Kinderfysiotherapie bij prematuur geboren baby’s (Folder)

Fysiotherapie Kindergeneeskunde Verloskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Kinderfysiotherapie bij prematuur geboren baby’s (Folder)

Omdat uw kindje prematuur en/of dysmatuur is geboren, is er een kans dat de motorische ontwikkeling vertraagd of afwijkend verloopt. De kinderfysiotherapeut begeleidt u en uw kindje in het stimuleren van een zo optimaal mogelijke motorische ontwikkeling. In deze folder staat algemene informatie over de motorische ontwikkeling van een prematuur/dysmatuur geboren kindje. Deze informatie is dus niet toegespitst op uw kindje maar van algemene aard.

Wat is het verschil tussen een prematuur geboren kind en een á terme geboren kind?

Op het eind van de zwangerschap, vanaf ongeveer de 36e/37e week wordt het kind steeds groter en krijgt steeds minder ruimte in de baarmoeder, de armpjes en beentjes worden sterk gebogen en het ruggetje is gekromd. Als het kind rond de 40 weken geboren is, worden de armen en benen in het begin vaak niet helemaal gestrekt. Dit is normaal.

Eerder in de zwangerschap heeft het kind in de baarmoeder nog alle ruimte om te bewegen. Wanneer het prematuur wordt geboren, wordt het kind veel vroeger dan gebruikelijk blootgesteld aan de zwaartekracht. Het is moeilijk om tegen de zwaartekracht in te bewegen. Met de zwaartekracht mee bewegen is veel gemakkelijker als je nog maar weinig spierkracht hebt. Met de zwaartekracht mee bewegen betekent in dit geval vrijwel altijd strekken.

Ex-prematuren zijn meer geneigd om te strekken dan á terme geboren kinderen. Hoe zit dit (over)strekken eruit?

  • Hoofd naar achteren duwen (in de nek leggen)
  • Schouders naar achteren trekken
  • Rug recht houden
  • Beentjes liggen recht
  • Handen in vuistjes

Wat willen we graag zien?

Als kinderfysiotherapeuten beoordelen we de ontwikkeling naar de gecorrigeerde leeftijd, dat is de leeftijd vanaf 40 weken. Een prematuur geboren kindje kan niet dezelfde taken volbrengen als een voldragen kindje.

0-3 maanden (gecorrigeerde leeftijd)

We zien graag dat de baby in rugligging de handjes bij elkaar brengt en contact maakt met de mond. Om de handjes bij elkaar te brengen in rugligging moet het kind tegen de zwaartekracht in bewegen. Soms is dit moeilijk en nog te zwaar. Dan kunt u het kind in zijligging laten spelen, in deze houding gaat het bijna vanzelf.

Tussen 0 en 3 maanden (gecorrigeerde leeftijd) zien we graag dat baby’s met opgetrokken beentjes liggen. Het bekken is dan gekanteld, soms worden de billetjes ook opgetrokken. Dit is normaal. Het is ook normaal dat een kind van 3 maanden met zijn knietjes speelt, dat de handjes en knietjes contact hebben.

Het is heel belangrijk om een kindje regelmatig op de buik te leggen, maar het is nog belangrijker dat het kindje dit accepteert. Wanneer uw baby laat merken dat het niet fijn is op de buik, is het raadzaam om hem of haar terug te leggen op de rug of zij. Blijf dit wel bij elke luierwisseling proberen en probeer het gezellig te maken door met uw baby te praten of een liedje te zingen.

Buikligging is zo belangrijk omdat de ontwikkeling tot verplaatsen met buikligging begint (tijgeren en kruipen).

Hoe kunt u uw kindje helpen?

  • Stimuleer een gebogen houding.
  • Wanneer uw kindje niet uit zichzelf de beentjes optrekt, kunt u de billetjes in rugligging en beetje ophogen door er een opgevouwen handdoek of klein kussentje onder te leggen.
  • Laat handjes en knietjes regelmatig contact maken met elkaar.
  • Breng in rugligging de schouders naar voren, dan komen de handjes makkelijk bij elkaar.
  • Bij het oppakken steeds er naar streven om uw kindje ‘rond’ of ‘klein’ te houden.
  • Bij het vasthouden op de arm de beentjes gebogen houden (ook bij het drinken).
  • In buikligging op de knietjes laten liggen.
  • Het leren volgen van een voorwerp of gezicht is een leuk spelletje.

Tekening 1.png

3-6 maanden (gecorrigeerd)

Vanaf 3 maanden krijgt uw kind steeds meer controle over het bewegen. Het hoofd kan langer in het midden gehouden worden. Gezichten of voorwerpen worden gevolgd in alle richtingen.

Soms kan het kind al een beetje naar de zij rollen.

Het kind krijgt controle over de armen (slaan en reiken), maar gericht een voorwerp grijpen lukt vaak pas vanaf ongeveer 6 maanden. Een voorwerp wat toevallig in het handje komt wordt wel gepakt en bekeken. Wanneer het kindje dit regelmatig doet leert hij controle te krijgen over het grijpen.

Het is normaal dat een kind van 6 maanden regelmatig op zijn grote teen sabbelt.

In buikligging tilt het kindje zijn hoofd steeds verder op en begint op de onderarmen te steunen. Een kindje wat erg strekt houdt de schouders naar achteren en kan daardoor niet op de armen steunen.

Hoe kunt u uw kindje helpen?

  • In rugligging: reiken/slaan naar een mobile of speeltje brengt de schouders naar voren. De mobile kan boven de schouders staan of aan de zijkant.
  • Het is normaal dan een kind van 6 maanden op zijn grote teen sabbelt. Breng regelmatig de voetjes richting het hoofd. Niet forceren!
  • Zet de mobile eens boven de voeten neer.
  • In buikligging gaat het steunen beter als de ellenbogen goed onder de schouders geplaatst worden, zodat het kindje gewicht ervaart in de schouders.
  • Rollend oppakken (in rugligging legt mama/papa) een hand op de borst en rolt het kindje op haar hand, het kind wordt zo in buikligging opgepakt).
  • Wanneer het kindje gedragen wordt, hoeft het hoofd niet meer volledig gesteund te worden. Leer het kindje om in verticale positie zelf controle te krijgen over het hoofd. Wel voldoende hoog op de romp/schouders steunen, zodat u voelt dat uw kindje daadwerkelijk controle heeft.

Tekening 2.png

6-9 maanden (gecorrigeerd)

De meeste kinderen gaan rond deze periode een begin maken met rollen en zitten.

Let op: uw kindje moet niet alleen leren zitten maar vooral leren GAAN zitten. Daarom mag het alleen zitten wanneer u er zelf bij bent.

Wanneer u weggaat is het goed om uw kindje weer terug te leggen op de rug.

Wanneer een baby de wereld gaat ontdekken, rollen ze op de zij en door naar de buik.

Vanuit buikligging leert uw baby de mogelijkheid tot verplaatsen.

In de eerste instantie is dat tijgeren en rondraaien (pivoteren), later wordt dit kruipen. De meeste kinderen leren vanuit kruiphouding om te gaan zitten.

Rollen:

De inzet tot rollen wordt meestal gedaan vanuit de armen of de benen.

De eerste ‘doorrol’ van rug naar buik en andersom gebeurt spontaan en wordt later geoefend en geperfectioneerd.

Bij het rollen van rug naar buik en andersom is het dus belangrijk dat de schouders soepel zijn, over de wervelkolom naar voren/achteren kunnen bewegen.

Zitten:

Wanneer uw kindje zit, zijn de handjes in de eerste instantie nodig om te steunen zodat voorover vallen wordt voorkomen.

Ook in deze houding is het belangrijk dat de schouders makkelijk van voren naar achteren kunnen bewegen over de wervelkolom en dat ze niet heel strak tegen de wervelkolom worden gehouden (overstrekken).

Het is ook belangrijke dat uw kindje soepele heupen heeft. Dat wil zeggen dat ze makkelijk buigen en gebogen kunnen worden gehouden. Als uw kindje zit, moeten de heupjes gebogen kunnen zijn en in deze houding meer/minder kunnen buigen zodat hij/zij naar voren en achteren kan bewegen.

Wanneer uw kindje kan zitten en niet meer omvalt, gaat het steeds meer variëren in deze houding.

  • De handjes worden niet meer gebruikt/worden opzij geplaatst/naar achteren geplaatst.
  • De beentjes zitten niet meer op dezelfde plaats maar worden gebogen/gestrekt naar buiten geplaatst.
  • Uw kindje gaat met zijn bovenlichaam draaien en reiken naar speelgoed wat net buiten zijn/haar bereik ligt.
  • Wanneer uw kindje aan de zijkant steunt en het makkelijk de middellijn passeert met de handjes dan gaat het zich voorbereiden op het komen in kruiphouding.

Hoe kunt u uw kindje helpen?

  • Niet meer in de box laten spelen, maar meer op de grond, de wereld wordt groter en het ontdekken wordt gestimuleerd.
  • Laten rollen, ook over de kant die minder makkelijk gaat
  • Als uw kindje op schoot zit aan tafel, met de handjes op de tafel, uw kindje ervaart dat het zo kan steunen op de handjes zonder dat het zijn evenwicht verliest.
  • Als u op de grond zit, tussen uw benen laten zitten en speelgoed aan de buitenkant van uw benen plaatsen. Hierdoor kan uw kindje veilig ondersteund door uw benen zijn/haar gewicht naar één kant verplaatsen en steun leren nemen op één kant.
  • Stimuleren of tijgeren in buikligging door het speelgoed net iets verder te plaatsen. Het wil ook nog wel eens helpen door de voetjes tegen en muur te plaatsen zodat het zich kan afduwen tegen de muur.
  • Niet ‘oefenen’ met uw kindje maar spelen met uw kindje in verschillende houdingen. Daag uw kindje uit, dit vinden ze leuk!
  • Beloon uw kindje als het zich inspant om iets voor elkaar te krijgen.

Vragen

Heeft u nog vragen over de adviezen in de folder dan kunt u altijd bellen naar de afdeling Fysiotherapie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Afdeling Fysiotherapie
040 – 239 84 20

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Fysioptherapie vindt u op www.catharinaziekenhuis.nl/fysiotherapie

Bron

De tekst uit deze folder is overgenomen van MMC Paramax.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden