten is. Dus hoe hoog de virale belasting is. Het hiv‐virus vermenigvuldigt zich voornamelijk in de CD4‐cel, die door dit proces afsterft. Op dat moment komt het virus vrij in het bloed. Deze virusdeeltjes gaan op zoek naar nieuwe CD4‐cellen om zich te vermenigvuldigen. Een tijd lang kan het afweersysteem het volhouden om het virus onder controle te houden en worden er ook nog voldoende nieuwe CD4‐cellen gemaakt. Maar in de loop der tijd zijn er te veel kopieën van het hiv‐virus in het bloed. Er is dan een hoge virale load en een laag aantal CD4‐cellen omdat deze vernietigd zijn door de virusdeeltjes. De CD4‐cellen en viral load worden in het laboratorium bepaald. Meestal gaat u 2 weken voor uw afspraak bij uw arts naar het laboratorium om deze bepalingen te laten doen. Na uiterlijk 2 weken is de uitslag bekend en wordt deze tijdens uw afspraak met u besproken.

  10. 10Waarom worden de CD4‐cellen en viral load steeds gecontroleerd?

    Regelmatige controle is nodig om in de gaten te houden hoe goed het afweersysteem functioneert. Zo kan tijdig gestart worden met medicatie. Deze medicatie remt de vermenigvuldiging van het hiv‐virus af.

  11. 11Wordt hiv‐medicatie vergoed?

    Ja, deze vallen gewoon onder het basispakket en worden dus vergoed. Wel moet de eigen bijdrage voor de zorgverzekering betaald worden.

  12. 12Van wie krijg ik een (herhaal)recept?

    Een recept voor uw medicatie ontvangt u tijdens het periodieke bezoek aan uw medisch specialist. Herhaalrecepten kunt u ook tijdens kantooruren aanvragen via 040 ‐ 239 95 00. Wij adviseren u om uw recepten tijdig te bestellen.

  13. 13Kan ik tijdelijk stoppen met medicijnen?

    Als u hiv‐medicatie gebruikt dan is het advies om niet te stoppen. Uit ervaring met therapieonderbrekingen is gebleken dat de oplopende viral load moeilijk opnieuw ondetecteerbaar wordt als u weer start met inname van hiv‐medicatie. De huidige hiv‐medicijnen geven weinig bijwerkingen. Hierdoor is het minder belastend om de medicijnen door te blijven slikken.

  14. 14Wanneer start ik met combinatietherapie?

    Het advies om te starten met combinatietherapie kan van verschillende factoren afhangen. Uw behandelend arts kijkt naar de medische situatie waarin u zich bevindt. Belangrijk hierbij zijn:

    • de hoogte van de afweer (CD4 cellen)
    • de hoogte van de viral load (VL)
    • eventuele lichamelijke klachten
    • als u net geïnfecteerd bent (acute hiv‐infectie) kan dit ook een reden zijn om te starten met behandeling.

    De vaste richtlijnen waarbinnen het starten van combinatietherapie geadviseerd wordt staan op de website van de Nederlandse Vereniging van HIV Behandelaren (NVHB).

    Daarnaast is het belangrijk dat u, voordat u met de combinatietherapie start, alle benodigde informatie van uw behandelend arts en verpleegkundig specialist heeft gekregen. Mocht u zelf graag willen starten terwijl de richtlijnen op u niet van toepassing zijn, dan kunt u dit met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist bespreken.

  15. 15Ik ben vergeten mijn medicijnen in te nemen. Wat moet ik doen?

    Het is belangrijk dat u de medicijnen zo snel mogelijk inneemt als u erachter komt dat u een dosis heeft overgeslagen. Daarna kunt u weer gewoon verder met uw schema. Weet u niet meer of u uw medicijnen heeft ingenomen? Dan is het toch verstandig de medicatie alsnog in te nemen. Komt u er pas achter dat u een dosis vergeten bent, terwijl u alweer de volgende dosis moet innemen (of kort daarvoor)? Neem dan op de normale tijd uw pillen in. Over het algemeen is het dan niet nodig een dubbele dosis in te nemen. Dit kan echter per medicijn verschillen. Neem in dat geval contact op met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

  16. 16Ik ga naar het buitenland. Wat moet ik regelen?

    Gaat u naar het buitenland en gebruikt u medicatie? Dan is het verstandig vooraf bij de verpleegkundig specialist een douanebriefje te vragen. Dit is een brief in het Engels waarin staat dat de medicatie die u bij zich heeft nodig is voor de behandeling van een chronische ziekte. Als de
    douanier ernaar vraagt kunt u de brief tonen. Wij raden aan om de brief en de medicatie mee te nemen in uw handbagage. Bagage die in het ruim vervoerd wordt kan kwijtraken of een paar dagen later aan komen op de plaats van bestemming. Neem voldoende medicatie mee voor het hele verblijf en een aantal extra tabletten voor het geval er vertraging is.

    Als er een aantal uur tijdverschil is overleg dan vooraf met de verpleegkundig specialist over de inname tijden van de medicatie. Zit er minder dan 2 uur verschil tussen de lokale tijd en de Nederlandse tijd? Dan kunt u zonder problemen uw gebruikelijke schema aanhouden. Verreweg de meeste landen hebben geen inreisbeperkingen voor mensen met hiv. Wilt u weten of een land inreisbeperkingen heeft voor toeristen of als u in het buitenland wilt werken? Dan kunt u dat nakijken op www.hivtravel.org

    Voor sommige landen heeft u vaccinaties nodig. Als dat het geval is kunt u zich het beste laten adviseren bij de reizigersvaccinatie. Overleg met de verpleegkundig specialist als u twijfelt of de vaccinaties en de mailariatabletten samen gebruikt kunnen worden met uw hiv‐medicatie.

  17. 17Wat kan ik doen bij nieuwe klachten?

    Niet alle klachten die optreden hebben te maken met de hiv‐infectie. Bent u bijvoorbeeld net begonnen met medicatie? Dan kunnen er diverse bijwerkingen optreden. Meestal zijn deze bijwerkingen al met arts of verpleegkundig specialist besproken tijdens de uitleg over de medicatie. In dit geval kunt u contact opnemen met de verpleegkundig specialist voor overleg 040 ‐ 239 95 00. Buiten kantoortijden wordt u doorverbonden met de telefooncentrale van het Catharina Ziekenhuis. Soms is het belangrijk dat u direct naar het ziekenhuis komt. Of wordt u gevraagd zich de volgende dag te melden. Ook kunt u contact opnemen met uw eigen huisarts.

  18. 18Hoe kan ik mijn afspraak wijzigen?

    Voor het maken van een nieuwe afspraak of voor het verzetten van een afspraak met uw specialist kunt u contact opnemen met de secretaresse van het hiv‐team 040 ‐ 239 59 00.

  19. 19Moet ik me laten vaccineren tegen griep?

    Jaarlijkse griepvaccinaties worden aanbevolen voor alle hiv‐patiënten. Bij lage CD4‐aantallen moet rekening gehouden worden met verminderde effectiviteit van het vaccin. Graag hiervoor overleg met u behandelend arts. Conform de NHG standaard dient influenzavaccinatie plaats te vinden in de huisartspraktijk.

    Deze adviezen gelden niet alleen voor de seizoengriep vaccinaties, maar ook voor pandemische griepvaccinaties.

  20. 20Wat doe ik bij braken na inname van medicatie?

    Adviezen m.b.t. inname van anti‐hiv middelen na braken uit richtlijnen HIV:

    Als geneesmiddel nuchter is ingenomen:

    • Binnen 1 uur na inname: opnieuw medicatie innemen.
    • Langer dan 1 uur na inname: niets innemen.
    • Bij aanwezigheid van restanten medicatie in braaksel: altijd medicatie opnieuw
      innemen.

    Als geneesmiddel met voedsel is ingenomen:

    • Binnen 3 uur na inname: opnieuw medicatie innemen.;
    • Langer dan 3 uur na inname: niets innemen.;
    • Bij aanwezigheid van restanten medicatie in braaksel: altijd medicatie opnieuw

    Toelichting: geneesmiddelen die nuchter worden ingenomen bereiken in het algemeen binnen 1 uur de maximale concentratie in het bloed: bij inname met voedsel is de snelheid waarmee een geneesmiddel wordt opgenomen sterk vertraagd omdat door voedsel de maaglediging wordt vertraagd. Piekconcentraties worden dan in het algemeen niet eerder dan 3 uur na inname gezien. Door herhaalde inname van medicatie neemt de kans op bijwerkingen weliswaar toe, maar dit weegt op tegen de kans op resistentievorming als gevolg van onvoldoende opname van het geneesmiddel. Als bij herhaalde toediening braken blijft optreden dient de oorzaak van het braken opgespoord te worden en kunnen eventueel tijdelijk medicatie hiervoor worden gegeven. Als na braken opnieuw medicatie moet worden ingenomen is het aan te raden daar even rustig voor te gaan zitten, wat water te drinken, en dan pas nieuwe medicatie in te nemen.

    NB. Deze adviezen prevaleren boven eventueel afwijkende teksten in bijsluiters van de bijbehorende medicamenten.