Uretero(reno)scopie (Folder)

Urologie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Uretero(reno)scopie (Folder)

U krijgt binnenkort een uretero(reno)scopie. Bij dit onderzoek wordt gekeken of er een afwijking aanwezig is in de urineleider en/of nier, zoals een niersteen of een tumor.

Uw arts heeft met u besproken waarom deze ingreep bij u wordt uitgevoerd. In deze folder vindt u meer informatie over een uretero(reno)scopie. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor u persoonlijk anders kan zijn dan hier is beschreven.

Omschrijving ziektebeeld

Urine wordt gemaakt in de nier en eerst verzameld in het nierbekken. Daarna wordt de urine van het nierbekken via de urineleider vervoerd naar de blaas. In deze ruimten kunnen een aantal afwijkingen ontstaan, zoals een tumor of een niersteen.

Een tumor kan goed- of kwaadaardig zijn. Om een tumor goed te kunnen onderzoeken, moet deze worden verwijderd. Een niersteen bestaat uit een aantal kleine kristallen die gevormd zijn in de urine en die klachten (kunnen) geven.

De urineleider is de afvoerende buis tussen de nier en de blaas. Deze buis is verantwoordelijk voor het transport van urine. De urine gaat daarbij van de nier naar de blaas. Een klein steentje in de urineleider plast u meestal vanzelf uit. Een grotere steen kunt u waarschijnlijk niet zelf uitplassen. De steen moet dan verwijderd worden met een ingreep.

Uretero(reno)scopie

Met uretero(reno)scopie kunnen de meeste kleinere afwijkingen in de nierkelken, het nierbekken en de urineleiders worden vastgesteld en behandeld, zoals nierstenen en tumoren.

De stenen worden tijdens een operatie zonodig vergruisd (klein gemaakt) en/of verwijderd. Dit wordt gedaan door middel van een laser. De kleine steendeeltjes plast u daarna vanzelf uit.

Wanneer wordt er gekozen voor uretero(reno)scopie?

  • Als een behandeling met de niersteenvergruizer geen resultaat heeft;
  • Wanneer de steen zo groot is dat deze de nier niet spontaan kan passeren. Hierdoor kan de nier op den duur minder goed gaan functioneren. Bij een afgesloten nier is er een groter risico op infectie;
  • Als er sprake is van koliekpijnen (heftige buikpijnaanvallen) die langere tijd bestaan.

Bij een ureteroscopie brengt de arts een dun hol buisje (de ureteroscoop) via de plasbuis en blaas in de urineleider (zie figuur op de volgende bladzijde). Wanneer de ureteroscoop bij de steen is, verwijdert en/of vergruist de arts de steen met verschillende instrumenten. Ook een tumor kan zo worden verwijderd. Uretero(reno)scopie is een veilige operatiemethode. Er is na een uretero(reno)scopie geen uitwendige wond zichtbaar, maar het is wel een echte operatie.

Meestal is hiervoor een korte ziekenhuisopname nodig. Uw behandelend uroloog bespreekt dit met u.

URO030 A.png
Figuur 1: verwijdering van de niersteen (bij een man) met ureteroscopie

Pre-operatieve screening en anesthesie

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee. Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen op afspraak terecht. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie’.

Wanneer u zwanger bent of koorts hebt, moet u dit van te voren melden aan de behandelend arts.

De opname

Wanneer en op welke afdeling u zich moet melden, wordt u van tevoren telefonisch medegedeeld. Vaak maakt men voor de ingreep nog een röntgenfoto van de buik. Hiermee kan de precieze plaats van de steen worden vastgesteld.

De behandeling

Voor deze operatie wordt u onder algehele narcose gebracht. Soms kan de ingreep met een ruggenprik worden uitgevoerd. U ligt op uw rug met opgetrokken benen in speciale beensteunen. De arts bekijkt via de scoop eerst de plasbuis en de blaas. Vervolgens brengt de arts de ureteroscoop tot in de urineleider. Door de ureteroscoop stroomt voortdurend spoelvloeistof. Dit zorgt voor verwijding van de urineleider en een goed zicht. De arts kan het instrument daardoor opschuiven tot op de steen of de tumor. Soms kan de arts de steen of de tumor met speciale instrumenten (paktangetje, korfje) vastpakken en helemaal verwijderen.

Het kan ook zijn dat de steen eerst verkleind moet worden. Dit gebeurt dan meestal met trillingen uit een speciaal apparaat (laser). Daarna verwijdert de arts de kleine steendeeltjes als deze niet spontaan komen. Een tumor wordt meestal met een paktangetje verwijderd of met laser en/of elektrische stroom weggesneden en/of vernietigd.

Nazorg

  • Na de operatie laat de arts een katheter achter. Dit is een dunne flexibele slang die in de blaas zit, waardoor de urine wordt afgevoerd. Soms laat hij ook een dun slangetje achter in de urineleider. Zolang u dit slangetje heeft, mag u niet uit bed. Over het algemeen worden de katheter(s) de ochtend na de operatie verwijderd.
  • U moet na de operatie minstens twee liter extra drinken, bij voorkeur water.
  • Wanneer u voldoende hersteld bent, mag u naar huis. Dit is meestal na 1 dag.
  • De urine kan nog een aantal weken na de ingreep wat bloederig zijn. Ook kunt u nog wat reststeentjes uitplassen. Dit gaat soms gepaard met een schrijnende pijn. Na de ingreep kunt u ook last hebben van zogeheten koliekpijnen. Deze pijnen kunnen heftig zijn maar zijn meestal binnen enkele dagen verdwenen. De pijnen kunnen worden behandeld met medicijnen. Voordat u naar huis gaat, krijgt u een receptenlijst mee.
Nacontrole

Volgens afspraak komt u op controle bij uw uroloog. Afhankelijk van uw situatie is dit vier tot zes weken na de operatie. De arts doet dan soms een echografisch onderzoek van de nier. Dit is een pijnloos onderzoek met geluidsgolven. Echografisch onderzoek stelt vast of er sprake is van stuwing in de nier. Ook wordt soms een röntgenfoto van de buik gemaakt om het resultaat van de operatie te beoordelen.

Als bij u een tumor is verwijderd, bespreekt de uroloog tijdens dit polikliniekbezoek de mogelijke verdere behandeling met u.

Risico’s en complicaties

  • De arts kan de ureteroscoop niet altijd gemakkelijk in de urineleider brengen. De urineleider kan vernauwd of gekronkeld zijn. Daardoor kan het opschuiven van de ureteroscoop moeilijk zijn. Dit leidt soms tot beschadiging van de urineleider.
  • Er kan een perforatie (gaatje in de wand) van de urineleider ontstaan. In dat geval wordt de ingreep gestaakt. De spoelvloeistof die nodig is om de urineleider te verwijden, kan bij een beschadiging buiten de urineleider komen. Vaak moet tijdens een volgende operatie de steen alsnog worden verwijderd. De beschadiging aan de urineleider sluit meestal vanzelf.
    Soms is een operatie noodzakelijk om de beschadiging te herstellen.
  • Wanneer de ureteroscoop de steen of de tumor niet kan bereiken, is ook een volgende operatie nodig om deze te verwijderen.
  • Na de operatie kan er een urineweginfectie optreden. Om dit te voorkomen, krijgt u tijdens en na de ingreep antibiotica toegediend.
  • Er kan een vernauwing ontstaan van de plasbuis (bij mannen), omdat de ingreep via de plasbuis plaatsvindt. Dit kan doorgaans later weer worden verholpen.

Wanneer moet u direct contact opnemen?

  • Bij koorts boven de 38,5ºC of aanhoudende verhoging;
  • Als de pijn ondanks medicijnen ondraaglijk is;
  • Als u niet meer kunt plassen;
  • Als u (veel) stolsel in de urine heeft.

In bovenstaande situaties belt u tijdens kantooruren u met de polikliniek Urologie. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH).

Vragen

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met polikliniek Urologie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Urologie
040 – 239 70 40

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Urologie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/urologie.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden