Bronchoscopie (Folder)

Longgeneeskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Bronchoscopie (Folder)

Deze folder geeft u algemene informatie over een bronchoscopie. Dit onderzoek vindt plaats op de behandelkamer Longgeneeskunde van de longfunctie-afdeling. 

U kunt zich melden bij de balie met uw afsprakenkaart en patiëntenpas. Patiënten die al zijn opgenomen in het ziekenhuis komen in een rolstoel of bed naar de longfunctieafdeling. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie een klein beetje anders kan zijn dan hier beschreven.

De bronchoscopie

Een bronchoscopisch onderzoek is een onderzoek waarbij de longarts letterlijk in uw luchtwegen kijkt. Hij doet dit met een bronchoscoop, een kijkinstrument waarmee via een dunne slang (doorsnede ongeveer 5 mm) en een kleine videocamera de luchtwegen worden onderzocht.

De bronchoscoop wordt meestal via de mond in uw luchtpijp gebracht. Soms brengt de arts deze via een neusgat in. Met dit kijkinstrument kunnen kleine stukjes weefsel uit uw luchtwegen worden weggenomen. Ook kan door deze slang slijm of spoelvloeistof worden afgezogen.

Het slijm of weefsel wordt naar het laboratorium gestuurd voor verder onderzoek. Een bronchoscopisch onderzoek lijkt op het eerste gezicht een vervelende ingreep. Toch kan deze ingreep met de huidige instrumenten en verdovingsmogelijkheden snel worden uitgevoerd, zonder dat u er al te veel last van ondervindt.

Voorbereiding

De avond vóór het onderzoek moet u vanaf 24.00 uur nuchter blijven. Wel mag u op de ochtend van het onderzoek uw medicijnen innemen met een klein slokje water.

De volgende medicijnen mag u niet innemen:

  • Bloedverdunners; op advies van uw longarts worden deze enkele dagen voor het onderzoek gestopt. Indien nodig moet u voor het onderzoek naar het laboratorium om uw bloed te laten controleren. Uw longarts bespreekt dit met u.
  • Diuretica (plastabletten); deze kunt u beter ná het onderzoek innemen.
  • Tabletten bij diabetes (suikerziekte) moet u innemen ná het onderzoek. Als u insuline moet spuiten, dient u dit eerst te overleggen met de arts die u hiervoor behandelt.
  • Als u rustgevende medicatie krijgt, mag u niet zelfstandig deelnemen aan het verkeer. Regel in dit geval van tevoren dat iemand u komt ophalen (dit geldt alleen voor poliklinische patiënten).

Het onderzoek

Om hoest en braakneigingen door het gekriebel van de slang te voorkomen worden de keel en de bovenste luchtwegen verdoofd met een spray die bitter smaakt. Ook wordt er verdovingsvloeistof in de luchtwegen gedruppeld. Deze verdoving bemoeilijkt het slikken enigszins, maar is na ongeveer twee uur uitgewerkt. Als de arts besluit om via een neusgat de bronchoscoop in de luchtweg te brengen, dan worden niet alleen de mond en keelholte, maar ook het neusgat verdoofd.

Het onderzoek vindt plaats terwijl u op een onderzoekstafel ligt. U krijgt tijdens het onderzoek extra zuurstof toegediend. Het zuurstofgehalte in het bloed wordt tijdens het onderzoek gecontroleerd via een knijpertje aan de vinger. De arts brengt de bronchoscoop in en bekijkt eerst de stembanden. Daarna wordt de bronchoscoop geleidelijk verder opgeschoven om de grote luchtwegen te inspecteren. De luchtwegen worden hierdoor niet afgesloten, zodat u normaal kunt ademen en er geen benauwdheid ontstaat.

Het onderzoek duurt tien minuten tot een half uur, afhankelijk van de omstandigheden. Het onderzoek wordt niet als pijnlijk ervaren.

Afwijkingen

Bij zichtbare afwijkingen worden hiervan kleine weefselbrokjes van ongeveer 1 mm afgenomen voor microscopisch onderzoek (zogenaamde biopten). Dit gebeurt met een klein ‘haptangetje’. U voelt hier niets van.

Ook als er geen afwijkingen worden gezien wordt toch vaak wat materiaal afgenomen voor microscopisch en kweekonderzoek. Soms wordt tegelijkertijd met een röntgenapparaat gecontroleerd of het materiaal afkomstig is van de juiste plaats.

Nazorg

Na het onderzoek mag u nog anderhalf uur niets eten of drinken, omdat u zich kunt verslikken zolang de verdoving niet is uitgewerkt.

Over het algemeen mag u na vijftien minuten naar huis, afhankelijk van het verloop van het onderzoek. Na afloop van het onderzoek kunt u soms nog hinder ondervinden van een aantal klachten. Deze zijn normaal en u hoeft hiervoor geen contact op te nemen.

De dag van het onderzoek kunnen de volgende zaken voorkomen:

  • Temperatuursverhoging;
    Deze kan ’s avonds oplopen tot 39°C. De volgende ochtend is de temperatuur meestal weer normaal. Als de temperatuur hoger is dan 38,5 °C, mag u 500 tot 1000 mg paracetamol innemen.
  • Korter van adem zijn en meer hoesten;
    Deze klachten verdwijnen na een paar uur.
  • Ophoesten van bloed;
    Dit verdwijnt meestal vanzelf in de loop van de dag. Mocht het bloed opgeven blijven bestaan of in ernst toenemen, dan kunt u het beste contact opnemen met uw behandelend arts, die met u bespreekt wat er moet gebeuren.
  • Een pijnlijke keel, dit verdwijnt vanzelf in de loop van de dag.

Complicaties en risico’s

Na het afnemen van bepaalde biopten bestaat een klein risico op het ontstaan van een klaplong. Dit risico bespreekt uw behandelend arts van tevoren met u. Na het nemen van deze biopten wordt u daar altijd op gecontroleerd voordat u naar huis gaat.

Wanneer moet u contact opnemen

Als de dag ná het onderzoek een van de volgende verschijnselen optreedt, dient u contact op te nemen met de behandelkamer longgeneeskunde of de verpleegafdeling:

  • Als u veel bloed opgeeft
  • Bij koorts meer dan 38,5 °C
  • Bij toenemende benauwdheidsklachten

De uitslag

De arts die het onderzoek heeft verricht bespreekt met u direct na afloop de voorlopige bevindingen. De uitslag van het eventuele weefselonderzoek is echter niet meteen beschikbaar.  Bij een volgend polikliniekbezoek bespreekt uw behandelend arts de resultaten van deze onderzoeken en de eventuele verdere behandeling met u.

Vragen

Heeft u voorafgaand aan het onderzoek of erna nog vragen, dan kunt u contact opnemen met uw behandelend longarts of verpleegkundige van de afdeling.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Behandelkamer Longgeneeskunde
040 – 239 56 00

Polikliniek Longgeneeskunde
040 – 239 56 00

Verpleegafdeling Longgeneeskunde
040 – 239 74 00

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Longgeneeskunde kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/longgeneeskunde

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden