Een miskraam of bloedverlies in de eerste maanden van de zwangerschap (Folder)

Verloskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Een miskraam of bloedverlies in de eerste maanden van de zwangerschap (Folder)

Deze folder geeft informatie over een vroege miskraam. Beschreven wordt wat een vroege miskraam is, wat de oorzaak is, hoe groot de kans op een miskraam is, en wat de verschijnselen zijn. Mogelijke onderzoeken en behandelingen komen aan bod, evenals het herstel na een miskraam. Ook andere oorzaken van bloedverlies in de eerste maanden van de zwangerschap komen ter sprake. Aan het einde vindt u een verklarende woordenlijst.

Wat is een miskraam?

Een miskraam is het verlies van een niet-levensvatbare vrucht. Een miskraam in de eerste twee tot vier maanden van de zwangerschap noemt men een vroege miskraam. Een van de eerste verschijnselen is dikwijls vaginaal bloedverlies. Men spreekt dan van een dreigende miskraam. Slechts in de helft van de situaties treedt werkelijk een miskraam op; in de overige gevallen heeft het bloedverlies een andere oorzaak. Hierop gaan we verderop in deze folder in.

We spreken van een late miskraam of doodgeboorte als de zwangerschap verkeerd afloopt na de vierde maand maar vóór de levensvatbare periode. Dit komt veel minder vaak voor. U vindt hierover informatie in de folder Het verlies van een kind tijdens de zwangerschap of rond de bevalling.

Andere termen die soms gebruikt worden zijn spontane abortus of midset abortion. Voor het afbreken van een ongewenste zwangerschap gebruikt men de term abortus provocatus.

Oorzaak van een miskraam

De oorzaak van een vroege miskraam is bijna altijd een aanlegstoornis. Het vruchtje is niet in orde, en de natuur vindt als het ware een logische oplossing: het groeit niet verder en het lichaam stoot het af. Een zwangerschap bestaat uit een vruchtzak en een embryo. Het embryo ontwikkelt zich bij een normale zwangerschap tot een kind. Bij een miskraam is vaak alleen de vruchtzak aangelegd, zonder embryo. Het soms gebruikte woord ‘windei’ is feitelijk onjuist: er is wel degelijk een embryo in aanleg, maar heel vroeg is er iets misgegaan. Het embryo komt dan niet tot ontwikkeling of groeit niet verder door een gestoorde aanleg. De oorzaak is meestal een chromosoomafwijking die bij de bevruchting is ontstaan. In de regel gaat het hier niet om erfelijke afwijkingen, zodat er geen gevolgen zijn voor een volgende zwangerschap. Een eerste miskraam is geen reden voor nader onderzoek; dat adviseren artsen pas na meerdere miskramen. Ook dan levert onderzoek bij het overgrote deel van de vrouwen geen duidelijke verklaring voor de miskramen op. Meer informatie vindt u in de folder Habituele abortus (herhaalde miskramen).

Kans op een miskraam

Vroege miskramen komen betrekkelijk vaak voor: bij tenminste één op de tien zwangerschappen is er sprake van. Dit betekent dat in Nederland jaarlijks 20.000 vrouwen een miskraam meemaken. Naar schatting krijgt een kwart van alle vrouwen ooit met dit probleem te maken. De kans op een miskraam neemt toe met de leeftijd. Voor vrouwen beneden de vijfendertig jaar is de kans dat een zwangerschap in een miskraam eindigt, ongeveer 1 op 10. Tussen de vijfendertig en veertig jaar eindigt 1 op de 5 tot 6 zwangerschappen in een miskraam, en tussen de veertig en vijfenveertig jaar 1 op 3. Boven de vijfenveertig jaar is dit voor de helft van de zwangerschappen het geval. Vrouwen die eenmaal een miskraam hebben meegemaakt, hebben mogelijk een licht verhoogde kans op een nieuwe miskraam de volgende keer, maar nog steeds is de kans dat een zwangerschap wel goed afloopt, het grootste.

Kunt u een volgende miskraam voorkomen?

Als u opnieuw zwanger wilt worden, is het verstandig zo gezond mogelijk te leven. Dat betekent gezond en gevarieerd eten, niet overmatig drinken, niet roken, en geen medicijnen innemen zonder overleg. Toch is het niet mogelijk een miskraam met zekerheid te voorkomen, ook als u zich aan deze regels houdt. Voor elke vrouw die (opnieuw) zwanger wil worden, luidt het advies om dagelijks een tablet foliumzuur van 0,4 of 0,3 mg te gebruiken. Mocht u voorafgaand aan de miskraam geen foliumzuur gebruikt hebben, dan hoeft u zich daar niet schuldig over te voelen. Foliumzuur vermindert niet de kans op een miskraam, maar wel de kans op een kind met een open rug.

Verschijnselen van een dreigende miskraam

Zwangerschapsverschijnselen zoals gespannen borsten en ochtendmisselijkheid nemen soms af vlak voor een miskraam. Vaginaal bloedverlies en soms wat menstruatie-achtige pijn bij een jonge zwangerschap kunnen het eerste teken zijn van een dreigende miskraam. Bij de helft van de vrouwen met bloedverlies of wat buikpijn is er gelukkig niets mis en verloopt de zwangerschap verder ongestoord.

Andere oorzaken van bloedverlies tijdens het begin van de zwangerschap

Bloedverlies in het begin van de zwangerschap duidt niet altijd op een miskraam. Zo kan er een afwijking zijn van de baarmoedermond, bijvoorbeeld een poliep of een ontsteking, waardoor de baarmoedermond gemakkelijk bloedt. Bloedverlies komt dan vooral voor na gemeenschap of na (harde) ontlasting. Een veel minder vaak voorkomende oorzaak van bloedverlies is een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. De zwangerschap is dan niet in, maar buiten de baarmoeder ingenesteld, meestal in de eileider. De medische term voor een buitenbaarmoederlijke zwangerschap is extra-uteriene graviditeit, vaak afgekort als EUG. De kans op een EUG is verhoogd na een eileiderontsteking of een operatie aan de eileiders. Ook een zwangerschap bij een nog aanwezig spiraaltje of na een sterilisatie kan buitenbaarmoederlijk zijn. Bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap treedt nogal eens vrij hevige buikpijn op. Meer informatie vindt u in de folder Buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Vrij zeldzame oorzaken van bloedverlies vroeg in de zwangerschap zijn het afsterven van een tweede vruchtje van een tweeling en een bloeding in de baarmoeder naast het vruchtzakje. Als na onderzoek de oorzaak van het bloedverlies onduidelijk blijft, spreekt men van een innestelingbloeding een bloeding die ontstaat door ingroei van de zwangerschap in de wand van de baarmoeder.

Welk onderzoek is mogelijk?

Bij bloedverlies vroeg in de zwangerschap onderzoekt de arts of verloskundige vaak met behulp van een spreider (speculum) de baarmoedermond. Ook een inwendig (vaginaal) onderzoek is mogelijk: via de vagina worden baarmoeder en eierstokken afgetast. Echoscopisch onderzoek kan duidelijk maken of de zwangerschap nog intact is. Geluidsgolven geven een afbeelding van de zwangere baarmoeder. Meestal is te zien of het hartje klopt. De kans op een miskraam bij een kloppend hartje is dan zeer klein, maar niet uitgesloten. Een lege vruchtzak of een niet-levend embryo (zonder hartactie) zijn met echoscopie betrouwbaar te zien. Bent u minder dan twee weken over tijd, dan geeft het onderzoek soms nog geen duidelijkheid; herhaling één tot twee weken later maakt dan duidelijk of het hartje klopt. De folder Echoscopie tijdens de zwangerschap geeft meer informatie over dit onderzoek. Bedenk dat echoscopisch onderzoek niets verandert aan de uitkomst van de zwangerschap. Een miskraam is een veel voorkomend en ook natuurlijk verschijnsel. Huisartsen en verloskundigen nemen daarom over het algemeen een afwachtende houding aan. Als het mis gaat, wordt dat vanzelf duidelijk. Medisch onderzoek en behandeling lijken wel een bepaalde zekerheid te bieden, maar doen dat niet altijd.

Wat te doen als een miskraam is vastgesteld?

Omdat een aanlegstoornis van de zwangerschap of het afsterven van de vrucht de oorzaak is van een miskraam, is behandeling nooit mogelijk. Medicijnen of maatregelen zoals bedrust of stoppen met werken zijn dan ook zinloos.

Hoewel een behandeling ontbreekt, bestaat er wel een keuze tussen drie manieren waarop de miskraam kan plaatsvinden:

  • afwachten tot de miskraam spontaan optreedt;
  • een miskraam opwekken met behulp van medicijnen;
  • curettage: een ingreep waarbij de gynaecoloog het zwangerschapsweefsel via de vagina en de baarmoederhals verwijdert

De keuze is een kwestie van persoonlijke voorkeur. Alle drie de benaderingen hebben voor- en nadelen. We beschrijven ze hieronder, en u kunt ze ook met uw verloskundige of arts bespreken. U bepaalt zelf wat het beste bij u past. Ook is altijd een tussenoplossing mogelijk, zoals een tijdje afwachten, en als het te lang duurt, alsnog een curettage.

Afwachten

Bloedverlies in de tweede of derde maand van de zwangerschap is vaak het eerste teken van een miskraam. Meestal komt een miskraam na dit eerste bloedverlies binnen een aantal dagen op gang, maar soms duurt dit nog een week of zelfs een paar weken. Geleidelijk ontstaat krampende pijn in de baarmoeder en neemt het bloedverlies toe, zoals bij een hevige menstruatie. In de loop van enkele uren wordt de vruchtzak uit de baarmoeder gedreven. De miskraam heeft dan plaatsgevonden. De vruchtzak is herkenbaar als een met vocht gevuld blaasje met een vliezig omhulsel dat gedeeltelijk met roze vlokken is bekleed. Vaak komen ook bloedstolsels vrij, die meer donkerrood en glad zijn.

Sommige vrouwen twijfelen over het verschil tussen de vruchtzak en een stolsel. Een stolsel kunt u met uw vingers uit elkaar trekken tot er niets van overblijft, bij een vruchtzak herkent u altijd een met helder vocht gevuld blaasje.

De pijn verdwijnt vrijwel direct na een miskraam die normaal verloopt. Het bloedverlies vermindert snel en is vergelijkbaar met de laatste dagen van een menstruatie. Als de miskraam achter de rug is, kunt u de arts of verloskundige hiervan op de hoogte stellen. Het is dan verstandig het verloren weefsel te bewaren, zodat beoordeeld kan worden of het inderdaad om een miskraam gaat. Opsturen van het weefsel voor microscopisch onderzoek is mogelijk, maar dit onderzoek zegt niets over de oorzaak van de miskraam. Het bevestigt alleen maar dat de miskraam werkelijk heeft plaatsgevonden. Ook geeft het bij deze korte zwangerschapsduur geen informatie over het geslacht van de vrucht. Veel artsen vinden dit onderzoek dan ook niet noodzakelijk. Als u dat wilt, kunt u het weefsel begraven op een dierbaar plekje in de tuin of ergens buiten.

Veel vrouwen geven de voorkeur aan afwachten, omdat een spontane miskraam de natuurlijke gang van zaken is. Zij willen hun verdriet om het verlies van een gewenste zwangerschap thuis beleven. Een voordeel is dat eventuele (zeldzame) complicaties ten gevolge van een curettage worden vermeden.

Sommige vrouwen vinden echter dat het afwachten veel onzekerheid oplevert en het normale leven verstoort, terwijl zij soms ook nog zwangerschapsklachten hebben. Een ander nadeel is dat er een kleine kans bestaat dat de zwangerschap niet in zijn geheel naar buiten komt (incomplete miskraam). Het bloedverlies blijft dan aanhouden. In dat geval moet alsnog een curettage plaatsvinden.

Als u besluit om een spontane miskraam af te wachten, is het verstandig te bedenken hoe lang u wilt afwachten en dit met de verloskundige of de arts te bespreken. Afwachten kan medisch gezien geen kwaad en heeft geen gevolgen voor een nieuwe zwangerschap. Wel is het soms emotioneel zwaar. Een medische noodzaak tot een curettage is er alleen in het geval van een incomplete miskraam.

Het opwekken van een miskraam

Het is ook mogelijk een miskraam op te wekken met behulp van medicijnen. Het idee is om met de medicijnen het lichaam aan te sporen om het vruchtje te laten verliezen zoals bij een spontane miskraam. Dit gaat dan ook gepaard met buikpijn (krampen) en bloedverlies. Het opwekken gebeurt met een tweetal medicijnen.

Het eerste medicijn is Mifegyne® 200 mgr. Dit is een tablet die u in de avond met een beetje water inneemt. Het is een antihormoon dat de werking van progesteron blokkeert, een hormoon dat nodig is om de zwangerschap voort te zetten. Het zorgt er tevens voor dat de baarmoederhals zacht wordt en soms open gaat. Er kunnen na enkele uren al krampen van de baarmoeder plaatsvinden en het bloedverlies kan beginnen. Indien de miskraam niet op gang komt (wat meestal het geval is), krijgt u tabletten Cytotec (Misoprostol) mee om in de vagina in te brengen. U brengt op advies van de arts 24 tot 36 uur na de Mifegyne® 4 tabletten Cytotec zo diep mogelijk de vagina in. Indien nodig kan 24 uur later een tweede gift van 4 tabletten worden ingebracht. Indien het bezwaarlijk voor u is deze tabletten zelf in te brengen, kan na overleg, een arts dit voor u doen. Cytotec is een prostaglandine analoog dat baarmoederkrampen veroorzaakt.

Zoals gezegd treedt er buikpijn en bloedverlies op. Het bloedverlies is meestal zo hevig als bij de menstruatie of erger. Dit hevige bloedverlies houdt gemiddeld één tot vier uur aan en wordt gevolgd door een periode van twee weken of soms langer met licht bloedverlies. De pijn is het gevolg van de baarmoederkrampen en houdt gemiddeld twee tot drie uur aan. Het slagingspercentage is 96%. Tot negen weken zwangerschap kan dit veilig in de thuissituatie. Wel is het verstandig om iemand bij u in de buurt te hebben ter ondersteuning en als hulp bij complicaties, bijvoorbeeld uw partner.

De arts maakt altijd een vervolgafspraak om het beloop te controleren. Indien uw zwangerschap voorbij de negen weken is, vindt de toediening van Cytotec in het ziekenhuis plaats, in verband met het risico op een hevige bloeding. Zodra de miskraam heeft plaatsgevonden kunt u echter weer snel naar huis.

U mag Mifegyne® en Cytotec niet gebruiken indien: u overgevoelig bent voor de actieve stof Mifepriston of voor prostaglandines, als u een onvoldoende werking heeft van de bijnieren, als u bloedverlies heeft, indien er sprake is van een sterk vergrote baarmoeder ten gevolge van vleesbomen, als u lijdt aan erfelijke porfyrie, epilepsie of leveraandoeningen of als u lijdt aan een ernstige vorm van astma, dat deze niet met medicatie behandelbaar is.

Mogelijke bijwerkingen van de medicijnen zijn: misselijkheid, braken, diarree. Soms is er sprake van huiduitslag, een daling van de bloeddruk of ernstig bloedverlies. Slechts zelden is er sprake van hoofdpijn, duizeligheid, koorts of galbulten. Indien een van de bijwerkingen ernstig wordt of er een bijwerking optreedt die niet hier vermeld is, dient u contact op te nemen met de dienstdoende arts van Gynaecologie.

Het voordeel van deze behandeling is dat de miskraam in een verwachte periode optreedt en dat deze toch zo natuurlijk mogelijk verloopt.

Een nadeel is dat er kans bestaat op zeer hevig bloedverlies of een niet complete miskraam. Dan kan een curettage alsnog nodig zijn.

Curettage

Een curettage is een kleine ingreep. De gynaecoloog zuigt de baarmoederholte via de vagina door een dun slangetje (vacuümcurette) leeg of maakt deze met een curette (een soort lepeltje) schoon. De ingreep duurt ongeveer vijf tot tien minuten en gebeurt in dagbehandeling. U krijgt een korte narcose; u merkt dan niets van de ingreep.

Als u gezond bent, is een curettage een ingreep met een zeer klein risico op complicaties. Een zeldzaam voorkomende complicatie is het syndroom van Asherman: hierbij ontstaan verklevingen aan de binnenzijde van de baarmoeder. De gynaecoloog moet deze door middel van een operatie weghalen.

Een enkele keer komt een perforatie voor: het dunne slangetje of de curette gaat dan per ongeluk door de wand van de baarmoeder heen. Meestal heeft dit geen gevolgen, maar soms adviseert men extra observatie in het ziekenhuis.

Een laatste complicatie is een incomplete curettage, waarbij een rest van de miskraam achterblijft. Het bloedverlies blijft dan meestal aanhouden. De rest van het zwangerschapsweefsel kan alsnog spontaan naar buiten komen. Soms is het noodzakelijk hiervoor medicijnen te gebruiken of is een tweede curettage noodzakelijk.

Vrouwen die kiezen voor een curettage noemen vaak als argument dat zij het vervelend vinden met een niet-levensvatbare vrucht rond te lopen. Ook het afwachten en de onzekerheid over het tijdstip van de miskraam is soms zwaar. Een curettage heeft het voordeel dat aan deze negatieve gevoelens een einde komt. Het verdriet over de miskraam zelf moet dan nog wel verwerkt worden. De ervaring leert dat het voor het verwerkingsproces goed is niet te snel in te grijpen.

Anti-D-immunoglobuline

Soms adviseren artsen om na een miskraam anti-D-immunoglobuline (anti-D) toe te dienen aan vrouwen met een rhesus-negatieve bloedgroep. Op deze manier is het mogelijk het ontstaan van rhesus-antistoffen te voorkomen. Deze antistoffen kunnen in een volgende zwangerschap problemen veroorzaken.

Bij een spontane miskraam voor tien weken is het geven van anti-D niet nodig. Ook als bij echoscopisch onderzoek blijkt dat er geen vruchtje is aangelegd, of dat het vruchtje in een zeer vroeg stadium is afgestorven, ziet men soms af van het geven van anti-D. Men neemt dan aan dat er geen kans is op de vorming van antistoffen. Bespreek met uw arts of verloskundige of het bepalen van uw rhesus-factor zinvol is, en of anti-D toegediend moet worden. Meer informatie vindt u in de folder ‘Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen’.

Wanneer moet u medische hulp inroepen?

Waarschuw in de volgende situaties de arts of verloskundige:

Hevig bloedverlies

Als het bloedverlies erg ruim is (langdurig veel meer dan een forse menstruatie), kan dit gevaarlijk zijn. Zeker bij klachten van sterretjes zien of flauwvallen, moet u direct medische hulp inroepen.

Tijdens kantooruren belt u met een medewerker van de polikliniek
Gynaecologie & Verloskunde op telefoonnummer 040 – 239 93 00.
Buiten kantooruren zijn de medewerkers van de Verloskamers bereikbaar via telefoonnummer 040 – 239 81 40.

Aanhoudende klachten

Als na een spontane miskraam of curettage krampende pijn en/of zeer fors bloedverlies blijft bestaan, wijst dit op een incomplete miskraam. Er is dan nog een rest van de zwangerschap in de baarmoeder aanwezig. Een (nieuwe) curettage is dan meestal noodzakelijk.

Koorts

Koorts (temperatuur >38 ºC) tijdens of kort na een miskraam wijst meestal op een ontsteking in de baarmoeder, die behandeld moet worden. Neem dan contact met de arts op.

Ongerustheid

Als u ongerust bent over het verloop van de miskraam, kunt u altijd contact opnemen met uw verloskundige of arts.

Lichamelijk en emotioneel herstel

Het lichamelijke herstel na een spontane miskraam of een curettage is meestal vlot. Gedurende één tot twee weken bestaat vaak nog wat bloedverlies en bruinige afscheiding. Het is verstandig met gemeenschap (samenleving) te wachten tot het bloedverlies voorbij is. Hierna is het lichaam voldoende hersteld om weer opnieuw zwanger te worden. Het zwanger worden op zich wordt door een miskraam niet bemoeilijkt. Ook is het uit medisch oogpunt niet noodzakelijk een aantal maanden te wachten met opnieuw zwanger worden. De volgende menstruatie verschijnt na ongeveer zes weken, soms een paar weken eerder of later.

Veel vrouwen maken na een miskraam psychisch een moeilijke tijd door. De miskraam betekent een streep door de toekomst en brengt een abrupt einde aan alle plannen en fantasieën over het verwachte kind. Dat de zwangerschap vanaf het begin al niet in orde was en de miskraam dus een natuurlijke en logische oplossing, is voor sommigen een troost. Verdriet, schuldgevoelens, ongeloof, boosheid en een gevoel van leegte zijn veel voorkomende emoties, zeker bij de vrouw.

De vraag waarom het misging houdt u wellicht bezig. Hoe invoelbaar ook, schuldgevoelens zijn bijna nooit terecht. Een miskraam is een natuurlijke oplossing voor iets wat fout ging rond de bevruchting, en het is maar de vraag of een gezondere leefwijze of minder stress dit had kunnen voorkomen.

De gedachte dat zwanger worden in elk geval mogelijk is gebleken, is soms een steun. De verwerking van een miskraam verschilt: iedereen, vrouw en man, doet dat op haar of zijn eigen manier. Ook de omstandigheden spelen een rol. Het is moeilijk aan te geven hoe lang dit proces duurt. Sommige ouders doen er enkele maanden tot een half jaar over; bij anderen duurt het langer, soms meer dan een jaar.

Voor de omgeving is het soms niet duidelijk wat u doormaakt. Opmerkingen als ‘volgende keer beter’ of ‘je bent nog jong’ helpen meestal niet, ook al zijn ze goed bedoeld. Ze doen immers geen recht aan wat je als ouder op dat moment voelt.

Omdat het verlies vaak voor de buitenwereld onzichtbaar is, kan het helpen te praten met andere ouders die hetzelfde hebben meegemaakt. Zij weten wat u doormaakt. Verschillen in beleving of snelheid van verwerken tussen man en vrouw kunnen een druk op de relatie geven; ook dan is het verstandig erover te praten, zowel met elkaar als met anderen. Vrouwen die na een miskraam opnieuw zwanger worden, zijn daar meestal blij mee, maar voelen zich vaak de eerste tijd ook onzeker en bang: zal het opnieuw mis gaan? Sommigen willen daarom de omgeving nog niet direct van de zwangerschap op de hoogte stellen. Gelukkig verloopt een volgende zwangerschap meestal goed, ook bij vrouwen die meer dan één miskraam hebben doorgemaakt.

Hulporganisaties

Voor vrouwen en hun partners die naast gesprekken met de behandelend arts en het lezen van deze folder behoefte hebben aan extra steun of informatie, noemen we hier enkele hulporganisaties.

Landelijk Steunpunt Rouwbegeleiding (LSR)

Kaap Hoorndreef 38
3563 AV Utrecht
Ieder woensdag telefonisch spreekuur tussen negen en twaalf uur:
030 – 276 15 00
(b.g.g. voicemail inspreken s.v.p.)
Het LSR geeft informatie over rouw en verliesverwerking en is behulpzaam bij het zoeken naar hulpverleningsinstanties in de woonomgeving.

Landelijke Zelfhulporganisatie Ouders van een overleden kind

Postbus 418
1400 AK Bussum
0900 – 2022723 (EUR 0,05 ct p.m.)

De Landelijke Zelfhulporganisatie Ouders van een Overleden Kind is een organisatie van ouders die begrip en medeleven willen bieden aan lotgenoten. Dit wordt gedaan door ouders die zelf hun verlies, verdriet en isolement hebben doorworsteld en nu in staat zijn om anderen te helpen.

Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek

Postbus 476
6600 AL Wijchen
024 – 645 108 8

Landelijke patiëntenvereniging die vanuit ervaringsdeskundigheid een luisterend oor kan bieden en informatie verstrekken aan paren die ongewild kinderloos zijn. Freya kan ook bemiddelen bij lotgenotencontact voor problemen rond (herhaalde) miskramen.

FIOM, Stichting Ambulante FIOM

Centraal Bureau
Kruisstraat 1
5211 DT ‘s-Hertogenbosch
073 – 612 88 21

Een landelijke instelling voor hulpverlening bij vragen op het terrein van zwangerschap en ouderschap, met regionale vestigingen door het hele land. Behalve informatie biedt de stichting individuele hulp en organiseert zij groepsbijeenkomsten.

Verder lezen

De volgende folders zijn te verkrijgen bij uw gynaecoloog, Patiëntenvoorlichting van het ziekenhuis en op de website van de NVOG: www.nvog.nl (rubriek voorlichting).

  • Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen?;
  • ‘Buitenbaarmoederlijke zwangerschap’;
  • ‘Echoscopie tijdens de zwangerschap’;
  • ‘Habituele abortus (herhaalde miskramen)’;
  • ‘Het verlies van een kind tijdens de zwangerschap of rond de bevalling’.
Boeken:
  • ‘Met lege handen’; Marianne Cuisinier en Hettie Janssen, Houten, Unieboek, 2e dr. 1997, ISBN 90 269 6699 7.
  • ‘Als je zwangerschap misloopt’; Wiebe Braam en Martha van Buuren, Baarn, La Rivière 1995, ISBN 90 384 0365 8.
  • ‘Soms gaat het mis’; Ann Oakley, Ann McPherson en Helen Robert, Kosmos Utrecht/ Antwerpen 1985, ISBN 90 215 1231 9 (niet meer leverbaar).

Contactgegevens

Algemeen

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de polikliniek Gynaecologie.

Spoed

In geval van spoed belt u:

  • tijdens kantooruren met de polikliniek Gynaecologie;
  • ’s avonds, ’s nachts en in het weekend met de verloskamers.

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Gynaecologie
040 – 239 93 00

Verloskamers
040 – 239 81 40

Routenummer(s) en overige informatie over de polikliniek Gynaecologie kunt u vinden op www.catharinaziekenhuis.nl/gynaecologie

Woordenlijst

abortus provocatus
afbreken van een ongewenste zwangerschap

buitenbaarmoederlijke zwangerschap
een zwangerschap die zich niet in, maar buiten de baarmoeder heeft ingenesteld, vaak in de eileider

chromosoomafwijking
afwijking in de rangschikking van de genen op de chromosomen, of een afwijking van het aantal chromosomen

curettage
kleine operatie waarbij de gynaecoloog de baarmoeder via de vagina met een slangetje leegzuigt of met een curette (soort lepeltje) schoonmaakt

dreigende miskraam
bloedverlies bij een jonge zwangerschap

embryo
vruchtje

extra-uteriene graviditeit
buitenbaarmoederlijke zwangerschap, vaak  afgekort als EUG

late miskraam
het verlies van een zwangerschap na de vierde maand maar voor de levensvatbare periode

spreider
instrument waarmee de verloskundige of arts via de vagina naar de baarmoedermond kijkt (ook wel speculum genoemd)

vaginaal
via de schede

vroege miskraam
het verlies van een niet-levensvatbare vrucht in de eerste vier maanden van de zwangerschap

Een deel van de tekst in deze folder is (na toestemming) overgenomen van de website van de NVOG. De inhoud is aangepast aan de situatie zoals die zich voordoet in het Catharina Ziekenhuis.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden