CONCEPT: Anesthesie (Folder)

Anesthesiologie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

CONCEPT: Anesthesie (Folder)

Binnenkort wordt u geopereerd. Uw behandelend specialist heeft u daarover geïnformeerd. Bij die operatie is een vorm van verdoving (anesthesie) nodig. In deze folder geven we u informatie over de verschillende vormen van anesthesie en over de gang van zaken op de dag van de operatie.

Als u na het lezen nog vragen heeft, stel die dan gerust aan de anesthesioloog of de medewerkers op de polikliniek Pre-operatieve screening. Deze folder is bedoeld als aanvulling op de mondelinge informatie die u op de polikliniek Pre-operatieve screening krijgt, niet als vervanging daarvan. Zo kunt u thuis alles nog eens nalezen.

Pre-operatieve screening

Bij iedere patiënt die een operatie moet ondergaan, bekijken we eerst of de operatie extra gezondheidsrisico’s oplevert. Ook krijgt u informatie over de vorm van verdoving die nodig is voor de operatie: narcose of regionale anesthesie. Dit onderzoek vóór de ingreep noemen we pre-operatieve screening. Een arts of verpleegkundige stelt u enkele vragen over bijvoorbeeld uw gezondheid, medicijngebruik, allergieën, doorgemaakte ziekten en eerdere operaties.

U kunt bij de polikliniek Pre-operatieve screening alleen op afspraak terecht. Voor sommige patiënten kan de afspraak digitaal plaatsvinden door middel van een videoconsult via het patiëntenportaal MijnCatharina. Indien u hiervoor in aanmerking komt, wordt u hierover geïnformeerd door de verwijzende poli.

Vooraf aan uw afspraak moet u een vragenlijst invullen over uw medische voorgeschiedenis. Dit kunt u thuis doen via het patiëntenportaal MijnCatharina (www.mijncatharina.nl) of bij uitzondering op de polikliniek. Zie de beschrijving voor het gebruik van het patiëntenportaal op: www.catharinaziekenhuis.nl/mijncatharina.

Gebruikt u medicijnen? Neem dan een overzicht mee van alle medicijnen die u gebruikt.  Als het nodig is, onderzoekt een arts uw hart en longen. Het is ook mogelijk dat u wordt doorverwezen naar een internist, cardioloog (hartspecialist) of longarts voor verder onderzoek. Dit is afhankelijk van uw leeftijd en uw medische geschiedenis.

De anesthesioloog die u voor de operatie het narcosemiddel of de verdoving toedient, kan een andere anesthesioloog zijn dan die u ontmoet heeft op de polikliniek Pre-operatieve screening of tijdens het videoconsult.

Pre-operatieve screening via videoconsult

Als u in aanmerking komt voor de pre-operatieve screening via een videoconsult, dan is het belangrijk dat u tijdig de volgende stappen doorloopt:

  1. Zorg dat u toegang hebt tot MijnCatharina (www.mijncatharina.nl).
    Om toegang te krijgen tot MijnCatharina dient u te beschikken over een DigiD code. Vraag deze op tijd aan via www.digid.nl. Het duurt namelijk een aantal werkdagen voordat u de DigiD ontvangt.
  2. Vul de gezondheidsvragenlijst minimaal 2 dagen vóór uw videoconsult in op MijnCatharina.
    Uw gezondheid staat bij ons voorop, het is daarom belangrijk dat wij inzicht krijgen in uw gezondheidstoestand zodat we de juiste voorbereidingen kunnen treffen. U vindt deze vragenlijst onder het kopje ‘Taken’.
    Let op: als u de vragenlijst niet hebt ingevuld, kan het videoconsult niet doorgaan.
  3. Controle van de medicatie 
    De (werk)dag voor uw geplande videoconsult wordt u tussen 14.00 en 17.00 uur gebeld door een apothekersassistente om samen met u uw medicatie te controleren. Bereid dit telefoongesprek voor:
    Geef uw eigen apotheek tijdig (uiterlijk 1 week vóór uw afspraak) toestemming voor het delen van uw medicatiegegevens met het ziekenhuis.
    Ga hiervoor naar www.volgjezorg.nl/toestemming. U kunt via MijnCatharina de medicatie alvast inzien die bij ons bekend is.¤ Zorg dat u tijdens het telefoongesprek uw medicatieoverzicht (eventueel op te vragen via uw apotheek) en/of de medicatieverpakkingen die u gebruikt bij de hand heeft. Denk ook aan medicatie die u zelf koopt (bijvoorbeeld bij de drogist).
  4. Download de app ‘Microsoft Teams’ in de App Store of Google Play Store.
    Download deze app op uw telefoon, tablet of computer (met camera en microfoon) waarmee u het videoconsult gaat voeren. U hoeft zich na het downloaden van de applicatie niet aan te melden of een account aan te maken. De applicatie moet alleen aanwezig zijn op uw smartphone, tablet of computer. Bent u al ingelogd met een account? Log dan uit voordat u het videoconsult start.

Ga voor meer informatie naar www.catharinaziekenhuis.nl/mijncatharina of scan de QR-code met uw smartphone. Hier vindt u de Handleiding Videoconsult en een video, waarin stap voor stap wordt uitgelegd hoe het videoconsult werkt.

Voorbereiding op de operatie

Nuchter zijn

U moet tijdens de operatie ‘nuchter’ zijn, zowel bij narcose als bij regionale anesthesie. ‘Nuchter’ zijn heeft in dit geval niets te maken met alcoholgebruik, maar het betekent dat uw maag leeg is. Nuchter zijn is heel  belangrijk. Als u niet nuchter bent tijdens de ingreep, is de kans groter dat er tijdens de ingreep eten en drinken uit uw maag in de longen terechtkomt. Dit kan leiden tot een zeer ernstige longontsteking. Het is voor uw eigen veiligheid dus belangrijk dat u zich aan onderstaande voorschriften houdt.

Dat houdt het volgende in:

Tot 6 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u:

  • Twee beschuitjes met jam eten.

Voorbeelden: Als u zich om 08.00 uur in het ziekenhuis moet melden, dan mag u na 02.00 uur niets meer eten.
Moet u zich om 14.00 uur melden, dan mag u ’s ochtends na 08.00 uur niets meer eten.

Tot 2 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u:

  • Heldere vloeistoffen drinken. Dit zijn: water, appelsap en thee ZONDER melk.

Voorbeeld: Als u zich om 08.00 uur in het ziekenhuis moet melden dan mag u na 06.00 uur niets meer drinken.

De afgesproken medicatie mag u wel met een slokje water innemen op de dag van de operatie.

Als u de dag ervóór al wordt opgenomen:

  • Voor sommige operaties wordt u al een dag van tevoren opgenomen in ons ziekenhuis. Dit kan nodig zijn voor onderzoek of voorbereiding. Die dag hoeft u niet nuchter te blijven en mag u thuis gewoon eten en drinken. Als u wel nuchter moet zijn, melden we dit vooraf.

Voor kinderen gelden de volgende regels:

Tot 6 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn, mag uw kind:
Twee beschuitjes met jam eten.
Voorbeelden: als uw kind zich om 08.00 uur in het ziekenhuis moet melden, mag uw kind na 02.00 uur niets meer eten. Moet uw kind zich om 14.00 uur in het ziekenhuis melden, dan mag uw kind ’s ochtends na 08.00 uur niets meer eten.

Tot u in het ziekenhuis moet zijn mag uw kind:
Heldere vloeistoffen drinken. Dit zijn: water, appelsap en thee ZONDER melk. Voorbeeld: Als uw kind zich om 08.00 uur in het ziekenhuis moet melden dan mag uw kind tot 08.00 uur heldere vloeistoffen drinken.

Voor zuigelingen gelden de volgende regels:
Tot 6 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn, mag u uw kindje een laatste flesvoeding geven.
Tot 4 uur voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u uw kindje borstvoeding geven. Tot u in het ziekenhuis moet zijn mag u heldere vloeistoffen geven, dit zijn: water en appelsap.

Het kan zijn dat de anesthesioloog tijdens het pre-operatief gesprek andere afspraken met u maakt, bijvoorbeeld bij bariatrische ingrepen. Houdt u zich dan aan deze afspraken.

Let op: de operatie gaat niet door als u niet nuchter bent!
Roken

Wij raden aan om 24 uur voor de operatie niet te roken. Het is bekend dat rokers meer complicaties hebben na operaties en anesthesie. De ademhalingswegen van rokers zijn vaak geïrriteerd en daardoor gevoeliger voor ontstekingen. Bovendien kan hoesten na de operatie erg pijnlijk zijn. Wanneer u 24 uur niet rookt, is uw bloed beter in staat om zuurstof naar de weefsels te brengen. Dit is belangrijk voor de wondgenezing.

Sieraden, bril, gebitsprothese

Voor de operatie moet u contactlenzen, brillen, sieraden zoals een horloge, piercings, ringen en armbanden afdoen. Dames wordt gevraagd geen make-up of nagellak te dragen. Alleen doorzichtige kunstnagels kunt u laten zitten. Uw bril, contactlenzen en gebitsprothese moet u op de afdeling achterlaten. In sommige gevallen is het wel gewenst om een gehoorapparaat in te houden, bijvoorbeeld bij een regionale verdoving.

Video-opname

Op de operatie-, behandel-, of verkoeverafdeling mogen geen video-opnamen worden gemaakt. De OK-medewerker kan tijdens een keizersnede op uw verzoek wel foto’s maken.

Het Catharina Ziekenhuis doet er alles aan om u zo goed mogelijk voor te bereiden, maar het exacte tijdstip van de operatie kan vooraf niet precies aangegeven worden. Op het moment van opname kan een schatting van het tijdstip gegeven worden. Houd er rekening mee dat dit enkel een indicatie is en dat het door onvoorziene omstandigheden toch mogelijk is dat uw ingreep wat later op de dag zal plaatsvinden of zelfs kan worden uitgesteld.

Verschillende soorten verdoving

Er bestaan verschillende soorten verdoving (anesthesie). In grote lijnen zijn er twee mogelijkheden:

  • Algehele verdoving (algehele anesthesie of narcose)
  • Regionale verdoving (ruggenprik of regionale blokkade)

Tijdens uw bezoek aan de pre-operatieve screening bespreken we welke anesthesie voor u het meest geschikt is. Voor sommige operaties is er geen keuze mogelijk, voor andere zijn er diverse mogelijkheden. Afhankelijk van de soort ingreep en uw gezondheidstoestand bespreekt de anesthesioloog de eventuele mogelijkheden met u om zo samen een besluit te kunnen nemen.

Het kan zijn dat de anesthesioloog die de anesthesie toedient op de dag van de operatie afwijkt van de met u afgesproken en/of gewenste anesthesie. De anesthesioloog zal dit enkel doen als daar zwaarwegende redenen voor zijn.

We lichten de verschillende soorten verdoving hierna verder toe:

Algehele anesthesie of narcose

Voordat u de narcosemiddelen krijgt toegediend, wordt de bewakingsapparatuur aangesloten. U krijgt stickers op uw borst om uw hartslag te meten en een klemmetje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. De bloeddruk wordt aan de arm gemeten. Er wordt een infuus ingebracht in uw hand of arm. Via dit infuus dient de anesthesioloog de narcosemiddelen toe. U valt binnen een minuut in een diepe slaap.

Als u slaapt wordt er (afhankelijk van de operatie) een buisje in de mond-keelholte of luchtpijp ingebracht, dit is om de ademhaling tijdens de narcose te kunnen controleren. Bij het inbrengen van het buisje kan het gebit beschadigd raken. Dit is gelukkig zeldzaam. Het is wel belangrijk dat u van tevoren meldt als u gebitsproblemen heeft.

Indien noodzakelijk voor de operatie wordt soms ook een blaaskatheter, maagslang (via de neus) en/of halsinfuus ingebracht. U merkt daar niets van, want u bent dan onder narcose.

Gevolgen van de narcose

Het is heel gewoon dat u zich na een operatie nog een tijdlang niet fit voelt. Dat ligt niet alleen aan de anesthesie, maar aan de ingrijpende gebeurtenis die iedere operatie nu eenmaal is. Het lichaam moet zich in zijn eigen tempo herstellen. Dat heeft zijn tijd nodig. U kunt zich zo kort na de operatie nog slaperig voelen en af en toe wegdommelen. Dat is heel normaal. Met het uitwerken van de narcose kan er pijn optreden in het operatiegebied. Door de anesthesie, maar ook als gevolg van de operatie kan er misselijkheid optreden. U kunt de verpleegkundige gerust vragen om een pijnstiller of een middel tegen misselijkheid. Hebt u een zwaar of kriebelig gevoel achter in de keel, dan komt dat van het buisje dat tijdens de operatie in uw keel zat om de ademhaling te kunnen regelen. Die irritatie verdwijnt vanzelf binnen een aantal dagen.

Kinderen en narcose

Kleine kinderen kunnen bang zijn voor een prikje. Zij worden daarom vaak in slaap gebracht door hen door een kapje te laten ademen waar narcosegas uitkomt. Ook is het mogelijk om de huid van tevoren te verdoven met een zalf. Dit zorgt ervoor dat een prikje nauwelijks nog wordt gevoeld. De anesthesioloog bepaalt samen met u en uw kind welke manier voor uw kind het beste is en bespreekt met u waarom dat zo is. De manier hangt onder andere af van lengte, gewicht en soort operatie.

Als uw kind onder narcose wordt gebracht mag één van de ouders erbij zijn. Als uw kind dan slaapt, brengen wij u naar de wachtkamer, of u gaat terug naar de kinderafdeling. Aan het einde van de operatie lichten we u in. U kunt dan naar uw kind toe in de uitslaapkamer.

Regionale verdoving

Bij regionale verdoving wordt een gedeelte van het lichaam, bijvoorbeeld een arm of het gehele onderlichaam, tijdelijk gevoelloos en bewegingloos gemaakt. Door een verdovingsmiddel rond een zenuw te spuiten worden zenuwen of zenuwbanen tijdelijk uitgeschakeld.

Spinale ruggenprik

Spinale anesthesie wordt toegepast om het lichaam onder de navel voor enkele uren geheel gevoelloos te maken. Met een zeer dunne naald wordt een kleine hoeveelheid lokaal verdovend middel tussen 2 wervels ingespoten, in de ruimte waar in het wervelkanaal vloeistof circuleert. Het effect is vrijwel direct merkbaar: de benen voelen warm en tintelend aan en worden zwaar.

Tijdens de operatie blijft de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker bij u. U blijft bij bewustzijn. Van de operatie ziet u niets: alles wordt afgedekt met doeken.

Afhankelijk van het gebruikte medicijn kan het enkele uren duren voordat de verdoving volledig is uitgewerkt.

 Bijwerkingen van de ruggenprik

Soms komt het voor dat u rugpijn krijgt op de plaats waar de prik is gegeven. Dit heeft te maken met de houding tijdens de operatie. De klachten verdwijnen meestal binnen enkele dagen. Na een ruggenprik kunt u ook hoofdpijn krijgen. Deze hoofdpijn onderscheidt zich van ‘gewone’ hoofdpijn doordat de pijn minder wordt bij platliggen en juist erger wordt bij overeind komen. Meestal verdwijnt deze hoofdpijn binnen een week vanzelf.

Als de klachten zo hevig zijn dat u het bed moet houden, neemt u dan contact op met de anesthesioloog (tijdens kantooruren op nummer 040 – 239 85 01, buiten kantooruren via de telefooncentrale 040 – 239 91 11).

Epidurale ruggenprik

Epidurale anesthesie wordt vooral toegepast voor pijnbestrijding tijdens en na long- en buikoperaties. Epidurale anesthesie is voor deze ingrepen de meest effectieve methode voor pijnbestrijding. Daarnaast heeft de epidurale ruggenprik nog enkele andere voordelen: Een sneller herstel van darmfunctie, minder kans op longontsteking en minder misselijkheid en slaperigheid na de operatie. Of epidurale anesthesie resulteert in een vlotter herstel na de operatie dan alleen algehele anesthesie is echter moeilijk aan te tonen.

Bij epidurale anesthesie wordt via een naald een dun slangetje (epiduraal katheter) ingebracht tussen 2  wervels, in de buitenste laag van het wervelkanaal. Via dit slangetje wordt lokaal verdovend middel toegediend. Het effect wordt langzaam merkbaar: afhankelijk van de plaats van de katheter wordt de borstkas of buik gevoelloos. Tijdens de operatie krijgt u ook narcose. Na de operatie wordt een pompje met lokaal verdovend middel op de epiduraal katheter aangesloten. Zo kan de pijnbestrijding enkele dagen (meestal 2 tot 4 dagen) worden onderhouden.

Elke dag komt de pijnverpleegkundige langs om de pijnstilling te beoordelen. Ook houdt de afdelingsverpleegkundige een pijnscore bij. Soms gaat de pijnstillende werking gepaard met een verdoofd gevoel van een of twee benen of van wat krachtsverlies in de benen. Als u dit ervaart, geef het dan door aan de verpleegkundige van de afdeling. Als gevolg van deze pijnstilling kunt u zelf niet goed kunt plassen, daarom krijgt u een urinekatheter.

Zenuw- of plexusblok

Bij deze techniek wordt een ledemaat verdoofd door een zenuw of bundel van zenuwen (plexus) tijdelijk te blokkeren. Met een echo apparaat wordt gekeken waar de zenuwen lopen. Vervolgens wordt de zenuw opgezocht door middel van een naald dat kleine stroompjes afgeeft. U merkt dit doordat u schokjes voelt in de spieren van arm of been. Als de juiste plaats gevonden is, wordt lokaal verdovingsmiddel ingespoten waardoor een arm of been geheel of gedeeltelijk gevoelloos wordt. Na gemiddeld 12 tot 24 uur is de verdoving weer uitgewerkt en keert het gevoel en de beweging weer terug. Nadat de verdoving is uitgewerkt, kunt u door irritatie van de zenuwen door de prik of door de  gebruikte medicijnen nog enige tijd last houden van tintelingen in uw arm en hand of been en voet. Deze tintelingen verdwijnen in de meeste gevallen binnen een paar dagen.

Voor bepaalde operaties kunt u met deze verdoving gewoon wakker blijven tijdens de operatie. Voor andere operaties wordt deze verdoving, naast algehele anesthesie, als aanvullende pijnstilling voor na de operatie gegeven.

Complicaties

De moderne anesthesie is bijzonder veilig. Echter, zoals bij iedere medische ingreep kunnen bij anesthesie ook complicaties optreden. Hoewel wij ons uiterste best doen om complicaties te voorkomen, lukt dat ondanks alle zorgvuldigheid niet altijd. Ernstige complicaties met blijvende gevolgen zijn zeer zeldzaam. De meest voorkomende complicaties en bijwerkingen staan in onderstaande tabellen samengevat. Sommige complicaties zijn zo zeldzaam dat het lastig is om ze in een getal te noemen.


Risico’s bij algehele anesthesie

 

Bijwerking of complicatie algehele anesthesie

Hoe vaak komt het voor?

Oorzaak?

Misselijkheid of braken

1 tot 8 op de 10 (vaak)

De slaapmiddelen voor de algehele anesthesie. Zonder medicijnen krijgen veel mensen last van misselijkheid na algehele anesthesie. De kans op misselijkheid en overgeven wordt groter na een lange operatie en bij sommige (slaap)middelen voor algehele anesthesie. Vrouwen hebben een grotere kans. Ook als u vaak wagenziek bent, of eerder misselijk was na een operatie is de kans op misselijkheid en overgeven groter.

Keelpijn

1 op de 10 (vaak)

Beademingsbuisje of -masker. Deze keelpijn verdwijnt vanzelf binnen een paar uur of paar dagen.

Duizeligheid, slap gevoel

1 op de 10 (vaak)

Middelen voor algehele anesthesie, lage bloeddruk.

Rillen

1 op de 10 (vaak)

Middelen voor algehele anesthesie, lage temperatuur.

Jeuk

1 op de 10 (vaak)

Middelen voor algehele anesthesie, allergie

Hoofdpijn

1 op de 10 (vaak)

Type operatie, nuchter zijn (aantal uur niet gegeten vanwege de operatie).

Stijfheid, spierpijn, rugpijn

1 op de 10 (vaak)

Langdurig in één houding liggen tijdens operatie.

Problemen met plassen

1 op de 10 (vaak)

Dit komt door (slaap)middelen voor algehele anesthesie, vaak samen met andere factoren. Bijvoorbeeld als u voor de operatie al problemen had met plassen. Na een lange operatie krijgt u een urinekatheter om u te helpen plassen.

Verward,
in de war zijn

1 op de 50 tot 100 (regelmatig)

De kans op in de war zijn na de operatie hangt af van verschillende factoren: het type operatie en hoe moeilijk deze is, uw leeftijd (grotere kans bij ouderen) en of u eerder psychische klachten heeft gehad. Ook het gebruik van sommige medicijnen, zoals slaapmiddelen en het regelmatig drinken van alcohol maakt de kans op in de war zijn na de operatie groter.

Gevoelige blauwe plek

1 op de 50 tot 100
(regelmatig)

Door het prikken van het infuus of een injectie.

Beschadiging/
irritatie van lippen of tong

1 op de 100
(regelmatig)

Beademingsbuisje, droge lucht.

Longproblemen zoals longontsteking

3 tot 5 op de 100 (Regelmatig)

Deze kans is groter bij bepaalde soorten operaties.

De kans op problemen met de longen hangt ook af van de conditie van uw hart en longen voor de operatie.

Hart- of herseninfarct

1 op 10 tot
1 op 10.000
(Vaak tot zeer zelden)

De kans op een hart- of herseninfarct hangt sterk af van uw gezondheid en fitheid voor de operatie en of u nog andere ziekten heeft. Ook het type operatie, hoelang de operatie duurt en of het een spoedoperatie is, heeft invloed op deze kans. Het wisselt dus heel erg hoe vaak een hart- of herseninfarct na de operatie voorkomt: van bij 1 op 10 patiënten tot bij 1 op 10.000 patiënten.

Schade aan het gebit

1 op de 1.000 (soms)

Bij circa 1 op de 1000 patiënten is het erg lastig om een beademingsbuisje te plaatsen. Hierdoor kan tijdens de procedure een stukje tand afbreken.

De kans is groter bij een slecht gebit.

Lichte irritatie van het oog

1 op de 1.000 (soms)

Droge lucht.

Beschadiging van (een) zenuw(en)

1 tot 5 op de 1.000 (soms)

Dit kan voorkomen door lang liggen in dezelfde houding. Naar schatting gebeurt dit bij 1 tot 5 op de 1000 patiënten die algehele anesthesie krijgen. Beschadiging van zenuwen heeft mogelijk te maken met langere opname in het ziekenhuis, een extreem laag gewicht of juist overgewicht. Om de kans op beschadiging van zenuwen kleiner te ma- ken, gebruiken de anesthesioloog en de anesthe- siemedewerker speciale kussentjes die ze onder uw lichaam plaatsen.

Wakker zijn en/of pijn hebben tijdens de operatie

1 op 500 tot 1 op

19.000 (soms tot zelden)

Als dit gebeurt, kunnen patiënten zich meestal wel iets herinneren, maar hadden zij geen pijn. Het is een nare ervaring en de anesthesioloog doet er daarom alles aan om te voorkomen dat u wakker wordt tijdens de operatie.

Ernstige allergische reactie

1 op 1.000 tot
1 op 10.000
(soms tot zelden)

Eigenlijk kan men op alle medicijnen/slaapmiddelen een ernstige allergische reactie krijgen. De anesthesioloog heeft medicijnen om zo’n allergische reactie snel te behandelen.

Overlijden

1 op 100.000
(zeer zelden)

De kans dat u overlijdt door de anesthesie alleen is heel klein, en wordt geschat op 1 op de 100.000 patiënten die algehele anesthesie krijgen. De kans dat u overlijdt na een operatie (dus de operatie als totaal) hangt af van een hoop factoren, zoals ziektes en leeftijd. Deze kans wisselt erg sterk (van minder dan 5 tot 40 op de 1000 operaties).


Risico’s bij spinale anesthesie

Bijwerking of complicatie spinale ruggenprik

Hoe vaak komt het voor?

Oorzaak?

Rugpijn, irritatie of blauwe plek bij prikplaats

1 op de 10 (vaak)

Door de prik in de rug. Dit gaat binnen enkele dagen vanzelf over.

Prikkelend gevoel in billen of benen tijdens de eerste of tweede dag na spinale ruggenprik

1 op de 10 (vaak)

Meestal herstelt dit binnen enkele dagen vanzelf.

Daling van de bloeddruk

1 op de 10 (vaak)

Het dalen van de bloeddruk komt door de verdovende medicijnen. Dit kan de anesthesioloog goed behandelen met medicijnen via het infuus.

Misselijkheid en overgeven

1 op de 10

Kan ook door een lage bloeddruk komen, is goed te behandelen via het infuus.

Problemen met plassen

1 op de 5 tot 10

Soms is een blaaskatheter nodig om u te helpen met plassen.

Jeuk

1 op de 10

Meestal komt dit door sterke pijnstillers, heel soms door een allergische reactie.

Onvoldoende spinale verdoving

1 op de 100

U krijgt dan extra pijnstilling of wordt u toch nog onder algehele anesthesie gebracht.

Hoofdpijn

1 op de 100

Hoofdpijn na de operatie kan komen door het nuchter zijn (paar uur niet eten) voor de operatie, een lage bloeddruk of door stress. Heel soms heeft hoofdpijn met de ruggenprik zelf te maken. Waarschuw altijd de verpleegkundige van de afdeling als u hoofdpijn heeft.

Tijdelijke 
zenuw-
beschadiging

1 op de 1.000

Dit kan gebeuren door het plaatsen van de naald.

Bloeding of abces in het wervelkanaal

1 op de 1.000
tot
1 op de 5.000

Als u uw benen (steeds) minder goed voelt of de kracht erin verliest, waarschuw dan direct de verpleegkundige. Dan kan het zijn dat u een bloeding of abces heeft in het wervelkanaal.

Hersenvlies-
ontsteking

1 op de 1.000
tot
1 op de 5.000

Heeft u na de operatie een stijve nek met koorts? Neem dan direct contact op of waarschuw de verpleegkundige.

Blijvende
zenuw-
beschadiging

1 tot 2 op de 10.000

Het komt soms voor dat een patiënt verlamd raakt na een spinale ruggenprik, ook als de anesthesioloog de ruggenprik goed heeft geplaatst.

Hartstilstand

1 op 10.000 tot
50.000

Dit kan komen door een overdosering van verdovende middelen, waarbij te veel medicijnen in korte tijd in het bloed komen.


Risico’s bij epidurale anesthesie

Bijwerking of complicatie epidurale ruggenprik

Hoe vaak komt het voor?

Oorzaak?

Rugpijn, irritatie of een blauwe plek bij prikplaats

1 op de 10
(vaak)

Door de prik in de rug. Dit gaat binnen een aantal dagen vanzelf over.

Prikkelend gevoel in billen  of benen tijdens de eerste of tweede dag na de ruggenprik

1 op de 10
(vaak)

Meestal gaat dit binnen een paar dagen vanzelf over.

Dalen van bloeddruk

1 op de 10
(vaak)

Door de verdovende medicijnen. De anesthesioloog

kan dit goed behandelen met medicijnen via het infuus.

Misselijkheid en overgeven

1 op de 10

Kan ook door de lage bloeddruk komen en is goed te behandelen via het infuus.

Problemen met plassen

1 op de 5 tot 10

Soms is een blaaskatheter nodig om u te helpen met plassen.

Onvoldoende pijnstilling

1 op de 10

Het verschilt per persoon hoeveel pijnstilling er nodig is. De anesthesioloog kan de hoeveelheid (dosis) altijd aanpassen, of u op andere manier pijnstilling geven.

Jeuk

1 op de 10

Meestal door sterke pijnstillers, heel soms door een allergische reactie.

Hoofdpijn

1 op de 100

Dit kan komen door het nuchter zijn (paar uur niet eten) voor de operatie, een lage bloeddruk of door stress. Heel soms heeft hoofdpijn met de ruggenprik zelf te maken. Waarschuw altijd de verpleegkundige van de afdeling als u hoofdpijn heeft.

Tijdelijke
zenuw-
beschadiging

1 op de 1.000

Dit kan gebeuren door het plaatsen van de naald.

Bloeding of abces in het wervelkanaal

1 op de 1.000
tot
1 op de 5.000

Als u uw benen (steeds) minder goed voelt of de kracht erin verliest, waarschuw dan direct de verpleegkundige of arts. Dan kan het zijn dat u een bloeding of abces heeft in het wervelkanaal.

Hersenvlies-
ontsteking

1 op de 1.000
tot
1 op de 5.000

Heeft u na de operatie een stijve nek met koorts? Neem dan direct contact op of waarschuw de verpleegkundige.

Blijvende
zenuw-
beschadiging

1 tot 2 op de
10.000

Het komt soms voor dat een patiënt verlamd raakt na een epidurale ruggenprik, ook als de anesthesioloog de ruggenprik goed heeft geplaatst.

Hartstilstand

1 op 10.000 tot
50.000

Dit kan komen door een overdosering van verdovende middelen, waarbij te veel medicijnen in korte tijd in het bloed komen.


Risico’s bij een perifeer zenuwblok

Bijwerking of complicatie perifeer zenuwblok

Hoe vaak komt het voor?

Oorzaak?

Irritatie of blauwe plek bij de prikplaats

1 op de 10

Injectienaald, gaat vanzelf over binnen enkele dagen.

Onvoldoende verdoving voor operatie of pijnstilling na de operatie

1 op de 10

Soms komt er niet genoeg verdovende vloeistof op de juiste plek terecht. Dan krijgt u extra pijnstilling, sedatie (een lichte vorm van algehele anesthesie) of eventueel algehele anesthesie.

Zenuwfunctie is tijdelijk minder

1 tot 5 op de 100

Meestal herstelt dit in een aantal dagen, of weken.

Blijvende
zenuw-
beschadiging

Ongeveer 1 op
65.000

Blijvende beschadiging van zenuwen na een perifeer zenuwblok komt bijna nooit voor. Daarom is het moeilijk hiervoor precieze cijfers te geven.

Overdosering

2 op de 1000

Soms komt er te veel verdovende vloeistof in het bloed. Dan kan een patiënt een epileptische aanval of zelfs een hartstilstand krijgen, die wel goed behandelbaar zijn.


Na de operatie

De uitslaapkamer

Na de operatie brengen de anesthesioloog en/of de anesthesiemedewerker u naar de uitslaapkamer (recovery). Dat is een aparte ruimte vlakbij de operatiekamer. Gespecialiseerde verpleegkundigen zien erop toe dat u rustig bijkomt van de operatie. Ook hier bent u aangesloten op de bewakingsapparatuur. Soms loopt er een slangetje door uw neus om uw maag te ontlasten of om u extra zuurstof te geven.

Naar de verpleegafdeling

Zodra u voldoende wakker bent uit de narcose, gaat u terug naar de verpleegafdeling. Het kan ook zijn dat u nog enige tijd op een speciale bewakingsafdeling moet blijven, omdat de aard van de operatie een wat langere intensieve zorg noodzakelijk maakt. U gaat dan naar de Intensive Care. Zowel op de Intensive Care als op de verpleegafdeling kunt u na overleg met het verplegend personeel bezoek ontvangen.

Naar huis

Als u nog dezelfde dag naar huis mag, zorg er dan voor dat u door een volwassene wordt begeleid en dat u niet alleen thuis bent. Regel vervoer per taxi of eigen auto: u mag en kunt zelf niet rijden. Doe het thuis de eerste 24 uur na de operatie rustig aan. Bestuur geen machines. Neem geen belangrijke beslissingen. Eet en drink licht verteerbare voedingsmiddelen.

Pijnstilling

Pijnstilling bij kinderen

Voor de operatie:
Het is niet nodig om uw kind voor de komst naar het ziekenhuis al  pijnstillers te geven. Als het nodig is, dan krijgt uw kind bij de opname in het Catharina Ziekenhuis paracetamol.

Na de operatie:
Na de operatie mag u uw kind paracetamol geven als dit nodig is. Dit kunt u zelf kopen bij de apotheek of de drogist. In de bijsluiter leest u hoeveel u kunt geven. Wanneer sterkere pijnstillers nodig worden geacht, dan krijgt u hiervoor een recept mee.

Pijnstilling bij volwassenen

Voor de operatie:
Om pijn zo goed mogelijk te bestrijden, kan in de meeste gevallen het beste van te voren paracetamol genomen worden. Dit krijgt u dan bij opname. U hoeft dit dus niet thuis al in te nemen. In sommige gevallen is het ook mogelijk om iets te krijgen waardoor u wat versuft bent voordat u de operatie ingaat.

Na de operatie:
Bij operaties in dagbehandeling kunt u na de operatie paracetamol, en als het nodig is, naproxen gebruiken. Deze zijn zonder recept verkrijgbaar bij apotheek en drogist. Voor meer informatie over deze medicijnen verwijzen wij u naar de bijsluiter. Wanneer sterkere pijnstillers nodig worden geacht krijgt u hiervoor een recept mee. Als u na de operatie meerdere dagen wordt opgenomen in het Catharina Ziekenhuis dan wordt bij uw ontslag, door de specialist, bekeken welke pijnstillers u nog nodig heeft voor thuis. U krijgt op dat moment een recept mee.

Pijnstilling met een PCA-pomp

Als er wordt verwacht dat een operatie veel napijn geeft, is pijnstilling met een PCA-pomp mogelijk. PCA staat voor ‘Patient Controlled Analgesia’. Dit betekent dat u de pijnstilling zelf kunt regelen. Dit pompje wordt na de operatie op uw infuus aangesloten met daarin pijnstillers. Als u pijn heeft, drukt u op een knopje. Zo geeft u zichzelf medicijnen tegen de pijn. Het effect treedt meestal binnen 5 tot 10 minuten op. Als u daarna nog pijn heeft, drukt u gewoon weer op het knopje. U herhaalt dit totdat de pijn gezakt is en voor u acceptabel is. U bent de enige die de pomp mag bedienen. De pomp is door de anesthesioloog zo ingesteld, dat u zichzelf niet teveel pijnstilling kunt geven.

PCA-pijnstilling wordt, als er geen belemmerende redenen zijn, altijd gecombineerd met paracetamol en naproxen die u op de afdeling krijgt. Afhankelijk van de operatie en uw pijn blijft de PCA pomp ongeveer 48 uur aangesloten. Daarna kan meestal worden overgegaan op een andere vorm van pijnstilling, bijvoorbeeld in de vorm van tabletten.

Pijnscore

Om na te gaan wat het effect is van de pijnbehandeling, vraagt de verpleegkundige op de afdeling regelmatig aan u hoe het met de pijn is. Dit betekent dat u op een schaal van 0 tot 10 aangeeft in welke mate u pijn heeft. 0 is geen pijn en 10 is de ergst mogelijke pijn. Door het afnemen van deze scores kunnen we zien of de voorgeschreven pijnmedicatie goed werkt en kan de pijnmedicatie als het nodig is op tijd worden bijgesteld.

Veranderingen in uw gezondheidstoestand

Tussen uw bezoek aan de anesthesioloog en de dag van de voorgenomen operatie kan uw gezondheid veranderen. U heeft bijvoorbeeld hartklachten gekregen of u bent nieuwe of andere medicijnen gaan gebruiken. Het is zeer belangrijk dat u het doorgeeft aan de pre-operatieve screening als er dergelijke wijzigingen optreden. U kunt ze bereiken op kantooruren via telefoonnummer: 040 – 239 85 01.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u uitdrukkelijk niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen

Hebt u na de narcose of verdoving nog vragen, of houdt u klachten die hier volgens u mee te maken hebben, dan kunt u altijd contact opnemen met de anesthesioloog. U kunt bellen naar de pre-operatieve screening, maandag t/m vrijdag tussen 08.15 en 16.30 uur.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Afdeling Anesthesiologie & Pijngeneeskunde
040 – 239 85 01

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Anesthesiologie & Pijngeneeskunde kunt u vinden op
www.catharinaziekenhuis.nl/anesthesiologie

© 2022 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden