Vervanging van de voorste kruisband in de knie via een kijkoperatie (Folder)

Orthopedie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Vervanging van de voorste kruisband in de knie via een kijkoperatie (Folder)

De orthopedisch chirurg heeft u geadviseerd om u te laten opereren aan uw voorste kruisband. In deze folder kunt u de door de orthopeed gegeven informatie nog eens rustig doorlezen. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Bouw van de knie

Drie botstukken zijn betrokken bij de kniebewegingen. Het bovenbeen (femur), het scheenbeen (tibia) en aan de voorkant de knieschijf (patella). De uiteinden van het bovenbeen en het scheenbeen zijn bedekt met een laagje kraakbeen. Deze kraakbeenlaag is elastisch en kan schokken en stoten opvangen. Het gewricht wordt verstevigd met gewrichtsbanden die ligamenten worden genoemd.

Het kniegewricht heeft een binnenband (mediale band) en een buitenband (laterale band). Centraal in de knie liggen de voorste- en achterste kruisband. De voorste kruisband ligt in het midden van het kniegewricht en loopt van de achterzijde van het bovenbeen naar de voorzijde van het onderbeen/scheenbeen.

Achter de voorste kruisband loopt de achterste kruisband. Deze twee banden maken een kruis met elkaar: de ene loopt van binnen naar buiten en de andere andersom.

ORT011 A.png

ORT011 B.png

Tussen het gewrichtskraakbeen van het bovenbeen en van het scheenbeen bevinden zich twee halvemaanvormige stukjes kraakbeen (de menisci). Aan de binnenkant van het gewricht de binnenmeniscus en aan de buitenkant van het gewricht de buitenmeniscus. De menisci werken als schokdempers en zorgen dat het onderbeen goed aansluit op het bovenbeen.

ORT011 C.png

De voorste kruisband controleert de voor- achterwaartse beweging van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen. Als het onderbeen teveel verschuift en/of draait kan de voorste kruisband scheuren. Soms is er een voorste kruisband scheur te zien in combinatie met een binnenband scheur, en/of een scheur van de binnen meniscus.

Oorzaak scheur van de voorste kruisband

De belangrijkste oorzaak van het scheuren is een overrekking of verdraaiing bij sport. Vaak is het een sport waarbij de benen blijven staan en het lichaam veel en snel beweegt zoals bij basketbal of voetbal. Skiën is ook een grote veroorzaker van deze aandoening, vooral nu skischoenen hoger aangesloten zitten om het onderbeen. Meestal wordt de scheur veroorzaakt door een geforceerde draaibeweging of een overstrekking van de knie.

Het aantal vrouwen dat een voorste kruisband scheurt is 2 tot 8 x groter dan het aantal mannen, afhankelijk van het sporttype, intensiteit van het sporten, individuele bouw en aanleg. Dit heeft te maken met de anatomische stand van het bekken, het heupgewricht en de knieën. Ook de ruimte waarin de voorste kruisband loopt in het bovenbeen is bij de vrouw nauwer. De speling van het gewricht is bij de vrouw groter dan bij man. Tot slot is er een negatieve hormonale invloed bij de vrouw.

Verschijnselen van een voorste kruisband scheur

Acuut:

Als gevolg van een ongeval. Vaak zwelt de knie op binnen korte tijd na het ongeval. Dit komt door het scheuren van de bloedvaten in de voorste kruisband. Er wordt vaak een ‘plop’ of ‘knap’ gevoeld in de knie. Pijn en zwelling houden vaak twee weken aan na het ongeval.

Chronisch:

Bij de helft van de patiënten is sprake van een instabiel gevoel van de knie, het gevoel ‘er doorheen te zakken’, vooral bij verandering van de richting waarin men loopt. De andere helft van de patiënten heeft dit gevoel niet.

ORT011 D.png

Vaststellen van een kruisband scheur

De diagnose wordt gesteld op basis van uw verhaal en door lichamelijk onderzoek. Bij een gescheurde voorste kruisband kan het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen, teveel naar voren toe worden verplaatst (zie tekening hiernaast).

Er wordt een röntgenfoto gemaakt om te kijken naar de botstructuren. Banden, spieren en de kruisbanden zijn niet zichtbaar op een röntgenfoto. Dit is wel mogelijk via een MRI (magnetic resonance imaging) onderzoek.

ORT011 E.png

In sommige gevallen is een kijkoperatie nodig om de omvang van de schade in de knie vast te stellen en eventueel om letsel aan de meniscus te herstellen.

Bij een kijkoperatie zijn twee tot drie kleine sneetjes van ongeveer 1 cm nodig. Via een artroscoop (kijkbuisje) kan de orthopeed de knie van binnen bekijken, via het andere gaatje kan een werkinstrumentje naar binnen worden gebracht om eventueel een meniscus scheur te hechten of een deel van de gescheurde meniscus te verwijderen.

Behandeling van een scheur in de voorste kruisband

Voor de stabiliteit van de knie is intensieve training van de spieren aan de voor- en achterzijde van het bovenbeen nodig. Hiervoor wordt fysiotherapie voorgeschreven.

Mocht de knie instabiel blijven dan kan een operatieve behandeling nodig zijn.

Belangrijk bij de besluitvorming tot een reconstructie operatie is de mate van instabiliteit en de aanwezigheid van eventuele andere beschadigingen zoals een gehechte meniscus. De instabiliteit kan op de lange termijn de oorzaak zijn van vroegtijdige slijtage. Iedere keer dat u door de knie zakt, kunnen namelijk beschadigingen optreden. Bij een hechting van de meniscus is een reconstructie van de voorste kruisband noodzakelijk om toekomstige, nieuwe beschadiging van de meniscus te voorkomen.

Een reconstructie van de gescheurde kruisband is geen kleinigheid en vraagt veel van u, zeker in de eerste maanden, zoals intensieve fysiotherapie en het lopen met krukken. Voor een goed resultaat is het belangrijk dat u het revalidatieprogramma nauwkeurig volgt. Daarbij is een goede samenwerking tussen u, orthopedisch chirurg en fysiotherapeut noodzakelijk.

Operatieve behandeling

Meestal is het niet acuut nodig om de kruisband operatief te herstellen. Deze operatie kan in een later stadium gepland worden als de pijn en zwelling zijn afgenomen. Reconstructie van de voorste kruisband vindt via een kijkoperatie plaats. De gescheurde kruisband wordt vervangen door ‘lichaamseigen’ materiaal, namelijk een deel van uw kniepees of twee pezen van uw hamstringspieren (spieren aan de achterkant van uw bovenbeen).

Voordelen van de operatie zijn: de knie zal steviger aanvoelen en het doorzakken en het instabiele gevoel is vrijwel helemaal verdwenen. 90 tot 95% van de patiënten is tevreden over de operatie.

De operatie vindt plaats onder algehele verdoving of regionale verdoving met een ruggenprik. De anesthesist bespreekt dit met u.

ORT011 F.png

ORT011 G.png

Voorbereidingen

Vóór de operatie heeft u al een uitgebreid onderzoek gehad bij de orthopedisch chirurg. Dit onderzoek kan bestaan uit een lichamelijk onderzoek van het aangedane kniegewricht, het maken van een röntgenfoto en soms een MRI scan.

In sommige gevallen wordt een kijkoperatie van het kniegewricht verricht om vast te stellen wat er precies aan de hand is met uw knie.

Pre-operatieve screening en anesthesie

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee.

Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen terecht op afspraak. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie’.

Belangrijk!

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Bespreek dit dan van vóór uw opname met uw behandelend arts en/of de anesthesist. Deze medicijnen kunnen tijdens en na de operatie meer bloedverlies geven.

Niet zelf scheren

Onthaar uw knie van tevoren niet zelf. Dit kan wondjes of uitslag veroorzaken en een reden zijn om u niet te kunnen opereren. Mocht het nodig zijn om uw knie te ontharen, dan gebeurt dit op de operatiekamer.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis

In de folder ‘Informatie over uw opname’ leest u wat u meeneemt naar het ziekenhuis. Neemt u daarnaast het volgende mee:

  • gemakkelijke kleding, bijvoorbeeld een korte broek;
  • stevige (sport)schoenen;
  • twee krukken, deze kunt u lenen bij de thuiszorgwinkels.
Wat regelt u verder voor de opname

Vanwege de lange revalidatieperiode bij de fysiotherapeut is het verstandig om voor de operatie alvast een praktijk te zoeken, waar u na ontslag uit het ziekenhuis gaat revalideren. Plan alvast een afspraak om na de operatie snel te kunnen starten.

Vóór de operatie

In principe wordt u op de dag van de operatie opgenomen. In enkele gevallen is dit een dag eerder. Een verpleegkundige ontvangt u op de voorbereidingskamer van de operatiekamer. Afhankelijk van de narcosevorm krijgt u soms een injectie als voorbereiding op de narcose. Daarna gaat u naar de operatiekamer. Een anesthesieverpleegkundige brengt een infuus in. Via het infuus krijgt u vocht en eventuele medicijnen toegediend. De operatie vindt meestal onder regionale anesthesie (ruggenprik) plaats. Een voordeel van regionale anesthesie is dat u de operatie via de monitor kunt volgen. Een nadeel kan zijn dat u alles hoort en lange tijd in dezelfde houding moet liggen. Daarna wordt uw been gedesinfecteerd met jodium en afgedekt met steriele doeken, alleen de knie blijft vrij.

De operatie

Met een snede van ongeveer 10 cm aan de voorzijde van de knie wordt voor de nieuwe kruisband een deel uit het middelste deel van de eigen kniepees gehaald of worden er twee pezen van de hamstringspieren verkregen. De nieuwe kruisband wordt vastgemaakt met schroeven en/of een kram. Tijdens de operatie wordt eenmalig antibiotica gegeven, ter voorkoming van infecties.

De operatie duurt 1,5 tot 2 uur.

Operatie waarbij de eigen kniepees wordt gebruikt

De kniepees is een dikke sterke pees aan de voorkant van de knie die de knieschijf verbind met het onderbeen.

ORT011 H.png

Uit het middelste gedeelte van de kniepees wordt een gedeelte van 1 cm weggenomen samen met 2 botblokjes van 1 x 2 cm uit de voorkant van de knieschijf en het onderbeen. Hierna bereidt de orthopeed de plaats voor in de knie waar de nieuwe kruisband moet komen te liggen. De weefselresten van de oude gescheurde kruisband worden verwijderd. Als dit gedaan is wordt een gat in het onderbeen en een gat in het bovenbeen geboord.

Dan wordt de nieuwe kruisband in zijn nieuwe positie getrokken door de gaten in het onder- en bovenbeen. De botblokjes blijven steken in de boorgaatjes. Twee schroeven worden in de boorgaten geschroefd om de botblokjes vast te zetten.

ORT011 J.png

Operatie waarbij de eigen bovenbeenpees wordt gebruikt

ORT011 K.png

Dit is in het Catharina Ziekenhuis de meest gebruikte methode.

Bij deze techniek wordt een nieuwe kruisband gemaakt van twee pezen van de hamstringspieren.

De hamstringpezen zitten aan de binnen voorzijde van de knie vast en lopen verder naar achteren in het bovenbeen waar ze uitwaaieren in de hamstringspier.

Twee pezen worden hier weggenomen met een speciaal instrument (stripper), dat de pees losmaakt van de spier. Hierna worden de pezen klaar gemaakt voor gebruik. Vervolgens bereidt de orthopeed de plaats voor in de knie waar de nieuwe kruisband moet komen te liggen.

De weefselresten van de oude gescheurde kruisband worden verwijderd. Als dit gedaan is wordt er een gat in het onderbeen en een gat in het bovenbeen geboord.

ORT011 L.png

Dan wordt de nieuwe pees in zijn nieuwe positie getrokken in onder- en bovenbeen en daar vastgemaakt. De operatie duurt 1,5 tot 2 uur.

Na de operatie

Bij een artroscopie wordt het gewricht zélf niet geopend, waardoor een sneller herstel plaatsvindt dan na een ‘gewone’ operatie. Er zijn alleen kleine wondjes van de scoop (kijkbuis) en het wondje ter hoogte van de knieschijf waar het gedeelte van de pees is verwijderd of de pezen van de hamstringspieren zijn weggenomen.

Door zwelling en irritatie rond de wondjes kan de knie de eerste dagen na de operatie pijnlijk zijn. Hiervoor worden pijnstillers voorgeschreven. De dag van de operatie of de dag daarna (afhankelijk van het tijdstip waarop u geopereerd bent), start u met fysiotherapie.

Na enkele dagen tot weken nemen de zwelling en pijn in het gewricht af en neemt de beweeglijkheid toe.

Fysiotherapie tijdens de opname

Na de operatie krijgt u fysiotherapie. Hierbij wordt aandacht besteed aan de beweeglijkheid van uw knie en het lopen en traplopen met krukken. Om met ontslag te kunnen moet u:

  • Uw knie volledig kunnen strekken en deze 90° kunnen buigen. Een snel herstel van deze beweeglijkheid heeft vaak namelijk een positief effect op het verloop van uw revalidatie.
  • Goed zelfstandig kunnen (trap)lopen met twee krukken.
  • Weinig klachten hebben.

Twee tot vier uur na de operatie wordt (zo mogelijk) gestart met het lopen.

Tijdens uw opname oefent u met de fysiotherapeut en krijgt u uitleg over situaties die u tegen kunt komen bij het naar huis gaan (bijvoorbeeld in- en uit de auto stappen en drempels opstappen).

Mogelijke complicaties en risico’s

Zoals bij alle operaties, kunnen zich complicaties voordoen. Deze folder geeft geen complete lijst van alle mogelijke complicaties die zich kunnen voordoen.

De meest voorkomende complicaties bij deze operatie zijn:

Trombose
Bij trombose ontstaan er bloedstolsels in de bloedvaten. Als bloedstolsels een bloedvat afsluiten, ontstaat er een embolie. Het weefsel dat door dit bloedvat wordt voorzien van zuurstof, krijgt dan te weinig bloed. Hierdoor kan schade aan dat weefsel ontstaan.

Om dit te voorkomen krijgt u gedurende vier weken, één keer per dag bloedverdunnende medicijnen toegediend via een injectie, tenzij uw arts u iets anders voorschrijft. Veelal gaat het om een spuitje dat u, eenmaal thuis, zichzelf één keer per dag moet toedienen.

Infecties
Het kan gebeuren dat er een infectie optreedt. U krijgt dan antibiotica.

Problemen met de nieuwe kruisband
Na de operatie vormt het lichaam een netwerk van bloedvaten in de nieuwe kruisband. Dit proces heet revascularisatie en duurt ongeveer twaalf weken. De nieuwe kruisband is op zijn zwakst in deze periode. Dit betekent dat de kans dat hij gedurende deze tijd beschadigt het grootst is. Als de revascularisatie compleet is groeit de kracht van de nieuwe knieband.

Problemen met de ‘donorplaats’
Problemen kunnen voorkomen aan de donorplaats, het gebied onder de knieschijf waar het botblokje is genomen. U kunt moeilijk op de knieën zitten en soms is er pijn aan de voorzijde van de knie.

Bij de operatie met de kniepees werd een botblokje genomen uit de knieschijf, waardoor de knieschijf aanvankelijk minder sterk is. Als u op de knieschijf valt, kan hierdoor de knieschijf gemakkelijker breken.

Andere complicaties
Sommige patiënten hebben last van een doof gevoel naast het litteken en het litteken kan gevoelig zijn. Dit kan enkele weken tot maanden duren maar wordt daarna minder. Soms ontstaat tijdens de revalidatiefase pijn in de knieschijf door relatieve overbelasting. Dit is met fysiotherapie en het verminderen van de belasting meestal goed te verhelpen.

Na uw opname

Na uw ontslag volgt fysiotherapie. Na de operatie moet u 4 weken met 2 krukken lopen en intensieve fysiotherapie volgen. De training duurt ongeveer vijf maanden. Bij klachten wordt soms langer door geoefend.

Revalidatie

In het begin van deze behandeling ligt het accent op het vergroten van de beweeglijkheid van het kniegewricht en de opbouw van spierkracht en belasting. In de loop van enkele weken wordt het gebruik van de krukken afgebouwd zodat u weer volledig belast loopt. Ook wordt in deze periode aandacht besteed aan uw algemene lichamelijke conditie.

Wanneer de spierkracht groot genoeg en de stabiliteit van het kniegewricht voldoende is, wordt de belasting verder uitgebouwd en worden de oefeningen zwaarder. Het doel hierbij is om te komen tot volledige werkhervatting. Ook is het de bedoeling om specifieke trainings- en sportactiviteiten te starten zoals fietsen, zwemmen, joggen en andere sporten.

Leefregels

Douchen en baden
U mag pas douchen nadat de hechtingen verwijderd zijn. In principe zijn de wondjes onderhuids gehecht. Baden mag u pas na twee weken.

Fietsen en autorijden
U mag gedurende vier weken niet fietsen of zelf autorijden. Hierna kunt u dit hervatten mits dit medisch verantwoord is.

Medicijnen
Pijn verdwijnt meestal binnen enkele dagen. U kunt pijnstillers gebruiken, zoals afgesproken met uw arts. Thuis gaat u vier weken door met het spuiten van Fragmin, volgens afspraak met uw arts.

Tubigrip
U moet de tubigrip alleen overdag aan houden. De fysiotherapeut of de orthopeed geven aan wanneer dit niet meer nodig is.

Hervatting van werkzaamheden
Licht lichamelijk werk kunt u waarschijnlijk na vier weken weer volledig uitvoeren. Bij zwaardere werkzaamheden kan dit tien tot twaalf weken duren. Overleg hierover met uw fysiotherapeut of arts.

Sporten
U overlegt hier altijd eerst over met de fysiotherapeut. Indien nodig start u hiermee onder begeleiding van de fysiotherapeut. Het duurt zes tot acht maanden voordat de kruisband weer volledig kan worden belast en ‘contactsporten’ (zoals voetbal, hockey, judo) weer verantwoord zijn. Deze beslissing neemt u samen met de orthopeed en de fysiotherapeut. Voor elke patiënt is de situatie weer anders. Reageert uw knie goed en is hij niet meer gezwollen of pijnlijk, dan kan meestal na acht weken in overleg met de fysiotherapeut begonnen worden met joggen op de loopband. Daarna kan dit worden uitgebreid, afhankelijk van uw verdere herstel.

Wondverzorging
De pleisters moeten blijven zitten totdat de hechtingen zijn verwijderd.

Controle afspraken
  • Na twee weken komt u op controle bij de verpleegkundig specialist orthopedie of arts-assistent. Dan worden de hechtingen verwijderd, de wond geïnspecteerd en de functie van de knie bekeken. U kunt dan uw vragen stellen over de operatie, de nabehandeling (revalidatie) en de leefregels die voor u van toepassing zijn.
  • Na zes weken krijgt u een controleafspraak bij de orthopeed. Dan wordt uw kniefunctie weer bekeken en worden met u afspraken gemaakt over het afbouwen van het gebruik van krukken.

Wanneer neemt u direct contact op?

Neem in een van onderstaande gevallen contact op:

  • als de wond gaat lekken;
  • als de wond rood of dik wordt en/of meer pijn gaat doen;
  • als u temperatuurverhoging krijgt boven de 38 graden Celsius en u zich daarbij niet goed voelt.

Tijdens kantooruren kunt u bellen naar de polikliniek Orthopedie. Buiten kantoortijden kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp.

Verhinderd

Kunt u niet naar uw afspraak komen? Geef dit dan zo spoedig mogelijk door aan de polikliniek Orthopedie. Er kan dan een andere patiënt in uw plaats komen.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Orthopedie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Orthopedie
040 – 239 71 80

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Orthopedie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/orthopedie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden