Diep borstreconstructie (Deep Internal Epigastric Perforator borstreconstructie) (Folder)

Plastische chirurgie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Diep borstreconstructie (Deep Internal Epigastric Perforator borstreconstructie) (Folder)

In deze folder vindt u informatie over de DIEP borstreconstructie. Dit is een borstreconstructie van eigen weefsel waarbij gebruik wordt gemaakt van de Deep Internal Epigastric Perforator (DIEP) lap. Het is goed om u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Wat is een DIEP borstreconstructie?

Bij de DIEP methode wordt in één procedure de huid en de vulling van de borst gereconstrueerd. De methode maakt gebruik van het bij veel vrouwen aanwezige huid- en vetoverschot van de buik. Dit weefsel is zeer geschikt voor het reconstrueren van de borst. Er wordt geen inwendige borstprothese gebruikt, waardoor de borst natuurlijker oogt en voelt. Bovendien veroudert de gereconstrueerde borst mee met de gezonde zijde.

DIEP staat voor Deep Inferior Epigastric Perforator. Dit is een zeer dun bloedvat (1,5 à 2 mm doorsnede) dat een deel van de huid en het vetweefsel in de onderbuik van bloed voorziet. Het bloedvat is een zijtak van een bloedvat uit de lies.

Eerder ondergane bestraling is geen bezwaar voor deze vorm van borstreconstructie.

Voorbereidingen op de operatie

CT angiografie

Na uw eerste bezoek aan de polikliniek wordt een CT angiografie verricht. Met dit onderzoek wordt nagegaan of dit type borstreconstructie voor u geschikt is. Bij dit onderzoek worden de bloedvaten van uw buikwand in kaart gebracht. Zo wordt bekeken of er voor deze reconstructie geschikte bloedvaten (perforatoren) in uw buikwand aanwezig zijn. Zijn deze bloedvaten niet of onvoldoende aanwezig? Dan komt u niet in aanmerking voor dit type borstreconstructie.

Pre-operatieve screening en anesthesie

Bij elke patiënt die een operatie ondergaat bekijkt de anesthesioloog eerst of de operatie extra gezondheidsrisico’s oplevert. Dit noemen we pre-operatieve screening. Nadat u met de plastisch chirurg heeft afgesproken dat u geopereerd wordt, krijgt u een verwijzing naar de polikliniek Pre-operatieve screening. U kunt hier alleen op afspraak terecht. U wordt tevens doorgestuurd naar de medisch fotograaf voor een kleurenfoto voor in uw medisch dossier.

Bij de pre-operatieve screening vult u een vragenlijst in over uw medische geschiedenis. Daarna heeft u een gesprek met een verpleegkundige of anesthesioloog. Dit gaat over uw gezondheid, medicijnen die u gebruikt, allergieën, doorgemaakte ziekten en eerdere operaties. Ook krijgt u uitleg over de vorm van verdoving (anesthesie). Afhankelijk van uw leeftijd en ziektegeschiedenis, is het mogelijk dat de anesthesioloog u doorverwijst naar een internist, cardioloog of longarts voor aanvullend onderzoek.

Gebruikt u medicijnen? Neem dan een overzicht mee van de medicijnen die u gebruikt. De anesthesioloog spreekt met u af hoe u met uw medicijnen om moet gaan op de dagen rondom de operatie. U krijgt de brochure ‘Anesthesie’ van de arts of verpleegkundige op de polikliniek Pre-operatieve screening. In die folder leest u meer over de vorm van verdoving die u krijgt en de gang van zaken op de dag van de operatie. Ook leest u belangrijke informatie over hoe u die dag om moet gaan met eten, drinken en roken.

De polikliniek Pre-operatieve screening is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Aandachtspunten vóór de operatie
  • Roken is niet toegestaan vanaf 6 maanden voor tot 3 maanden na de operatie. Nicotine zorgt ervoor dat de dunne bloedvaten in de DIEP lap verkrampen en dat de reconstructie afsterft. Ook vergroot het de kans op problemen bij de wondgenezing.
  • Voor de operatie mag u alleen paracetamol innemen. Andere pijnstillers, zoals Aspirine of Naprosyne, maar ook die u zonder recept kunt verkrijgen, kunnen het risico op bloedingen verhogen.
  • U mag de dag van de operatie geen bodylotion gebruiken.
  • Eventuele gelnagels hoeft u niet te verwijderen.
  • Koop vóór de operatie een strakke pantybroek. Deze dient u na de operatie een aantal weken te dragen.
  • U mag 6 uur voor de operatie niets meer eten of drinken.

De opname

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de afdeling. U wordt ontvangen door een verpleegkundige. De verpleegkundige wijst u de weg op uw kamer, bespreekt alle gegevens met u en meet uw temperatuur, polsslag en bloeddruk. U krijgt een injectie om bloedstolsels in de bloedbaan (trombose) te voorkomen. Soms is het nodig om bloed af te nemen, bijvoorbeeld als u bloedverdunners gebruikt. De verpleegkundige geeft u een operatiehemd en een polsbandje met uw naam en geboortedatum. Als u aan de beurt bent, rijdt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingskamer van de operatiekamers. Hier neemt een operatiekamermedewerker de zorg voor u over. Meestal volstaat een opname van drie tot vijf dagen.

De operatie

Vlak voor de operatie maakt de plastisch chirurg een tekening op uw lichaam. Ook wordt middels een doppler geluisterd naar de bloedvaten en vervolgens aangetekend op de buik. Deze tekening geeft aan hoe de operatie gaat verlopen. Dit is nodig om een zo goed mogelijk resultaat van de ingreep te kunnen krijgen.

De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Bij het begin van de operatie wordt een slangetje (katheter) in uw blaas gebracht om problemen met het plassen tijdens en na de operatie te vermijden. U krijgt steunkousen aangemeten om de kans op een trombosebeen en/of longembolie zo klein mogelijk te houden. Rond de kousen worden luchtkussentjes geplaatst, die tijdens de operatie leeg- en vollopen om de bloedstroom in de benen op gang te houden. Tijdens de operatie wordt het litteken van de borstverwijdering geopend. Vlakbij het borstbeen worden de bloedvaten, waar later de buiklap op wordt aangesloten, vrijgelegd. Op de buik wordt de huid en het onderliggende vetweefsel losgemaakt van de omgeving. Vervolgens worden de voedende bloedvaatjes opgezocht en vrij van de rechte buikspier gemaakt. Als blijkt dat de voedende bloedvaatjes goed functioneren wordt het weefsel getransplanteerd. Met behulp van een microscoop worden de aanvoerende en afvoerende bloedvaatjes in de borstkas aangesloten. Als dit goed werkt, wordt uit de buiklap dat bestaat uit huid en vet de borst gereconstrueerd en vastgehecht in het geopende litteken van de borstverwijdering. De huid bij de buik wordt gesloten door de buikhuid verder naar boven los te maken en deze vervolgens voorzichtig strakker naar beneden te trekken. De navel moet bijna altijd worden verplaatst. Tijdens de operatie worden er drie of vier slangetjes (drains) achtergelaten om wondvocht naar buiten toe af te voeren. De littekens komen op de borst, onder op de buik en rond de navel te liggen.

De operatie duurt gemiddeld tussen de zes en acht uur.

Na de operatie

De eerste dagen na de operatie kunt u last hebben van het operatiegebied, hiervoor krijgt u een pijnpompje. Dit wordt zo snel mogelijk afgebouwd naar pijnstilling in tabletvorm.

Het is belangrijk om de dag na de operatie te beginnen met mobiliseren (bewegen). Een verpleegkundige begeleidt u hierbij. Het mobiliseren op de eerste dag kan lastig zijn, omdat u een zware operatie heeft ondergaan.

Tijdens de ziekenhuisopname controleert een verpleegkundige de doorbloeding van de gereconstrueerde borst. De eerste dag na de operatie gebeurt dit elk uur, naarmate de dagen vorderen gebeurt dit minder vaak.

Na de operatie heeft u een aantal drains (slangetjes) om het wondvocht af te voeren. Wanneer er minder dan 30 cc wondvocht per 24 uur in de flesjes komt, verwijdert een verpleegkundige de drains. Dit is meestal na enkele dagen. Mochten de drains nog teveel aflopen op de datum van ontslag, dan gaat u met drains naar huis. Wanneer er minder dan
30 ml per 24 uur in de flesjes komt, maakt u een afspraak om de drains te laten verwijderen. Het bloedverlies is over het algemeen klein.

Meestal maakt de chirurg gebruik van oplosbare hechtingen voor het sluiten van de wond.

Leefregels na de operatie

Zodra u weer thuis bent, kunt u met lichte activiteiten beginnen. Vermijd echter bewegingen die pijn doen. Probeer langzaamaan steeds meer te doen maar forceer niet. Na 3 tot 4 weken bent u zover hersteld, dat u de meeste activiteiten weer redelijk zelf kunt doen. Dit hangt af van de ingreep en het genezingsproces. Na zes weken mag u in principe weer alles doen.

Het is belangrijk dat u zich aan de volgende leefregels houdt:

  • Na de operatie kan zowel de gereconstrueerde borst als buik gezwollen of pijnlijk zijn. Hiervoor kunt u als het nodig is om de zes uur 2 tabletten paracetamol van 500 mg innemen.
  • Roken is niet toegestaan tot 6 weken na de operatie.
  • U dient de eerste maand na de operatie een bloedverdunnend medicijn te gebruiken om de doorbloeding van de gereconstrueerde borst te bevorderen. U krijgt hiervoor bij ontslag een recept mee.
  • Om de buikwand te ondersteunen, adviseren we u om gedurende 6 weken, dag en nacht, een strakke pantybroek of correctieondergoed te dragen. Deze mag u natuurlijk even af doen als u gaat douchen.
  • Wij adviseren u tevens om gedurende 6 weken 24 uur per dag een BH te dragen ter ondersteuning van de gereconstrueerde borst.
  • Zolang u hechtpleisters en/of hechtingen heeft, raden wij u af om in bad te gaan. Douchen mag wel, ook wanneer u nog drains heeft.
  • U mag de eerste 6 weken niet zwaar tillen, geen zwaar werk verrichten en niet sporten.
  • U mag 6 8 weken niet met de elleboog boven schouderhoogte komen.
  • U mag 6 tot 8 weken niet persen.
  • Na 6 weken kunt u weer alle activiteiten ondernemen.
  • Voor de behandeling van littekens geldt dat u deze een half jaar tot een jaar goed moet beschermen tegen de zon met tenminste een SPF 30.
  • U dient het litteken tweemaal per dag in te smeren met een hydraterende (litteken) crème  gedurende 3 maanden.

Controle

Voor u wordt een controle afspraak gemaakt op de polikliniek Plastische chirurgie voor twee weken na de operatie. U komt dan bij de verpleegkundige op het spreekuur. Nadat de verpleegkundige de pleisters verwijderd heeft, adviseren we u om de littekens twee maal per dag met een hydraterende (litteken)crème te masseren. Op de polikliniek krijgt u, indien gewenst, uitleg over de behandeling van de littekens na de operatie.

Mogelijke complicaties en risico’s

Algemene complicaties en risico’s

Een DIEP borstreconstructie heeft dezelfde algemene risico’s als een andere operatie, zoals:

  • Risico’s van de narcose
  • Trombose
  • Longembolie
  • Een nabloeding
  • Het optreden van infecties
  • Lelijke littekengenezing. Deze kan optreden bij iedere operatie, is patiëntafhankelijk en komt maar zelden voor. Of littekens mooi of lelijk worden is nooit te voorspellen. Sommige personen hebben aanleg tot overmatige littekenvorming. In elk geval moet u erop rekenen dat littekens tot een jaar na de operatie rood, dik en stug zijn en pas daarna geleidelijk zachter, soepeler en bleker worden.
Specifieke complicaties en risico’s

Specifieke complicaties en risico’s van een DIEP borstreconstructie zijn:

  • Tijdelijke of blijvende gevoelsstoornissen van het geopereerde gebied (de buikwand)
  • Er bestaat een kans dat de gereconstrueerde borst gedeeltelijk of zelfs geheel afsterft. Mocht dit optreden, dan gebeurt dit meestal de eerste dagen na de operatie. De kans hierop is ongeveer 2-5%. Een extra operatie is dan noodzakelijk. Bij volledige afsterving is het echter nog steeds mogelijk om op een andere manier de borst te reconstrueren.
  • Soms kan er een (tijdelijke) zwakte van de buikwand optreden. Dit komt doordat de spier en het peesblad om de spier deels moeten worden geopend om het bloedvat vrij te leggen.
  • Bij hoge uitzondering kan een deel van de buikhuid of de navel afsterven. Een nieuwe operatie kan dan noodzakelijk zijn.
  • Een overschot aan huid en vetweefsel kan blijven bestaan aan de beide zijden van het litteken (“Dogears?). Operatieve correctie hiervan kan, na ongeveer een jaar, aangewezen zijn.
  • Het is nooit mogelijk de nieuwe borst precies even groot te maken als de bestaande. Mocht er na de operatie een groot verschil bestaan tussen de nieuwe en de bestaande borst, dan kunt u later tijdens een polikliniekbezoek bespreken wat de mogelijkheden zijn. Mocht een symmetriserende reconstructie van de andere kant wenselijk zijn, dan wordt dit pas vanaf een jaar na de eerste operatie gedaan.

Er wordt alles aan gedaan om deze risico’s tot een minimum te beperken. Hierbij wordt van u verwacht dat u zich aan de leefregels houdt. Als u rookt of overgewicht heeft, vergroot dat de kans op complicaties.

Wanneer moet u contact opnemen?

In de volgende situaties is het belangrijk dat u contact opneemt:

  • Bij koorts boven de 38,5°C en wanneer de gereconstrueerde borst of de buik geheel of gedeeltelijk warm en pijnlijk aanvoelt.
  • Bij pijn die niet reageert op pijnstillers.
  • Bij een hevig bloedende operatiewond.
  • Bij toenemende roodheid en zwelling van het wondgebied.

Bel in bovenstaande situaties tijdens kantooruren met de polikliniek Plastische chirurgie. Bel buiten kantooruren met de Spoedeisende Hulp (SEH). De telefoonnummers vindt u onder ‘Contactgegevens’.

Vergoeding

Vraag bij uw zorgverzekeraar na of u de behandeling vergoed krijgt. Soms vergoeden zij slechts een deel van de behandeling, afhankelijk van hoe u verzekerd bent. Wilt u voorafgaand aan uw behandeling een prijsopgave ontvangen, dan kan de polikliniekmedewerker deze voor u aanvragen. Als er een machtiging nodig is, dan vraagt de arts deze voor u aan bij uw zorgverzekeraar. De arts bespreekt dit met u. Meer informatie over machtigingen leest u in de folder ‘Machtiging en aanspraakbeperking’.

Wachtlijst

Gezien de kosten die gepaard gaan met deze operatie is er een limiet op het aantal DIEP borstrecontsructie die wij per jaar mogen verrichten. Het secretariaat van uw behandelend plastisch chirurg kan u informeren over de wachtlijst.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neem dan contact op met de polikliniek Plastische chirurgie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
Telefoon 040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Plastische chirurgie
040 – 239 71 20

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Plastische chirurgie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/plastische-chirurgie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden