Operatie aan het wervelkanaal (Folder)

Neurologie Neurologie en Neurochirurgie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Operatie aan het wervelkanaal (Folder)

Binnenkort wordt u geopereerd aan het wervelkanaal. In deze folder leest u meer over de zorg die u voor en na de operatie krijgt. Realiseert u zich dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Voorbereiding op de operatie

Pre-operatieve screening

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening (PPOS). Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Tijdens dit gesprek komt een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met  eten, drinken en roken voor de operatie. U maakt afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen  gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Het is van belang dat u een actueel medicatieoverzicht meeneemt naar de polikliniek.

Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen op afspraak terecht. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 uur en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Voorlichting (intake)

Ter voorbereiding op de opname ontvangt u een uitnodiging voor een intake. Tijdens een bijeenkomst ontvangt u informatie over de voorbereiding op de opname, de opname zelf en het mobiliseren na de operatie. U wordt gevraagd om een opnameformulier in te vullen zodat uw gegevens in een verpleegkundig dossier ingevoerd kunnen worden. Ook krijgt u tijdens de voorlichting uw opnametijd, operatietijd en voorlopige ontslagdatum te horen.

Anatomie van de wervelkolom

De wervelkolom bestaat uit zeven nekwervels (C1 tot en met C7), twaalf borstwervels (Th1 tot en met Th12), vijf lendenwervels (L1 tot en met L5) en het heiligbeen en het staartbeentje. Met uitzondering van de eerste twee halswervels, bevinden zich tussenwervelschijven tussen de wervels. De 23 tussenwervelschijven stabiliseren de wervels ten opzichte van elkaar. Ook vangen ze schokken op tijdens het bewegen. Een tussenwervelschijf bestaat uit een elastische kern die omgeven is door een vezelige ring. Het wervelkanaal wordt gevormd door de wervelbogen, die vastzitten aan de wervellichamen en aan de achterkant uitlopen in een uitsteeksel (het doornuitsteeksel).

Deze kunt u midden op de rug voelen als de ruggengraat. De wervelbogen zijn met elkaar verbonden door elastische banden, die het wervelkanaal van binnen bekleden. Binnen het wervelkanaal loopt het ruggenmerg tot aan de tweede lendenwervel. Onder dit niveau gaat het ruggenmerg over in een bundeling van zenuwwortels. Het ruggenmerg ligt binnen een koker van hersenvliezen waardoor het in hersenvocht (liquor) schokvrij is opgehangen. De zenuwwortels ontspringen uit het ruggenmerg en verlaten links en rechts tussen twee wervels het wervelkanaal.

FYS000 P.jpg
Anatomie van de wervelkolom
FYS000 Q.jpg
Bovenaanzicht van de wervel en tussenwervelschijf

Een hernia (HNP)

De officiële naam voor een hernia is: Hernia Nuclei Pulposi, afgekort als HNP. Dit betekent ‘uitpuilende tussenwervelschijf’. Dit komt door een breuk van de tussenwervelschijf. Hierdoor ontstaat een uitstulping die tegen de zenuw drukt waardoor pijnklachten in het been ontstaan.

Mogelijk hebt u daarbij ook verschijnselen door uitval van de zenuw zoals een doof gevoel of krachtsvermindering.

Een hernia kan plotseling ontstaan, bijvoorbeeld tijdens het tillen van een zware last in gebukte houding. Meestal ontstaat een hernia door langdurige slijtage. Slijtage van de tussenwervelschijven, vooral onder in de rug, komt bij iedereen in meerdere of mindere mate voor.

Door de slijtage kan een breuk ontstaan in de vezelige ring. Als de kern van de schijf naar achteren gaat uitpuilen, komt deze in het wervelkanaal. 90% van de hernia’s bevindt zich tussen de vierde en vijfde lendenwervel of tussen de vijfde lendenwervel en het heiligbeen. Dit gedeelte van de wervelkolom is erg beweeglijk waardoor de tussenwervelschijven zwaar belast worden. Door de uitstulping van de tussenwervelschijf komt de zenuwwortel, die op deze hoogte uit het wervelkanaal treedt, in de knel tussen de wervel en de tussenwervelschijf. De andere zenuwwortels kunnen door de druk van de tussenwervelschijf uitwijken.

De zenuwen die laag in de wervelkolom lopen, zorgen voor kracht en gevoel in de benen, billen, anus, blaas en geslachtsorganen. Deze spelen vaak een rol bij de controle over het plassen. Doordat de tussenwervelschijf vaak op de zenuwen drukt, ontstaan bij deze lichaamsdelen meestal uw klachten.

Verschijnselen van een hernia

De meest voorkomende verschijnselen zijn:

  • Pijn in uw bil en been, soms tot in uw voet of grote teen;
  • Rugpijn of stijfheid in het onderste deel van uw rug;
  • Stoornissen in het gevoel, tintelingen, vooral in uw been of voet;
  • Krachtsverlies in uw been en voet;
  • Problemen met plassen.
Hoe wordt een hernia vastgesteld?

Voor het vaststellen van de diagnose is onderzoek nodig, zoals:

  • Neurologisch onderzoek: het gevoel en de reflexen van de benen worden onderzocht;
  • MRI-scan: door middel van een sterk magneetveld en radiogolven worden weefsels en organen in beeld gebracht. Een MRI-scan is niet schadelijk;
  • Spieronderzoek: als dit van toepassing is, ontvangt u meer informatie hierover van de neuroloog.
Behandeling van een hernia

In 70 tot 80% van de gevallen gaat de pijn in de rug en het been vanzelf over na (bed)rust en fysiotherapie. Uw arts heeft u geadviseerd uw hernia te behandelen met een operatie.

Redenen voor een operatie kunnen zijn:

  • Uitstralende pijn in het been die niet over gaat. De tussenwervelschijf geeft zoveel klachten dat u niet normaal kunt functioneren;
  • Zenuwuitval waardoor verlammingsverschijnselen kunnen ontstaan. Afhankelijk van de ernst en de duur van de verlammingsverschijnselen bepaalt de neurochirurg de termijn waarbinnen de operatie plaats moet vinden;
  • Incontinentieverschijnselen en ernstige pijnklachten zijn meestal reden voor een spoedoperatie.
De herniaoperatie

De neurochirurg voert de herniaoperatie in principe uit onder algehele narcose. Soms wordt gekozen voor een regionale verdoving (ruggenprik). De ingreep duurt gemiddeld 45 minuten. Tijdens de operatie ligt u op uw buik. Onder in de rug maakt de neurochirurg een snee van vijf tot zes centimeter en schuift de lange rugspier opzij. De uitpuiling van de tussenwervelschijf wordt verwijderd waardoor de beknelde zenuw vrij komt te liggen. De huid en de onderhuid worden met oplosbare hechtingen gehecht. Vaak wordt een drain (dun slangetje) in de wond achtergelaten zodat wondvocht afgevoerd kan worden.

Een vernauwing van het wervelkanaal (lumbale kanaalstenose)

De klachten van een lumbale kanaalstenose worden veroorzaakt door een vernauwing van het lendenwervelkanaal. Door jarenlange belasting ontstaat slijtage van de wervelkolom. Deze slijtage wordt ook wel artrose genoemd. Artrose is een verouderingsverschijnsel. Hoeveel slijtage er optreedt, verschilt van mens tot mens. Als reactie op deze slijtage wordt het wervelbot dikker, waardoor het wervelkanaal wordt vernauwd. De elastische banden die het wervelkanaal van binnen bekleden zijn ook verdikt, waardoor binnen het vernauwde wervelkanaal minder ruimte overblijft. Hierdoor kunnen stuwing en beknelling van de zenuwwortels optreden.

Verschijnselen van een lumbale kanaalstenose

De meest voorkomende verschijnselen zijn:

  • Pijnklachten laag in de rug en uitstraling van de pijn in één of beide benen;
  • Klachten treden op tijdens lopen en na enige tijd staan. Tijdens lopen en staan heeft u over het algemeen een holle rug. Door deze houding wordt het wervelkanaal nauwer, waardoor na enige tijd stuwing en beknelling van de zenuwwortels optreedt;
  • Uw benen kunnen doof aanvoelen en worden stuurloos. Om de klachten te laten verminderen moet u gaan zitten of voorover bukken of hurken. Liggen op uw zij, of met opgetrokken benen, helpt ook. Het wervelkanaal is onder deze omstandigheden het wijdst, de stuwing verdwijnt. De zenuwwortels hebben meer ruimte en de pijn verdwijnt.
Hoe wordt een lumbale kanaalstenose vastgesteld?

Voor het vaststellen van de diagnose is onderzoek nodig, zoals een MRI-scan. Bij dit onderzoek worden door middel van een sterk magneetveld en radiogolven weefsels en organen in beeld gebracht. Dit is een onschadelijke manier.

Behandeling van een hernia

Niet iedere lumbale kanaalstenose hoeft te worden geopereerd. Een operatie is de aangewezen behandeling als uw klachten groot zijn en het functioneren verstoren.

De laminectomie operatie

De neurochirurg voert deze operatie in principe uit onder algehele narcose. Soms wordt gekozen voor een regionale verdoving (ruggenprik). De ingreep duurt gemiddeld 45 minuten. Tijdens de operatie ligt u op uw buik. Onder in de rug maakt de neurochirurg een snee van vijf tot zes centimeter en schuift de lange rugspier opzij, waardoor de wervels vrij komen.

De wervelbogen die de vernauwing veroorzaken en de verdikte elastische banden worden verwijderd, waardoor de zenuwwortels vrij komen te liggen en de klachten af kunnen nemen. Dan sluit de neurochirurg de huid en de onderhuid met (meestal) oplosbare hechtingen. De neurochirurg laat bij deze ingreep vaak een drain achter, dit is een slangetje waarmee wondvocht uit het operatiegebied afgevoerd kan worden.

Verwachtingen na een operatie aan het wervelkanaal

Voor zowel HNP als laminectomie geldt:

Na de operatie is de pijn in het been minder, in veel gevallen is de pijn verdwenen. Vaak is dit afhankelijk van hoe lang de pijnklachten al bestonden voor de operatie en hoe ernstig ze waren. De pijn in het been kan bij bewegen nog wel eens optreden, vooral bij belasting en/of houdingsveranderingen, maar verdwijnt weer.

De bestaande rugpijn kan in enkele gevallen verdwenen zijn. Over het algemeen blijft deze bestaan of lijkt heviger omdat de pijn in het been weg is.

In 80 tot 85% van de operaties is er een positief resultaat voor wat betreft het verdwijnen van de pijn in het been. Aangezien de rugpijn vaak blijft bestaan, zijn niet alle patiënten tevreden.

Dove gevoelens en tintelingen kunnen blijven bestaan en lijken soms heviger omdat de pijn er niet meer is. Eventuele verlammingen kunnen herstellen maar dat kan lang duren.

Risico’s en complicaties

  • Toename van tintelingen en/of pijn door noodzakelijke handelingen aan de beknelde zenuw;
  • Een slecht genezende wond;
  • Een nabloeding. Om bloedingen te voorkomen, is voor de operatie gecontroleerd of u antistollende medicijnen gebruikt. Is dit het geval, dan wordt in overleg met uw behandelend arts deze medicatie vanaf 1 week voor de operatie gestopt;
  • Een ontsteking in het operatiegebied rondom de wervels. Voor alle zekerheid wordt er tijdens de operatie een antibioticum toegediend.
  • Een gaatje in de koker van de hersenvliezen waardoor lekkage van hersenvocht kan optreden. In dit geval dient u 5 dagen plat op bed te blijven liggen, zodat het lekje dichtgroeit;
  • Trombose.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Neurologie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Neurologie (tijdens kantooruren)
040 – 239 94 00

Verpleegafdeling Neurologie
040 – 239 80 50

Bij vragen over de planning van uw operatie:
040 -239 71 93 (tussen 10.00 – 11.00 uur)

Routenummer(s) en overige informatie over de polikliniek en verpleegafdeling Neurologie & Neurochirurgie vindt u op www.catharinaziekenhuis.nl/neurologie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden