Pijnbestrijding bij pijn op de borst (Folder)

Anesthesiologie Anesthesiologie & Pijngeneeskunde Pijngeneeskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Pijnbestrijding bij pijn op de borst (Folder)

U komt in aanmerking voor implantatie van een neurostimulator voor de behandeling van uw angina pectoris. Als eerste krijgt u een afspraak voor een test op een loopband. Daarbij wordt gekeken of de pijn op de borst klachten opgewekt kunnen worden en deze met TENS bestreden kunnen worden. Na afloop van deze test wordt u gebeld door de verpleegkundig pijnconsulente die u informeert over de vervolgstappen. In deze folder krijgt u uitleg over het traject van de implantatie.

Neurostimulatie in het kort

Neurostimulatie is een vorm van pijnbestrijding, waarbij een elektrode tegen het ruggenmerg wordt geplaatst. De neurostimulator, een klein pacemaker-achtig apparaat dat in het lichaam wordt geïmplanteerd, stuurt via een kabeltje elektrische pulsen naar deze elektrode. Bij toepassing voor pijn op de borstklachten zorgt de neurostimulator ervoor dat de kleine bloedvaatjes rondom het hart worden verwijd waardoor het hart beter wordt doorbloed.

De neurostimulator, de batterij van het systeem, wordt meestal links boven in de bil geplaatst. Afhankelijk van uw postuur zal deze batterij zichtbaar zijn als een kleine bolling onder de huid, maar in de regel is deze niet zichtbaar onder de kleding.

Het kabeltje dat van de batterij naar de elektrode loopt, wordt onzichtbaar onder de huid geplaatst.

Voorbereidingen thuis

  • Tijdens uw eerste afspraak met de pijnconsulente krijgt u een pijndagboekje mee. De pijnconsulente legt u dan uit hoe u dit boekje in moet vullen.
  • Aangezien een gedeelte van de operatie onder sedatie (een lichte vorm van narcose) plaatsvindt, mag u tot 6 uur voor de ingreep een licht ontbijt (beschuit met jam of suiker en een kop thee of water). Tot 2 uur voor de ingreep mag u nog drinken (water, thee, koffie maar geen melk).
  • Neem uw ochtendmedicatie voor uw vertrek naar het ziekenhuis in.
  • Bloedverdunnende medicijnen dient u vóór de operatie te stoppen. Afhankelijk van het soort medicijn varieert dit van enkele dagen tot een week voor de operatie. Uw anesthesioloog zal hierover vooraf met u afspraken maken.
  • Het beste kunt u ’s morgens voordat u naar het ziekenhuis gaat baden of douchen. Gebruik geen make-up en verwijder eventuele nagellak.
  • Tijdens de operatie mag u geen sieraden dragen, ook geen trouwring.
  • Waardevolle zaken, zoals uw paspoort of sieraden, kunt u beter thuislaten.

De operatie

Op de dag van de operatie meldt u zich om 07.15 uur bij de balie in de centrale hal. In de voorbereidingsruimte van het operatiekamercomplex wordt u voorbereid op de operatie en wordt een infuus bij u aangelegd waardoor u eenmalig antibiotica krijgt toegediend. Op uw linker bil wordt een markering getekend in verband met het plaatsen van de batterij. Eventuele vragen kunt u dan nog stellen aan de pijnconsulente. Vervolgens wordt u naar de operatiekamer gebracht. Daar wordt u aangesloten op de bewakingsapparatuur.

Tijdens de operatie ligt u op uw buik. Het inbrengen van de elektrode gebeurt onder plaatselijke verdoving. Het is de bedoeling dat u hierbij volledig bij bewustzijn bent, zodat u duidelijk kunt aangeven waar u de tintelingen voelt. Zo kan de plaats van de elektrode nauwkeurig bepaald worden. Het implanteren van de batterij vindt vervolgens plaats onder sedatie (lichte vorm van narcose).

De totale operatie duurt ongeveer twee uur.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de Recovery (uitslaapkamer) gebracht. De medicatie die nodig is om de wondpijn te bestrijden, wordt ingesteld. Als alle controles goed zijn, wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling Kortverblijf & dagverpleging.

Op de dag van de operatie dient u strikte bedrust te houden. Tot ongeveer 16.00 uur moet u in bed blijven in een strandstoel houding. U mag absoluut niet rekken, strekken, buigen of tillen omdat anders de kans bestaat dat de elektrode gaat verschuiven, waardoor u de tintelingen niet meer in het juiste gebied voelt.

’s Middags op de afdeling zal de pijnconsulente het neurostimulatiesysteem programmeren. Ook krijgt u uitleg over de bediening van het systeem en overige aanvullende informatie. Het is zeer wenselijk als uw partner en/of familielid hierbij aanwezig is.

Ontslag uit het ziekenhuis

Hoelang u in het ziekenhuis moet blijven, wordt bepaald door de anesthesioloog. Meestal kunt u de dag na de operatie weer naar huis. Van de pijnconsulente krijgt u de data voor de controleafspraken mee naar huis. Ook krijgt u een brief mee die u moet afgeven bij uw huisarts, zodat deze ook op de hoogte is van uw behandeling. Ook wordt er, ter controle van de elektrode, nog een röntgenfoto gemaakt.

Waar moet u op letten
  1. De eerste zes tot acht weken na de operatie mag u niet bukken of tillen en moet u draaiende bewegingen met de rug of nek vermijden. Dat betekent ook dat u gedurende zes tot acht weken niet zelf mag autorijden en fietsen. Gedurende deze tijd zal zich littekenweefsel rond de elektrode vormen. Hierdoor neemt het risico dat de elektrode zich verplaatst na de eerste zes weken flink af. Meestal kunt u na zes weken een normaal actief leven leiden.
  2. De wondjes in uw bil en in de rug worden gesloten met oplosbare hechtingen en hebben een week tot tien dagen nodig om te genezen. De arts vertelt u wanneer de pleisters eraf mogen. Tot die tijd mag de wond niet nat worden. U mag deze tijd dus niet douchen of in bad. U kunt zich aan de wastafel voorzichtig wassen.
  3. De eerste twee weken kunnen de tintelingen anders aanvoelen dan daarna, omdat er wondvocht rond de elektrode in de rug zit. Dit is normaal. Bij de eerste controle wordt dit besproken en wordt de neurostimulator zonodig bijgesteld.
Controles

Na ongeveer tien dagen heeft u een afspraak op de polikliniek bij de anesthesioloog en de pijnconsulente. Dan wordt bekeken hoe de genezing van de operatie is verlopen en hoe het effect van de neurostimulator op uw pijn is. Tegelijkertijd vindt ook de controle plaats van de instellingen van het neurostimulatiesysteem.

De eerste maanden komt u regelmatig op controle bij de pijnconsulente. Als het systeem goed is ingesteld, komt u minimaal één keer per jaar op controle. Het kan nodig zijn om controles vaker te plannen, als er zich problemen voordoen. U blijft ook onder controle van uw cardioloog.

Medicijnen

De neurostimulator werkt alleen voor het gebied dat gestimuleerd wordt. De operatie kan wondpijn veroorzaken die helaas niet met neurostimulatie te bestrijden valt. Van deze wondpijn kunt u enkele weken last hebben. Deze pijn wordt behandeld met gewone pijnstillers.

Programmeren

De pijnconsulente stelt de waarden van de neurostimulator in op de dag van de ingreep.

Neurostimulator

De neurostimulator bevat een batterij die langzaam leegloopt. De levensduur van de batterij varieert tussen de drie en zes jaar. Dit wordt bepaald door het stroomverbruik ervan en is afhankelijk van de instellingen. Wanneer de batterij leeg is, is een ingreep nodig om deze  te vervangen.

Bij elk bezoek aan de pijnconsulente op de polikliniek Pijngeneeskunde wordt de toestand van de batterij gecontroleerd evenals de instellingen. Wanneer u twijfelt of de stimulator nog voldoende lading heeft, kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek Pijngeneeskunde.

ANE005 Pijnbestrijding 1.jpg
Foto van neurostimulator + afstandsbediening

 

Afstandsbediening

Om zelf de neurostimulator te kunnen bedienen krijgt u een afstandsbediening. In het Engels wordt dit een ‘patient programmer’ genoemd. De afstandsbediening bevat de volgende basisfuncties:

  • Aan- en uitzetten van de neurostimulator
  • Verhogen en verlagen van de sterkte van de elektrische impulsen.

Uw pijnconsulente zal u uitgebreid informeren over de bediening van het apparaat.

Complicaties en risico’s

  • Zoals bij iedere operatie is de kans op infecties klein, maar aanwezig. Indien u oplopende koorts krijgt (boven de 38 graden Celsius) of de wondjes gaan ontsteken dan dient u direct contact op te nemen. Een zeer zeldzame complicatie van infectie is een meningitis (hersenvliesontsteking). De verschijnselen van meningitis zijn: hoofdpijn, pijn bij het buigen van de nek en hoge koorts. Wanneer deze verschijnselen zich voordoen, neem dan tijdens kantooruren direct contact op met de Polikliniek Pijngeneeskunde en buiten kantooruren met de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH). De telefoonnummers vindt u onder ‘Contactgegevens’.
  • Een MRI-scan is een onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van magnetische resonantie. Met behulp van radiogolven en een grote magneet worden foto’s gemaakt van doorsneden van het lichaam. Wanneer een arts zo’n onderzoek nodig vindt, is het zeer belangrijk dat u meldt dat u drager bent van een neurostimulator. De magnetische straling kan de batterij van het neurostimulatie systeem namelijk onherstelbaar beschadigen. Als er een belangrijke reden is om het onderzoek toch uit te voeren en het lichaamsdeel dat onderzocht wordt zich op voldoende afstand van de batterij bevindt, kan de arts in overleg met u besluiten het onderzoek toch uit te voeren. Neem in dat geval altijd contact op met de polikliniek Pijngeneeskunde. De batterij kan dan zodanig afgesteld worden dat de kans op beschadiging zo klein mogelijk is. Er zijn geen bezwaren tegen een normale röntgenfoto en/of een CT-scan.

Wat te doen bij ziekte of verhindering

Als u door ziekte, koorts boven de 38 graden Celsius of om andere redenen verhinderd bent uw afspraak na te komen, neem dan zo snel mogelijk contact op met de pijnconsulente via de polikliniek Pijngeneeskunde. Zij zal de situatie beoordelen en een nieuwe afspraak met u maken.

Vragen

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek Pijngeneeskunde. Voor en na de operatie zal er ook voldoende gelegenheid zijn om uw vragen te beantwoorden. Natuurlijk kunt u ook altijd vragen stellen aan uw behandelend arts/pijnconsulente.

Voor meer informatie kunt u ook terecht op deze websites:

Neem bij een ziekenhuisbezoek altijd mee:

  • uw patiëntenpas;
  • afsprakenkaart;
  • medicijnenlijst;
  • pijndagboek ;
  • identificatiekaart van uw neurostimulator.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Pijngeneeskunde
040 – 239 85 00

Spoedeisende Hulp (SEH)
040 – 239 96 00

Routenummer(s) en overige informatie over de polikliniek Pijngeneeskunde kunt u terugvinden op
www.catharinaziekenhuis.nl/pijngeneeskunde

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden