Imiquimod crème (Folder)

Gynaecologie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Imiquimod crème (Folder)

U heeft bij de gynaecoloog de diagnose van een voorstadium van kanker aan de baarmoedermond, vaginawanden of schaamlippen gekregen. Deze afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door een infectie met het humane papillomavirus (HPV). Bij een blijvende infectie met één van de zogenaamde hoog-risico HPV (hr-HPV) typen, kan het nodig zijn om u te behandelen om te voorkómen dat er kanker ontstaat. Deze voorstadia zijn dus nog geen kanker.  In deze folder krijgt u uitgelegd hoe de behandeling van deze voorstadia met imiquimod crème in zijn werk gaat. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor u anders kan zijn dan hier beschreven is.

Let op: u kunt geen imiquimod gebruiken indien u zwanger bent. Indien u zwanger wilt worden kan dit niet tijdens de behandeling met imiquimod. We adviseren u daarom anticonceptie te gebruiken tijdens de behandelperiode. Het gebruik van condooms niet betrouwbaar als u imiquimod crème gebruikt.

Soorten afwijkingen en behandeling.

Er zijn drie soorten afwijkingen die kunnen ontstaan na een infectie met het HPV, namelijk CIN, VAIN en VIN. Afhankelijk van de soort afwijking en welke klasse wordt besloten of u in aanmerking komt voor een behandeling met imiquimod crème. Imiquimod is een crème die het afweersysteem stimuleert om de afwijkingen door de HPV infectie op te ruimen. De behandeling met imiquimod is in Nederland niet geregistreerd voor VAIN, CIN of VIN. Het is wel geregistreerd voor de behandeling van bijvoorbeeld genitale wratten. Het is een zogenoemde ‘experimentele’ behandeling. Verschillende onderzoeken hebben de veiligheid en werkzaamheid al aangetoond, ook voor het gebruik bij CIN, VAIN en VIN.

Cervicale Intraepitheliale Neoplasie (CIN)

Bij de colposcopie is uw baarmoederhals onderzocht en is er een stukje weefsel (biopt) afgenomen. De patholoog heeft dit stukje weefsel onderzocht en heeft hierin een voorstadium van baarmoederhalskanker gevonden.

CIN staat voor Cervicale (van de baarmoederhals) Intraepitheliale (in de bekledende laag) Neoplasie (gezwelvorming).
De ernst van de CIN-afwijking wordt ingedeeld in 3 klassen:

  • CIN 1:
    Het weefsel heeft milde afwijkingen die bijna altijd vanzelf verdwijnen en een behandeling is niet nodig; de afwijkingen worden over 12 maanden met een uitstrijkje vervolgd.
  • CIN 2:
    Het weefsel heeft matige afwijkingen, de kans dat deze afwijkingen vanzelf verdwijnen is 50-75%. En de afwijkingen worden niet snel ernstiger. Een behandeling met een lisexcisie is de standaard behandeling. Jongere vrouwen met een kinderwens adviseren we niet direct te starten met een lisexcisie, omdat dit het risico op een vroeggeboorte verdubbelt. Een afwachtend beleid en een uitstrijkje na 6 maanden wordt aangeraden.
    Een andere behandeling bij CIN 2 kan een behandeling met imiquimod crème zijn; hierbij wordt namelijk geen stukje weefsel van de baarmoedermond weggenomen, waardoor de behandeling meer geschikt is voor vrouwen met een kinderwens of een teruggekeerde CIN.
  • CIN 3:
    Het weefsel heeft ernstige afwijkingen. CIN 3 verdwijnt bij minder dan 30% van de vrouwen spontaan. Het heeft een kans om zich te ontwikkelen tot baarmoederhalskanker. Daarom is een behandeling met een lisexcisie het standaard behandeladvies. Bij 10 á 15% van de met lisexcisie behandelde vrouwen kan de CIN terugkeren. Een andere behandeling kan bestaan uit het smeren met Imiquimod crème.
Vaginale intraepitheliale Neoplasie (VAIN)

Bij de colposcopie is uw vagina (schedewand) onderzocht en is er een stukje weefsel (biopt) afgenomen. De patholoog heeft dit stukje weefsel onderzocht en heeft hierin een voorstadium van vaginakanker gevonden.

VAIN staat voor Vaginale (van de vaginawand) Intraepitheliale (in de bekledende laag) Neoplasie (gezwelvorming).
De ernst van de VAIN wordt ingedeeld in 3 klassen:

  • VAIN 1:
    Het weefsel heeft milde afwijkingen die vanzelf kunnen verdwijnen en een behandeling is niet nodig. De afwijkingen worden over 12 maanden met een uitstrijkje vervolgd.
  • VAIN 2:
    Het weefsel heeft matige afwijkingen, de kans is klein dat deze afwijkingen vanzelf verdwijnen en er is een kans dat zij zich verder ontwikkelen tot vaginakanker. Daarom kan een behandeling met Imiquimod worden gestart of een laserbehandeling (waarbij het afwijkende slijmvlies wordt weggebrand) nodig zijn.
  • VAIN 3:
    Het weefsel heeft ernstige afwijkingen, de kans is klein dat deze afwijkingen vanzelf verdwijnen en er is een kans dat zij zich verder ontwikkelen tot vaginakanker; daarom kan een behandeling met Imiquimod worden gestart of een laserbehandeling (waarbij het afwijkende slijmvlies wordt weggebrand) nodig zijn.
Vulvaire intraepitheliale Neoplasie (VIN)

Bij onderzoek van de schaamlippen is er een afwijking aan de schaamlippen gevonden. Hiervan is weefsel (een biopt) afgenomen. De patholoog heeft dit biopt onderzocht en hierin een voorloper stadium van kanker in de schaamlippen (vulva) gevonden wat veroorzaakt wordt door een hrHPV infectie. Deze voorloper afwijking heeft in de loop van de tijd verschillende namen gehad, een usual VIN (uVIN), VIN 2 of VIN 3 of nu veelgebruikt een vulvaire HSIL. Deze afwijking wordt veroorzaakt door een infectie met het Humaan PapillomaVirus (HPV). Bij een blijvende infectie met één van de zogenaamde hoog-risico HPV (hr-HPV) typen, kan het nodig zijn u te behandelen om te voorkómen dat er schaamlipkanker ontstaat.

De kans dat er schaamlipkanker ontstaat is klein. Als er geen behandeling plaatsvindt is de kans ongeveer 10% en als de afwijking behandeld wordt ongeveer 4%. Als u klachten heeft van de afwijking, en om te voorkomen dat er schaamlipkanker ontstaat is, een behandeling met u besproken. Afhankelijk van hoe de afwijking eruitziet, waar de afwijking zit en hoe groot de afwijking is kan de behandeling variëren van chirurgische verwijdering, laser behandeling (wegbranden van de afwijking) of Imiquimod therapie. Al deze behandelingen geven een vergelijkbare kans op terugkeer van de ziekte van 20 tot 40%. De gynaecoloog bespreekt met u de behandeling die het beste bij u past.

De behandeling

CIN of VAIN:

U brengt 3 keer per week de imiquimod aan op een tampon en brengt deze in de vagina. U kunt ook gebruik maken van een vaginale applicator.

U brengt de tampon met crème ’s avonds voor het slapen gaan aan. Na het inbrengen van de tampon met crème mag u geen geslachtsgemeenschap hebben. In de ochtend verwijdert u, in het geval dat u de crème met een tampon heeft ingebracht, de tampon en spoelt u eventuele resten bij de schaamlippen weg met de douche.

We adviseren u om de ochtend na het gebruik van imiquimod nog een tampon in te brengen om afscheiding van imiquimod te voorkomen zodat het restant van de crème de schaamlippen niet irriteert. Om irritatie van de schaamlippen te voorkomen kan ter bescherming vaseline worden aangebracht op de schaamlippen. Als u menstrueert, kunt u imiquimod door blijven gebruiken. 

LET OP: op de bijsluiter van de crème staat dat het niet inwendig ingebracht moet worden, in uw geval van CIN/VAIN moet dat wel. Dit komt omdat de crème niet ontwikkeld is voor deze indicatie maar wel voor deze indicatie gebruikt kan worden.

VIN:

U brengt 3 keer per week de crème direct aan op de schaamlippen.

U brengt de crème ’s avonds voor het slapen gaan aan. Na het aanbrengen van de crème mag u geen geslachtsgemeenschap hebben. In de ochtend spoelt u de resten weg met de douche.

Duur van de behandeling

De gehele behandelperiode duurt 16 weken. Tijdens de behandelperiode heeft u na 2 en 8 weken een telefonische afspraak met uw behandelend arts om te bespreken hoe het met de behandeling gaat. Na 16 weken stopt u met het aanbrengen van de imiquimod crème.

Na 20 weken, dus 4 weken na het stoppen van de behandeling, krijgt u een afspraak voor een (colposcopisch) onderzoek waarbij eventueel weer kleine stukjes weefsel (biopten) worden afgenomen. Het resultaat van de behandeling wordt dan beoordeeld. 

Resultaten van de behandeling

CIN 2 of 3:
De werkzaamheid van imiquimod bij CIN 2 of 3 is ongeveer 50-75%. Dat betekent dat van de 100 behandelde vrouwen er 50 tot 75 vrouwen geen CIN meer hebben na de behandeling. Soms blijft het hrHPV nog wel aanwezig. In 25 tot 50 van de 100 behandelde vrouwen, heeft de behandeling dus niet gewerkt. Bij 10 tot 15 van de 100 behandelde vrouwen kan de CIN afwijking terugkomen na succesvolle behandeling met imiquimod crème (10-15%).

VAIN 2 of 3:
De werkzaamheid van imiquimod bij VAIN 2 of 3 is ongeveer 55 tot 85%. Dat betekent dat van de 100 behandelde vrouwen er 55 tot 85 geen VAIN meer hebben na de behandeling.
In de andere groep van patiënten van 15 tot 45 vrouwen, is de behandeling niet werkzaam. Bij 5 tot 10 van de 100 behandelde vrouwen kan de VAIN afwijking terugkomen na succesvolle behandeling met imiquimod (5-10%).

Vulvaire HSIL (VIN):
De werkzaamheid van imiquimod bij VIN veroorzaakt door een hrHPV infectie is uiteenlopend van 35 tot 85%. Dat betekent dat van de 100 behandelde vrouwen ongeveer de helft (35 tot 85 vrouwen) geen VIN meer heeft na de behandeling. In de andere groep van patiënten is de behandeling met imiquimod niet werkzaam. Bij 10 van de 100 behandelde vrouwen kan de VIN afwijking terugkomen na succesvolle behandeling met imiquimod (10%).

Voorafgaand aan de behandeling van CIN, VAIN en VIN weet u niet of u bij de groep hoort die goed reageert op de crème. Als de imiquimod bij u niet heeft gewerkt, volgt een andere behandeling. Nacontroles zullen blijven plaatsvinden.

Bijwerkingen imiquimod-creme

Imiquimod activeert het afweersysteem om zo de door het HPV veroorzaakte afwijking op te ruimen. De meeste vrouwen ervaren hiervan griepachtige verschijnselen zoals spierpijn, spierstijfheid, vermoeidheid, hoofdpijn en een koortsig gevoel. De veelal milde klachten zijn meestal aanwezig op de dag na het aanbrengen van de crème. Ze kunnen vaak goed onderdrukt worden met paracetamol, naproxen of ibuprofen. Deze pijnstillers hebben geen invloed op de werking van de imiquimod.

CIN of VAIN:

Naast griepachtige verschijnselen hebben veel vrouwen met CIN en VAIN last van vaginale afscheiding, omdat de crème via de vagina naar buiten komt. Dat kan pijn en/of jeuk aan de vagina veroorzaken. En als de crème op de schaamlippen komt, kan het daar wondjes veroorzaken. De dag na het gebruik van de imiquimod kunt u een tampon (zonder crème) gebruiken om te voorkomen dat de crème wondjes gaat veroorzaken. Wissel de tampon om de 6 uur. 

VIN:

Naast griepachtige verschijnselen hebben veel vrouwen met VIN meestal last van wondjes aan de schaamlippen, omdat de crème op de schaamlippen aangebracht wordt. Daardoor hebben vrouwen met VIN meer last van bijwerkingen op de schaamlippen dan vrouwen met CIN of VAIN.

Wat te doen bij bijwerkingen?

Eerdere onderzoeken lieten weinig ernstige bijwerkingen zien. Als u griepachtige klachten heeft, kunt u 4 keer per dag 1000mg paracetamol gebruiken, eventueel samen met 3 maal per dag 400mg ibuprofen of 2 maal per dag 500mg naproxen. Indien dit niet voldoende werkt kunt u contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie. In overleg met uw behandelend gynaecoloog kunt u ook de dosering verminderen naar 2 maal per week of een stopweek afspreken. Bij voorkeur hanteert u echter het voorgestelde behandelschema.

Vragen?

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Gynaecologie

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Gynaecologie
040 – 239 93 00

Routenummer(s) en overige informatie over de polikliniek Gynaecologie kunt u vinden op www.catharinaziekenhuis.nl/gynaecologie

 

© 2022 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden