Longoperatie (Folder)

Longgeneeskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Longoperatie (Folder)

U heeft met uw longarts afgesproken dat u geopereerd gaat worden aan uw long. In deze folder leest u wat deze operatie inhoudt en wat u mag verwachten. Het betreft algemene informatie. Afhankelijk van uw situatie kan er afgeweken worden van de in de folder besproken procedures.

Algemeen

Voordat u wordt opgenomen voor de longoperatie, heeft u de volgende afspraken in het ziekenhuis:

Afspraak longarts

Dit gesprek heeft vaak al plaats gevonden op de polikliniek voor dat u deze folder ontvangt.

Afspraak casemanager

Dit is een voorlichtend gesprek over de operatie. Er wordt besproken wat u te wachten staat bij de operatie en uw verblijf op de verpleegafdeling. Er worden vragen aan u gesteld over uw gezondheid, ziektegeschiedenis en medicijngebruik.

De casemanager is een vast contactpersoon binnen het gehele proces van de longoperatie. Longgeneeskunde heeft twee casemanagers voor patiënten die een longoperatie ondergaan. Al uw vragen kunt u aan hen stellen. Ook zijn zij regelmatig aanwezig bij de bezoeken die u aan uw longarts brengt.

U kunt met de casemanager in gesprek gaan over:

  • Vragen en onzekerheden;
  • Klachten die ontstaan na of tijdens de longoperatie;
  • Onderzoeken;
  • Ziektebeeld;
  • Emoties;
  • Aanvullende informatie, zoals folders, adressen en websites.
Afspraak cardiothoracaal chirurg

Dit is een voorbereidend gesprek met de cardiothoracaal chirurg (CTC-arts) die de operatie bij u gaat uitvoeren.

Afspraak anesthesist (narcotiseur)

Dit is een voorbereidend gesprek met de anesthesist over de narcose tijdens de longoperatie en de pijnbestrijding na de longoperatie. Er worden vragen aan u gesteld over uw gezondheid, ziektegeschiedenis en medicijngebruik. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts.

Waarom wordt u geopereerd?

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom uw longarts een operatie heeft voorgesteld. De meest voorkomende redenen zijn:

  • U heeft opnieuw een klaplong (pneumothorax) gehad of u heeft een klaplong die niet wil herstellen. Zwakke plekken in de long zijn meestal te zien als ‘blazen’ (bullae) op het longoppervlak. De chirurg kan deze blazen verwijderen. Ook verwijdert de chirurg het buitenste longvlies. De long hecht dan beter aan de borstkas en voorkomt een nieuwe klaplong. Soms wordt ook een stukje van de long verwijderd waar veel kapotte longblaasjes zitten.
  • Er is een afwijking op uw long of longvlies vastgesteld en de longarts wil weten om wat voor soort afwijking het gaat. De CTC-arts kan stukjes weefsel weghalen voor onderzoek in het laboratorium.
  • Er is een goedaardige of kwaadaardige tumor gevonden in de long. De CTC-arts verwijdert het gedeelte van de long (de gehele longkwab) waarin de tumor zich bevindt of soms moet de hele long worden verwijderd.
Soorten longoperaties

Als u een longoperatie krijgt, zijn er verschillende mogelijkheden:

  • De hele long wordt verwijderd (een pneumonectomie).
  • Een deel van de long wordt verwijderd (een lobectomie).
  • Een klein stukje van de long wordt verwijderd (een segmentresectie of wigresectie).
  • Het buitenste longvlies wordt verwijderd, in combinatie met een klein gedeelte van de long, met daarin een zwakke plek (een bulla), welke aanleiding geeft tot een spontane klaplong (pneumothorax).

Uw arts bespreekt met u welke operatie u gaat krijgen.

PIM-900 afbeelding.png
Anatomie van de longen
VATS of klassieke/open procedure?

De CTC-arts kan een longoperatie op verschillende manieren uitvoeren. In de meeste gevallen wordt een operatie aan de long uitgevoerd als een kijkoperatie. Deze operatie heet Video Assisted Thoracoscopic Surgery (VATS). Hierbij wordt geopereerd zonder dat de chirurg een grote snede hoeft te maken. De chirurg kijkt met een kijkbuis (thoracoscoop) in de borstholte. Dit is een rechte buis met aan het einde een kleine videocamera en een lampje. Het voordeel van een kijkoperatie is dat de ribben niet gespreid hoeven te worden. Hierdoor heeft u veel minder pijnklachten na de operatie en herstelt u sneller. Of uw operatie via de VATS-methode uitgevoerd kan worden, zal mede afhangen van de technische aspecten. Dit zal de CTC-arts met u bespreken.

Soms wordt een longoperatie begonnen als VATS, maar lukt het niet om op deze manier uw longprobleem op te lossen. Dan volgt er aansluitend de klassieke/open procedure. Hierbij maakt de chirurg een wat grotere snede om de borstholte te openen. Bij deze operatie worden de ribben gespreid. Door de ligging of de grootte van een longtumor (te groot om tussen de ribben door te verwijderen) is een VATS soms niet mogelijk en wordt meteen begonnen met een klassieke/open procedure.

Opname

Wat neemt u mee?
  • Een geldig legitimatiebewijs (geldig paspoort, rijbewijs, identiteitskaart of vreemdelingenkaart);
  • Uw patiëntenpas van het Catharina Ziekenhuis;
  • De folder (folder);
  • Uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Het is voor uw arts belangrijk te weten welke medicijnen u thuis gebruikt. Uw apotheek kan dit overzicht voor u afdrukken.
  • Voor de eerste dag maar een kleine hoeveelheid spullen, gezien deze opgeslagen worden tijdens de operatie. Daarna kan de partner of naasten meerdere spullen meebrengen naar het ziekenhuis.
Waar meldt u zich?

U meldt zich op de verpleegafdeling Cardiothoracale chirurgie. U wordt één dag voor de operatie opgenomen op de verpleegafdeling. Dan volgt er een voorbereidend gesprek met de verpleegkundig van de afdeling. U heeft dan de mogelijkheid om de folder door te nemen als er nog vragen zijn. Er volgen enkele onderzoeken, zoals een foto van de longen (x-Thorax), hartfilmpje (ECG) en bloedafname. De zaalarts komt langs om kennis te maken. De operatietijd wordt in de loop van de avond aan u doorgegeven. En vanaf 24.00 bent u nuchter (niet eten, drinken of roken).

Dag van de operatie

Op de ochtend van de operatiedag kunt u eerst douchen. Van de verpleegkundige krijgt u speciale operatiekleding*, die u aantrekt net voordat u naar beneden gaat voor de operatie. Eventuele prothesen, sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen. Ongeveer een uur voordat u naar de operatiekamer wordt gebracht, kan het zijn dat u op voorschrift van de anesthesist* een rustgevend medicijn krijgt, als voorbereiding op de narcose. Voordat u dit inneemt is het verstandig nog even naar het toilet te gaan. Hierna blijft u in bed.

Naar de operatieafdeling

De verpleegkundige brengt u naar de operatieafdeling, waar u nog even zult wachten. U wordt naar de operatiekamer gereden en stapt daar over op een operatiebed. De anesthesist brengt u vervolgens in slaap, waarna de operatie plaatsvindt.

Wat gebeurt er na de operatie?

Direct na de operatie informeert de chirurg telefonisch uw eerste contactpersonen over het verloop van de operatie en wordt een tijdstip afgesproken dat uw partner of naasten op bezoek kunnen komen.

U gaat naar de uitslaapkamer (recovery). Hier wordt u wakker na de operatie. Afhankelijk van de operatie verblijft u hier enkele uren of gaat u naar de Intensive Care (IC). Op deze afdeling kunt u extra goed in de gaten gehouden worden.

Bezoek intensive care
Op de Intensive Care mogen kinderen niet op bezoek komen. Ook mogen er maar twee bezoekers per patiënt op bezoek komen. U krijgt op de afdeling Intensive Care een folder waarin alles nog eens beschreven staat. Als er geen bijzonderheden zijn, mag u weer terug naar de verpleegafdeling Cardiothoracale chirurgie.

Pijnbestrijding

Veel mensen zien op tegen de operatie en de pijn die ze daarna zullen voelen. Daarom is het goed om te weten dat u direct na de operatie pijnstillers krijgt in de vorm van een infuus, tabletten of zetpillen. Iedere dag zal de verpleegkundige regelmatig vragen een cijfer te geven aan de pijn die u heeft. U kunt hier meer over lezen in de folder ‘Hoe geeft u een pijnscore’ (zie de bijlagen van deze folder).

Let op! Het is erg belangrijk dat u het zelf meteen aangeeft bij de verpleegkundige als u na de operatie veel pijn heeft of meer pijn krijgt. Er wordt dan naar een geschikte oplossing gezocht. Goede pijnstilling is niet alleen belangrijk omdat u zich dan prettiger voelt, maar ook van groot belang voor uw herstel.

Naar de verpleegafdeling Cardiothoracale chirurgie

Zodra uw algemene toestand dit toelaat, wordt u overgeplaatst van de Intensive Care naar de verpleegafdeling Cardiothoracale chirurgie. Hier kunt u verder herstellen. Het verloop van uw herstel wordt nauwkeurig gevolgd door de zaalarts, die dagelijks langskomt en de medische controles uitvoert.

Verzorging
De verpleegkundigen van de verpleegafdeling helpen u in het begin met wat u zelf nog niet kunt of mag doen. Zo mag u tot en met de derde dag na de operatie uzelf alleen van boven wassen. Wanneer er nog drains verwijderd moeten worden, dient dit eerst plaats te vinden, voordat u mag douchen.

Blaaskatheter
U heeft tijdens de operatie een blaaskatheter gekregen. Dit is nodig omdat u door de epiduraal katheter minder controle over het plassen heeft. Bovendien kunnen we zo goed de hoeveelheid urine in de gaten houden. Dit geeft informatie over het functioneren van uw organen. Zodra de epiduraal katheter is verwijderd, kan ook de blaaskatheter verwijderd worden.

Drain
Tijdens de longoperatie wordt er meestal een slangetje (drain) in de borstholte achtergelaten (dit gebeurt niet als uw hele long is verwijderd). Met behulp van een drainpompje wordt steeds lucht en/of vocht uit de long gezogen. Er wordt soms een röntgenfoto gemaakt om zeker te weten of de long goed op zijn plaats ligt. De arts beoordeelt aan de hand van de productie van de drainpomp of de drain verwijderd mag worden. Meestal is dit het geval na drie tot vijf dagen.

Zuurstof
Soms krijgt u de eerste tijd extra zuurstof toegediend via een slangetje in de neus.

Infuus
U heeft tijdens de operatie een infuus gekregen, om uw vochtgehalte op peil te houden. Enkele dagen na de operatie wordt het infuus verwijderd.

Eten en drinken
De dag na de operatie mag u weer normaal eten en drinken.

Weer uit bed
In principe mag u de eerste dag na de operatie al uit bed. Eerst ongeveer 10 minuten alleen op de stoel, dit wordt steeds meer uitgebreid. Wanneer de drain(s) niet meer actief zuigen, mag u in overleg met de verpleegkundige en de zaalarts mobiliseren op de kamer en/of verpleegafdeling. Uiteindelijk gaat u ook traplopen. Dit alles gebeurt onder begeleiding van de fysiotherapeut.

Onderzoeken
Regelmatig zal er gedurende uw opname een longfoto worden gemaakt. Voordat u naar huis gaat, wordt er ter controle nog een longfoto gemaakt. Bloed zal regelmatig geprikt en gecontroleerd worden.

Medicijnen
Direct na de operatie krijgt u meestal bloedverdunnende medicijnen voorgeschreven, in de vorm van tabletten of via een klein spuitje. Dit medicijn krijgt u om de vorming van stolsels in het bloed te voorkomen. U krijgt dit middel dagelijks, meestal tot het ontslag, soms langer. De zaalarts bekijkt, in overleg met u, welke pijnstillers of andere medicijnen u nodig hebt. Dit kunnen andere medicijnen zijn dan die u thuis gewend was te gebruiken.

Fysiotherapeut
De fysiotherapeut komt elke dag na de operatie bij u langs om de ademhaling te controleren en te ondersteunen bij het ophoesten van slijm. De fysiotherapeut gebruikt hierbij hulpmiddelen om de  ademhaling te stimuleren. Uiteraard geeft de fysiotherapeut ook ondersteuning bij het uit bed komen en bij verder opbouwen van het bewegen binnen en buiten het bed.

Hechtingen
Uw operatiewond bevat meestal oplosbare hechtingen. De oplosbare hechtingen lossen vanzelf op. De hechtingen van de drain of krammetjes (agrave) zullen vijf dagen na het verwijderen van de drain worden verwijderd. De verpleegkundige of uw huisarts kan dit ook verwijderen. Als dit via de huisarts verloopt, krijgt u bij ontslag een agravetangetje mee. Dit tangetje moet u meenemen naar het bezoek aan uw huisarts.

Emoties
De dagen na de operatie zullen niet makkelijk voor u zijn. Het is altijd mogelijk dat er een slechte dag tussen zit. Probeer uw gevoel niet op te kroppen, maar te uiten naar uw naasten of de verpleegkundige; op deze manier belemmert het uw herstel niet.

De casemanager

De casemanager zal u verder volgen in het hele traject en dienen als centraal aanspreekpunt na de longoperatie. Om te kijken hoe het herstel verloopt, kan het ook zijn dat de casemanager een bezoek aan u brengt tijdens de opname op de verpleegafdeling.

Uitslag weefselonderzoek

Als er bij u sprake was van -of verdenking op- een kwaadaardige longtumor, dan moet het weefsel onderzocht worden. Wij realiseren ons dat het voor u erg belangrijk is om de uitslag van dit onderzoek zo snel mogelijk te weten. Het laboratorium heeft tenminste vijf tot acht werkdagen nodig om dit onderzoek te kunnen uitvoeren.

De longarts of de cardiothoracaal chirurg bespreekt de uitslag van het onderzoek met u. Als u nog in het ziekenhuis opgenomen bent, komt de longarts hiervoor naar de afdeling. Bent u al thuis? Dan maken we hiervoor een afspraak op de polikliniek. Deze afspraak is vaak gekoppeld met de casemanager.

Bij voorkeur is uw eventuele partner of een ander familielid bij dit gesprek aanwezig. De uitslag wordt ook besproken in het multidisciplinaire behandelteam van longarts, chirurg en radiotherapeut. Of er in uw geval eventueel een vervolgbehandeling geadviseerd wordt, bespreekt de longarts met u.

Weer naar huis

U gaat met ontslag als uw conditie dit toelaat en het medisch verantwoord is. Na een operatie waarbij de long geheel of gedeeltelijk is verwijderd, is het mogelijk dat u al binnen 5 dagen weer naar huis mag. Dit kan ook langer zijn. Dit is afhankelijk van welke operatie er gehanteerd wordt en eventuele complicaties die er zijn opgetreden tijdens de opnamen.

Er wordt 1 dag voor ontslag een ontslaggesprek gedaan met u en uw naasten. Dit gesprek wordt gedaan met de folder ‘Verder na een longoperatie, leefregels na een longoperatie’ (terug te vinden in de bijlage).

Controleafspraken

Afspraak casemanager

Drie dagen na ontslag uit het ziekenhuis wordt u gebeld door de casemanager. U kunt dan eventuele vragen stellen en u bespreekt hoe de eerste paar dagen na de operatie zijn verlopen.

Er vindt ook een combinatie-afspraak plaats met de casemanager en de longarts. Dit is vaak aansluitend met de longarts of u gaat eerst naar de longarts en daarna door naar de casemanager voor het afsluitend gesprek.

Afspraak longarts

Het uitslaggesprek kan soms ook plaatsvinden tijden de opname zelf, dit is afhankelijk wanneer het weefselonderzoek bekend is van de operatie. Dit gesprek kan ook later plaatsvinden op de polikliniek.

Ook als u afkomstig bent uit een ander ziekenhuis, wordt u eerst gezien door een longarts van het Catharina Ziekenhuis. Daarna worden al uw gegevens samen met het advies van het multidisciplinaire behandelteam terug naar uw eigen behandelende longarts gestuurd.

Belafspraak met de cardiothoracaal chirurg

Dit is een afsluitend gesprek over de operatie. Vragen worden beantwoord en u kunt uw onzekerheden bespreken.

Aanvullende informatie

Het ondergaan van de longoperatie kan veranderingen geven op lichamelijk, geestelijk en sociaal gebied. De komende periode hebt u vooral te maken met uw longarts en de casemanager Longgeneeskunde die u begeleidt. Het is belangrijk dat u alle vragen en wat u nog bezighoudt met hen bespreekt.

Daarnaast zijn er andere zorgverleners, binnen het ziekenhuis, die u waar nodig kunnen helpen. U leest hier meer over in de folder ‘Informatie over de lastmeter’ (terug te vinden bij de bijlage).

Lastmeter

Deze eerste meting wordt ingevuld bij het voorlichtende gesprek met de casemanager. Op de Lastmeter geeft u aan hoe het met u gaat en welke problemen u mogelijk ervaart op lichamelijk, emotioneel, sociaal, praktisch en spiritueel gebied.

De casemanager bespreekt voor de operatie uw antwoorden met u en verwijst u zo nodig (met uw toestemming) naar een andere, gespecialiseerde zorgverlener. Bijvoorbeeld advies en ondersteuning krijgen van een maatschappelijk werker, psycholoog, geestelijk verzorger, diëtist of fysiotherapeut. Ook deelname aan een revalidatieprogramma of contact met een lotgenoot kan helpen) Deze meting wordt na de longoperatie nog eens twee keer herhaald om u zo verder op te volgen hoe het gaat op lichamelijk, emotioneel, sociaal, praktisch en spiritueel gebied. U kunt hier meer over lezen in de folder ‘Informatie over de lastmeter’ (terug te vinden bij de bijlage).

Woordverklaringen

In de folder staat achter een aantal woorden een sterretje: *. Hieronder worden deze termen kort uitgelegd.

Speciale operatiekleding
Deze bestaat uit een lang hemd met drukknopen op de schouders, waaronder u verder niets draagt. U krijgt tevens een muts op (dit gebeurt pas op de voorbereidingskamer).

Anesthesist
Arts-specialist op het gebied van de narcose, het ‘in slaap maken’ en verdoving geven voor een operatie of behandeling.

Vragen

Stel ze gerust aan de casemanager, longarts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u tijdens kantooruren bellen met de polikliniek Longgeneeskunde .

De casemanagers zijn te bereiken via de polikliniek Longgeneeskunde via casmanagerslonggeneeskunde@catharinaziekenhuis.nl

Als u een mail stuurt, vermeldt dan altijd: uw naam en voornaam, uw geboortedatum, het telefoonnummer waarop u bereikbaar bent, zij zal dan zo spoedig mogelijk contact met u opnemen.

Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Longgeneeskunde
040 – 239 56 00

Verpleegafdeling Cardiothoracale chirurgie
040 – 239 76 00

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden