Informatie voor kraamvrouwen (Folder)

Gynaecologie Verloskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Informatie voor kraamvrouwen (Folder)

Van harte gefeliciteerd met de geboorte van uw zoon of uw dochter. De kraamdagen gaan nu beginnen. De kraamtijd kunt u zowel thuis als in het ziekenhuis gezellig en aangenaam doorbrengen. Daar zullen wij onze uiterste best voor doen. Aarzel dus niet om uw vragen of wensen aan ons kenbaar te maken.

Dit informatieboekje is voor u samengesteld door het verpleegkundig personeel van de verpleegafdeling Verloskunde. Hierin vindt u informatie over de verzorging van uzelf en de baby, de bezoektijden en dergelijke. Wij hopen dat u daardoor sneller vertrouwd raakt met de dagelijkse gang van zaken en wensen u een prettige kraamtijd toe.

De eerste dag

In principe mag u na de bevalling gewoon uit bed. Wel raden wij u aan regelmatig te rusten, omdat u zich door de inspanning van de bevalling en het bloedverlies wat slap en vermoeid kunt voelen. Het is belangrijk voor het samentrekken van de baarmoeder en het daarmee gepaard gaande bloedverlies, dat u binnen vier uur na de bevalling naar het toilet gaat. Vraag de eerste keer of de verpleegkundige even met u meegaat. Als dit goed gaat, weet u zeker dat u geen begeleiding meer nodig heeft. Na het plassen kunt u zich afspoelen met behulp van het spoelkraantje. Dit werkt verzachtend en voorkomt een schrijnend gevoel tijdens het plassen. Alleen de eerste dag van het kraambed krijgt u van ons ‘wegwerp elastische onderbroekjes’. Deze zijn bijzonder gemakkelijk, omdat u nu nog ruim kunt vloeien.

De lichaamsverzorging

U kunt zichzelf dagelijks douchen. In het begin kan het prettig zijn om hierbij op een douchestoel te gaan zitten. Als het nodig is wordt u hierbij geholpen door de verpleegkundige. De verpleegkundige controleert dagelijks de hechtingen. Meestal verloopt het genezingsproces ongestoord. Hechtingen van de keizersnede lossen ook vanzelf op (m.u.v. nietjes maar deze worden zeer zelden gebruikt).

De hechtingen kunnen gevoelig zijn, met name als u gaat zitten, maar ook bij andere bewegingen. U probeert misschien de pijn te verlichten door niet op de hechtingen te gaan zitten. Hierdoor houdt u er echter alleen langer last van. Het is dus belangrijk om zoveel mogelijk ‘normaal’ (op de hechtingen) te gaan zitten.

De stoelgang

De stoelgang zal enige dagen op zich laten wachten, omdat u tijdens of voor de uitdrijvingsfase al ontlasting heeft verloren.

Borstvoeding of flesvoeding

Ongetwijfeld heeft u uw keuze reeds van tevoren gemaakt. De borstvoeding komt rond de tweede à derde dag langzaam op gang. De verpleegkundige kan u allerlei nuttige tips en adviezen rondom de borstvoeding geven (bijvoorbeeld over het uitbreiden van de duur van de voeding). Vraag daar dus gerust naar. Ook staan er diverse informatieve en leuke folders tot uw beschikking.

Voor het welslagen van de borstvoeding is het belangrijk dat u er de tijd en de rust voor neemt. Was voor iedere voeding goed uw handen. De verpleegkundige helpt u de eerste dagen bij het aanleggen van de baby. Als u tijdens de voeding klachten of pijn krijgt, geef dit dan aan ons door. Wellicht kunnen wij daar een oplossing voor vinden. Wij adviseren u om gedurende de periode dat u borstvoeding geeft altijd een goed passende bh te dragen, liefst zonder beugels.

Als u flesvoeding geeft, moet u een strakke bh (liefst zonder beugel) dragen om de stuwing in de borsten zoveel mogelijk te beperken. Mocht u vragen hebben over de (hygiënische) bereiding van de voeding en het gebruik van de diverse spenen, stel deze dan gerust aan de verpleegkundige. Zij kan uw vragen het beste beantwoorden.

De kraamsuite

Het Catharina Ziekenhuis wil de hechting tussen ouder en kind zoveel mogelijk bevorderen. Daarom bieden wij gezinsgerichte zorg aan en hebben we kraamsuites. Deze kamers zijn huiselijker ingericht dan de normale kamers en bieden meer ruimte en privacy. Zo creëren we een optimale leefomgeving voor ouders en hun kindje. De partner heeft de
mogelijkheid om te blijven slapen. De zorg voor moeder en kind is het uitgangspunt bij onze zorgverlening.

Wat betekent ouderparticipatie?

Ouderparticipatie betekent dat ouders in het ziekenhuis actief deelnemen aan de zorg voor hun kindje, zowel overdag als ’s nachts (als de partner blijft slapen). De verpleegkundige en de ouders stemmen met elkaar af hoe de zorg aan het kindje wordt gegeven. Eerst wordt de zorg onder begeleiding van de verpleegkundige uitgevoerd. Als ouders zich zeker genoeg voelen, kunnen ze bepaalde handelingen zelf gaan uitvoeren. De rol van verpleegkundige verandert dan naar ondersteuner, die de ouders helpt zelf voor hun kindje te zorgen. In het kort houdt ouderparticipatie in: lichaamscontact, observatie (voedingssignalen en ongemak herkennen), verschonen, temperatuur meten, navelverzorging van het kindje, voeden (borstvoeding of flesvoeding), troosten van het kindje en het baden/wassen van het kindje.

Het doel van ouderparticipatie

Het doel van ouderparticipatie is dat de ouders en het kindje zoveel mogelijk bij elkaar zijn en dat ouders zoveel mogelijk op actieve wijze bij de zorg voor hun kindje betrokken worden. Hierbij wordt de relatie en de hechting tussen ouders en kind gestimuleerd. Het zelfvertrouwen van de ouders neemt toe wanneer ze zien dat ze zelf ook goed voor hun
kindje kunnen zorgen.

Huisregels als de partner blijft slapen

We hebben een aantal huisregels opgesteld voor als uw partner blijft slapen. Zo is voor iedereen de rolverdeling duidelijk. Uiteraard bespreken we deze huisregels ook met u.

  • De verpleegkundige blijft eindverantwoordelijk voor het kindje;
  • De partner helpt ook ’s nachts mee bij de verzorging van het kindje;
  • De partner is ’s nachts gepast gekleed (geen ontbloot bovenlijf);
  • De dag op de kraamafdeling begint om 07.30 uur. We verwachten van de partner dat hij dan ook mee opstaat. De partner kan gebruik maken van de douche op de kamer;
  • Handdoeken worden ’s ochtends uitgedeeld. Ontbijt is gratis voor de partner, overige maaltijden zijn dat niet. Per dag zijn er meerdere rondes waarop drank wordt gebracht voor de patiënt en de partner. Als u tussendoor wat wilt drinken, kunt u dat vragen aan de verpleging.

De hielprik

72 uur na de geboorte wordt er bloed uit de hiel van uw baby afgenomen ter bepaling van aangeboren zeldzame aandoeningen. Deze bloedprik gebeurt ter controle bij alle baby’s. Er is dus geen reden tot ongerustheid. Wilt u meer informatie? Vraag de verpleegkundige dan naar de folder over de hielprik of kijk op www.rivm.nl.

De zuigelingenafdeling

Bij lichamelijke problemen gaat uw baby naar de zuigelingenafdeling, waar hij/zij in de couveuse wordt verzorgd. Het spreekt vanzelf dat uw gynaecoloog en/of de kinderarts daarover komen praten.

U kunt met hen ook uw zorgen en angsten bespreken. Voor de verzorging van uw baby maakt het niet uit: u kunt net als alle andere moeders hierbij helpen en bij uw kind slapen. Ook kunt u, als u wilt, direct beginnen met de borstvoeding.

Het is afhankelijk van de toestand van uw baby of u hem/haar direct aan de borst mag leggen. Daar kan de kinderarts u meer over vertellen. Is het nog niet mogelijk om de baby aan te leggen, of gaat het drinken nog niet goed, dan kolft u de borstvoeding af. Deze voeding wordt dan op de zuigelingenafdeling aan uw baby gegeven. Het is beste als u zoveel mogelijk in het bijzijn van uw kindje kolft. Zowel de verpleegkundige van de kraamafdeling en verpleegkundige van de couveuseafdeling zal u hierin begeleiden.

Informeren derden

De kinderarts vindt het voor de zorg van uw kind van groot belang dat de huisarts en de consultatiebureau-arts op de hoogte gesteld worden van de bevindingen. Is uw kind in de leeftijd van 0 tot 4 jaar dan worden de gegevens naar het consultatiebureau doorgestuurd. Als u hier niet mee akkoord gaat, kunt u dit kenbaar maken bij de behandelend kinderarts van uw kind.

Bezoektijden

Op de verpleegafdeling Verloskunde gelden de volgende bezoektijden: van 10.00 tot 12.00 uur en van 15.00 tot 20.00 uur. In principe is het aantal bezoekers vier per patiënt, mits de situatie van u en de overige patiënten dit toelaat. Het rustuur voor de kraamvrouw en haar partner is van 12.00 – 15.00 uur.

Voor uw partner gelden er geen bezoektijden, deze is de hele dag welkom.

De gynaecoloog

In het Catharina Ziekenhuis zijn een aantal gynaecologen werkzaam. U bent bij één van hen onder behandeling. Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Dat betekent dat u naast de gynaecoloog ook behandeld kunt worden door een arts-assistent. Uw gynaecoloog wordt bijgestaan door een arts-assistent, ook wel zaalarts genoemd. Deze arts-assistent heeft de algemene opleiding tot arts voltooid, en is nu bezig met zijn specialisatie tot gynaecoloog. Uw gynaecoloog en de arts-assistent werken nauw met elkaar samen.

De visitetijden van de gynaecologen liggen niet vast. De zaalarts is degene die dagelijks voor uw welzijn zorgt.

De afdelingsassistente

De afdelingsassistente is op werkdagen aanwezig om voor uw drank en maaltijden te zorgen. Ook staat zij voor u klaar als u hulp bij de maaltijd nodig heeft. Indien u een speciaal dieet of bijzondere eetgewoontes heeft, kunt u dit aan haar doorgeven. Zij houdt daar dan rekening mee.

Tijdens uw verblijf krijgt u ’s morgens en ’s middags een maaltijd van de broodserveerwagen.

Aan de afdelingsassistente kunt u gerust tussendoor iets te drinken vragen. U kunt ook op de gebruikelijke tijdstippen (zie dagindeling) meerdere dranken tegelijkertijd vragen.

Het ontslag

Ongetwijfeld bent u blij dat u naar huis gaat, vaak mag u ’s morgens om 09.00 uur naar huis. Toch moeten er van tevoren een aantal zaken goed geregeld worden:

De kraamhulp

Waarschijnlijk heeft u al kraamhulp aangevraagd. Zij kan immers een enorme steun voor u zijn en dat maakt de eerste periode na de bevalling gemakkelijker. Het is belangrijk om uw kraamhulp zo snel mogelijk te laten weten wanneer u naar huis komt. Een telefoontje naar het kraamcentrum is voldoende. Wij informeren uw verloskundige over uw opname en ontslag.

Het poliklinische controlebezoek

U wordt over ongeveer zes weken op de polikliniek Gynaecologie verwacht voor nacontrole. Daar krijgt u een afspraakkaartje voor mee. Er kan, indien nodig, ook afgesproken worden dat u voor nacontrole naar de verloskundige gaat.

Als u zelf thuis nog medicijnen moet gebruiken krijgt u daarvoor een recept mee.

Vragen?

Heeft u na uw ontslag uit het ziekenhuis nog vragen, neem dan contact op met uw verloskundige. U mag ook de verpleegafdeling Verloskunde bellen.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Gynaecologie
040 – 239 93 00

Verpleegafdeling Verloskunde
040 – 239 81 00

Routenummer(s) en overige informatie vindt u op www.catharinaziekenhuis.nl/verloskunde

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden