Kijkoperatie van de pols (Folder)

Orthopedie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Kijkoperatie van de pols (Folder)

U heeft klachten aan uw pols. De orthopeed heeft voorgesteld om een kijkoperatie (artroscopie) van uw pols te doen, om de oorzaak van uw klachten vast te stellen. Bij deze kijkoperatie wordt de binnenkant van uw polsgewricht bekeken. Ook kunnen sommige gevonden afwijkingen tijdens deze ingreep worden verholpen, zoals het verwijderen van botsplinters of los kraakbeen.Artroscopie is Grieks en betekent letterlijk kijken (scopie) in een ge­wricht (artros). In deze folder vindt u meer informatie de bouw van de pols, hoe en waarom een artroscopie wordt gedaan, de voorbe­reiding op de artroscopie en de nazorg na de ingreep.

ORT018 A.jpg
Bouw van de hand en pols

De hand en de pols zijn samengesteld uit een groot aantal botten, spieren, pezen en gewrichtsbanden die veel beweeglijkheid toelaten en relatief veel kracht kunnen ontwikkelen.

Er zijn drie soorten botten in de hand:

  • De vingerkootjes: er zijn er 14 in totaal. Iedere vinger heeft er drie. De duim echter heeft er maar twee.
  • De middenhandsbeentjes: daarvan zijn er vijf, ze vormen de midden­hand.
  • De handwortelbeentjes: dit zijn de 8 beentjes die samen de pols vormen. Deze beentjes staan langs de ene zijde in verbinding met de middenhandsbeentjes en aan de andere kant met de onderarmbot­ten: het spaakbeen en de ellepijp Al deze kleine beentjes worden bijeen gehouden door bandjes.

Daarnaast zijn er heel veel spieren, gewrichtsbanden en pezen in de hand te vinden.

  • Spieren kunnen samentrekken en ontspannen, waardoor de botjes in de hand kunnen bewegen ten opzichte van elkaar.
  • Gewrichtsbanden zorgen voor een stevige verbinding tussen de ver­schillende beenderen onderling.
  • Pezen zijn uiteinden van spieren, die op en in de botuiteinden vasthechten. Ze zorgen voor een stevige overgang tussen het spier­weefsel en het bot.

ORT018 B.jpg

Mogelijke oorzaak van uw klachten

  • Er bestaan verschillende oorzaken voor polsklachten. De onderstaande oorzaken kunnen via een kijkoperatie worden bekeken:
  • Kraakbeenbeschadiging: de beschadiging zelf is vaak niet te herstellen. Wel kunnen er even­tuele losse stukjes worden verwij­derd, waarmee het gewricht wordt schoongemaakt. Hierdoor vermin­deren vaak de klachten.
  • Slijmvlieszwelling: Dit ontstaat vaak bij een chronische irritatie van het polsgewricht. Er kan wat slijmvlies verwijderd worden en voor verder onderzoek naar de oorzaak worden opgestuurd.
  • Scheur van een bandje tussen de botstukjes.

ORT018 C.jpg

  • Scheur van het kraakbeenschijfje in het gewricht tussen ellepijp en pols, door een val of slijtage. De afkorting van de medische term hiervoor is TFCG. In het scheur­tje kan weefsel geklemd raken. Hierdoor ontstaan klachten aan de pinkzijde van onderarm en pols. Er ontstaat vooral pijn bij het ‘belast’ draaien over de pinkzijde, zoals het opdrukken uit een stoel.
    Tijdens een kijkoperatie is het mogelijk ingeklemd weefsel in het scheurtje verwijderen. Soms is het nodig om de scheur in een latere operatie te hechten.

De operatie

Het doel van een kijkoperatie van de pols is het opsporen van de oorzaak van de klachten. Het is meestal onmo­gelijk om tijdens deze kijkoperatie iets aan die oorzaak te doen (zoals slijtage of een scheurtje). Soms is het mo­gelijk om ingeklemd weefsel of losse stukjes weefsel te verwijderen.

Bij de arthroscopie kijkt de orthopeed met een dunne buis (scoop) in de pols. De arthroscoop heeft een door­snede van 4mm en bevat een zeer kleine camera met licht. Het beeld dat de camera maakt, verschijnt op een monitor. Zo kan de orthopedisch chi­rurg in het gewricht kijken. De opera­tie wordt uitgevoerd via 2 of 3 kleine sneetjes van minder 1 cm. Via een sneetje gaat de kijkbuis (artroscoop) naar binnen. Via de andere sneetjes worden instrumenten in de pols gebracht om – waar mogelijk – een af­wijking te behandelen. Niet alle delen van de pols zijn met een arthroscopie te zien. Alleen de gewrichten tussen de onderste botjes van de pols en de

De verdoving

De verdoving kan plaatsvinden via een algehele narcose of een plaatse­lijke (regionale) verdoving, waarbij de gehele arm en hand verdoofd wordt. De anesthesist bespreekt dit met u tijdens de pre-operatieve screening.

Pre-operatieve screening

Voordat u wordt opgenomen wordt u voor onderzoek van uw algemene gezondheid doorverwezen naar de polikliniek pre-operatieve screening (PPOS). u kunt hier alleen op afspraak terecht. Op deze polikliniek moet u een vragen­lijst over uw medische geschiedenis invullen. Een arts stelt u aanvullende vragen over bijvoorbeeld uw gezond­heid, medicijngebruik, allergieën, doorgemaakte ziekten en eerdere operaties. Als er iets niet helemaal duidelijk is, of u heeft aanvullende vragen, vraag het dan gerust. Ook worden afspraken met u gemaakt voor eventuele aanvullende onder­zoeken, zoals een ECG (hartfilmpje), bloedonderzoek en soms röntgenfo­to’s van de longen. Het is ook moge­lijk dat u op advies van de arts wordt doorverwezen naar de internist, cardioloog of longarts voor verder onderzoek. Dit is afhankelijk van uw leeftijd en medische geschiedenis.

De opname

Voor deze operatie wordt u opge­nomen op de afdeling Kortverblijf en Dagverpleging. Meestal kunt u dezelfde dag naar huis. Meer infor­matie over een opname vindt u in het boekje ‘Opnamewijzer’.

Voorbereiding

De onderstaande voorbereidingen zijn belangrijk voor een goed verloop van de operatie:

  • Pre-operatieve screening en anesthesie U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee. Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen op afspraak terecht. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01. Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie’.
  • Na de operatie mag u zelf geen auto besturen. Regel daarom liefst van te voren dat iemand u kan komen ophalen.
  • De verpleging onthaart het ope­ratiegebied als dit nodig is ter voorbereiding op uw operatie. Doe dit niet zelf van tevoren! Dit kan wondjes of uitslag veroorzaken en een reden zijn om u niet te kunnen opereren.
  • Verwijder eventuele nagellak van uw vingernagels. Verder mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen. Dit is nodig om de hygiëne op de operatiekamer te waar­borgen en daardoor infecties te voorkomen.
De operatie

Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u op de verpleegafdeling voorbereidende middelen voor de anesthesie (premedicatie). Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling alvast aantrekt. Een verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de opera­tieafdeling.

Op de operatiekamer krijgt u een infuus in de arm waardoor medica­menten gegeven kunnen worden. Ook wordt bewakingsapparatuur aangesloten, waardoor uw lichaams­functies zoals bloeddruk, hart en ademhaling tijdens de operatie goed in de gaten gehouden kunnen wor­den. Als gekozen is voor een ruggen­prik kunt u meekijken op de monitor, als u dat wilt. De orthopeed kan u dan direct uitleg geven over de eventuele afwijkingen en/of behandeling.

Na de operatie

Na de ingreep blijft u in de uitslaap­ruimte (verkoeverkamer) van de ope­ratieafdeling tot u goed wakker bent en alle controles (van onder andere bloeddruk, hartslag, ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u weer op en brengt u weer terug naar de afdeling. De verpleeg­kundigen controleren regelmatig uw hartslag, bloeddruk en de wondjes. Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Vertel het de verpleeg­kundigen als u hier last van heeft. Zij kunnen u hiervoor de juiste medicij­nen geven.

Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Het infuus wordt in de loop van de dag/avond verwijderd als u zelf weer kunt eten en drinken en uw bloeddruk en der­gelijke onder controle zijn. Meestal kunt u aan het einde van de middag of tegen de avond weer naar huis.

Om uw pols zit een drukverband. Dit mag u na een dag zelf verwijderen. U krijgt een elastische kous mee die u gedurende 14 dagen overdag om de pols moet dragen. Deze geeft wat steun en gaat zwelling tegen. Meteen na de operatie moet u de vingers bewegen.

Mogelijke complicaties en risico’s

Zoals bij elke operatie bestaat ook bij een polsoperatie het risico dat een infectie of nabloeding optreedt. Deze kans is erg klein. Om de kans op een nabloeding te verkleinen, moet u het drukverband 24 uur laten zitten. Verder moet u uw pols de eerste 2 dagen hoog houden in een draagdoek (mitella), of op een kussen leggen.

Bij deze operatie kan een huidzenuw beschadigd raken omdat er sneden in de huid worden gemaakt. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend.

Leefregels na de operatie

Verzorging van de wond

  • Laat het drukverband minimaal een dag zitten, ter voorkoming van een nabloeding. Als u het druk­verband heeft verwijderd, moet u de elastische kous omdoen. Houd deze gedurende veertien dagen alleen overdag aan.
  • De pleister mag u de vijfde dag na de operatie zelf verwijderen. Een nieuwe pleister is alleen nodig als de wondjes nog doorlekken.
  • U mag pas douchen of baden nadat de hechtingen verwijderd zijn. De hechtingen worden tijdens de eerste controle op de polikli­niek verwijderd, twee weken na de operatie.

Belasting van de pols

  • Gebruik de mitella gedurende twee dagen of leg de pols hoog, bijvoorbeeld op een kussen op tafel.

Fietsen en autorijden
We raden u aan de eerste twee we­ken niet te fietsen of zelf auto te rij­den. Overleg hierover met de ortho­peed. Dit is namelijk afhankelijk van wat er tijdens de ingreep is gebeurd.

Pijn
De anesthesioloog heeft u pijnstillen­de medicijnen voorgeschreven, voor na de operatie. Deze krijgt u mee van de afdeling Kortverblijf en Dagverple­ging. We adviseren u om deze medi­cijnen de eerste en tweede dag thuis, op vaste tijden in te nemen. Daarna kunt u de pijnstilling afbouwen af­hankelijk van de pijn. Hiervoor kunt u paracetamol gebruiken, die u zelf in huis moet halen. De gebruikelijke do­sering voor volwassenen is 3x daags 1000 mg. Als het nodig is mag u 1000 mg per dag extra innemen, zodat de maximale dosering voor volwassenen 4000 mg per dag is.

Sporten, werk en andere activiteiten

  • Overleg met uw orthopeed wan­neer het weer verantwoord is om te sporten of andere lichamelijke activiteiten te doen.
  • Wanneer u weer mag werken, is afhankelijk van de ingreep die bij u is gedaan, het soort werk dat u doet en het (eventuele) ongemak dat u nog van de ingreep heeft. Daarom dient u dit ook met uw orthopeed te overleggen.

Wanneer moet u contact opnemen?

U dient contact op te nemen met de polikliniek Orthopedie, via telefoonnummer: 040 – 239 71 80, als een van de onderstaande problemen ontstaan. In overleg met uw behandelend arts wordt dan bekeken wat er eventueel moet gebeuren:

  • als de wond ernstig gaat nabloe­den (lekken);
  • als de wond rood of dik wordt en/ of meer pijn gaat doen;
  • als u temperatuur verhoging krijgt boven de 38 graden en zich daarbij niet goed voelt;
  • wanneer uw vingers koud, blauw of wit worden.

U kunt de polikliniek Orthopedie be­reiken tijdens kantooruren. Daarbui­ten moet u in bovenstaande gevallen contact opnemen met de afdeling Spoedeisende Hulp, via telefoonnummer: 040 – 239 96 00..

Controle

Na twee weken komt u terug op het poliklinisch spreekuur bij de nurse practitioner of arts assistent. Deze controleert de wond, verwijdert de hechtingen en neemt de operatie en nabehandeling met u door. Als het nodig is, wordt voor u nog een controleafspraak bij de orthopeed gemaakt.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de receptie van de poli­kliniek Orthopedie. Hier kunt u eveneens terecht als u om dringende redenen uw afspraak niet kunt nakomen.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Orthopedie
040 – 239 71 80

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Orthopedie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/orthopedie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden