Verwijderen van een blaassteen (Folder)

Urologie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Verwijderen van een blaassteen (Folder)

Tijdens uw bezoek aan de polikliniek urologie heeft u van uw behandeld uroloog gehoord dat u één of meerdere blaasstenen heeft en dat deze operatief verwijderd moet(en) worden. In deze folder vindt u aanvullende informatie over deze ingreep. Voor u persoonlijk kan de situatie anders zijn dan hier is beschreven. Als dit het geval is, legt uw arts dit aan u uit.

Wat is een blaassteen?

Blaasstenen zijn verkalkingen, die ontstaan uit stoffen die in de urine zitten. De meeste blaasstenen ontstaan doordat er te veel zouten in de urine zitten. De afmeting van een blaassteen kan variëren van enkele millimeters tot wel enkele centimeters.

Voorbereiding op de operatie

Pre-peratieve screening en anesthesie

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee.

Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen op afspraak terecht. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01. Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie’.

Overige aandachtspunten

Belangrijk: Bent u in verwachting? Geef dit dan van te voren door. Heeft u de dag voor uw opname koorts? Neem dan contact op met de polikliniek Urologie.

De opname in ons ziekenhuis

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de afdeling. Waar u zich mag melden krijgt u van tevoren te horen. De secretaresse verwijst u door naar de röntgenafdeling om een foto van uw buik te laten maken. Hierop ziet de arts waar de steen zich bevindt. Terug op de afdeling helpt de verpleegkundige u met het installeren op de kamer. Daarna worden uw temperatuur, polsslag en bloeddruk gemeten. De verpleegkundige neemt nog kort met u uw gegevens door en uw medicijngebruik. U krijgt een injectie om trombose te voorkomen en eventueel medicijnen die de anesthesist voorgeschreven heeft. Het kan voorkomen dat er bloed wordt geprikt. Dit is per patiënt verschillend.

De verpleegkundige zorgt dat u klaar bent voor de operatie. Als u aan de beurt bent, rijdt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingskamer. Zodra u aan de beurt bent, haalt de operatieassistent u op.

De operatie

De ingreep vindt plaats onder narcose of met een ruggenprik. U wordt hierop voorbereid tijdens de pre-operatieve screening.

Blaasstenen kunnen op twee manieren worden verwijderd. In eerste instantie zal de arts proberen om de steen via de plasbuis met een kijkinstrument te verwijderen. Wanneer de blaasstenen via de plasbuis worden verwijderd, ligt u met uw benen opgetrokken in beensteunen. Tijdens deze ingreep brengt de arts via het kijkinstrument een instrument in de blaas, dat de steen vergruist. Wanneer de steen te groot is, of als het technisch niet mogelijk is om de steen te verwijderen via de plasbuis, kiezen we voor een open operatie. Bij een open operatie vindt de ingreep in rugligging plaats. Hierbij worden de blaassteen/blaasstenen via de buikwand verwijderd. U krijgt dan een snee in uw onderbuik, waarbij de blaas wordt geopend om zo de steen uit de blaas te halen.

Na de operatie

Na de operatie rijdt de operatieassistent u naar de uitslaapkamer. Daar wordt regelmatig gecontroleerd of u al wakker bent uit de narcose en hoe het met u gaat. Ook wordt regelmatig uw bloeddruk gemeten. Als u goed wakker bent en er zijn geen bijzonderheden, brengt de verpleegkundige van de afdeling u naar uw kamer.

Als u op de verpleegafdeling komt, heeft u een infuus in uw arm. Indien u weer goed kunt eten en drinken wordt het infuus verwijderd. Bij beide ingrepen zal de arts een katheter (een dun slangetje) in de blaas achterlaten. Waneer de blaassteen via de plasbuis is verwijderd, kan over het algemeen een dag na de ingreep de katheter worden verwijderd, wanneer de urine helder is. Bij de open operatie blijft de katheter ongeveer een week in de blaas, zodat de wond in de blaas de kans krijgt om te genezen.

Nadat de katheter is verwijderd, kan het voorkomen dat u last heeft van incontinentie. Dit is meestal van tijdelijke aard.

Indien nodig zorgt de verpleegkundige voor passend incontinentiemateriaal (eventueel ook voor thuis). Na de operatie heeft u een wond onderaan uw buik. Deze wond bevat nietjes of zelfoplosbare hechtingen. Om eventueel wondvocht af te voeren heeft u een drain (een dun slangetje) in de buurt van de wond zitten. Deze wordt na enkele dagen verwijderd.

De anesthesist geeft u pijnstillers tegen de pijn. Dit kan zijn via een slangetje in de rug of via een pompje dat u zelf kunt bedienen. De dag na de operatie mag u kort uit bed komen. De dagen daarna wordt dit uitgebreid, steeds net wat u aankunt. Afhankelijk van uw herstel mag u na ongeveer vijf dagen weer naar huis. Tenzij de steen via de plasbuis is verwijderd, dan mag u dezelfde dag naar huis.

De zaalarts komt dagelijks bij u langs. Deze bespreekt met u de voortgang van uw herstel en bepaalt het verdere beleid tijdens uw opname.

Controle

Als u naar huis gaat, krijgt u een afspraak mee voor een controlebezoek bij de uroloog. Dit vindt plaats na vier tot zes weken na de operatie. Als u nog een katheter heeft als u naar huis gaat, verwijderen we die later op de polikliniek Urologie.

Gevolgen van de operatie

Als u weer thuis bent, kunt u de eerste tijd last hebben van de volgende verschijnselen:

  • Veelvuldige aandrang om te plassen
  • Moeite om de urine op te houden.

Deze klachten verdwijnen over het algemeen na enkele dagen.

  • Branderig gevoel bij het plassen, met name aan het begin of het einde
  • Soms kan er nog wat bloed in uw urine zitten.

Deze verschijnselen kunnen 1 à 2 weken aanhouden. Het zijn normale verschijnselen en dus niet verontrustend.

Mogelijke risico’s en complicaties

Ondanks dat er zeer zorgvuldig gewerkt wordt, bestaat er altijd een kans op een complicatie. Deze complicaties kunnen bestaan uit een infectie of nabloeding. In de meeste gevallen kunnen deze problemen zonder nieuwe operatie worden behandeld.

Wanneer de steen via de plasbuis wordt verwijderd kan er een gaatje ontstaan in de blaas, waardoor de katheter langer in moet blijven na de operatie. In zeer uitzonderlijke gevallen moet de blaaswand door middel van een operatie worden hersteld.

Leefregels

Wanneer de stenen via de plasbuis zijn verwijderd gelden er geen specifieke leefregels. U kunt zelf het beste bepalen hoe u zich voelt en daar uw activiteiten op afstemmen.

Indien uw stenen via de open buik operatie zijn verwijderd adviseren wij:

  • Drink elke dag minimaal één tot twee liter vocht (geen alcohol)
  • Neem 2 weken lang geen bad. Douchen mag wel
  • Ga 4 à 6 weken niet sporten en verricht geen zware fysieke arbeid
  • U kunt 2 weken niet fietsen
  • Autorijden mag wel

Wanneer neemt u direct contact op?

  • als u niet meer kunt plassen
  • wanneer u koorts krijgt boven de 38,5 Celsius
  • aanhoudende ernstige brandende pijn tijdens het plassen

Neem in deze situaties tijdens kantooruren contact op met de polikliniek Urologie. Buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp (SEH).

Als u verhinderd bent

Bent u op de afgesproken datum en/of tijd verhinderd? Geef dit dan zo snel mogelijk door aan het secretariaat van de polikliniek Urologie, minstens een week vóór de ingreep. Als u dit op tijd doet, kan een andere wachtende patiënt worden geholpen.

Vragen

Heeft u na het lezen van de informatie nog vragen? Neem dan contact op met polikliniek Urologie

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
Telefoon 040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Urologie
040 – 239 70 40

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Urologie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/urologie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden