Zwangerschap en bevalling (Folder)

Gynaecologie Verloskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Zwangerschap en bevalling (Folder)

U bent zwanger, van harte gefeliciteerd! De komende negen maanden zijn een bijzondere periode. Ongetwijfeld heeft u veel vragen over uw zwangerschap en alles wat daarmee samenhangt. In deze folder vindt u informatie over de gang van zaken rondom uw zwangerschap en de bevalling in ons ziekenhuis.  

Voor u persoonlijk kan de situatie anders zijn dan hier is beschreven. Als dit het geval is, legt uw behandelend arts u dit uit.

Wie zijn wij?

Gynaecologen, arts-assistenten, (co-assistenten) en verloskundigen

In het Catharina Ziekenhuis zijn een aantal gynaecologen werkzaam. U bent bij één van hen onder behandeling. Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Dat betekent dat u naast de gynaecoloog ook behandeld kunt worden door een arts-assistent. Deze arts-assistent heeft de algemene opleiding tot arts voltooid en is bezig met zijn specialisatie tot gynaecoloog. De gynaecoloog en de arts-assistent werken nauw samen. Soms wordt de gynaecoloog of arts-assistent bijgestaan door een co-assistent. Dit is een arts in opleiding. Het kan ook zijn dat uw zwangerschap begeleid wordt door een verloskundige. Deze verloskundige, in dienst van het Catharina Ziekenhuis, werkt nauw samen met de gynaecoloog.

De polikliniek

Op de polikliniek hebben de doktersassistenten een coördinerende rol. Zij maken onder andere voor u de (vervolg)afspraken of afspraken bij andere afdelingen. Daarnaast assisteren zij de artsen tijdens het spreekuur. Zij meten bijvoorbeeld uw bloeddruk.

De afdeling Verloskunde

Op de afdeling Verloskunde werken gediplomeerde verpleegkundigen en verpleegkundigen in opleiding. Deze laatste groep staat onder supervisie van ervaren verpleegkundigen. De verpleegkundigen helpen u voor en na de bevalling en waken over de gezondheid van u en uw baby. Ter controle nemen zij een aantal lichamelijke gegevens op zoals uw temperatuur, polsslag en bloeddruk. Mocht u al vóór uw bevalling opgenomen worden dan waken zij ook over de gezondheid van uw ongeboren baby. Zij houden de hartslag van uw baby in de gaten en maken indien nodig een CTG (cardiotocogram). Meer informatie hierover vindt u onder het kopje ‘Onderzoeken tijdens de zwangerschap’ in deze folder.

De afdelingsassistente

De afdelingsassistente voorziet u van drinken en maaltijden. Ook staat zij voor u klaar als u hulp bij de maaltijd nodig heeft.

De zwangerschapscontroles

Eerste bezoek aan de gynaecoloog

Het eerste bezoek aan de polikliniek is meestal vrij uitgebreid. De arts of verloskundige stelt u vragen over uw zwangerschap, uw gezondheid, de gezondheid van uw partner en van familieleden. Daarnaast stelt hij vragen over ziekten, operaties, medicijngebruik maar ook over roken, alcohol- en drugsgebruik. Als er ziekten of mogelijk erfelijke aandoeningen in uw familie of die van uw partner voorkomen, is het verstandig dit te melden. Ook vinden een aantal onderzoeken plaats. Uw bloeddruk en gewicht worden gemeten en de grootte van de baarmoeder wordt beoordeeld. Vaak wordt er ook een echografie gemaakt. Tot slot worden op het laboratorium enkele buisjes bloed afgenomen voor onderzoek. Meer informatie hierover vindt u onder het kopje ‘Onderzoeken tijdens de zwangerschap’ in deze folder.

Het is verstandig om u nu al aan te melden voor kraamzorg. Als u zich tijdig (vóór de vierde maand van uw zwangerschap) aanmeldt, bent u namelijk verzekerd van zorg. Hoeveel kraamzorg u krijgt is afhankelijk van uw zorgverzekering. Meer informatie over kraamzorg leest u onder het kopje ‘Na de bevalling’.

Controlebezoeken

Tijdens uw zwangerschap komt u regelmatig bij ons langs voor controlebezoeken. De controles zijn nodig om het verloop van uw zwangerschap te volgen. Naarmate de zwangerschap vordert, wordt u vaker gecontroleerd.

Tijdens de controle meet de doktersassistente uw bloeddruk. De gynaecoloog (of arts-assistent of verloskundige) voert vervolgens een uitwendig zwangerschapsonderzoek uit. Tijdens dit onderzoek wordt beoordeeld hoe groot uw baarmoeder is. Ook wordt, zodra dit mogelijk is, naar de hartslag van de baby geluisterd. Als de zwangerschap verder gevorderd is, voelt de gynaecoloog ook hoe het kind ligt. Natuurlijk kunt u te allen tijde vragen stellen of informatie over uw situatie krijgen. Het is verstandig uw vragen en opmerkingen van tevoren op te schrijven zodat u ze tijdens het bezoek niet vergeet. Uw partner is uiteraard van harte welkom bij de zwangerschapscontroles.

Onderzoeken tijdens de zwangerschap

Urineonderzoek

De urine wordt door de doktersassistente onderzocht op eiwit. Urineonderzoek is nodig als de arts daar een aanleiding voor heeft. De arts zal dit dan aangeven.

Bloedonderzoek

Bij het standaard onderzoek wordt uw bloed onderzocht op:

  • bloedgroep
  • hemoglobinegehalte
  • Rhesus D-factor
  • Rhesus c-factor
  • andere antistoffen
  • suiker
  • schildklierfuncties
  • hepatitis B
  • lues (syfilis)
  • HIV

Bloedgroep
Het is belangrijk dat u weet welke bloedgroep u heeft, voor het geval dat u een bloedtransfusie nodig heeft. De bloedgroep kan A, B, AB of O zijn.

Hemoglobinegehalte (Hb)
Het Hb-gehalte wordt, aan de hand van de rode bloedcellen, getest om te achterhalen of u bloedarmoede heeft. Dit onderzoek kan meerdere keren tijdens de zwangerschap plaatsvinden.

Rhesus D-factor
Het hebben van rhesuspositief bloed zegt iets over de aanwezigheid van een eiwitachtige stof in uw bloed. Ontbreekt deze rhesusfactor dan is het bloed Rhesus D-negatief. Bij de eerste controle bij de verloskundige wordt bij het bloedonderzoek de rhesusfactor bepaald. Bent u Rhesus D-negatief dan wordt in de 27e week van de zwangerschap nogmaals bloed afgenomen.

De Rhesus D-factor wordt dan van de foetus bepaald. Indien de foetus Rhesus D-factor negatief is krijgt u injectie met antirhesus D immunoglobuline toegediend. Als de foetus Rhesus D-factor positief is dan is deze injectie niet zinvol.

Rhesus c-factor
Het hebben van Rhesus-positief bloed zegt iets over de aanwezigheid van een eiwitachtige stof in uw bloed. Ontbreekt deze rhesusfactor dan is het bloed Rhesus c-negatief. Bij de eerste controle bij de verloskundige wordt bij het bloedonderzoek de rhesusfactor bepaald. Bent u Rhesus c-negatief dan wordt in de 27e week van de zwangerschap nogmaals bloed afgenomen.

Andere antistoffen
Als andere antistoffen in uw bloed worden aangetroffen, wordt het bloed verder onderzocht om te achterhalen om welke type antistof het gaat. Vervolgens wordt bekeken hoe u daarvoor behandeld kunt worden.

Hepatitis B
Hepatitis B is een ziekte waarbij een infectie van de lever optreedt door het Hepatitis B virus. Deze infectie kan iemand onder andere oplopen via seksueel contact, besmet bloed of speeksel, besmette injectienaalden en bij het zetten van een tatoeage. U kunt de ziekte hebben zonder dat u het merkt. Slechts één op de drie geïnfecteerden krijgt twee weken tot zes maanden na het moment van infectie klachten, zoals vermoeidheid, lusteloosheid, misselijkheid, buikpijn en jeuk. Na de infectie blijven sommige mensen het hepatitis B virus bij zich dragen. Als u draagster bent van dit virus kan uw bloed besmettelijk zijn voor uw baby. De kans op besmetting tijdens de bevalling of erna is vrij groot. Door zo snel mogelijk na de bevalling een injectie met Hepatitis B immunoglobine en een vaccinatie aan de baby te geven, is de baby beschermd tegen het virus. Deze injectie voorkomt besmetting met Hepatitis B. Daarna moet de baby op de leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden ingeënt worden om beschermd te blijven. Deze inentingen worden door het consultatiebureau verzorgd, samen met de andere inentingen.

Lues (syfilis)
Lues is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die u ongemerkt kan oplopen. Lues kan uw ongeboren baby ziek maken, daarom moet lues zo snel mogelijk worden behandeld met antibiotica (penicilline).

HIV
HIV is een virus dat de ziekte aids kan veroorzaken. Een zwangere vrouw die geïnfecteerd is met het HIV, kan dit virus overdragen op haar baby. Om dit te voorkomen is het belangrijk om tijdig een medische behandeling te starten om de overdracht van HIV op de baby te voorkomen. Ook mag u geen borstvoeding geven om HIV-besmetting via moedermelk te voorkomen. Als de HIV-test positief is verwijst de gynaecoloog u door naar de internist die u verder behandelt.

Echoscopisch onderzoek

Dit onderzoek, ook wel ‘echo’ genoemd, kan om verschillende redenen gedaan worden.

  • Bepaling van de zwangerschapsduur. Echoscopisch onderzoek in de eerste maanden geeft een vrij nauwkeurig beeld van de zwangerschapsduur en de uitgerekende datum van bevalling;
  • Vaststellen of de zwangerschap zich in de baarmoeder bevindt;
  • Vaststellen of de zwangerschap goed verloopt. Er wordt gekeken of het hartje van de baby klopt;
  • Aantonen van een eventuele meerlingzwangerschap;
  • Beoordeling van de groei van de baby;
  • Bepalen van de ligging.

In het Catharina Ziekenhuis worden bij iedere zwangere standaard twee echo’s gemaakt. Een vroege echo, ook wel termijnecho genoemd en een echo tussen de 18 en 23 weken zwangerschap, structurele echo genoemd. Als uw arts het nodig vindt worden er nog meer echo’s gemaakt. Bijvoorbeeld om de groei of de ligging van de baby te beoordelen. Meer informatie over het echoscopisch onderzoek vindt u in de folder ‘Echoscopie tijdens de zwangerschap’ en ‘Structureel echo-onderzoek tijdens de zwangerschap’.

Prenatale diagnostiek

Prenatale diagnostiek omvat het onderzoek naar aangeboren afwijkingen. De gynaecoloog zal de mogelijkheden met u bespreken. Een reden voor prenatale diagnostiek kan een aangeboren afwijking in de familie zijn. Er zijn verschillende onderzoeken mogelijk. Bijvoorbeeld een vlokkentest, vruchtwaterpunctie, bloedonderzoek en echoscopisch onderzoek. Meer informatie hierover vindt u op www.nvog.nl. Ook uw gynaecoloog kan u meer informatie geven over deze onderzoeken.

Nekplooimeting en NIPT
Deze ‘screeningstesten’ kunnen niet met zekerheid vertellen of de chromosomen wel of niet in orde zijn. Wel kunnen de testen met een betrouwbare schatting voorspellen wat de kans is op het krijgen van een kind met het syndroom van Down. Meer informatie over deze onderzoeken vindt u in de folder ‘Informatie over de screening op Downsyndroom’ van het RVIM.

Uitgebreid echo-onderzoek tijdens de zwangerschap
Een aantal aangeboren afwijkingen kan al tijdens de zwangerschap worden opgespoord met behulp van structureel echoscopisch onderzoek. Het onderzoek vindt meestal plaats als u 18 tot 23 weken zwanger bent.

Extra onderzoeken

Bepaalde onderzoeken worden alleen ‘op indicatie’ gedaan. Dat wil zeggen dat ze alleen gedaan worden als daar een speciale reden voor is. Als dit het geval is, wordt dit met u besproken.

Cardiotocogram (CTG)
Bij het cardiotocogram wordt de hartslag van de baby in relatie tot de baarmoedersamentrekkingen (‘harde buiken’) of weeën geregistreerd. Hieraan kunnen we zien hoe het met de baby gaat en hoe de baby reageert op de baarmoederactiviteit. Het is een relatief eenvoudig en absoluut pijnloos onderzoek. Tijdens het onderzoek krijgt u gedurende een half uur twee elastische banden met een soort ‘stethoscoop’ om uw buik. Deze banden zijn verbonden met de apparatuur die de hartslag en baarmoederactiviteit registreert.

Doppleronderzoek
Tijdens het echo-onderzoek wordt soms een doppleronderzoek verricht. Daarbij meet men de bloeddoorstroming in de navelstreng. Dit onderzoek geeft informatie over het functioneren van de placenta.

Het wordt alleen uitgevoerd als er een goede reden voor is, zoals groeivertraging van het kind of bij rhesusantagonisme. Rhesusantagonisme betekent dat de bloedgroep van moeder en kind niet bij elkaar passen.

Orale Glucose Tolerantie Test (OGTT)
De OGTT wordt verricht om zwangerschapssuiker (diabetes gravidarum) op te sporen. Zwangerschapssuiker kan grote gevolgen hebben voor zowel moeder als het kind. Tijdige herkenning en behandeling verbeteren de uitkomst voor moeder en kind. De OGTT is een test waarbij er wordt gekeken hoe de bloedwaardes van glucose veranderen na het drinken van een glucosedrank.

Adviezen voor de gezondheid van u en uw kind

Over het algemeen kunt u tijdens de zwangerschap alles blijven doen wat u daarvoor ook al deed. Wel is het verstandig om een aantal leefregels in acht te nemen.

Wat u vooral NIET moet doen

Roken
Ongetwijfeld weet u dat roken slecht is voor u en uw baby. Zelf roken, maar ook veelvuldig verblijf in een rokerige omgeving heeft een nadelige invloed op zowel de zwangerschap als op de groei van de baby. Bovendien komen bij kinderen van ouders die tijdens de zwangerschap roken meer infecties van de luchtwegen voor. Ook zijn er aanwijzingen dat wiegendood vaker voorkomt. Over de gevolgen van het roken en de risico’s die dit met zich meebrengt kunt u lezen op de website van www.stivoro.nl.

Alcohol
Alcohol komt via de placenta bij de baby terecht. Als u alcohol drinkt kan dit de ontwikkeling van uw baby beïnvloeden. Wij adviseren u om vanaf het moment dat u probeert zwanger te worden tot en met het moment dat u stopt met het geven van borstvoeding geen alcohol te gebruiken.

Drugs
Het gebruik van verdovende middelen, zowel harddrugs (amfetaminen, XTC, heroïne, cocaïne) als softdrugs (wiet, hasj) tijdens de zwangerschap wordt ernstig afgeraden. De gevolgen voor het kind kunnen enorm zijn. De kans op vroeggeboorte en op overlijden vlak voor of vlak na de geboorte is verhoogd. Het is belangrijk dat u de gynaecoloog of de verloskundige eerlijk vertelt wat en hoeveel u gebruikt.

Medicijnen
Als u medicijnen gebruikt, geef dit dan altijd door aan uw gynaecoloog of verloskundige. Dit geldt ook voor medicijnen die u zonder recept bij de drogist kunt kopen zoals aspirine, hoestdrank, keeltabletten, neusspray en dergelijke. Ook bepaalde crèmes kunnen een schadelijke dosis vitamine A bevatten. Soms moeten medicijnen die u vóór de zwangerschap gebruikte, gestopt of veranderd worden.

Straling
Als u tijdens uw zwangerschap een röntgenonderzoek moet ondergaan, vermeld dan duidelijk dat u zwanger bent. Soms kan het onderzoek uitgesteld worden tot na de bevalling. Eventueel kan de baarmoeder afgeschermd worden waardoor de baby minder straling krijgt. Beeldschermen en magnetrons hebben geen schadelijke invloed.

Schadelijke stoffen
Probeer tijdens de zwangerschap zo min mogelijk in aanraking te komen met de volgende schadelijke stoffen: verf op terpentinebasis, ongediertebestrijdingsmiddelen en chemicaliën.

Toxoplasmose
Om een mogelijke besmetting met de toxoplasmose parasiet te voorkomen, is het belangrijk om bij het verschonen van de kattenbak en het werken in de tuin handschoenen te dragen. De verschijnselen van een besmetting met toxoplasmose lijken op die van de ziekte van Pfeiffer (moeheid, misselijk).

Voeding
Tijdens de zwangerschap is het belangrijk om gezond en gevarieerd te eten. Waar moet u verder op letten:

  • In (half)rauw vlees en in ongewassen groenten en fruit komt soms een parasiet voor die toxoplasmose kan veroorzaken. Eet daarom geen vleeswaren zoals rosbief, fricandeau, filet américain of ossenworst. Groente en fruit moet u eerst goed wassen.
  • Rauwmelkse kazen, ook wel aangeduid met ‘au lait cru’ kunnen de Listeria-bacterie bevatten. Deze bacterie kan ook groeien in groente, kip, vis en vlees als deze te lang in de koelkast zijn bewaard. Koop deze producten daarom vers en bewaar ze zo kort mogelijk in de koelkast. Listeria is niet bestand tegen verhitting door koken of bakken.
  • Wees zuinig met suiker en zout. Snoep met mate.
  • Te veel vitamine A kan schadelijke gevolgen hebben voor uw baby. In lever zit veel vitamine A. Eet daarom niet meer dan eenmaal per dag een leverproduct zoals leverworst, leverpastei, Hausmacher of Berliner.
Wat u vooral WEL moet doen

Foliumzuur
Als u zich houdt aan de ‘Voedingswijzer’ en gezond en gevarieerd eet hoeft u normaal gesproken niets extra’s te eten. Als u zwanger wilt worden of al in verwachting bent, adviseert het Voedingscentrum extra foliumzuur te gebruiken. Foliumzuur kan de kans op een aangeboren afwijking verkleinen. Om zeker te weten dat u elke dag voldoende foliumzuur binnenkrijgt, kunt u uw voeding aanvullen met foliumzuurtabletten (1x daags 1 tablet van 0,4 of 0,5 mg). Foliumzuurtabletten zijn te verkrijgen bij drogist en apotheek.

Voeding
Zoals eerder vermeld is het belangrijk om tijdens uw zwangerschap gezond en gevarieerd te eten. Eten voor twee is zeker niet nodig en lijnen wordt tijdens de zwangerschap afgeraden. Schadelijke stoffen die opgeslagen liggen in het vetweefsel komen tijdens het lijnen vrij. Meer informatie over voeding in de zwangerschap vindt u in de folder ‘Eten als je in verwachting bent’ van het Voedingscentrum. Tevens wordt geadviseerd om vanaf de derde maand van uw zwangerschap extra vitamine D (400 IE of 10 microgram per dag) in te nemen. Om problemen met de stoelgang te voorkomen is het verstandig om witbrood te vervangen door bruin-, volkoren- en roggebrood. Ook is het raadzaam om regelmatig fruit, rauwkost en peulvruchten te eten.

Zwangerschapscursus
Het is belangrijk om tijdens uw zwangerschap fit en gezond te blijven. Hiervoor zijn tal van cursussen beschikbaar die u voorbereiden op de bevalling. Ook als u klachten heeft is het verstandig een dergelijke cursus te volgen omdat ademhaling, houding en juist bewegen een belangrijk onderdeel uitmaken van deze cursussen.

Het ziekenhuis biedt u de mogelijkheid om een cursus Mindful zwanger te volgen. Op de polikliniek kunt u hier meer informatie over krijgen.

Seksualiteit
Bij een normaal verlopende zwangerschap zijn er geen bezwaren ten aanzien van seksualiteit. Geslachtsgemeenschap kan geen miskraam of beschadiging van het kind veroorzaken. Bij bloedverlies of gebroken vliezen wordt gemeenschap afgeraden. Vragen over seksualiteit kunt u ook altijd met uw gynaecoloog of verloskundige bespreken.

Werken
Werken heeft op zich geen nadelige invloed op de zwangerschap. Wel kunnen er omstandigheden zijn die een risico met zich meebrengen, zoals trillingen, straling, chemische stoffen of infectie risico’s. Ook lichamelijk zwaar werk zoals veelvuldig tillen, trekken, duwen of dragen dient u te vermijden.

Als u in nacht- of ploegendienst werkt, kunt u uw werkgever om aangepaste werktijden vragen. Regelingen voor zwangere en pas bevallen werkneemsters zijn vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenwet en het Besluit zwangere werkneemsters. Ook voor het geven van borstvoeding zijn wettelijke regelingen.

Vakantie
Tijdens uw zwangerschap mag u gerust op vakantie. Het is wel raadzaam om een bestemming te kiezen waar goede medische zorg aanwezig is. Het kan altijd gebeuren dat zich tijdens uw vakantie complicaties voordoen. In verre, tropische landen moet u rekening houden met eventuele vaccinaties of het innemen van malariatabletten. Onder primitieve omstandigheden kunt u makkelijker een infectieziekte oplopen. Tot 32 weken is vliegen geen bezwaar. Moet of wilt u na deze termijn nog een vliegreis maken, dan adviseren wij u om contact op te nemen met de vliegtuigmaatschappij om hiervoor toestemming te vragen. Vakanties op grote hoogte (> 2.000 meter) worden ook afgeraden, omdat de lucht hier minder zuurstof bevat.

Ziek zijn tijdens de zwangerschap

Ziek zijn tijdens de zwangerschap is heel vervelend. Toch is er niet altijd een reden voor ongerustheid. Veel kwaaltjes horen nu eenmaal bij de zwangerschap.

Misselijkheid

Dit is zwangerschapsklacht nummer één. Zo’n 40 tot 80% van de zwangere vrouwen heeft er last van. Kleine hoeveelheden eten voor het opstaan of kleine tussendoortjes helpen soms om de misselijkheid tegen te gaan. Meestal verdwijnt de misselijkheid na drie tot vier maanden. Als u erg vaak moet braken wordt u extra gecontroleerd.

Zuurbranden

Tijdens de zwangerschap hebben veel vrouwen last van zuurbranden omdat het maagzuur makkelijker de slokdarm in kan lopen. Vooral als u ligt kunt u er veel last van hebben. Uw arts of verloskundige kan iets voorschrijven dat hiertegen helpt. Dit middel is onschadelijk voor de baby.

Vaginale afscheiding

Zolang het geen klachten geeft zoals jeuk en branderigheid en het er normaal uitziet is dit een normaal verschijnsel.

Vermoeidheid

Veel vrouwen zijn erg moe tijdens de zwangerschap. Meestal heeft dit te maken met de ontwikkeling van de zwangerschap en de wijziging in de hormoonhuishouding. Soms kan het ook duiden op bloedarmoede. De arts of verloskundige kan uw bloed hierop laten onderzoeken en u een recept meegeven.

Rugpijn en bekkenpijn

Rugpijn en bekkenpijn zijn veel voorkomende kwalen tijdens de zwangerschap. Door de verandering in de hormonen en uw steeds zwaarder wordende buik heeft uw rug het soms zwaar te verduren. Een goede houding kan uw klachten verminderen. Ook dient u voorzichtig te zijn met bepaalde bewegingen zoals tillen, duwen en trekken. Wij adviseren om ALTIJD op twee benen te staan en uw gewicht goed te verdelen. Hiermee kunt u veel problemen voorkomen.

Hoge bloeddruk

Van de vrouwen die voor het eerst zwanger zijn, krijgt zo’n 10 tot 15 procent een hoge bloeddruk (hypertensie). Bij een volgende zwangerschap komt dat minder vaak voor. Hypertensie is vaak een reden om u naar de gynaecoloog te verwijzen omdat het gevolgen kan hebben voor uw baby. Meer informatie vindt u in onze folder ‘Hoge bloeddruk in de zwangerschap’.

Diabetes en zwangerschap

Bij diabetes (suikerziekte) is er te veel suiker (glucose) in uw bloed: de bloedsuikerspiegel is te hoog. Diabetes kan al bestaan voor uw zwangerschap (type 1 of 2) of ontstaan tijdens de zwangerschap (zwangerschapsdiabetes). Omdat diabetes gevolgen kan hebben voor zowel u en uw baby is het belangrijk dat u tijdens de zwangerschap begeleid wordt door een gynaecoloog. Meer informatie vindt u in onze folder ‘Diabetes en zwangerschap’.

Schildklierafwijking

De schildklier kan te snel of te langzaam werken. In beide gevallen worden vóór en tijdens de zwangerschap de schildklierhormonen gecontroleerd. Omdat een schildklierafwijking gevolgen kan hebben voor de baby, is het belangrijk dat u onder controle staat bij een gynaecoloog. Meer informatie vindt u in onze folder ‘Schildklierafwijkingen en zwangerschap’.

Rode hond

Rode hond is een besmettelijke ziekte die het meeste voorkomt bij kinderen. Als u in de eerste vier maanden van uw zwangerschap in contact komt met iemand die rode hond heeft, meldt u dit dan zo snel mogelijk op de polikliniek. Het rode hond virus kan namelijk schade toebrengen aan de ongeboren baby. De meeste Nederlandse vrouwen zijn als kind tegen rode hond ingeënt. Zij zijn dus beschermd tegen deze ziekte.

Voorbereiding op de bevalling

Naarmate het einde van de zwangerschap in zicht komt, gaat u zich steeds meer voorbereiden op de bevalling en de periode erna. Sommige vrouwen vinden het prettig als ze voor de bevalling al een kijkje op de verloskamers kunnen nemen, zodat ze niet helemaal in een vreemde omgeving terechtkomen. Als u dit op prijs stelt kunt u hiervoor contact opnemen met de verloskamers en een afspraak maken.Ook verzorgen wij een paar keer per jaar een informatieavond over zwangerschap en bevallen in het Catharina Ziekenhuis. Inschrijfformulieren vindt u op de polikliniek.

Wanneer neemt u contact met ons op
  • bij weeën (pijnlijke harde buiken) vóór de 37ste week altijd contact opnemen!
  • bij weeën om de 5 minuten;
  • bij onverklaarbare pijn;
  • bij ongerustheid en twijfel;
  • bij vruchtwaterverlies (probeer eventueel wat vruchtwater op te vangen);
  • bij bloedverlies;
  • en: vóórdat u naar het ziekenhuis komt.

De verloskamers kunt u dag en nacht bereiken. Het telefoonnummer vindt u achter in deze folder. Gebruikt u medicijnen, neem deze of een overzicht hiervan mee naar het ziekenhuis.

Wat neemt u mee voor de bevalling en opname in het ziekenhuis

  • een patiëntenpas van het Catharina Ziekenhuis, als u die heeft;
  • een kort katoenen nachthemd (of T-shirt) voor tijdens de bevalling;
  • eventueel sokken;
  • toiletspullen zoals een tandenborstel, tandpasta, zeep, kam/borstel en lenzenvloeistof;
  • stevige beha (eventueel een voedingsbeha);
  • ondergoed;
  • nachthemden of pyjama’s voor na de bevalling;
  • peignoir en pantoffels/sloffen;
  • eventueel iets om te lezen;
  • kleren voor als u weer naar huis mag;
  • kleertjes voor de baby;
  • goedgekeurd autozitje voor vervoer van de baby in de auto.

De bevalling

Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, gerekend vanaf de eerst dag van de laatste menstruatie. Maar een bevalling begint zelden precies na deze 40 weken. De meeste bevallingen vinden plaats tussen de 37ste en 42ste week. Alles wat binnen deze periode valt is dus heel normaal.

De bevalling doorloopt een aantal fasen

De ontsluitingsfase
Deze fase duurt het langst. De ontsluitingsweeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond zich langzaam opent zodat de baby erdoor kan. Dit is bij 10 centimeter, ofwel volledige ontsluiting. Weeën geven een krampgevoel in de onderbuik en worden door iedere vrouw anders ervaren. Tijdens een wee wordt uw hele buik hard. Het beste is om rustig te blijven en goed te ontspannen. Als u regelmatige weeën heeft dan moet u contact opnemen met het ziekenhuis. Soms begint de bevalling doordat de vliezen breken en u vruchtwater verliest. Het is daarom verstandig om de laatste weken uw matras te beschermen met een matrasbeschermer of een stuk plastic. Ook als de vliezen breken neemt u contact op met het ziekenhuis. Bij enkele vrouwen begint de bevalling als ze wat bloed of slijm verliezen. Neem bij twijfel altijd contact op met het ziekenhuis. Hoe lang de ontsluitingsfase duurt, is moeilijk te zeggen omdat het voor iedere vrouw anders is.

De uitdrijvingsfase
Als er (bijna) volledige ontsluiting is, gaan de ontsluitingsweeën over in persweeën. Deze zorgen ervoor dat het kind uit de baarmoeder geduwd wordt. Persweeën geven u het gevoel dat u ontzettend naar het toilet moet.

De bevalling
Als de ontsluiting volledig is dan geeft de verloskundige of de gynaecoloog het startsein om mee te persen. Het is heel belangrijk om de instructies die hij of zij geeft goed op te volgen. Soms is er een knip nodig om de bevalling te bespoedigen, bijvoorbeeld als het kindje het benauwd begint te krijgen. De meeste vrouwen voelen hier weinig van. En dan is het kindje eindelijk daar! Meestal wordt hij of zij direct op de buik of in de armen van de moeder gelegd.

Ook bepaalt de verloskundige, gynaecoloog of kinderarts de Apgarscore. De test wordt één minuut, vijf minuten en tien minuten na de geboorte gedaan en geeft inzicht in de conditie van de baby op vijf vitale criteria:

  • Ademhaling
  • Pols- en hartslag
  • Spierspanning
  • Kleur van de huid
  • Reactie op prikkels

Het kindje is nu nog verbonden met de navelsteng. Als, na een paar minuten, de navelstreng wordt afgeklemd kan deze door de vader (of iemand anders) worden doorgeknipt.

De nageboorte
De bevalling is nog niet klaar; de placenta moet ook nog geboren worden. Meestal gebeurt dit na een paar minuten. Na de bevalling van het kindje stelt dit qua inspanning nog maar weinig voor. Het is belangrijk dat de placenta compleet is, anders kan dit klachten zoals aanhoudend bloedverlies veroorzaken.

Nadat de placenta geboren is, trekt de baarmoeder zich samen tot een harde bal, onder in de buik. Door dit natuurlijke proces wordt het bloedverlies beperkt. Als u bent ingescheurd of ingeknipt, dan hecht de verloskundige of gynaecoloog de wond. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving.

Als het anders loopt

Soms verloopt de zwangerschap en/of de bevalling anders dan u van tevoren had verwacht. Er zijn dan extra maatregelen of ingrepen tijdens de bevalling noodzakelijk. Uiteraard wordt u ook in dat geval goed begeleid. De gynaecoloog of verloskundige staat u steeds zo goed mogelijk bij en informeert u.

Inleiden van de bevalling
In sommige gevallen is het beter het spontane begin van de weeën niet af te wachten, omdat er zich complicaties voordoen tijdens de zwangerschap of omdat de bevalling te lang op zich laat wachten. De weeën worden dan opgewekt door middel van een infuus met medicijnen, een ballonkatheter of door middel van een weeënopwekkende gel die in de vagina wordt ingebracht. Uiteraard wordt de conditie van uw kindje goed in de gaten gehouden via een CTG die de harttonen registreert. Meer informatie hierover vindt u in de folder ‘Het inleiden van de bevalling’.

Kunstverlossing
Als het niet lukt om de baby op eigen kracht geboren te laten worden moet de gynaecoloog een handje helpen. Dit kan door middel van een zogenaamde vacuümpomp of met de tang. Meer informatie vindt u in onze folder ‘Een vaginale kunstverlossing’.

Keizersnede
Het kan ook zijn dat het kindje in stuitligging ligt of niet via de natuurlijke weg geboren kan worden. In dat geval kan de gynaecoloog adviseren om het kindje via een keizersnede geboren te laten worden. Dit gebeurt op de operatiekamer via een snede in de buik en de baarmoeder. Meer informatie over de keizersnede vindt u in de folder ‘Zorg rondom een keizersnede’.

Pijnbestrijding tijdens de bevalling

Bevallen doet pijn, dat is een feit. Hier zullen weinig vrouwen van opkijken. En waar de pijn voor de ene vrouw redelijk te verdragen is, vraagt de ander om een pijnstilling. Gelukkig zijn de meeste vrouwen  de pijn snel vergeten als ze hun baby in de armen houden. Ademhalings- en ontspanningsoefeningen kunnen helpen de weeën op te vangen. Dit kunt u al tijdens de zwangerschap in verschillende cursussen leren. Door geconcentreerd weeën ‘weg te zuchten’, komt u in een ritme waarbij het lichaam zelf endorfinen aanmaakt die een pijnstillend effect hebben. Deze endorfinen zorgen ervoor dat de pijn te verdragen is.

Toch komt het regelmatig voor dat vrouwen de pijn onverdraaglijk vinden zodat zij zich ook niet meer voldoende kunnen ontspannen. De gynaecoloog kan er dan, in overleg met u, voor kiezen om de pijn te onderdrukken. Dit kan op verschillende manieren. Omdat er bijwerkingen kunnen optreden bij het onderdrukken van pijn, wordt u bij gebruik van middelen altijd opgenomen.

Meer informatie over pijnbestrijding tijdens de bevalling is te vinden in de folder ’Pijnbestrijding tijdens de bevalling’.

Na de bevalling

Borstvoeding of flesvoeding

U heeft tijdens uw zwangerschap een keuze gemaakt of u borstvoeding of flesvoeding gaat geven na de bevalling. Ongeacht uw keuze kunt u contact opnemen met de verpleegkundige op de afdeling of met de kraamzorg. Zij ondersteunen u bij het geven van de voeding.

Meer informatie over dit onderwerp vindt u in de folder ‘Borstvoeding, praktische tips voor vrouwen die borstvoeding willen geven’ en folders over flesvoeding.

Kraamzorg

Kraamzorg is een unieke volledig op moeder en kind gerichte vorm van zorg. Een kraamverzorgende begeleidt u en uw partner gedurende de kraamperiode in uw eigen vertrouwde omgeving en leert hoe u uw baby het beste kunt verzorgen. Een belangrijke taak van de kraamverzorgende is het (lichamelijk) controleren van moeder en kind. Zij heeft hierover overleg met de verloskundige of uw huisarts. Daarnaast neemt zij een aantal kleine huishoudelijke taken voor haar rekening zoals het bijhouden van het sanitair, de was en de babykamer. Ook de zorg voor eventuele oudere kinderen in het gezin hoort bij haar taken. De kraamperiode duurt ongeveer acht dagen. Geniet van die tijd en rust goed uit, want als de kraamverzorgende eenmaal weg is, breekt er voor u een drukke periode aan.

Het is verstandig om de kraamzorg ruim op tijd aan te vragen, rond de derde maand van uw zwangerschap. Meer informatie kunt u krijgen bij de kraamzorgbureaus in uw regio.

Erkenning

Door erkenning krijgt een kind dat buiten het huwelijk wordt geboren een wettelijke vader. U kunt een kind erkennen bij de gemeente. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt een akte van erkenning op. De procedure is gratis. Erkenning kan vóór de geboorte, tijdens de aangifte van geboorte en op een later tijdstip. Door erkenning heeft het kind:

  • wettelijk erfrecht;
  • de keuze van achternaam van moeder of vader;
  • de nationaliteit van de ouders.

Om een ongeboren vrucht of kind te erkennen is schriftelijke toestemming van de moeder nodig. Het is van belang dat u hieraan denkt voordat u het kind gaat aangeven bij de gemeente.

Aangifte doen

Elk kind dat in Nederland wordt geboren dient binnen drie dagen te worden aangegeven bij de gemeente waar het is geboren. Met uitzondering van zaterdag en zondag en erkende feestdagen; de termijn wordt dan verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag. De gemeente maakt een akte op van de geboorte. Deze akte wordt opgenomen in de registers van de burgerlijke stand. U bent bevoegd/verplicht tot aangifte van een geboorte als u de vader of moeder van het kind bent of als u bij de geboorte aanwezig bent geweest.

Aangifte kunt u doen bij het geboorteloket in het ziekenhuis of bij het gemeentehuis.

Om aangifte te kunnen doen dient u de volgende documenten mee te nemen:

  • Geldig identiteitsbewijs
  • Doktersverklaring (kan naar gevraagd worden bij twijfel over de aangifte)
  • Trouwboekje (indien van toepassing)
  • Afschrift van de erkenningakte (indien van toepassing); voor meer informatie kun u de website van postbus 51 bezoeken, www.postbus51.nl
Inkomen bij zwangerschap

Als een werknemer zwanger is, heeft zij recht op betaald zwangerschaps- en bevallingsverlof. Ook als u geen werk heeft maar wel verzekerd bent voor de ziektewet, krijgt u een uitkering. De uitkering bedraagt 100% van uw dagloon en duurt normaal gesproken 16 weken. Om in aanmerking te komen voor een uitkering moet u een zwangerschapsverklaring inleveren bij uw werkgever. Als u geen werkgever heeft dan moet u zich zelf aanmelden bij het UWV via telefoonnummer 0900 – 9294.

Hielprik, gehoortest en vaccineren

Zodra er aangifte is gedaan, worden de gegevens van de baby door de gemeente doorgegeven aan de entadministratie. De baby wordt opgenomen in het inentingsprogramma, ook wel rijksvaccinatieprogramma genoemd.

Binnen een paar dagen na de bevalling komt een verpleegkundige bij u thuis langs voor de hielprik. Ze neemt dan ook meteen de gehoortest af bij de baby. Als u of uw kindje wat langer in het ziekenhuis moeten blijven, wordt de hielprik in het ziekenhuis afgenomen. Informatie over het entingprogramma of de hielprik kunt u krijgen op het consultatiebureau of nalezen op www.rijksvaccinatieprogramma.nl.

Veilig slapen

Jaarlijks overlijden ongeveer 30 kinderen aan wiegendood of verstikking. Daarom geven wij u een aantal tips om uw baby veilig te laten slapen:

  • Leg uw baby op de rug te slapen, dit is de veiligste slaaphouding;
  • Gebruik tot en met het tweede levensjaar geen dekbed, hoofdkussen of deken in dekbedhoes;
  • Kleed uw baby niet te warm aan en zorg voor een koele slaapomgeving;
  • Laat uw baby in principe niet in het bed van de ouders slapen maar in een eigen wieg of bedje;
  • Zorg voor een rookvrije omgeving en ventileer de kamer regelmatig, ook als u niet rookt;
  • Zorg voor een veilig bedje, zonder bedzeiltje en een veilige omgeving. Denk bijvoorbeeld aan gordijnkoorden in de buurt van het bedje;
  • Leg uw kindje niet zonder slaapzakje in bed. Dit belemmert het klimmen en op de buik draaien;
  • Geef geen geneesmiddelen met een slaapverwekkende werking, tenzij de (huis)arts dit voorschrijft. Dit geldt ook voor uzelf als u nog borstvoeding geeft;
  • Zorg voor zoveel mogelijk rust en regelmaat.

Meer tips voor een veilige omgeving vindt u op de website van Consument en Veiligheid: www.veiligheid.nl.

Anticonceptie na de bevalling

Hoewel anticonceptie niet echt een onderwerp is waar u tijdens de zwangerschap over na denkt, is het wel verstandig om er nu al bij stil te staan. Zo komt u straks niet voor (ongewenste) verrassingen te staan. Voorbehoedsmiddelen zijn er in vele soorten die allemaal hun eigen voor- en nadelen hebben. Een aantal factoren kunnen bij uw keuze ook een rol spelen. Bijvoorbeeld of u wel of geen borstvoeding wilt geven. Uw verloskundige of gynaecoloog kan u al tijdens uw zwangerschap adviseren welke methode het beste bij u past.

Vragen

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, aarzel dan niet deze te bespreken met uw arts of verloskundige. Deze is altijd bereid een en ander nader toe te lichten.

Wilt u meer lezen of meer informatie, bezoek dan onderstaande weblinks:

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Verloskamers
040 – 239 81 40 (dag en nacht bereikbaar)

Polikliniek Gynaecologie
040 – 239 93 00 (tijdens kantooruren)

Routenummer(s) en overige informatie over de polikliniek Gynaecologie vindt u op www.catharinaziekenhuis.nl/gynaecologie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden