Kijkoperatie van de enkel (Folder)

Orthopedie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Kijkoperatie van de enkel (Folder)

U heeft klachten aan uw enkel. De orthopeed heeft voorgesteld om een kijkoperatie (artroscopie) van uw enkel te doen, om de oor­zaak van uw klachten vast te stellen. Bij deze kijkoperatie wordt de binnenkant van uw enkelgewricht bekeken. Ook kunnen sommige gevonden afwijkingen tijdens deze ingreep worden verholpen, zoals het verwijderen van botsplinters of los kraakbeen.Artroscopie is Grieks en betekent letterlijk kijken (scopie) in een ge­wricht (artros). In deze folder vindt u meer informatie over de bouw van de enkel, hoe en waarom een artroscopie wordt gedaan, de voor­bereiding op de artroscopie en de nazorg na de ingreep.

Bouw van de enkel

Het enkelgewricht, in medische termen het bovenste spronggewricht genoemd, bestaat uit drie botdelen: kuitbeen, scheenbeen en sprongbeen. Elk botdeel is bekleed met een laag kraakbeen dat zorgt voor het glad en soepel bewegen van het gewricht. Om de enkel ligt een gewrichtskapsel. Buiten dit gewrichtskapsel lopen gewrichtsbanden en pezen die voor stabiliteit van de enkel zorgen.

ORT016 A.jpg ORT016 B.jpg

De operatie

Bij de arthroscopie kijkt de orthopeed met een dunne buis (arthroscoop) in de enkel. De arthroscoop heeft een doorsnede van 4mm en bevat een zeer kleine camera met licht. Het beeld dat de camera maakt, verschijnt op een monitor. Zo kan de orthope­disch chirurg in het gewricht kijken.

De operatie wordt uitgevoerd via 2 of 3 kleine sneetjes van minder 1 cm. Via een sneetje gaat de scoop (kijkbuis) naar binnen. Via de andere sneetjes worden instrumenten in de enkel gebracht om -waar mogelijk- een afwijking te behandelen.

De verdoving

De verdoving kan plaatsvinden via een ruggenprik of een algehele narco­se. De anesthesist bespreekt dit met u tijdens de pre-operatieve screening.

Pre-operatieve screening

Voordat u wordt opgenomen, wordt u voor onderzoek van uw algemene gezondheid doorverwezen naar de polikliniek pre-operatieve screening (PPOS). U kunt hier alleen op afspraak terecht. Op deze polikliniek moet u een vragen­lijst over uw medische geschiedenis invullen. Een arts stelt u aanvullende vragen over bijvoorbeeld uw gezond­heid, medicijngebruik, allergieën, doorgemaakte ziekten en eerdere operaties. Als er iets niet helemaal duidelijk is, of u heeft aanvullende vragen, vraag het dan gerust. Ook worden afspraken met u gemaakt voor eventuele aanvullende onder­zoeken, zoals een ECG (hartfilmpje), bloedonderzoek en soms röntgenfo­to’s van de longen. Het is ook moge­lijk dat u op advies van de arts wordt doorverwezen naar de internist, cardioloog of longarts voor verder onderzoek. Dit is afhankelijk van uw leeftijd en medische geschiedenis.

De opname

Voor deze operatie wordt u opge­nomen op de afdeling Kortverblijf en Dagverpleging. Meestal kunt u dezelfde dag naar huis. Meer infor­matie over een opname vindt u in de folder ‘Opnamewijzer’.

Voorbereiding

De onderstaande voorbereidingen zijn belangrijk voor een goed verloop van de operatie:

  • Pre-operatieve screening en anesthesie U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee. Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen op afspraak terecht. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer
    040 – 239 85 01. Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie‘.
  • Na de operatie mag u zelf geen auto besturen. Regel daarom liefst van te voren dat iemand u kan komen ophalen.
  • De verpleging onthaart het ope­ratiegebied als dit nodig is ter voorbereiding op uw operatie. Doe dit niet zelf van tevoren! Dit kan wondjes of uitslag veroorzaken en een reden zijn om u niet te kunnen opereren.
  • Zorg vóórdat u naar het ziekenhuis komt zelf voor krukken. Deze kunt u lenen bij een thuiszorgwinkel.
  • Verwijder eventuele nagellak van uw teennagels. Verder mag u mag tijdens de operatie geen sieraden dragen. Dit is nodig om de hygiëne op de operatiekamer te waar­borgen en infecties te voorkomen.
De operatie

Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u op de afdeling voorberei­dende middelen voor de anesthesie (premedicatie). Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling alvast aantrekt. Een verpleeg­kundige brengt u  naar de voorberei­dingsruimte van de operatieafdeling.

Op de operatiekamer krijgt u een infuus in de arm waardoor medica­menten gegeven kunnen worden. Ook wordt bewakingsapparatuur aangesloten, waardoor uw lichaams­functies zoals bloeddruk, hart en ademhaling tijdens de operatie goed in de gaten gehouden kunnen wor­den. Als gekozen is voor een ruggen­prik kunt u meekijken op de monitor, als u dat wilt. De orthopeed kan u dan direct uitleg geven over de eventuele afwijkingen en/of behandeling.

Na de operatie

Na de ingreep blijft u in de uitslaap­ruimte (verkoeverkamer) van de ope­ratieafdeling tot u goed wakker bent en alle controles (van onder andere  bloeddruk, hartslag, ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u weer op en brengt u weer terug naar de afdeling. De verpleeg­kundigen controleren regelmatig uw hartslag, bloeddruk en de wondjes. Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Vertel het de verpleeg­kundigen als u hier last van heeft. Zij kunnen u hiervoor de juiste medicij­nen geven.

Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Het infuus wordt in de loop van de dag/avond verwijderd als u zelf weer kunt eten en drinken en uw bloeddruk en der­gelijke onder controle zijn. Meestal kunt u aan het einde van de middag of tegen de avond weer naar huis.

Om uw enkel zit een drukverband. Dit mag u na een dag zelf verwijderen. U krijgt een elastische kous ( tubigrip genoemd ) mee naar huis, die u gedu­rende veertien dagen overdag om de voet en enkel mag dragen. Deze geeft wat steun en gaat zwelling tegen.

Mogelijke complicaties en risico’s

Zoals bij elke operatie bestaat ook bij een enkeloperatie het risico dat een infectie of nabloeding optreedt. Deze kans is erg klein.

Bij deze operatie kan een huidzenuw beschadigd raken omdat er sneden in de huid worden gemaakt. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend.

Leefregels na de operatie

Het is belangrijk dat u zich aan onder­staande leefregels houdt:

Belasting van de enkel

  • Leg gedurende twee dagen de enkel hoog, bijvoorbeeld op een kussen op een stoel. Dit gaat zwel­ling tegen.
  • We raden u aan om minimaal de eerste twee weken met krukken te lopen, om de enkel en de wond­jes rust te geven. Hoeveel u de geopereerde enkel mag belasten is afhankelijk van de aard van de ingreep. Overleg altijd met uw be­handelend arts hoeveel u de enkel mag belasten en hoe lang u de krukken minimaal moet gebruiken.

Verzorging van de wond

  • Laat het drukverband minimaal een dag zitten, ter voorkoming van een nabloeding. Als u het druk­verband heeft verwijderd, moet u de elastische kous omdoen. Houd deze gedurende veertien dagen alleen overdag aan.
  • De pleister mag u de vijfde dag na de operatie zelf verwijderen. Een nieuwe pleister is alleen nodig als de wondjes nog doorlekken.
  • U mag pas douchen of baden nadat de hechtingen verwijderd zijn. De hechtingen worden tijdens de eerste controle op de polikli­niek verwijderd, twee weken na de operatie.

Fietsen en autorijden

We raden u aan de eerste twee weken niet te fietsen of zelf auto te rijden. Overleg hierover met uw orthopeed. Dit is namelijk afhankelijk van wat er tijdens de ingreep is ge­beurd en hoe lang u de krukken moet gebruiken.

Pijn
De anesthesioloog heeft u pijnstillen­de medicijnen voorgeschreven, voor na de operatie. Deze krijgt u mee van de afdeling Kortverblijf en Dagverple­ging. We adviseren u om deze medi­cijnen de eerste en tweede dag thuis, op vaste tijden in te nemen. Daarna kunt u de pijnstilling afbouwen af­hankelijk van de pijn. Hiervoor kunt u paracetamol gebruiken, die u zelf in huis moet halen. De gebruikelijke do­sering voor volwassenen is 3x daags 1000 mg. Als het nodig is mag u 1000 mg per dag extra innemen, zodat de maximale dosering voor volwassenen 4000 mg per dag is.

Sporten, werk en andere activiteiten

  • Overleg met uw orthopeed wan­neer het weer verantwoord is om te sporten of andere lichamelijke activiteiten te doen.
  • Wanneer u weer mag werken, is afhankelijk van de ingreep die bij u is gedaan, het soort werk dat u doet en het (eventuele) ongemak dat u nog van de ingreep heeft. Daarom dient u dit ook met uw orthopeed te overleggen.

Wanneer moet u contact opnemen?

U dient contact op te nemen met de polikliniek Orthopedie, als een van de onderstaande problemen ontstaan. In overleg met uw behandelend arts wordt dan bekeken wat er eventueel moet gebeuren:

  • als de wond ernstig gaat nabloe­den (lekken);
  • als de wond rood of dik wordt en/of meer pijn gaat doen;
  • als u temperatuur verhoging krijgt boven de 38 graden en zich daarbij niet goed voelt;
  • wanneer uw tenen koud, blauw of wit worden.

U kunt de polikliniek Orthopedie be­reiken tijdens kantooruren, via telelfoonnummer: 040 – 239 71 80. Buiten kantoortijden moet u in bovenstaande gevallen contact opnemen met de afdeling Spoedeisende Hulp, via telefoonnummer: 040 – 239 96 00.

Controle

Na twee weken komt u terug op het poliklinisch spreekuur bij de nurse practitioner of arts assistent. Deze controleert de wond, verwijdert de hechtingen en neemt de operatie en nabehandeling met u door. Als het nodig is, wordt voor u nog een controleafspraak bij de orthopeed gemaakt.

Vragen

Heeeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de poli­kliniek Orthopedie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
Telefoon 040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Orthopedie
040 – 239 71 80

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Orthopedie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/orthopedie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden