Behandeling met radioactief jodium bij hyperthyreoïdie (Folder)

Nucleaire geneeskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Behandeling met radioactief jodium bij hyperthyreoïdie (Folder)

Binnenkort komt u naar de afdeling Nucleaire geneeskunde voor een intake gesprek met de nucleair geneeskundige in verband met een mogelijke behandeling van uw schildklier met radioactief jodium. Lees voorafgaand aan het intake gesprek deze folder goed door.

Uw behandeld arts heeft met u besproken waarom deze behandeling bij u wordt uitgevoerd. In deze folder vindt u meer informatie over de behandeling met radioactief jodium. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier beschreven. Als dit zo is, dan bespreekt de nucleair geneeskundige dit met u.

Voorafgaand aan het intakegesprek hoeft u NIET te stoppen met de schildkliermedicijnen. Na  het intakegesprek worden afspraken gemaakt voor een voorbereidend onderzoek.

Voorbereidend onderzoek

Voorafgaand aan de behandeling wordt een onderzoek op de polikliniek Nucleaire geneeskunde verricht. Voor dit onderzoek krijgt u een capsule met een kleine hoeveelheid radioactief jodium met een bekertje water. Het is belangrijk dat u de capsule in zijn geheel doorslikt en niet kauwt. Voor het onderzoek hoeft u niet nuchter te zijn en u hoeft zich na toediening van deze kleine hoeveelheid radioactief jodium niet aan speciale gedragsregels te houden. De volgende dag wordt een foto van de schildklier gemaakt (dit duurt ongeveer 15 minuten).

De meeste patiënten gebruiken voorafgaand aan het onderzoek en de behandeling met radioactief jodium medicijnen voor de schildklier, zoals: Strumazol, Propylthiouracil, Thyrax, Euthyrox, Eltroxin of Cytomel. Schildkliermedicijnen mogen voor het onderzoek niet meer ingenomen worden. De behandelend arts of een medewerker van de polikliniek Nucleaire geneeskunde bespreekt met u hoe lang u met de schildkliermedicijnen moet stoppen. Alle andere medicijnen mag u gewoon blijven gebruiken.

Het onderzoek is bedoeld om zo goed mogelijk geïnformeerd te zijn over de soort schildklieraandoening, de grootte van de schildklier en de mate van opname van radioactief jodium in de schildklier. Aan de hand hiervan wordt de hoeveelheid radioactief jodium bepaald die voor de behandeling gegeven wordt.

Voor behandeling van de ziekte van Graves of een klein multinodulair toxisch struma is meestal een relatief kleine hoeveelheid jodium-131 nodig. Deze kleine hoeveelheden kunnen onder bepaalde voorwaarden poliklinisch gegeven worden. Of dit ook in uw geval mogelijk is, bespreekt uw behandelend nucleair geneeskundige met u. Voor behandeling van een groter struma of een toxische nodus is vaak een grotere hoeveelheid radioactief jodium nodig. Dan moet u hiervoor  worden opgenomen in het ziekenhuis, om de straling voor mensen in uw omgeving te beperken.

De behandeling met radioactief jodium

Voor de behandeling van schildklierziekten wordt jodium-131 gebruikt. U krijgt dit toegediend in de vorm van een capsule. Het radioactief jodium komt via de maag in het bloed en vanuit het bloed wordt het door de schildklier opgenomen en vastgehouden. De rest van het lichaam neemt geen jodium op, dus ook geen radioactief jodium. Jodium-131 zendt twee soorten straling uit, bètastraling en gammastraling. De bètastraling zorgt voor vermindering van de overmatige functie van de schildklier. De rest van het lichaam en ook de omgeving ondervinden geen schade van deze straling. Daarnaast wordt een kleine hoeveelheid gammastraling uitgezonden die te vergelijken is met röntgenstraling. Deze straling wordt ook door uw omgeving ontvangen. Jodium wordt snel in de schildklier opgenomen (na twee tot drie uur is het grootste deel al opgenomen). Het gedeelte van het jodium dat niet in de schildklier opgenomen wordt, verlaat het lichaam voor het grootste deel met de urine. Dit gebeurt vooral in de eerste één tot twee dagen. Een klein gedeelte komt in de eerste dagen na de behandeling in speeksel en transpiratievocht terecht.

Radioactief jodium en zwangerschap

Radioactief jodium kan schadelijk zijn voor de (ongeboren) baby. Voor een onderzoek en behandeling met radioactief jodium mag u niet zwanger zijn. Voorafgaande aan de behandeling wordt bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd een zwangerschapstest middels een bloedonderzoek afgesproken.

Na de behandeling is het belangrijk dat u voor goede voorbehoedsmiddelen zorgt. Aan vrouwen wordt zwangerschap gedurende de eerste vier maanden na elke behandeling met radioactief jodium ontraden. Aan mannen wordt gedurende de eerste vier maanden na elke behandeling met radioactief jodium het verwekken van kinderen ontraden. Seksueel contact op zich gedurende deze vier maanden is geen enkel bezwaar.

Na een behandeling met radioactief jodium mag geen borstvoeding worden gegeven, omdat deze stof in moedermerk terecht komt.

Poliklinische behandeling

Een poliklinische behandeling met radioactief jodium kan meestal binnen een week na het voorbereidende onderzoek gegeven worden.

Voorbereiding thuis
  • Neem de schildkliermedicijnen NIET in op de dagen rondom de behandeling. De behandelend arts of een medewerker van de polikliniek Nucleaire geneeskunde bespreekt met u hoe lang u met de schildkliermedicijnen moet stoppen.
  • Alle andere medicijnen mag u gewoon blijven gebruiken.
  • U hoeft voor de behandeling niet nuchter te zijn en er zijn geen speciale dieetmaatregelen nodig.

U meldt zich op de afgesproken dag en tijd op de verpleegafdeling Nucleaire geneeskunde. De nucleair geneeskundige geeft u de capsule met radioactief jodium. U moet de capsule in zijn geheel doorslikken met wat water. Vooraf is door de apotheker nagemeten of de capsule het juiste medicijn in de juiste dosering bevat. Wij raden u aan om in de eerste één tot twee dagen veel te drinken, zodat het radioactieve jodium dat niet door de schildklier opgenomen is snel via de urine het lichaam verlaat.

Omdat de toegediende hoeveelheid radioactief jodium gering is, hoeft u na de toediening niet in het ziekenhuis te blijven. Wel adviseren wij u om rechtstreeks naar huis te gaan en om de gedragsregels die verderop in deze folder staan nauwkeurig te volgen.

Klinische behandeling

Voor behandeling met een grotere hoeveelheid jodium-131 (groter dan poliklinisch gegeven mag worden) wordt u opgenomen op verpleegafdeling Nucleaire geneeskunde. Het kan na het voorbereidende onderzoek enkele weken duren tot u opgenomen kunt worden voor de behandeling.

Op de verpleegafdeling worden tijdens uw opname speciale maatregelen in acht genomen, ter bescherming van personeel, bezoekers en milieu. Zo zijn onder andere de sanitaire voorzieningen aangesloten op speciale afvaltanks waarin het uitgescheiden jodium opgeslagen wordt, totdat het ongevaarlijk is geworden voor zowel de mens als het milieu.

Voorbereiding thuis
  • Neem de schildkliermedicijnen NIET in op de dagen rondom de behandeling. De behandelend arts of een medewerker van de polikliniek Nucleaire geneeskunde bespreekt met u hoe lang u met de schildkliermedicijnen moet stoppen.
  • Alle andere medicijnen mag u gewoon blijven gebruiken.
  • U kunt op de dag van opname ontbijten zoals u dat gewend bent te doen. Er zijn geen speciale dieetmaatregelen nodig.
  • U moet extra onder- en bovenkleding meenemen die u bij uw ontslag uit het ziekenhuis aan kunt doen. Dit is omdat de kleding die u draagt tijdens de behandeling, tijdelijk radioactief kan worden door besmetting met radioactief jodium.
De behandeling

U meldt zich op de afgesproken dag en tijd op de verpleegafdeling Nucleaire geneeskunde. Vervolgens krijgt u van de nucleair geneeskundige de capsule met radioactieve jodium. U moet de capsule in zijn geheel doorslikken met wat water. Wij raden u aan om de eerste een tot twee dagen veel te drinken, zodat het radioactieve jodium dat niet door de schildklier is opgenomen, snel via de urine het lichaam verlaat.

U moet er rekening mee houden dat u gedurende de opname grotendeels op uzelf bent aangewezen om de stralingsbelasting voor de verpleegkundigen zo laag mogelijk te houden. Bij problemen komen wij natuurlijk bij u. Om uw verblijf toch zo aangenaam mogelijk te maken, beschikt u op uw kamer over telefoon, radio en televisie. De vier verpleegkamers zijn met elkaar verbonden door een gemeenschappelijke voorruimte met keukenblok. Via deze voorruimte mag u bij uw buurman of -vrouw op bezoek gaan. Het Catharinaziekenhuis is een rookvrij ziekenhuis, dat geldt ook de voor therapie afdeling van Nucleaire geneeskunde.

Breng uw eigen toiletartikelen en verzorgingsproducten in kleine of bijna lege verpakkingen mee. Toiletartikelen moeten in het ziekenhuis achterblijven als ze besmet zijn met radioactief jodium.

Voorwerpen die u zeker niet achter wilt laten zoals boeken, handwerkjes of een laptop kunt u tijdens de opname het beste alleen aanraken met plastic handschoenen die op de verpleegafdeling aanwezig zijn. Uw eventuele gehoorapparaat, bril en/of contactlenzen kunt u gewoon meenemen. Deze worden zo nodig schoongemaakt bij ontslag uit het ziekenhuis. Uw sieraden en horloge kunt u het beste thuis laten.

Vóór uw ontslag gaat u eerst onder de douche, u wast uw haren en kleedt zich om. De kleding die u tijdens de opname gedragen hebt (bij voorkeur wat oudere en goed wasbare kleding), neemt u in een plastic zak mee naar huis. U wordt verzocht deze kleding thuis in de wasmachine te wassen, waardoor het radioactieve jodium uitgewassen wordt.

Eigendommen die niet wasbaar zijn zoals schoenen worden op radioactiviteit gecontroleerd. Wanneer ze besmet zijn met radioactief jodium, worden ze in het ziekenhuis bewaard totdat de radioactiviteit vanzelf eruit verdwenen is. Dit duurt ongeveer drie maanden. Wij bellen u als u uw spullen op kunt komen halen.

Duur van de opname

De duur van de opname is afhankelijk van de hoeveelheid radioactief jodium die u krijgt toegediend. Grotere hoeveelheden zijn vooral nodig wanneer de schildklier groot is. Dagelijks wordt gemeten hoeveel jodium nog in het lichaam aanwezig is. Dit is afhankelijk van de snelheid waarmee het radioactieve jodium het lichaam verlaat.

Zodra het verantwoord is, mag u naar huis. Vooraf kan niet precies gezegd worden hoe lang de opname zal duren. Dit kan variëren van twee tot maximaal twaalf dagen. Wij adviseren u om na ontslag uit het ziekenhuis de gedragsregels nauwkeurig te volgen. Deze staan verderop in deze folder.

Bezoek

Ook voor het bezoek gelden speciale regels. De eerste dag na de toediening van het radioactieve jodium is geen bezoek toegestaan. Daarna mogen bezoekers wel op de verpleegafdeling komen. Als bezoekers op uw kamer komen, dienen zij gebruik te maken van wegwerpsloffen. Begroeting en afscheid dienen zo kort mogelijk te zijn. Afgezien van begroeting en afscheid moet het bezoek steeds tenminste twee meter afstand van u houden.

Dezelfde bezoeker mag u niet langer dan een uur per dag bezoeken. Tijdens het bezoek mogen bezoekers niets eten of drinken en geen gebruik maken van het toilet bij uw kamer. Bezoek van kinderen tot en met tien jaar en zwangere vrouwen is niet toegestaan.

Bijwerkingen van radioactief jodium

Van het radioactieve jodium zijn géén directe bijwerkingen zoals misselijkheid, haaruitval, menstruatiestoornis en dergelijke te verwachten. Enige toename van de klachten van hyperthyreoïdie is rond de behandeling mogelijk, omdat de schildkliermedicijnen tijdelijk gestopt moeten worden. De behandeling kan in de eerste één tot twee weken een lichte ontstekingsreactie in de schildklier veroorzaken. Dit kan klachten geven als: keelpijn, drukgevoeligheid van de hals en toename van de hyperthyreoïdieklachten door uitstoot van schildklierhormonen in het bloed. Dit komt gelukkig heel weinig voor en geneest spontaan. Als u na de behandeling met radioactief jodium verschijnselen merkt waarover u zich zorgen maakt, kunt u natuurlijk altijd contact opnemen met uw behandelend nucleair geneeskundige.

Afhankelijk van de hoeveelheid radioactief jodium dat u krijgt toegediend, wordt aangeraden om de speekselaanmaak te stimuleren gedurende vijf dagen. Op deze manier wordt de stralingsbelasting van de speekselklieren verminderd. Als dit op u van toepassing is, zal de nucleair geneeskundige of de verpleegkundige dit met u bespreken. Het stimuleren van de speekselvloed gaat doormiddel van zuurtjes of kauwgom. Zuurtjes zijn op de afdeling aanwezig. Dit start 24 uur na inname van de capsule, gedurende 5 dagen (dus ook thuis indien eerder ontslag). Elke 2-3 uur neemt u een zuurtje in. ’s Nachts hoeft dit niet (mag wel).

U hoeft zich geen zorgen te maken over eventuele risico’s van de radioactieve stof voor het lichaam op langere termijn. Vanaf het eerste gebruik van radioactief jodium in 1946 zijn er onderzoeken gedaan naar de gevolgen van deze behandeling. Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat de behandeling met de stof leidt tot andere aandoeningen. Er is geen verhoogd risico op leukemie of op kanker in de schildklier of andere organen.

Na de behandeling

Uw behandelend internist controleert regelmatig de schildklier na de behandeling met radioactief jodium. Genezing van de hyperthyreoïdie duurt enkele maanden. Daarom gebruikt u meestal nog voor enkele maanden de schildkliermedicijnen. Wanneer na stoppen van de schildkliermedicijnen de hyperthyreoïdie terugkomt, kunt u zonder problemen opnieuw met radioactief jodium worden behandeld.

Door de behandeling kan de schildklier ook te langzaam gaan werken (hypothyreoïdie). Veel voorkomende klachten hierbij zijn traagheid, kouwelijkheid, lusteloosheid, droge huid, slechte haar- en nagelgroei en een geringe gewichtstoename. Door regelmatige controle van het schildklierhormoongehalte in het bloed, wordt de hypothyreoïdie echter meestal al voor het ontstaan van klachten ontdekt. Het tekort aan schildklierhormoon kan op eenvoudige wijze aangevuld worden met schildklierhormoontabletten zoals Thyrax, Euthyrox of Eltroxin. Schildklierhormoontabletten hebben geen bijwerkingen en kunnen goed gedoseerd worden, maar moeten wel levenslang gebruikt worden. De kans dat de schildklier na behandeling met radioactief jodium op den duur te langzaam gaat werken, is voor patiënten met de ziekte van Graves op langere termijn groot. Voor patiënten met een multinodulair toxisch struma of een toxische nodus is deze kans slechts klein (rond 10% op langere termijn).

Gedragsregels voor thuis

Omdat u behandeld wordt met een radioactieve stof, is het van belang dat u zich na de behandeling (dus niet na het voorbereidende onderzoek) thuis aan de onderstaande gedragsregels houdt. Deze gedragsregels zijn bedoeld om de straling voor mensen in uw omgeving zoveel mogelijk te beperken.

Wanneer u na de behandeling het ziekenhuis mag verlaten, betekent dit dat op dat moment de hoeveelheid radioactief jodium in uw lichaam slechts gering is. Voor uw omgeving brengt dit geen direct gevaar met zich mee. Toch dient men de blootstelling van anderen aan straling altijd zo klein mogelijk te houden. Dit geldt in het bijzonder voor kleine kinderen en zwangere vrouwen. Wanneer u de hieronder genoemde gedragsregels zo goed mogelijk volgt, is de hoeveelheid straling die anderen en vooral uw huisgenoten ontvangen aanvaardbaar klein. Dit betekent dat deze minder is dan de hoeveelheid die men onder normale omstandigheden in enkele maanden ontvangt vanuit natuurlijke stralingsbronnen.

U hoeft zich ten opzichte van eventueel aanwezige huisdieren niet aan deze gedragsregels te houden.

U kunt de hoeveelheid straling voor anderen beperken door enige afstand te houden. De hoeveelheid straling neemt namelijk af met de afstand. Als iemand twee maal zo ver weg van u gaat staan, wordt de hoeveelheid straling vier maal zo laag. De hoeveelheid radioactief jodium in de schildklier wordt overigens na verloop van tijd steeds minder. Na ongeveer een week is de hoeveelheid radioactief jodium in de schildklier al gehalveerd. De hoeveelheid straling is dan ook gehalveerd. De gedragsregels voor de eerste weken zijn gebaseerd op deze afname van de hoeveelheid straling met afstand en tijd. Na de genoemde periode gelden geen speciale gedragsregels meer.

Regels gedurende twee weken na poliklinische behandeling of ontslag

De onderstaande leefregels gelden ten opzichte van iedereen in uw omgeving die ouder is dan tien jaar voor een periode van twee weken na ontslag uit het ziekenhuis of na poliklinische behandeling.

Hou drie weken aan voor iedereen in uw omgeving die 10 jaar of jonger is.  

  • Laat uw huisgenoten op afstand van u blijven (meer dan 1 meter en bij langdurige aanwezigheid zoals bij televisie kijken of eten liefst 2 meter of meer).
  • Kleine kinderen (tot ongeveer 10 jaar) zijn gevoeliger voor straling dan volwassenen. Bewaar dus afstand. Neem ze liefst niet op schoot of bij u in bed en laat ze door uw huisgenoten verzorgen. Als dit onmogelijk is kunt u ze beter bij familie of vrienden onderbrengen. Ten opzichte van kinderen tot 10 jaar gelden de gedragsregels 1 week langer dan ten opzichte van anderen.
  • We adviseren dat u en uw partner zo mogelijk gedurende deze periode in aparte bedden slapen, die minimaal 2 meter van elkaar staan. Lichamelijk contact is toegestaan, mits beperkt tot ongeveer een half uur per dag. Voor ouderen (vanaf ongeveer 60 jaar) is de kans op stralingsschade zeer klein (een factor 5 tot 10 lager dan voor de gemiddelde volwassene). Daarom kunt u overwegen als uw partner wat ouder is niet apart te slapen.
  • Houd minstens 2 meter afstand van bezoekers. Bezoek van kleine kinderen en zwangere vrouwen wordt afgeraden.
  • Ga niet langer dan 1 uur naast dezelfde personen zitten, zoals in het openbaar vervoer. Vermijd bijeenkomsten waarbij u enige uren vlakbij iemand zit, zoals in de bioscoop.
  • Als u werkzaam bent in het basisonderwijs of de opvang van kinderen tot en met 10 jaar of als u op zeer korte afstand van uw collega’s moet werken, moet u gedurende deze periode dit werk verzuimen. Overleg bij twijfel met de nucleair geneeskundige die u behandelt.
  • Bij onverwachte ziekenhuisopname gedurende de periode waarin deze gedragsregels gelden, moet de nucleair geneeskundige die u behandelt worden gewaarschuwd.
Extra regels gedurende de eerste twee dagen na behandeling

Gedurende de eerste twee dagen na toediening van het radioactieve jodium, moet u nog enige extra gedragsregels volgen om te verhinderen dat u anderen met radioactief jodium ‘besmet’. Slechts een gedeelte van het toegediende radioactieve jodium wordt immers in de schildklier opgenomen. De rest plast u gedurende de eerste twee dagen uit en een klein gedeelte komt in de eerste dagen in speeksel en zweet terecht. Na de eerste twee dagen scheidt u vrijwel geen radioactief jodium meer uit.

Deze extra gedragsregels zijn:

  • Bij toiletbezoek moet u zittend plassen (ook mannen).
  • Gebruik toiletpapier, ook als u alleen hoeft te plassen.
  • Was indien mogelijk uw handen op het toilet, zodat deurknoppen en dergelijke zo schoon mogelijk blijven.
  • Beperk direct lichamelijk contact met anderen.
  • Was de door u gedragen kleding (vooral het ondergoed) na deze twee dagen in de wasmachine.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u uitdrukkelijk niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen

Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan tijdens kantooruren telefonisch contact op met de verpleegafdeling of de polikliniek Nucleaire geneeskunde. Buiten kantooruren kunt u ons bereiken via het centrale telefoonnummer van het Catharina Ziekenhuis. U kunt dan vragen naar de dienstdoende nucleair geneeskundige.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Nucleaire geneeskunde
040 – 239 86 00

Verpleegafdeling Nucleaire geneeskunde
040 – 239 84 30

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Nucleaire geneeskunde vindt u op www.catharinaziekenhuis.nl/nucleairegeneeskunde

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden