Veelgestelde vragen Nucleaire geneeskunde

Heeft u een vraag over het Catharina Hart- en Vaatcentrum? Kijk eerst hier of uw vraag al beantwoord is.
Mocht u vraag er alsnog niet bij staan, neem dan contact met ons op.

  1. 1Is radioactieve stof gevaarlijk voor mij en mijn omgeving?

    De stof die wij bij u toedienen is niet gevaarlijk voor u en uw omgeving. De stoffen geven geen bijwerkingen of reacties. De hoeveelheid radioactiviteit die wij toedienen houden we zo laag mogelijk. De hoeveelheid straling die u krijgt is vergelijkbaar met die van een röntgenonderzoek. De stof is ongeveer een dag in uw lichaam aanwezig.

    Het specialisme Nucleaire geneeskunde geeft ook therapie voor o.a. de schildklier. Hierbij geven we een hogere dosis radioactiviteit. U krijgt leefregels mee om de straling voor uw omgeving tot een minimum te beperken.

  2. 2Is radioactief materiaal gevaarlijk als ik zwanger ben of borstvoeding geef?

    Bent u zwanger of heeft u het vermoeden dit te zijn? Dan verzoeken wij u dringend dit te melden voor de toediening van de radioactieve stof. Meestal stellen we het onderzoek dan uit.

    Als u borstvoeding geeft, dient u daar enkele uren tot enkele dagen mee te stoppen. Hierover kunt u het beste contact opnemen met onze afdeling Nucleaire geneeskunde.

  3. 3Hoe wordt de radioactieve stof in mijn lichaam gebracht?

    Bij de meeste onderzoeken krijg u een injectie in een bloedvat in de arm. U merkt hier verder niets van. De prik voelt hetzelfde als bij bloedafname. Bij onderzoeken van de maag verwerken wij de radioactieve stof in een pannenkoek. Soms dienen wij de radioactieve stof in de vorm van een capsule toe.

  4. 4Ik ben verhinderd voor mijn afspraak, wat nu?

    De onderzoeken op de afdeling Nucleaire geneeskunde zijn kostbaar. Per patiënt moet een spuit met radioactiviteit worden besteld. Bent u verhinderd? Wij stellen het op prijs als u ons minimaal vierentwintig uur voor uw afspraak hierover informeert. Op die manier kunnen we het voor u bestelde kostbare materiaal op tijd afbestellen. Ook kunnen we een andere patiënt in de vrijgekomen tijd behandelen.

  5. 5Waarom worden sommige patiënten eerder geholpen terwijl ze later zijn gekomen dan ik?

    Op deze afdeling zijn verschillende typen onderzoek. Als andere mensen eerder geholpen worden terwijl zij later binnenkwamen, komen ze voor een ander type onderzoek.

  6. 6Mag er iemand bij het onderzoek aanwezig zijn?

    Bij vrijwel alle onderzoeken op de afdeling Nucleaire geneeskunde is het toegestaan dat er een begeleider bij het onderzoek is. Op het moment dat er een CT-scan gemaakt wordt, zal de begeleider even naar de gang of wachtkamer moeten. De onderzoeken waarbij een begeleider mee naar binnen mag, zijn niet schadelijk voor de begeleiders.

  7. 7Moet ik mij voor het onderzoek op een speciale manier voorbereiden?

    Dit verschilt per onderzoek. Voor sommige onderzoeken is een speciale voorbereiding nodig, bijvoorbeeld zijn nuchter zijn of tijdelijk stoppen met bepaalde medicijnen. Of dit voor u geldt, vindt u in de informatiefolder die u van uw specialist heeft gekregen. Deze folder is ook via onze website beschikbaar.
    Heeft u na het lezen van de informatie toch nog vragen? Neem dan contact op met de afdeling Nucleaire geneeskunde.

  8. 8Kan ik zelf in de auto terugrijden na het onderzoek?

    Ja, u mag zelf in de auto terugrijden. Als u een kalmeringstablet heeft ingenomen, mag u niet zelf autorijden.

  9. 9Van wie krijg ik de uitslag van het onderzoek?

    De uitslag van het onderzoek krijgt u van uw specialist. De laboranten die u onderzocht hebben, mogen geen uitslagen geven.