Beenmergpunctie (Folder)

Inwendige geneeskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven

040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Beenmergpunctie (Folder)

Binnenkort komt u naar het Catharina Ziekenhuis voor een beenmergpunctie. Uw arts heeft met u besproken waarom dit onderzoek bij u wordt uitgevoerd. In deze folder vindt u meer informatie over een beenmergpunctie. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor u persoonlijk anders kan zijn dan hier beschreven.

Beenmergpunctie

Een beenmergpunctie is een celonderzoek waarbij we beenmergcellen wegnemen voor microscopisch onderzoek.Dit is meestal uit het bekken (crista), boven de rechter- of linkerbil en soms uit het borstbeen (sternum). Dit onderzoek voert de arts of verpleegkundig specialist uit.

Beenmerg

Beenmerg is het vloeibare weefsel en bloed in het binnenste deel van onze botten, ook wel de mergpijpen of mergholten genoemd. De vorming van bloedcellen gebeurt voor een belangrijk deel in het beenmerg van het bekken, de wervels, de ribben, het borstbeen en in de schedel. Dit ‘actieve’ beenmerg is rood van kleur. Er worden verschillende soorten bloedcellen in aangemaakt.

Rode bloedcellen (erytrocyten) zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Als er niet voldoende rode bloedcellen zijn, is er sprake van bloedarmoede. Dit veroorzaakt een bleke huidskleur, vermoeidheid en soms hartkloppingen. Witte bloedcellen (leukocyten) helpen infecties tegen te gaan. Er bestaan verschillende soorten witte bloedcellen, bijvoorbeeld plasmacellen die verschillende antistoffen produceren. Antistoffen zijn opgebouwd uit eiwitten en beschermen het lichaam tegen indringers, zoals virussen en bacteriën. Bloedplaatjes (trombocyten) zijn betrokken bij de stolling van het bloed. Dit is nodig om bloedverlies bij verwondingen te beperken.

Beleving

We proberen zo goed mogelijk aan te geven wat u kunt verwachten aan ongemak of pijn als u een onderzoek krijgt. Toch beleeft ieder mens dat anders en op zijn eigen manier. Vertel het ons als u ergens tegenop ziet of ongerust bent, dan kunnen we daar nog extra rekening mee houden.

Voorbereiding

Op de dag van het onderzoek gaat u naar de dagbehandeling Oncologie. Als u bloedverdunnende middelen gebruikt, meld dit dan vóór het onderzoek aan de verpleegkundige. Als u overgevoelig bent voor het ontsmettingsmiddel chloorhexidine of voor het verdovingsmiddel lidocaïne (zoals bijvoorbeeld de verdoving die de tandarts gebruikt), meld dit dan ook voor het onderzoek aan de verpleegkundige.

Het onderzoek

Voor het onderzoek moet u op uw zij gaan liggen. De arts brengt boven de linkerbil, rechterbil of het bekken chloorhexidine aan om de huid te ontsmetten. Dit voelt koud aan. De arts verdooft de huid met een injectie. Dit kan gevoelig zijn. De arts brengt een speciale holle naald via de huid in het bot. Via deze naald wordt er een kleine hoeveelheid beenmergcellen met een spuit opgezogen. Het opzuigen van de beenmergcellen kan een uitstralende pijn naar het been veroorzaken. Aansluitend neemt de arts meestal ook een stukje botweefsel weg. Dit kan een pijnlijk gevoel geven. Na het onderzoek wordt de insteekplaats met een pleister afgeplakt.

Na de beenmergpunctie neemt een laboratoriummedewerker bij u bloed af.

Nazorg

Na het onderzoek zal er gedurende 15 minuten een zandzak onder de insteekplaats worden geplaatst. U ligt op de zandzak om de insteekplaats af te drukken. Als u bloedverdunnende middelen gebruikt, blijft u langer op de zandzak liggen. Voordat u naar huis gaat, controleert een verpleegkundige de wond op nabloeden. De verdoving is na ongeveer vijftien minuten uitgewerkt. De punctieplaats kan nog enkele uren gevoelig blijven. U mag na de punctie gewoon alle dagelijkse werkzaamheden verrichten. De pleister kunt u de volgende dag zelf verwijderen. Bij pijnklachten kunt u een paracetamol gebruiken.

Tijdsduur

De beenmergpunctie duurt ongeveer tien tot twintig minuten. Inclusief voor- en nazorg bent u ongeveer drie kwartier tot een uur in het ziekenhuis.

De uitslag

We plannen een poliklinische afspraak in voor de uitslag bij uw behandelend arts. Het duurt meestal één tot drie weken voordat de uitslag bekend is. Dit is afhankelijk van de noodzakelijke bewerking van de cellen en het botweefsel.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stel deze dan gerust aan uw behandelend arts of aan de verpleegkundige. Ook kunt u telefonisch contact opnemen met het Catharina Kanker Instituut.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Catharina Kanker Instituut
040 – 239 66 22

Algemeen Klinisch Laboratorium
040 – 239 86 12

Routenummer(s) en overige informatie over het Catharina Kanker Instituut kunt u vinden op www.catharinaziekenhuis.nl/catharinakankerinstituut


© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden