Nachttraining (Folder)

Kindergeneeskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Nachttraining (Folder)

Algemene informatie voor kinderen

Welkom bij de Incontinentiepoli van het Catharina Ziekenhuis. Jij komt bij ons in het ziekenhuis omdat je ’s nachts moeite hebt om droog te blijven. Natuurlijk is het erg vervelend. Over bedplassen wordt weinig gepraat. Dat komt omdat veel kinderen zich er voor schamen. Toch komt bedplassen heel vaak voor. Wij gaan er samen aan werken om te kijken of wij jouw plasprobleem kunnen oplossen.

Dat gaat niet vanzelf. Wij moeten hard aan de slag.

Jij moet het gaan doen en jouw ouders en de trainster gaan je daarbij helpen. Jij krijgt verschillende gesprekken en onderzoeken. De dokter en de trainster krijgen dan een goed beeld van wat er misgaat bij het plassen. Misschien ben je overdag ook nog af en toe nat of heb je ongelukjes met poepen. Dan gaan we je daar als eerste bij helpen.

Om jouw plasprobleem op te lossen, moet jij eerst goed begrijpen hoe plassen eigenlijk gaat.

Als jij weet hoe het plassen werkt, begrijp jij ook wat jouw probleem is en hoe jij het kunt oplossen. Jij ontwikkelt zo een eigen speciale training voor jezelf.

Jij moet een heleboel thuis doen. Jij gaat thuis elke dag heel hard trainen. Hierover kan je bij trainingen meer lezen.

In deze folder staat alle informatie bij elkaar. Jij hoeft natuurlijk niet alles in één keer te lezen.

Van de trainster hoor je welke informatie wanneer belangrijk is. Als je iets niet begrijpt of vragen hebt, laat het ons dan weten.

Algemene informatie voor ouders

Sinds 2004 heeft het Catharina Ziekenhuis een polikliniek voor kinderen met plasklachten.

De meest voorkomende plasklachten zijn uitblijven van volledige zindelijkheid, ongewild urineverlies overdag, blaasontstekingen en/of bedplassen.

Uw kind heeft één of meerdere van deze bovenstaande klachten. Daarnaast heeft uw kind misschien ook problemen met poepen, dit hangt vaak met elkaar samen. Wij gaan bekijken hoe wij jullie hier zo goed mogelijk mee kunnen helpen en ondersteunen met als doelstelling om de plas- en poepklachten van uw kind te voorkomen.

U bent samen met uw kind bij de uroloog of kinderarts geweest. Deze hebben u doorverwezen naar de urotherapeut. Tijdens de behandeling komen u en uw kind regelmatig in ons ziekenhuis. U krijgt dan allerlei informatie over de training. Deze folder is een hulpmiddel om overzicht te houden en u goed te informeren. Deze bestaat uit verschillende onderdelen. De informatie in de folder kunt u gebruiken om uw kind te begeleiden en voor te bereiden op de afspraken en de behandeling. De urotherapeut bespreekt met u welke informatie belangrijk is.

Uw rol als ouder, topsport!

De kans dat de training slaagt, is mede afhankelijk van de inzet die uw kind kan opbrengen. Hierbij is steun en het motiveren van uw kind door u als ouder van groot belang.

De ervaring leert dat dit voor veel ouders best moeilijk is, na alles wat al eerder is geprobeerd om de blaasproblematiek op te lossen. De training vraagt veel inzet van uw kind en u als ouders.

Voor kinderen wordt dan ook wel de vergelijking gemaakt met topsport. De sporter en coach leveren veel inspanning om zo te werken aan een topprestatie: het probleem overwinnen.

Het is een aantal maanden verweven in jullie dagelijkse bezigheden.

Tijdens de training heeft u de rol van enthousiaste supporter en ondersteunende ouder. Het is belangrijk dat uw kind weet dat u achter hem/haar staat, maar dat hij/zij zelf degene is die moet trainen.

Met extra steun van de omgeving is uw kind meer gemotiveerd om te willen winnen. Dit kost logischerwijs niet alleen tijd van uw kind, maar ook van u als ouder. Het is belangrijk om uw kind positief te benaderen. Wanneer u zelf niet gelooft in een goed resultaat van de training, dan heeft dit invloed op de motivatie en houding van uw kind.

Geef uw kind daarom geregeld complimentjes. Steun ook als het een keer wat minder gaat. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Hou vol, morgen beter’. Beloon uw kind op de geleverde inzet, niet op het resultaat.

De ervaring leert dat de motivatie de eerste dagen hoog is, het kind is dan nog serieus bezig met de training. De aandacht kan verslappen naarmate de training vordert. Het is van belang dat u juist op deze momenten uw kind stimuleert om door te gaan.

Zijn er vragen over de begeleiding van uw kind dan kunt u altijd contact opnemen met de urotherapeut.

Alles wat jij wilt weten over plassen.

De werking van urinewegen en blaas.

Wat is plas eigenlijk? Hoe wordt dit gemaakt? Dit gaan we aan jou uitleggen.

Nieren
Plas wordt gemaakt door de nieren. Een nier is ongeveer zo groot als jouw eigen vuist. Je hebt er twee.

Ze zitten aan de achterkant van jouw buik. Als jij je handen in de zij zet, met de duimen naar voren, dan zitten jouw nieren bij je vingers. Je nieren hebben twee taken:

  • Het bloed schoonmaken. Ze halen de stoffen die jij niet nodig hebt uit jouw bloed. Dit zijn afvalstoffen;
  • Jij hebt ook altijd meer vocht in jouw lichaam dan je nodig hebt. Jouw nieren zorgen ervoor dat het teveel aan vocht en de afvalstoffen naar de blaas gaan. Dat is plas. Een ander woord voor plas is urine.

Urineleiders
Dit zijn twee buisjes die van jouw nieren naar de blaas lopen. Eén vanuit jouw linkernier en een vanuit jouw rechternier. De plas die wordt gemaakt loopt door je urineleiders naar jouw blaas.

Blaas
Je blaas ligt helemaal onder in jouw buik en lijkt op een soort ballonnetje. De blaas heeft twee taken:

  • In de blaas wordt de plas bewaard;
  • De plas eruit laten gaan, plassen.

Urinebuis
Onderaan de blaas zit jouw urinebuis. Je urinebuis gaat van de blaas naar jouw plasgaatje. De plas gaat via de urinebuis naar buiten.

De plasfabriek

We gaan je uitleggen hoe het plassen in jouw lichaam werkt als er geen blaasprobleem is.

Wij noemen dit de plasfabriek.

Als er plas in jouw blaas zit, gaat er een seintje naar jouw hoofd. Dat gaat via je ruggenmerg (de botjes achter in je rug). Hierin zitten een soort draden. De dokter noemt dat zenuwbanen. Ze lijken op telefoondraden. Telefoondraden geven een seintje door van de ene telefoon naar de andere. Deze zenuwbanen werken net als de telefoondraden en geven seintjes van je blaas door aan jouw hoofd.

Het seintje is: ‘Er zit plas in’.

Jouw hoofd geeft dan een seintje terug, zonder dat jij het merkt. Dit seintje kan zijn: ‘Ik ga plassen’, óf: ‘Ik houd het nog even op’.

Als jij besluit het nog even op te houden dan komt er meer plas in jouw blaas, want jouw nieren werken steeds door. Als jij voelt dat er genoeg plas in jouw blaas zit (de seintjes worden steeds sterker), ga jij naar de wc om te plassen.

Onderaan je blaas zit een sluitspier. Het is een soort deurtje die dicht is en er voor zorgt dat jouw plas niet de hele dag in jouw broek loopt. De sluitspier gaat pas open op het moment dat jij gaat plassen op de wc. Je blaas knijpt de plas eruit. Je blaas doet dit vanzelf. Jij hoeft hier niets voor te doen.

Als jij heel nodig moet plassen en jij het bijna niet meer op kunt houden, dan heb jij nog een ‘noodrem’. Dit zijn jouw bekkenbodemspieren. Deze spieren gebruik jij normaal gesproken alleen in noodgevallen.

Op de poli gaan wij de plasfabriek ook nog aan jou uitleggen aan de hand van een ballon. Deze lijkt namelijk een beetje op een blaas. Met onze vingers laten wij zien hoe de sluitspieren en bekkenbodemspieren werken. Daarnaast gaan wij uitleggen welk blaasprobleem jij hebt. En wat jij met jouw blaasprobleem moet leren.

Blaasprobleem

Veel kinderen die 6 jaar en ouder zijn, zijn in de nacht droog. Dit gaat vanzelf. Het kan zijn dat jij op deze leeftijd of ouder nog regelmatig nat bent ’s nachts. Met een moeilijk woord noemen we dit incontinentie.

Vaak kan dit verholpen worden door middel van een blaastraining en/of medicijnen. In deze klapper worden de blaasproblemen uitgelegd waar je ’s nachts last van hebt en waar jij met een training en/of medicijnen iets aan kunt doen. Het kan zijn dat jouw trainster er achter komt dat je blaas aan de kleine kant is om helemaal droog te kunnen zijn. Dan gaan we eerst hier iets aan doen.

Welke blaasproblemen zijn er?
De drie vormen die het meeste voorkomen beschrijven we hieronder:

  1. Sommige kinderen worden ’s nachts moeilijk wakker en zijn daardoor ’s nachts niet gevoelig voor de signalen van de blaas die aangeven dat deze vol zit;
  2. Ons lichaam maakt een stof die het vasthouden van vocht naar de nieren beïnvloedt. Met een moeilijk woord heet deze stof vasopressine. Hierdoor hoef je ’s nachts minder vaak te plassen. Het kan zijn dat jouw lichaam nog niet voldoende van deze stof aanmaakt;
  3. Soms komt bedplassen in de ene familie meer voor dan in de andere familie. Hoe dat kan weten we nog niet precies.

 

Drinken

Veel kinderen die een blaasprobleem hebben, gaan minder drinken. Dit omdat zij dan denken minder vaak nat te zijn of minder vaak naar de wc te moeten. Doe jij dat ook?

Het is juist belangrijk om goed en veel te drinken!

De plas in de blaas kan jij eigenlijk een beetje hetzelfde zien als ranja. Als jij een glas ranja maakt, doe jij eerst de ranja in een glas. Dan is de ranja nog heel donker. Dat is natuurlijk helemaal niet lekker! Hierna doe jij er flink veel water bij waarna deze een stuk lichter wordt. Zo is het ook een beetje met jouw plas. Als jij weinig drinkt dan is jouw plas donker van kleur. Dit prikkelt dan de blaas. De blaas vindt dat helemaal niet fijn en jij moet hierdoor vaker naar de wc. Als jij goed drinkt, dan wordt de plas een stuk lichter waardoor het fijner wordt voor de blaas en jij beter voelt of je moet plassen!

6 tot 7 bekers drinken (1 tot 1,5 liter per dag) heb jij echt nodig. Vind jij het moeilijk om 6 tot 7 bekers per dag te drinken? Vertel dit tegen de trainster want zij kan jou hierbij helpen.

Wat kan helpen is dat jij na het eten niet meer dan één glas drinkt. Want als je voordat je gaat slapen nog een aantal glazen drinkt, moet je natuurlijk ook ’s nachts meer plassen. Het is ook belangrijk dat dit laatste glas geen koolzuurhoudende drank is.

Tip: Vertel tegen de trainster als je het moeilijk vind om voldoende te drinken, zij heeft nog goede ideeën om je hierbij te helpen.

Onderzoeken

De trainster gaat samen met jou bekijken welk blaasprobleem jij hebt. Om goed te bekijken welk blaasprobleem jij hebt, gebruiken wij hier twee onderzoeken. Wij leggen deze even aan jou uit. Deze onderzoeken doen allebei geen pijn.

Uroflowmetrie
Wij doen twee of drie uroflowmetriemetingen. Dat is een moeilijk woord voor een plas op een speciale wc (plascomputer). Die computer kan meten hoeveel en hoe jij plast. De wc ziet er bijna net zo uit als een gewone wc.

Als jij naar het ziekenhuis komt, is het belangrijk dat jij van te voren twee glazen drinkt zodat jij een grote plas kunt maken. Als jij in de wachtkamer bent en het niet meer op kunt houden vertel dit dan aan de mensen achter de balie. Zij zullen jou dan helpen zodat jij vast op de speciale wc kan plassen.

Echografie van de blaas
Tijdens het onderzoek lig jij op een soort bed. Er komt een beetje gel op jouw onderbuik. Deze gel kan koud aanvoelen. Dan bewegen wij met een probe (het lijkt een beetje op een microfoon) over jouw buik. Het apparaatje ontvangt en zendt geluidsgolven uit. De geluidsgolven worden opgevangen en omgezet in een beeld op een tv-scherm. Hiervan worden foto’s gemaakt. Je hoeft je hier niet op voor te bereiden. Wij kijken hiermee naar jouw blaas. Hoeveel plas zit er nog in jouw blaas na het plassen. Makkelijk, geen pijn en snel gepiept!

Behandeling van het blaasprobleem

Er zijn verschillende manieren om een blaasprobleem op te lossen. De uroloog of kinderarts bespreekt samen met je trainster welke behandeling voor jou het beste is. Het kan ook zijn dat jij een combinatie van verschillende behandelingen nodig hebt. Jij krijgt dan bijvoorbeeld een training samen met medicijnen.

Blaastraining:
Tijdens de blaastraining ga je thuis trainen. Jij krijgt dan opdrachten mee naar huis. Jij krijgt een lijst waarop jij iedere dag zelf noteert of jij die nacht droog bent gebleven.

Tijdens deze training gaat de trainster jou af en toe bellen. De trainster wil jou dan aan de telefoon om te horen hoe het thuis gaat met de training. Af en toe kom jij ook op bezoek bij de polikliniek in het ziekenhuis. De training duurt ongeveer drie maanden.

De blaastraining is een soort wedstrijd. Lukt het jou om met behulp van de spelregels die jij krijgt van de trainster om van jouw blaasprobleem af te komen? Laat maar eens zien dat jij het kunt! In het begin is het lastig of vervelend om steeds met plassen en droge nachten bezig te zijn. Dat ben jij niet gewend.

Op een gegeven moment wordt dit een gewoonte. Dat gaat alleen niet vanzelf. Tijdens de training moet jij hier elke dag hard voor werken!

Wij hebben meerdere manieren om je te helpen. De trainster bespreekt samen met jou welke het beste bij jou past. Dit zijn de manieren om te trainen:

  • Blaasvolume vergroten;
  • Wachtwoordmethode;
  • Plaswekker training;
  • Medicijnen.

We gaan jou de spelregels uitleggen van de training. Doe jij mee met de wedstrijd?

Blaas vergroten

Als je blaas te klein is, kunnen we die groter maken met een bepaalde oefening. Soms heb je dan ook medicijnen nodig. Het groter maken van je blaas heet met een moeilijk woord blaasvolume vergroten. Drie keer per week ga je overdag proberen een ‘superplas’ te maken. Dit doe je zo:

  • Je drinkt twee bekers van 250 ml binnen een half uur leeg;
  • Houd daarna zo lang mogelijk je plas op, tot dat je er zelfs een beetje buikpijn van krijgt;
  • Als je de plas echt niet langer kan ophouden ga je naar de wc;
  • Je plast 1 keer in de week in een maatbeker en noteer je de hoeveelheid in de grafiek.

In de grafiek kan je zien of de plassen steeds groter worden.

Als je plassen kan maken van 200 ml of meer, kunnen we met een training gaan starten.

Succes met de oefening. Dit doen we voor een periode van 4 tot 6 weken.

TIP Soms helpt het om een kookwekker te gebruiken. Elke keer stel je hem iets langer in. Houd jij het vol?

Plaswekker training

De plaswekker is een soort wekker die je helpt bij het droog leren worden. Deze wekker gebruik je met een speciaal onderbroekje. Deze wekker gaat af zodra er een klein beetje urine in je onderbroek komt. Je hoort dan een harde toon zodat je wakker wordt, stopt met plassen en op de wc verder uitplast.

Wanneer je wakker kunt worden van de wekker, kun je na verloop van tijd ook wakker worden van je volle blaas.

Met deze plaswekker training ga jij thuis elke nacht trainen. Je krijgt opdrachten mee naar huis en lijsten waarop jij iedere dag zelf noteert of jij nat of droog bent gebleven.

Spelregels voor gebruik van de wekker:
De spelregels helpen je droog te worden. We hebben droge en natte regels.

Iedere avond voordat je gaat slapen oefen je de droge regels. Ook als je de droge regels al goed kent ga je hiermee door. Als je hiermee elke avond bewust mee bezig bent ga je namelijk op een andere manier slapen waardoor je gemakkelijker wakker wordt. Het is een wedstrijd, jij wilt toch ook winnen?

De droge regels:

  • PLP: Plassen-Lezen-Plassen. Als je naar boven gaat om naar bed te gaan ga je plassen en je klaar maken voor de nacht. Dan ga je een half uur iets rustigs doen op bed, zoals lezen of muziek luisteren. Dan ga je nog een keer plassen;
  • Kijk voor het slapen gaan of de plaswekker aanstaat en of de snoertjes goed zijn aangesloten. Je bent net een piloot die voor iedere vlucht alle lampjes en schakelaars van zijn vliegtuig controleert;
  • Zorg voor het slapen gaan dat je het geluid van de plaswekker goed in je hoofd hebt. Laat daarom het alarm van de wekker afgaan voor het slapen gaan. Zo herken je het geluid ’s nachts en word je er eerder wakker van;
  • Als je zelf ’s nachts wakker word, sta je ALTIJD op om te gaan plassen, ook al hoef je eigenlijk niet.

De natte regels vertellen wat je moet doen als je ’s nachts nat bent. De eerste vier dagen oefen je de natte regels voor het slapen gaan. Het lijkt misschien makkelijk, maar als je midden in de nacht wordt gewekt door een wekker is het toch moeilijk omdat je dan erg slaperig bent.

Ga op je bed liggen en vraag je vader of moeder of zij de plaswekker af laat gaan. Jij gaat dan je bed uit en doet alles wat je moet doen alsof je nat bent. Zo weet je ’s nachts als je slaperig bent precies wat er moet gebeuren.

De natte regels:

  • Ik sta op en zet het alarm uit van de wekker;
  • Ik ga plassen op de wc;
  • Ik doe het broekje uit;
  • En doe een schoon broekje aan;
  • Ik doe de sensor in het schone broekje;
  • En zet de wekker weer aan (een piloot moet altijd goed op de knopjes en snoertjes letten);
  • Je neemt de droge regels nog een keer door;
  • Dan kun je weer gaan slapen.

Elke ochtend vul je de kalender in die bij jouw plaswekker hoort, of de app op de telefoon. Vul in of je die nacht wel of niet droog bent geweest en of je wel of niet wakker bent geworden van de wekker.

TIP Eerlijkheid duurt het langst! Dan kun jij er iets van leren en mee oplossen.

TIP Zet de wekker niet langs je bed. Je moet echt je bed uit om de wekker af te zetten. Zo kan je hem niet per ongeluk in je slaap afzetten.

In het begin van de training zal de plaswekker regelmatig afgaan. Als alles goed gaat, zal dat na één of twee weken steeds minder vaak gebeuren.

Wanneer je veertien nachten achter elkaar droog bent gebleven (het alarm is niet afgegaan) mag je zonder plaswekker slapen. De droge en natte regels gebruik je dan niet meer.

Toch is het belangrijk dat je blijft oefenen om wakker te worden van de seintjes van je blaas.

Daarom doe je elke nacht voordat je gaat slapen de ‘Ik word wakker oefening’.

De ‘Ik word wakker oefening’:

  • Het PLP ( plassen- lezen- plassen);
  • Zeg hardop tegen jezelf: ‘Ik blijf droog vannacht!’;
  • Als ik een seintje van mijn blaas voel, spring ik net als een brandweerman/vrouw uit bed en ga plassen;
  • Wanneer je uit je zelf wakker word, ga je altijd naar de wc om te plassen.

Succes met de training. Probeer te winnen en zoveel mogelijk zonnetjes te tekenen.

Informatie voor ouders

Er zijn verschillende soorten plaswekkers. De urotherapeut kan u hierover informeren.
U kunt een plaswekker kopen of huren. Vergoeding van kosten voor aanschaf of huur is per zorgverzekeraar anders geregeld en afhankelijk van uw persoonlijke polisvoorwaarden. Dit geldt ook voor de speciale broekjes die bij de plaswekker training horen. De onderbroeken zijn echter alleen te koop.

Let tijdens de training op de volgende aantal aandachtspunten:

  • Laat uw kind geen luier dragen tijdens de training;
  • Het is belangrijk om de oefening iedere avond te doen, ook als uw kind moe is;
  • Laat uw kind zoveel mogelijk op dezelfde tijd naar bed gaan en opstaan, ook in het weekend;
  • Als u of uw kind denkt dat het moeilijk wakker wordt ’s nachts, kan het helpen om een lampje te laten branden op de slaapkamer. Het lampje moet zoveel licht geven dat uw kind gemakkelijk dingen herkent op de kamer. Bovendien slaapt uw kind door het licht wat minder diep, waardoor het makkelijker wakker wordt;
  • Zet de plaswekker zo neer dat uw kind deze tijdens de slaap niet kan uitzetten;
  • Uw kind kan in het begin van de training moe zijn omdat het moet wennen aan een andere manier van slapen. Dit gaat vanzelf over. Een beetje moe zijn in het begin hoort erbij, dat is juist een goed teken;
  • Verzeker u ervan dat de plaswekker goed werkt. Als de plaswekker het niet doet, neem dan direct contact op met de leverancier;
  • Indien uw kind meer dan 14 nachten droog is geweest mag hij of zij stoppen met de plaswekker. Stuur de wekker niet direct terug, maar houd deze nog twee weken in huis tot uw kind het gevoel heeft het helemaal zelf te kunnen.

Wachtwoordmethode

Als je wakker kan worden van iemand die je roept, kun je ook wakker worden van de seintjes van je blaas. Dit gaan we je leren met de wachtwoordmethode.

Voordat je gaat slapen spreek je met je vader of moeder een woord af wat jij moet zeggen als één van je ouders je ’s nachts wakker komt maken. We noemen het daarom een wachtwoord. Een geheime code die alleen jij en je ouders weten. Spannend hè. Dit woord mag je zelf verzinnen. 

Bij de wachtwoordmethode hoort een vaste voorbereiding voor het slapen gaan. De voorbereiding duurt ongeveer een half uur. Wat doe je dan allemaal?

  • Spreek met je vader of moeder het wachtwoord voor die nacht af. Dit MOET iedere avond een ander wachtwoord zijn;
  • Spreek met je ouders af hoe laat je wordt gewekt ’s nachts. Dit is meestal 1,5 tot 2 uur nadat je gaat slapen;
  • Spreek met je ouders af hoe laat je ’s morgen wordt gewekt;
  • Doe de plassen-lezen-plassen oefening. Die gaat zo: als je naar boven gaat om naar bed te gaan ga je plassen en je klaar maken voor de nacht. Dan ga je een half uur iets rustigs doen op bed, zoals lezen of muziek luisteren. Dan ga je nog een keer plassen.

Voordat je gaat slapen, doe je ook nog een speciale oefening. Deze oefening helpt jou om wakker te worden voor het plassen. Bij deze oefening zeg jij net voordat je gaat slapen rustig hardop de tekst. Deze tekst vul jij aan met de tijd dat je ouders je wakker maken en het wachtwoord wat je samen met je ouders hebt afgesproken. Je gaat deze tekst uit je hoofd leren zodat je voordat je gaat slapen deze zonder te spieken kan opzeggen tegen je ouders.

Ik blijf droog vannacht.

Ik word om ….. uur wakker gemaakt.

Dan moet ik goed wakker zijn.

Ik zeg mijn wachtwoord, dat is …………….

Ik ga meteen naar de wc

Als ik uit mezelf wakker word, ga ik ook uit bed om te plassen.

Als jij ’s nachts wakker gemaakt wordt, moet je na het plassen de oefening nog een keer doen. Nu is het dezelfde tekst maar met de wektijd van ’s ochtends.

Het doel van de wachtwoordmethode is dat je steeds vaker droog blijft tijdens het slapen en zelf leert wakker worden als je moet plassen. Daarbij gebruiken we het volgende stappenplan:

Stap 1.
Als jij twee weken droog bent, schuift de wektijd een half uur naar voren.

Stap 2.
Als jij nu weer twee weken droog bent, dan schuift de wektijd weer een half uur op. Dit herhaal je totdat de wektijd één uur na het slapen gaan is.

Stap 3.
Blijf jij nu nog twee weken droog, dan stoppen je ouders met het wekken ’s nachts. Blijf wel doorgaan met de vaste wektijd ’s morgens en ga de ‘Ik word wakker oefening’ doen. Dit geldt ook voor het weekend!

De ‘Ik word wakker oefening’:

  • Het PLP ( plassen- lezen- plassen);
  • Zeg hardop tegen jezelf: ‘Ik blijf droog vannacht’;
  • Als ik een seintje van mijn blaas voel, spring ik net als een brandweerman/ vrouw uit bed en ga plassen;
  • Wanneer je uit je zelf wakker word, ga je altijd naar de wc om te plassen.

TIP Je doet ’s nachts geen luier aan.

Ben je na twee weken hard trainen nog net zo vaak nat? Dan heeft het geen zin om door te gaan. Jij mag dan een telefonische afspraak maken bij jouw trainster om het hier samen over te hebben.

Medicatie

Soms zijn medicijnen nodig om van het bedplassen af te komen. Dit komt omdat het lichaam met een bepaald stofje controle houdt over de hoeveelheid plas die er wordt aangemaakt. Dit stofje heet met een moeilijk woord vasopressine. Dit stofje werkt op de nieren en zorgt ervoor dat deze minder plas maken. Het duurt dan langer voordat de blaas vol is. Het kan zijn dat jij nog niet voldoende van dit stofje kan maken. Dan helpen deze medicijnen jou om dit wel te doen.

Het medicijn wordt gebruikt door het onder de tong te leggen. Het lost vrijwel meteen op en hoeft niet doorgeslikt te worden. Het kan zelfs zonder water ingenomen worden. Jouw dokter zal vertellen hoe lang jij dit medicijn moet gebruiken.

Omdat dit stofje zorgt dat je lichaam ’s nachts minder plas maakt mag je daarom niet heel veel drinken. Vanaf 1 uur voordat je het medicijn neemt tot dat je wakker wordt (8 uur daarna) mag je één glas drinken.

Sommige kinderen merken heel snel dat ze meer droge nachten hebben na het starten met de medicijnen. Wanneer er geen verbetering optreedt, wil de trainster dit graag weten.

Contact

Hoe kun je de trainsters bereiken?

Catharina Ziekenhuis
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 – 239 91 11

Polikliniek Kindergeneeskunde
040 – 239 92 00

www.catharinaziekenhuis.nl/kindergeneeskunde

Afspraak
Als je een afspraak wilt maken of wilt verzetten:

  • Telefoonnummer: 040 – 239 92 00
  • Maandag tot en met vrijdag 08.30 – 12.00 uur en 13.30 – 16.30 uur

Vragen
Heb je vragen? Bel dan naar telefoonnummer 040 – 239 92 00

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden