Veelgestelde vragen Hematologie

Heeft u een vraag over de afdeling Hematologie? Kijk eerst hier of uw vraag al beantwoord is. Mocht u vraag er alsnog niet bij staan, neem dan contact met ons op

  1. 1Ik ben vergeten mijn medicijnen in te nemen. Wat moet ik doen?

    Het is belangrijk dat u de medicijnen zo snel mogelijk inneemt als u erachter komt dat u een dosis heeft overgeslagen. Daarna kunt u weer gewoon verder met uw schema. Weet u niet meer of u uw medicijnen heeft ingenomen? Dan is het toch verstandig de medicatie alsnog in te nemen. Komt u er pas achter dat u een dosis vergeten bent, terwijl u alweer de volgende dosis moet innemen (of kort daarvoor)? Neem dan op de normale tijd uw pillen in. Over het algemeen is het dan niet nodig een dubbele dosis in te nemen. Dit kan echter per medicijn verschillen. Informatie over uw specifieke medicijn vindt u in de folder die u meekrijgt bij de start van het medicijn. Neem in geval van vragen contact op met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

  2. 2Ik ga naar het buitenland. Wat moet ik regelen?

    Gaat u naar het buitenland en gebruikt u medicatie? Dan is het verstandig vooraf bij de verpleegkundig specialist een douanebriefje te vragen. Dit is een brief in het Engels waarin staat dat de medicatie die u bij zich heeft nodig is voor de behandeling van een chronische ziekte. Als de
    douanier ernaar vraagt kunt u de brief tonen. Wij raden aan om de brief en de medicatie mee te nemen in uw handbagage. Bagage die in het ruim vervoerd wordt kan kwijtraken of een paar dagen later aan komen op de plaats van bestemming. Neem voldoende medicatie mee voor het hele verblijf en een aantal extra tabletten voor het geval er vertraging is.

    Als er een aantal uur tijdverschil is overleg dan vooraf met de verpleegkundig specialist over de inname tijden van de medicatie. Zit er minder dan 2 uur verschil tussen de lokale tijd en de Nederlandse tijd? Dan kunt u zonder problemen uw gebruikelijke schema aanhouden. Is het tijdverschil groter, dan kan een verschuiving van het innameschema noodzakelijk zijn. Hiervoor kunt u contact opnemen met de polikliniek of kijken op de site van de hiv vereniging. Verreweg de meeste landen hebben geen inreisbeperkingen voor mensen met hiv. Wilt u weten of een land inreisbeperkingen heeft voor toeristen of als u in het buitenland wilt werken? Dan kunt u dat nakijken op www.hivtravel.org

    Voor sommige landen heeft u vaccinaties nodig. Als dat het geval is kunt u zich het beste laten adviseren bij de reizigersvaccinatie. Als u twijfelt of vaccinaties en mailariatabletten gelijktijdig kunnen worden gebruikt met uw hiv‐medicatie, overleg dan met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

  3. 3Wat zijn CD4 cellen en viral load?

    CD4‐cellen zijn witte bloedcellen. Ze worden ook wel de t‐lymfocyt of t‐helpercel genoemd. CD4‐cellen zijn een belangrijk onderdeel van het afweersysteem. Ze beschermen het lichaam tegen het binnendringen van virussen, parasieten, bacteriën en schimmels. Het hiv‐virus bindt zich specifiek aan CD4‐cellen. Het virus gebruikt deze CD4‐cellen om zich te vermenigvuldigen. Het virus oefent ook een schadelijke invloed op deze cellen uit waardoor ze na verloop van tijd verloren gaan. Het aantal CD4‐ cellen geeft aan hoeveel afweercellen per millimeter bloed er zijn. Dit geeft aan hoe het met het afweersysteem gesteld is. Iemand met een gezonde afweer heeft tussen de 500 en 1500 CD4‐cellen per milliliter bloed.
    Heeft u veel CD4‐cellen? Dan functioneert het afweersysteem goed. Zijn er te weinig CD4 cellen? Dan loopt u het risico op het krijgen van een infectie. Dit komt doordat het afweersysteem niet meer in staat is om alle ziektekiemen tegen te houden. Heeft u minder dan 200 CD4‐cellen? Dan is er een risico op het krijgen van een opportunistische infectie. Uw specialist zal dit dan met u bespreken en zo nodig preventief antibiotica geven.

    De viral load geeft aan hoeveel kopieën van het hiv‐virus per milliliter in het bloed gemeten is. Dus hoe hoog de virale belasting is. Het hiv‐virus vermenigvuldigt zich voornamelijk in de CD4‐cel, die door dit proces afsterft. Op dat moment komt het virus vrij in het bloed. Deze virusdeeltjes gaan op zoek naar nieuwe CD4‐cellen om zich te vermenigvuldigen. Een tijd lang kan het afweersysteem het volhouden om het virus onder controle te houden en worden er ook nog voldoende nieuwe CD4‐cellen gemaakt. Maar in de loop der tijd zijn er te veel kopieën van het hiv‐virus in het bloed. Er is dan een hoge virale load en een laag aantal CD4‐cellen omdat deze vernietigd zijn door de virusdeeltjes. Zodra het virus met medicatie is onderdrukt, wordt de viral load “niet detecteerbaar”. Het virus is nog wel aanwezig, maar niet te meten en ook niet over te dragen. De CD4‐cellen en viral load worden in het laboratorium bepaald. Meestal gaat u 2 weken voor uw afspraak bij uw arts naar het laboratorium om deze bepalingen te laten doen. Na uiterlijk 2 weken is de uitslag bekend en wordt deze tijdens uw afspraak met u besproken.