Een brede blik, een luisterend oor: Jan-Melle van Dantzig neemt afscheid
Voor hartpatiënten in de regio was Jan-Melle van Dantzig jarenlang een vertrouwd gezicht in het Catharina Ziekenhuis. Vandaag neemt hij met een symposium afscheid, na 35 jaar als cardioloog, waarvan 27 in Eindhoven.
Van Dantzig stopt omdat hij de pensioenleeftijd heeft bereikt. Zelf had hij best nog even door willen gaan. “Ik heb nog enorm veel plezier in mijn werk. Wat ik leuk vind, is met mensen samen dingen doen. Een team aansturen, samenwerken, gein maken met z’n allen. Dat ga ik heel erg missen.”
Voor patiënten zat de kern van zijn werk niet in mooie woorden, maar in zichtbare resultaten. Vooral tijdens de diensten bleef dat hem raken. Midden in de nacht opgeroepen worden om bijvoorbeeld iemand te dotteren was zwaar, vertelt hij, maar tegelijk ook waardevol. “Je ziet mensen echt opknappen. Je kunt die patiënt goed helpen en veel ellende besparen.” Juist die directe winst gaf hem energie. Niet alleen in de behandelkamer, maar ook bij onderzoek van het hart. Snel duidelijkheid geven, uitleggen wat er aan de hand is en samen de volgende stap bepalen.

Sterke verandering
In zijn loopbaan zag Van Dantzig het vak sterk veranderen. Waar een cardioloog vroeger vaker breed werkte, is de zorg nu veel verder opgedeeld in subspecialisaties. Dat is volgens hem logisch, omdat de kennis enorm is toegenomen. “Ik zie de voordelen natuurlijk wel dat iemand heel goed iets kan weten in de diepte”, vertelt hij. Tegelijk waarschuwt hij voor de keerzijde. “Wat je merkt is dat mensen op de aanpalende gebieden natuurlijk ook wat gaan verliezen. En dat is af en toe ook jammer, omdat het dan lastiger wordt om verbanden te zien.”
Juist omdat hij zelf jarenlang meerdere kanten van het vak combineerde, weet hij wat die brede blik oplevert. “Ik vind het superleuk dat ik die verschillende takken van sport heb kunnen bedrijven”, zegt hij. “Dan houd je een heel breed beeld op je vak.”
Inmiddels wordt zorg daarom veel vaker besproken in multidisciplinair overleg, een overleg waarin artsen en andere zorgverleners uit verschillende vakgebieden samen naar een patiënt kijken en besluiten wat de beste aanpak is.
Een patiënt voelde nooit als nummer zoveel voor mij
Zoeken naar iets heel eenvoudigs
Juist omdat de zorg complexer en meer gedeeld is geworden, bleef hij in de spreekkamer zoeken naar iets heel eenvoudigs: echt contact met de patiënt. Hij wilde begrijpen wie hij tegenover zich had, niet alleen welke klacht iemand meebracht. ‘Wat maak jij nou eigenlijk mee?’, werd voor hem een steeds belangrijkere vraag, zo geeft hij aan. Vaak begon hij daarom een gesprek met een persoonlijke vraag, bijvoorbeeld over iemands werk. “Je geeft het een persoonlijke tint. Dat je als patiënt niet het gevoel hebt dat je nummer zoveel voor de dokter bent. En voor de goede orde, zo voelde geen patiënt daadwerkelijk ooit voor mij.”
Als hij terugkijkt, komt hij steeds bij dezelfde drijfveer uit. Natuurlijk was hij ook opleider en droeg hij bij aan de ontwikkeling van het vak, maar het meest trots is hij op het werk dicht bij de patiënt. “De grootste drive voor mij was wel echt de patiënten”, zegt hij. “Mensen in de spreekkamer, mensen in de behandelkamer, om daar een band mee op te bouwen en mijn best te doen om ze goed te begeleiden.”