Correctie van de onderoogleden (Folder)

Plastische chirurgie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Correctie van de onderoogleden (Folder)

Deze folder bevat algemene, aanvullende informatie over correctie van de on­deroogleden. De folder heeft niet de intentie volledig te zijn of een gesprek met uw plastisch chirurg te vervangen. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Waarom een onderooglidcorrectie?

Er zijn meerdere redenen waarom een onderooglidcorrectie zinvol kan zijn. Veel mensen hebben bijvoorbeeld last van wallen onder hun ogen. Hierdoor zie je er altijd moe en minder fris uit, ook al voel je je juist heel gezond en vitaal. Meestal wordt dit veroorzaakt door het slapper worden van de huid en de spieren rondom het oog, en door vetophoping onder het oog. Ook kan er sprake zijn van huidoverschot van het ooglid zelf. Dit kan de plastisch chirurg corrigeren met een onderooglidcorrectie. Correctie van de onderoogleden is een nauwkeurige ingreep die wat uitgebreider is dan correctie van de bovenoogleden.

Vaak wordt een correctie van de onderoogleden gecombineerd met een bovenooglidcorrectie. Informatie hierover vindt u in de folder ‘Correctie van de bovenoogleden’.

Hoe gaat een onderooglidcorrectie?

Een onderooglidcorrectie kan onder plaatselijke verdoving of onder een roesje (‘sedatie’) worden uitgevoerd (bijna nooit onder narcose). Bespreekt u uw wensen hiervoor goed met uw plastisch chirurg.

Voor de operatie tekent de plastisch chirurg op de huid de sneetjes en de correctie aan. Speciale , langwerkende verdoving wordt dan aangebracht, waardoor u maar weinig napijn zult hebben. Ook zit er een middel in, dat minder bloeding tijdens de operatie geeft. De huid wordt vervolgens via een sneetje vlak onder de wimpers, dat opzij in een kraaienpootje uitloopt, onder de spierlaag losgemaakt, waarna eventuele vetophopingen zichtbaar worden. Deze worden vervolgens losgemaakt en beter verdeeld, waardoor eventuele wallen en kringen worden gecorrigeerd. Dan wordt een eventueel huidoverschot weggenomen door de huid strakker te zetten. Als laatste wordt de spierlaag weer vastgezet aan de zijkant van het oog. Als het ooglid heel slap is, wordt het onderooglid opzij nog extra vastgezet.

Soms kan een goed resultaat worden bereikt door alleen het te veel aan vet te verwijderen. Dit kan worden uitgevoerd zonder uitwendig zichtbaar litteken maar is slechts in zeer beperkte situaties mogelijk.

Wat mag ik van een onderooglidcorrectie verwachten?

U mag verwachten dat u er beter en minder moe uit ziet. De meeste mensen zijn dan ook heel tevreden met het resultaat. Zo strak als toen u jong was wordt het natuurlijk niet. Omdat je geen nieuwe huid krijgt, gaan rimpeltjes (bijvoorbeeld lachrimpels of in het ooglid) in het algemeen NIET weg. Ook vochtophopingen onder de oogleden, zoals we veel bij rokers zien, kunnen door een operatie niet worden weggehaald. Daarom zal de plastisch chirurg dit voor de operatie goed bij u onderzoeken en met u bespreken.

Vóór de operatie

Pre-operatieve screening en anesthesie

In het geval dat u een operatie onder een roesje (“sedatie”) ondergaat, bekijkt de anesthesioloog eerst of de operatie extra gezondheidsrisico’s oplevert. Dit noemen we pre-operatieve screening. Nadat u met de plastisch chirurg heeft afgesproken dat u geopereerd wordt, krijgt u een verwijzing naar de polikliniek Pre-operatieve screening. U kunt hier alleen op afspraak terecht. U wordt tevens doorgestuurd naar de medisch fotograaf voor een kleurenfoto voor in uw medisch dossier. Ten tijde van uw operatie wordt u opgenomen via de dagbehandeling.

Bij de pre-operatieve screening vult u een vragenlijst in over uw medische geschiedenis. Daarna heeft u een gesprek met een verpleegkundige of anesthesioloog. Dit gaat over uw gezondheid, medicijnen die u gebruikt, allergieën, doorgemaakte ziekten en eerdere operaties. Ook krijgt u uitleg over de vorm van verdoving (anesthesie).  Afhankelijk van uw leeftijd en ziektegeschiedenis, is het mogelijk dat de anesthesioloog u doorverwijst naar een internist, cardioloog of longarts voor aanvullend onderzoek.

Gebruikt u medicijnen? Neem dan een overzicht mee van de medicijnen die u gebruikt. De anesthesioloog spreekt met u af hoe u met uw medicijnen om moet gaan op de dagen rondom de operatie. U krijgt de brochure ‘Anesthesie’ van de arts of verpleegkundige op de polikliniek Pre-operatieve screening. In die brochure leest u meer over de vorm van verdoving die u krijgt en de gang van zaken op de dag van de operatie. Ook leest u belangrijke informatie over hoe u die dag om moet gaan met eten, drinken en roken.

De polikliniek Pre-operatieve screening is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Als u met een plaatselijke verdoving geopereerd wordt vindt de operatie plaats op de behandelkamer op de polikliniek en hoeft u niet langs de pre-operatieve screening.

Aandachtspunten vóór de operatie
  • Als u bloedverdunners gebruikt, dan maakt u daarover afspraken. U krijgt van uw arts instructies over het stoppen of doorgaan met uw bloedverdunners.
  • Roken vergroot de kans op problemen bij de wondgenezing . Daarom is het beter minstens 6 weken voor operatie het roken te stoppen.
  • Als u heeft gekozen voor narcose of een roesje, dan mag u 6 uur vóór de operatie niets meer eten of drinken. Meer hierover leest u in de folder ‘Anesthesie’.
  • Voor de operatie mag u alleen paracetamol innemen. Andere pijnstillers, zoals Aspirine of Naprosyne, maar ook die u zonder recept kunt verkrijgen, kunnen het risico op bloedingen verhogen.
  • U mag de dag van de operatie de oogleden niet insmeren of opmaken.

Na de operatie

Na de operatie wordt er geen verband aangebracht. De eerste week kunnen uw ogen dik, blauw en gezwollen zijn. Ook kan het oogwit er wat gezwollen en glazig uitzien. Licht nalekken van de wonden en verschil in zwelling en aanzien van de oogleden in het begin is normaal. Het kan zijn dat u de eerste week na de operatie wat wazig ziet. Na ongeveer zes weken is de meeste zwelling verdwenen. Na drie maanden is meestal de meeste zwelling verdwenen. De volledige littekengenezing duurt anderhalf jaar.

Leefregels na de operatie
  • Koelen van de geopereerde ogen
    Direct na de operatie dient u thuis de ogen goed te blijven koelen, minimaal 10 minuten per uur. U kunt dit doen met gaasjes of washandjes. Deze moet u van tevoren heel licht vochtig maken en koud laten wor­den in de koelkast. Ook kunt u een zogenaamde ‘coolpack’ of ‘ijsbril’ gebruiken. De pijn en de zwelling worden dan minder. De coolpack, ijsbril en gaasjes zijn te koop bij de drogist of apotheek. Verpak de coolpack of ijsbril eerst in een schone doek voordat u deze op de ogen legt. Niets uit de vriezer mag direct op het ooglid worden gelegd! Een pijnstiller is meestal niet nodig.
  • 3 x per dag kunt u het beste oogzalf aanbrengen in/op het oog.
    Een recept hiervoor krijgt u mee. Dit moet u gebruiken tot de controle van 1 week als de hechtingen worden verwijderd. Dan wordt bepaald of u andere zalf nodig hebt of kunt stoppen.
  • Douchen
    U mag douchen, maar wrijf niet in de ogen!
  • Wondverzorging
    Laat eventueel aangebrachte hecht-pleis­tertjes zitten. Mochten deze er toch afgaan, dan is dat geen pro­bleem. De hechtingen worden na ongeveer 1 week door de verpleegkundige op de polikliniek verwijderd. Daarna dient u het lit­teken 2 maal per dag in te smeren met een hydraterende (litteken)crème.
  • Vermijd de eerste 2 weken druk op het hoofd (niet voorover bukken zwaar tillen of sporten).
  • Het dragen van een zonne­bril door veel patiënten als prettig ervaren.
  • We adviseren u om de littekens het eerste half jaar goed te beschermen tegen de zon. Gebruik hiervoor een zonnebrandcreme met ten minste factor (SPF) 30 of draag een zonnebril.
  • Bij pijn mag u om de zes uur 2 tabletten paracetamol van 500mg innemen.

Mogelijke complicaties en risico’s

Ooglidcorrecties hebben maar een zeer kleine kans op complicaties.

Algemene complicaties en risico’s

Een onderooglidcorrectie heeft dezelfde algemene risico’s als een andere operatie, zoals:

  • risico’s van de eventuele sedatie
  • een nabloeding
  • het optreden van infecties
  • stoornissen in de wondgenezing
  • tijdelijke of blijvende gevoels­stoornissen van het geopereerde gebied (de onderoogleden)
  • lelijke littekengenezing
Specifieke complicaties en risico’s bij een correctie van de onder­oogleden:
  • Soms komt na deze ingreep een meer dan normale lekkage van bloed voor. Dit is meestal niet ernstig. Het kan dan wel wat langer duren voordat het normale uiterlijk is hersteld.
  • Soms komt de binnenzijde van het ooglid na de operatie niet meer tegen de oogbol aan. Dit veroor­zaakt tranenvloed en irritatie van het ooglid. Deze complicatie wordt ‘ectropion’ genoemd. Meestal is dit van voorbijgaande aard. Een enkele keer is echter een nieuwe operatie noodzakelijk om het ooglid strakker te zetten..

Wanneer neemt u direct contact op?

In de volgende situaties is het belang­rijk dat u direct contact opneemt:

  • Bij verminderd zicht van één of beide ogen.
  • Als u na de operatie koorts krijgt boven de 38,5 °C en de oogleden rood, warm en/of pijnlijk aanvoe­len.
  • Bij zwelling en pijn die niet rea­geert op pijnstillers.
  • Bij een hevig bloedende operatie­wond.
  • Bij toenemende roodheid en zwel­ling van het wondgebied.

Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met polikliniek Plastische chirur­gie. Buiten kantooruren belt u afdeling Spoedei­sende Hulp (SEH).

Kosten

Een operatie ter correctie van de on­deroogleden en de kosten van even­tuele complicaties worden vrijwel nooit door uw ziektekostenverzeke­ring vergoed. Indien geen vergoeding plaatsvindt, kan het secretariaat van uw behandelend plastisch chirurg u informeren over de kosten.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met polikliniek Plastische chirurgie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Plastische chirurgie
040 – 239 71 20

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Plastische chirurgie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/plastische-chirurgie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden