Behandeling van een overactieve blaas met botoxinjecties (op de operatiekamer) (Folder)

Bekkenbodemcentrum Urologie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Behandeling van een overactieve blaas met botoxinjecties (op de operatiekamer) (Folder)

Tijdens uw bezoek aan de polikliniek Urologie heeft uw uroloog met u besproken dat er een overactiviteit van uw blaas is vastgesteld. U heeft de mogelijkheid besproken om dit te behandelen door middel van het toedienen van botoxinjecties. Uw behandeling vindt plaats op de operatiekamer.

In deze folder vindt u informatie over deze ingreep. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Informatie over een overactieve blaas

De klachten van een overactieve blaas kunnen heel verschillend zijn. Het varieert van meer dan acht keer op een dag (en vaak ook ’s nachts) moeten plassen, een plotselinge aandrang (urge) om te plassen tot geheel onvrijwillig urineverlies (incontinentie). Een overactieve blaas hoeft dus niet altijd te leiden tot urineverlies. Veel mensen met een overactieve blaas moeten regelmatig naar het toilet maar hebben geen of weinig urineverlies.

Verschillende behandelingsmogelijkheden

Er zijn meerdere mogelijkheden om een overactieve blaas te behandelen:

  • Bekkenbodemtherapie;
  • Gebruik van medicatie;
  • Leefstijladviezen, zoals ander gebruik van koffie, thee en sterk gekruide spijzen.
  • Neuromodulatie (PTNS of sacrale neuromodulatie)

Hebben deze behandelingen onvoldoende resultaat, dan kan soms gekozen worden voor de toediening van botoxinjecties.

Verdoving

De uroloog heeft besloten de operatie op de operatiekamers uit te voeren onder volledige narcose.

Pre-operatieve screening en anesthesie

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee.

Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen op afspraak terecht. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie’.

Voorbereiding

  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Meld dit dan vooraf bij uw uroloog en op de polikliniek Pre-operatieve screening. In overleg met uw behandelend arts moet u het gebruik van deze medicijnen geruime tijd voor de behandeling stoppen.
  • Meld het uw arts ook als u andere medicijnen gebruikt.
  • Bent u in verwachting? Geef dit dan van tevoren door.
  • Heeft u op de dag voor uw opname koorts of heeft u de verschijnselen van een blaasontsteking (pijn bij het plassen, troebele, ruikende urine)? Neem dan contact op met de polikliniek Urologie.
  • Gewoonlijk wordt u op dezelfde dag van de behandeling opgenomen in het ziekenhuis. U krijgt hierover van tevoren telefonisch bericht.
Nuchter

Tijdens het gesprek op de polikliniek Pre-operatieve screening wordt met u afgesproken waar u op moet letten met eten en drinken in de dagen rondom de operatie.

De opname

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de plaats die van tevoren aan u telefonisch is doorgegeven. Een verpleegkundige bereidt u voor op de ingreep en meet uw temperatuur, polsslag en bloeddruk. De verpleegkundige neemt nog kort met u uw gegevens en uw medicijngebruik door. Vervolgens krijgt u een injectie om trombose te voorkomen en in sommige gevallen de medicijnen die de anesthesist voorgeschreven heeft. Als u aan de beurt bent, rijdt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingskamer. Daar haalt de operatieassistent u op en wordt u onder narcose gebracht.

De behandeling met botoxinjecties

Tijdens de behandeling ligt u op uw rug met uw benen in beensteunen. Allereerst brengen we een hol buisje via uw plasbuis in tot in de blaas. Op dit buisje zit een speciale camera. Via dit holle buisje bekijkt de uroloog de blaas en brengt de injectienaald tot in de blaas in. Op ongeveer 10 tot 15 plaatsen in de blaasspier spuit de uroloog een kleine hoeveelheid botox in.

De ingreep duurt gemiddeld 10 minuten.

De positieve effecten van de behandeling zijn na ongeveer vier tot tien dagen merkbaar. Het werkt gemiddeld zes tot negen maanden. Als het effect van de injecties na verloop van tijd weg is, kan de behandeling herhaald worden.

Mogelijke risico’s en complicaties

De effecten van de botoxbehandeling verschillen per persoon.

Het effect van de botox op de blaasspier kan zo hoog zijn dat het moeilijk is om de blaas leeg te plassen. Als hierdoor urine achterblijft, spreken we van urineretentie. Om de blaas te legen, moet u deze dan (tijdelijk) via zelfkatheterisatie leegmaken. Dit is zeldzaam en gaat vanzelf over, naarmate de botox uitgewerkt raakt. Mocht u zichzelf moeten katheteriseren, dan krijgt u een afspraak bij de continentieverpleegkundige voor het aanleren van zelfkatheterisatie. Twijfelt u of u dit zelf katheteriseren wel durft, dan kunnen wij u dit vóór de behandeling leren.

Na de behandeling in het ziekenhuis

Na de operatie rijdt de operatieassistent u naar de uitslaapkamer. Daar wordt regelmatig gecontroleerd of u al wakker bent uit de narcose en hoe het met u gaat. Ook wordt regelmatig uw bloeddruk gemeten. Als u goed wakker bent en er geen bijzonderheden zijn, brengt de verpleegkundige van de verpleegafdeling u naar uw kamer. Als u op de afdeling komt, heeft u een infuus in uw arm. Als u weer goed kunt eten en drinken wordt het infuus verwijderd.

De uroloog laat na de operatie soms een blaaskatheter achter, die ongeveer twee uur na de operatie verwijderd wordt. Als u heeft geplast, controleert de verpleegkundige met een echoapparaat of er geen urine in de blaas achterblijft. Als het plassen goed gaat, mag u naar huis.

Controle

Als u naar huis gaat, krijgt u een afspraak mee voor een controlebezoek bij de uroloog. Deze vindt vier tot zes weken na de operatie plaats.

Leefregels voor thuis

Na de behandeling van de botoxinjecties zijn er geen beperkingen in uw dagelijks leven.

Soms zit er bij de urine nog wat bloed. Om te voorkomen dat het bloed in de blaas gaat stollen, is het belangrijk dat u ongeveer anderhalf tot twee liter per dag drinkt.

Wanneer neemt u direct contact op?

  • Als er een blaasontsteking ontstaat. Deze is vaak onschuldig, maar moet wel behandeld worden.
  • Als er bloed of bloedstolsels bij uw urine zit en het bloedverlies na twee weken niet vermindert.
  • Als u hevig brandende pijn hebt bij het plassen.
  • Als u niet meer kunt plassen.
  • Bij aanhoudende of plotseling optredende koorts (boven de 38,5?C).
  • Als er andere bijwerkingen optreden, die hier niet genoemd zijn, meldt u dit dan aan uw uroloog.

Neem in deze gevallen:

  • tijdens kantooruren contact op met de polikliniek Urologie;
  • buiten kantooruren contact op met de Spoedeisende Hulp (SEH).

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Urologie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Urologie
040 – 239 70 40

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Urologie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/urologie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden