Buikwandcorrecties na massief gewichtsverlies (Folder)

Obesitascentrum Plastische chirurgie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Buikwandcorrecties na massief gewichtsverlies (Folder)

Als u door een maagverkleinende ingreep of door een verandering in levensstijl veel gewicht heeft verloren, kan dit tot een overhangend vetschort van de buik leiden. De klachten die dan kunnen ontstaan zijn mechanische hinder, sociaal vermijdingsgedrag, smetplekken en een negatief lichaamsbeeld. Een correctie van de buikwand kan dan een goede oplossing zijn. De folder heeft niet de intentie volledig te zijn of een gesprek met uw plastisch chirurg te vervangen. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Wanneer is een buikwand zinvol?

Na een lange periode van overgewicht en door ouder worden verliest de huid zijn elasticiteit. Hierdoor kan aan de buik een huidoverschot ontstaan waarvan u last kunt hebben, zeker als u ook veel bent afgevallen. Soms is er ook sprake van een huidoverschot aan de flanken, heupen en billen.

Als u nog meer wilt afvallen, dan adviseren wij u om de operatie uit te stellen en uw gewicht minimaal twaalf maanden stabiel te houden.

Welke operaties zijn mogelijk?

Liposuctie

Als u een plaatselijke vetophoping aan de buik of de flanken heeft, dan is liposuctie mogelijk om een contourverbetering te bereiken.

Bij patiënten die massief gewicht verloren hebben, wordt deze ingreep eigenlijk alleen gedaan in combinatie met andere behandelingen. Dit is omdat er daarnaast vaak ook een huidoverschot is en de huid zijn elasticiteit heeft verloren. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de folder ‘Liposculpture: correctie van de contouren van het lichaam’.

Mini-buikwandplastiek zonder navelverplaatsing

Als er alleen sprake is van een beperkt huidoverschot aan de onderste buikhelft, kan dit verwijderd worden zonder de navel te verplaatsen. De bovenste buikhelft wordt dan niet behandeld. Omdat deze operatie minder belastend is, wordt deze optie soms gekozen als een patiënt vanwege een slechte gezondheidstoestand geen zwaardere ingreep kan verdragen.

Na deze ingreep loopt het litteken van links naar rechts in de bikinibroek-lijn. Dit kan goed verborgen worden door uw onderbroek.

Buikwandplastiek met navelverplaatsing

Als er sprake is van een matig huid-vetoverschot aan onder- en bovenbuik, dan is een buikwandplastiek met navelverplaatsing de meest passende operatie. Daarbij wordt het weefsel van de buik over uw buikspieren los gemaakt, de buikwand strak naar beneden getrokken en het huid-vetoverschot aan de onderrand weggesneden. Voor de navel wordt vervolgens een nieuwe plek in uw buikwand bepaald en daar vastgehecht. De littekens lopen in de bikinibroek-lijn en rond de navel.

Inverted T-buikwandplastiek

Als er ook sprake is van een sterk vergrote buikomtrek met verlies van taille, dan is de meest passende operatie een inverted-T buikwandplastiek, ook wel fleur-de-lis genoemd. Daarbij wordt net als bij de bovengenoemde techniek weefsel van de buik over uw buikspieren los gemaakt, naar beneden getrokken en het huid-vetoverschot weggesneden. Daarnaast maakt de arts een snede van het schaambeen naar het borstbeen en snijdt een verticale wig van huid en vet weg. Bij het sluiten van deze wig wordt het weefsel vanuit de flanken naar het middengetrokken. Zo ontstaat er weer een taille. Deze contour kan verder worden verbeterd met liposuctie. De naam “inverted-T” beschrijft het verloopt van het litteken, dat op een “op-de-kop-gestelde letter “T” lijkt. Het ene litteken loopt van borstbeen naar schaambeen en het andere in de bikinibroek-lijn van links naar rechts. In het verticale deel van het litteken wordt de navel op zijn nieuwe positie ingehecht.

Lower Bodylift

Als er naast een huid-vetoverschot van de buik ook nog een overschot in de flanken en op de billen bestaat, kan het litteken van de buikwandplastiek in de bikinilijn doorgetrokken worden naar de rug. Daarbij wordt tegelijk de bil en de buitenzijde van de bovenbenen gelift. De littekens lopen dan in de bikinilijn één keer rond het lichaam. Soms wordt deze ingreep gecombineerd met een “inverted-T buikwandplastiek”.

Mons pubis/veneris lift

Vaak gaat bij het afvallen ook de schaamheuvel hangen. Deze wordt bij een uitgebreide buikwandplastiek zonder extra littekens ook meteen gelift.

Rectusplicatie

De buikspieren bestaan uit twee spiersegmenten, de linker en de rechter. Als deze twee verticale buikwandspieren van elkaar wijken,worden deze weer in het midden aan elkaar gehecht. Dit verstevigt de buikwand en verbetert de buikwandcontour.

Correctie hernia cicatricialis/umbilicalis

Als er sprake is van een navelbreuk of een littekenbreuk, dan kan dit tijdens de buikwandoperatie ook worden gecorrigeerd.

Zijn er alternatieven voor een operatie?

Contourverbetering kan in beperkte mate worden bereikt door figuurondersteunende compressiekleding.

Wat u vóór een operatie moet weten?

Na een inleidend gesprek en lichamelijk onderzoek bespreekt de arts met u de mogelijkheden voor contourverbetering. Daarnaast bespreekt de arts met u de mogelijke complicaties. Ook worden tijdens dit gesprek uw vragen beantwoordt. Voor uw dossier worden op de polikliniek
gestandaardiseerde foto’s van uw lichaam genomen. Voorafgaande aan de operatie en 3 en 12 maanden na de operatie moet u de BODY-Q vragenlijst invullen. Dit is van belang om uw kwaliteit van leven te meten voor en na operaties.

Het is uitermate belangrijk dat uw lichaam vóór een operatie in de best mogelijke conditie is. Daarom is het noodzakelijk dat u zes weken vóór tot zes weken na de operatie stopt met roken. Dat is nodig omdat het risico op complicaties en wondgenezingsstoornissen aanzienlijk wordt
verhoogd door nicotine. Als u een bariatrische ingreep heeft gehad, wordt voor de operatie door de diëtiste bepaald of uw eiwit en vitamines in orde zijn. Zo niet dan kan de diëtiste dit voor de operatie nog aanvullen.

Voorbereiding op de operatie

Bij elke patiënt die een operatie ondergaat bekijkt de anesthesioloog eerst of de operatie extra gezondheidsrisico’s oplevert. Dit noemen we pre-operatieve screening. Nadat u met de plastisch chirurg heeft afgesproken dat u geopereerd wordt, krijgt u een verwijzing naar de
polikliniek Pre-operatieve screening. U kunt hier alleen op afspraak terecht. U wordt tevens doorgestuurd naar de medisch fotograaf voor een kleurenfoto voor in uw medisch dossier.

Bij de pre-operatieve screening vult u een vragenlijst in over uw medische geschiedenis. Daarna heeft u een gesprek met een verpleegkundige of anesthesioloog. Dit gaat over uw gezondheid, medicijnen die u gebruikt, allergieën, doorgemaakte ziekten en eerdere operaties. Ook krijgt u uitleg over de vorm van verdoving (anesthesie). Afhankelijk van uw leeftijd en ziektegeschiedenis, is het mogelijk dat de anesthesioloog u doorverwijst naar een internist, cardioloog of longarts voor aanvullend onderzoek.

Gebruikt u medicijnen? Neem dan een overzicht mee van de medicijnen die u gebruikt. De anesthesioloog spreekt met u af hoe u met uw medicijnen om moet gaan op de dagen rondom de operatie. U krijgt de brochure ‘Anesthesie’ van de arts of verpleegkundige op de polikliniek Pre-operatieve screening. In die brochure leest u meer over de vorm van verdoving die u krijgt en de gang van zaken op de dag van de operatie. Ook leest u belangrijke informatie over hoe u die dag om moet gaan met eten, drinken en roken.

De polikliniek Pre-operatieve screening is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Belangrijke aandachtspunten

  • Roken heeft een erg negatieve invloed op de wondgenezing. Als u rookt dan moet u minimaal zes maanden stoppen met roken: drie maanden voor de operatie tot minimaal drie maanden na de operatie. Als u niet stopt met roken dan opereren wij u niet.
  • Als u bloedverdunners gebruikt, dan maakt u daarover afspraken. U krijgt van uw arts instructies over het stoppen of doorgaan met uw bloedverdunners.
  • Voor de operatie mag u alleen paracetamol innemen. Andere pijnstillers, zoals Aspirine of Naprosyne, maar ook die u zonder recept kunt verkrijgen, kunnen het risico op bloedingen verhogen.
  • U mag de dag van de operatie geen bodylotion gebruiken.
  • In overleg met de plastisch chirurg moet u een compressiepak (drukpak) bestellen dat u na de operatie draagt. Dit pak geeft u ondersteuning tijdens uw herstel.

De opname

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de afdeling. U wordt ontvangen door een verpleegkundige. De verpleegkundige wijst u de weg op uw kamer, bespreekt alle gegevens met u en meet uw temperatuur, polsslag en bloeddruk. U krijgt een injectie om bloedstolsels in de bloedbaan (trombose) te voorkomen. Soms is het nodig om bloed af te nemen, bijvoorbeeld als u bloedverdunners gebruikt. De verpleegkundige geeft u een operatiehemd en een polsbandje met uw naam en geboortedatum. Als u aan de beurt bent, rijdt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingskamer van de operatiekamers. Hier neemt een operatiekamermedewerker de zorg voor u over. Meestal volstaat een opname van één nacht en mag u dus de ochtend na de operatie naar huis.

De operatie

Vlak voor de operatie kan het zijn dat de plastisch chirurg op uw lichaam een tekening maakt (het operatieplan). Deze tekening geeft aan hoe de operatie gaat verlopen. Dit is nodig om een zo goed mogelijk resultaat van de ingreep te kunnen krijgen.

Tijdens de operatie gaat u onder narcose. Als het nodig is wordt het operatiegebied geschoren. Vaak wordt bij aanvang van de operatie een slangetje (katheter) in de blaas gebracht om problemen met het plassen na de operatie te vermijden. Deze wordt meestal aan het eind van de operatie weer verwijderd.

Tijdens de operatie wordt het gehele gebied opgespoten met een vloeistof waardoor bloedingen en pijn na de operatie zoveel mogelijk worden beperkt. Afhankelijk van de uitgebreidheid duurt de operatie anderhalf tot vier uur.

Na de operatie heeft u een drukkende buikband om, die de ophoping van wondvocht moet voorkomen. Er worden meestal geen drains (dun slangetje) achtergelaten om overtollig wondvocht af te voeren. De duur van het verblijf in het ziekenhuis is afhankelijk van de omvang van de operatie. Als er geen complicaties optreden kunt u de volgende dag weer naar huis.

Risico’s en complicaties

Bloeding

Tijdens en na de operatie kan er een bloeding of nabloeding ontstaan. Bij een forse nabloeding wordt u opnieuw geopereerd om de bloeding te stelpen. Zelden is het nodig daarvoor een bloedtransfusie te geven.

Verstoorde wondgenezing

Stoornissen in de wondgenezing komen vaak voor en zijn wisselende in ernst. Zij kunnen tot een trager herstel en bredere littekens leiden. Meestal worden wondgenezingsstoornissen met spoel advies behandeld.

Infecties

Een infectie merkt u aan:

  • Toename van pijn
  • Koorts
  • Zwelling
  • Roodheid

De wond moet in die situaties altijd door een arts bekeken worden.

Gevoelsstoornissen

In het wondgebied kunnen gevoelsstoornissen optreden. Meestal verdwijnen deze binnen enkele maanden.

Contouronregelmatigheden en asymmetrie

Na de operatie kunnen contouronregelmatigheden en asymmetrie optreden. Als het nodig is kan dit op een later tijdstip met een kleine ingreep verbeterd worden. Maar volledige symmetrie is nooit te garanderen.

Trombose

Bij ingrepen waarbij u tijdelijk veel rust moet houden kan er een bloedstolsel (trombose) in de benen ontstaan en in heel zeldzame gevallen een longembolie optreden. Om dit te voorkomen krijgt u voor en na de operatie injecties tegen trombose.

Vasthouden van vocht

Na de operatie kunt u in het geopereerde gebied merken dat u vocht vasthoudt. Vaak verdwijnt dit vanzelf, maar soms moet de dokter dit met een naald en spuit uit het gebied verwijderen.

Wanneer neemt u direct contact op

  • Bij snel toenemende pijn.
  • Als de wond gaat bloeden.
  • Als u een acute zwelling krijgt.
  • Bij koorts boven 38,5°C.
  • Als u het benauwd krijgt.
  • Bij plotselinge pijn in de onderbenen.

Wat gebeurt er na ontslag?

Meestal maakt de chirurg gebruik van oplosbare hechtingen voor het sluiten van de wond. Deze hechtingen hoeven dan niet verwijderd te worden. Indien bij u ook liposuctie is verricht kunnen de wondjes nog enkele dagen lekken, dit is normaal. Als er geen complicaties optreden kunt in principe de volgende dag weer naar huis. Voor u wordt een controleafspraak gemaakt bij de verpleegkundige op de polikliniek voor twee weken na de operatie. Ook krijgt u een afspraak voor over ongeveer 3 maanden bij uw plastisch chirurg. Nadat de pleisters verwijderd zijn op de polikliniek Plastische chirurgie, is het verstandig de littekens 2 maal daags met een hydraterende (litteken) crème in te smeren.

Leefregels na de operatie

Zodra u weer thuis bent, kunt u met lichte activiteiten beginnen. Vermijd echter bewegingen die pijn doen. Probeer langzamerhand steeds meer te doen, maar forceer niet. Na drie tot vier weken bent u zover hersteld dat u de meeste activiteiten weer redelijk zelf kunt doen. Dit hangt af van de ingreep en het genezingsproces.

Het is belangrijk dat u zich aan de volgende leefregels houdt:

  • Niet roken gedurende 3 maanden na de ingreep.
  • Zolang u hechtpleisters en/of hechtingen heeft, raden wij u af om in bad te gaan, douchen mag wel.
  • Om de buikwand goed vast te laten groeien aan de onderlaag, wordt u geadviseerd om gedurende zes weken, 24 uur per dag, een strakke buikband te dragen. Deze mag af tijdens het douchen.
  • Met name als de spierwand ook gecorrigeerd is, mag u de eerste zes tot acht weken niet zwaar tillen, geen zwaar werk verrichten en niet persen of sporten.
  • Na acht weken kunt u weer alle activiteiten ondernemen.
  • Wij adviseren u om de littekens het eerste half jaar tot een jaar goed te beschermen tegen de zon. Gebruik hiervoor een zonnebrandcrème met tenminste SPF 30.
  • Als alle wonden genezen zijn, adviseren wij u  om het litteken tweemaal per dag in te smeren met een hydraterende (litteken) crème  gedurende 3 maanden.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met polikliniek Plastische chirurgie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Plastische chirurgie
040  – 239 71 20

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Plastische chirurgie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/plastische-chirurgie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden