Hormonale behandeling bij prostaatkanker (Folder)

Urologie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Hormonale behandeling bij prostaatkanker (Folder)

Tijdens uw bezoek aan de polikliniek Urologie heeft uw behandelend uroloog met u besproken dat u in aanmerking komt voor hormonale behandeling van prostaatkanker. In deze folder vindt u algemene informatie over deze vorm van behandeling.

Wat zijn hormonen?

Hormonen zijn stoffen die het lichaam zelf maakt. Een aantal klieren, organen en weefsels (bijvoorbeeld de schildklier en zaadballen) maken hormonen. Al die hormonen vervullen een eigen taak. Een belangrijke groep hormonen die het lichaam aanmaakt zijn de mannelijke geslachtshormonen. De groei van prostaatkankercellen staat onder invloed van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Testosteron wordt geproduceerd in de bijnieren en de zaadballen (testes). De hypofyse (een klier in uw hersenen), produceert een hormoon dat de zaadballen aanzet tot de productie van testosteron. Hormonale therapie is erop gericht de aanmaak van geslachtshormoon te remmen of het effect ervan te blokkeren. Het ontstaan en de woekering van de kankercellen kan zo (tijdelijk) worden stopgezet. Het gevolg is dat de groei van de kankercellen wordt geremd, het aantal kankercellen afneemt en dat eventuele klachten verminderen.

Wanneer krijgt u hormoontherapie?

Adjuvant

Bij uitgebreidere vormen van prostaatkanker wordt bij uitwendige of inwendige bestraling soms een aanvullende behandeling met hormonale therapie gegeven. Dit gebeurt in principe in de vorm van injecties. De duur van de behandeling varieert vaak tussen de zes maanden en twee jaar. Deze combinatie van behandelingen geeft vaak betere resultaten.

Palliatief

Prostaatkanker geeft vaak pas laat klachten. Bij ontdekking is de kanker mogelijk niet meer beperkt tot de prostaat. De ziekte kan uitgezaaid zijn naar bijvoorbeeld de lymfeklieren of de botten. Hormonale behandeling is dan de aangewezen behandeling. Deze palliatieve behandeling richt zich op het stoppen of vertragen van de groei van kankercellen en het verminderen van klachten. Genezen van de ziekte is in deze situatie niet meer mogelijk, maar met hormoontherapie kan de prostaatkanker maanden tot jaren onderdrukt worden.

Vormen van hormoontherapie

Er zijn twee manieren om de invloed van testosteron op de groei van de tumorcellen te verkleinen.

Operatie

De productie van testosteron kan worden gestopt door een operatie waarbij de zaadballen worden verwijderd (orchidectomie);

Medicijnen

Onderstaande medicijnen beïnvloeden de productie en/of de werking van het mannelijke hormoon testosteron. Daardoor kan de groei van kankercellen worden gestopt of geremd.

  • LHRH-analogen: LHRH-analogen beïnvloeden de hypofyse. De hypofyse is een klier in de hersenen en produceert hormonen die de zaadballen aanzetten tot testosteronproductie. Door LHRH-analogen toe te dienen, wordt de hormoonproductie in de hypofyse stilgelegd, waardoor de zaadballen geen testosteron meer aanmaken. Deze medicijnen worden door middel van injecties toegediend. De werkingsduur kan verschillen van drie tot zes maanden per toediening. Er zijn verschillende LHRH-analogen beschikbaar. De uroloog zal met u bespreken welke voor u het meest geschikt is.
  • Anti-androgenen: naast de LHRH injectie geeft de arts u soms ook vier weken lang een anti-androgeen. Anti-androgenen zijn tabletten die de aanhechting van testosteron op de prostaat(kanker)cellen blokkeren en zo een ‘flare-up’ voorkomen. Een ‘flare-up’ is een tijdelijke opleving van de ziekte doordat de hypofyse voor een korte periode na starten van de LHRH-analoog juist de testosteronproductie gaat stimuleren. Binnen vier weken is deze klier door de LHRH-analoog oververzadigd, en kan verdere inname van anti-androgenen gestopt worden. Indien na verloop van tijd de LHRH-analogen (injecties) minder goed werken, kunnen er eventueel nog anti-androgenen (tabletten) toegevoegd worden. Er wordt ook wel eens gekozen om alleen met een anti-androgeen tablet te behandelen omdat dit in sommige gevallen net zo effectief is en minder bijwerkingen geeft. Opbouw in de dosering van deze tabletten kan een mogelijkheid zijn.

Mogelijke bijwerkingen

Door het verlagen van de hoeveelheid testosteron kan hormoontherapie een aantal vervelende bijwerkingen veroorzaken:

  • Seksuele problemen: verlies van libido (zin in seks) en problemen met het krijgen of houden van een erectie;
  • Opvliegers: een opvlieger is een plotseling, zeer hevig gevoel van warmte en hitte. Dit kan zweten veroorzaken, gevolgd door koude rillingen. Gaandeweg de behandeling, na maanden, worden het aantal opvliegers vaak vanzelf minder. Mochten de opvliegers erg storend zijn of te vaak voorkomen, dan kunt u met uw uroloog overleggen of het verstandig is te starten met medicijnen om deze te onderdrukken;
  • Vermoeidheid;
  • Toename in gewicht en verlies van spiermassa: hormoontherapie kan de spiermassa verminderen en het percentage lichaamsvet verhogen, waardoor het lichaamsgewicht toeneemt;
  • Stemmingsveranderingen zoals neerslachtigheid;
  • (Pijnlijke) borstvorming;
  • Haaruitval: uw borst- en schaamhaar kan uitvallen;
  • Osteoporose (botontkalking): dit ontstaat vaak pas bij langdurig gebruik van de hormoontherapie.

Toediening van hormoontherapie

De uroloog of verpleegkundig specialist schrijft een recept voor de hormoontherapie. Indien u injecties krijgt, kunnen deze op twee verschillende manieren worden toegediend:

  1. Via de thuisservice: de thuisservice neemt met u contact op om een afspraak te maken. Vervolgens komt er een ervaren verpleegkundige bij u thuis om de injectie te plaatsen. U hoeft hier zelf verder niks voor te regelen.
  2. Via de huisarts: indien u de injectie graag door uw huisarts laat zetten, kunt u zelf met recept de injectie ophalen bij de apotheek. Vervolgens maakt u zelf een afspraak met de huisarts om de injectie te laten zetten.

U kunt met de arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige bespreken welke optie uw voorkeur heeft.

Tweedelijns hormonale therapie

Indien uitgezaaide prostaatkanker niet meer reageert op de bovenstaande hormoontherapie, kan er geprobeerd worden om via andere routes de gevoeligheid van de prostaatkankercel voor testosteron te beïnvloeden. Dit noemen we tweedelijns hormonale therapie. De uroloog zal u hiervoor verwijzen naar de oncoloog.

Impact

Hormoontherapie kan, afhankelijk van de bijwerkingen die u ervaart, een behoorlijke impact hebben op uw dagelijkse leven. Maak klachten, vragen, onzekerheden bespreekbaar met uw arts, verpleegkundig specialist, verpleegkundige en/of familie, zodat we u zo goed mogelijk kunnen ondersteunen tijdens deze periode.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u op werkdagen contact opnemen met de polikliniek Urologie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 9111
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Urologie
040 – 2397040
Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Urologie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/urologie

 

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden