Operatie bij vulvakanker (Folder)

Catharina Kanker Instituut Gynaecologie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven

040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Operatie bij vulvakanker (Folder)

Uw behandelend gynaecoloog heeft met u besproken dat u (mogelijk) kanker heeft aan de uitwendige geslachtsorganen. Binnenkort ondergaat u een operatie die behalve lichamelijk ook emotioneel diep op u in kan werken. In deze folder vindt u informatie over de gang van zaken rondom deze operatie. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

De buitenste geslachtsorganen worden gevormd door de schaamlippen, clitoris en het begin van de vagina, ofwel schede. De medische term hiervoor is vulva.

Anatomie

Algemene informatie rondom uw opname vindt u in de folder ‘Informatie over uw opname’

ERAS-programma

Rondom deze operatie wordt het ERAS¹ -programma toegepast. Dit programma bestaat uit verschillende zorgelementen die ervoor zorgen dat u na de operatie sneller hersteld en de kans op complicaties sterk afneemt. De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar factoren die invloed hebben op het herstel na een operatie. Hieruit blijkt dat uw herstel na de operatie verbeterd kan worden door:

  • Goede voorbereiding voor de operatie door middel van informatieverstrekking; als u weet wat er gaat gebeuren en wat er van u verwacht wordt, levert dit minder spanning en angst op
  • Zo goed mogelijke conditie voor de operatie; dagelijks minimaal 30-60 min bewegen
  • Een goede conditie van de longen voor de operatie

Door middel van ademhalingsoefeningen traint u uw longen. Dit verkleint de kans op het ontstaan van een longontsteking na de operatie.

  • Stoppen met roken: Het is belangrijk om zo snel mogelijk te stoppen met roken i.v.m. risico op complicaties na de operatie. Roken heeft een slechte invloed op de wondgenezing. Indien het voor uw situatie kan, zou 4 weken stoppen met roken voor de operatie het beste zijn. Mocht dit niet kunnen omdat de operatie sneller is gepland, dan is elke week dat u stopt beter voor u.
  • Stoppen met alcohol: Stoppen met alcohol tenminste 4 weken voorafgaand aan de operatie verkleint het risico op infecties na de operatie.
  • Goede voeding tot aan operatie: Ondervoeding en/of gewichtsverlies voorafgaand aan de operatie vergroot het risico op complicaties na de operatie. Met name de inname van eiwitten is van belang bij de wondgenezing na de operatie.
  • Een optimale pijnbestrijding. Niet alleen de pijn bestrijden we effectief, maar ook de nadelige effecten van pijnbestrijding op maag- en darmwerking houden we zo klein mogelijk. Hierbij vermijden we zoveel mogelijk het gebruik van morfine.
  • Een zo kort mogelijke periode van bedrust na de operatie, zodat we samen met u het verlies van spierkracht beperken en de ademhaling stimuleren. Dit betekent dat we u zo snel mogelijk helpen uit bed te komen na de operatie, in principe al op de dag van de operatie.
  • Een zo kort mogelijke periode van voedselonthouding (‘nuchter zijn’), zodat u zo min mogelijk gewicht verliest en daarmee zo min mogelijk spiermassa en spierkracht kwijtraakt.

Het is belangrijk dat uw algehele conditie vóór de operatie zo goed mogelijk is. Daarnaast bepaalt vooral de uitgebreidheid en complexiteit van de operatie hoe snel u herstelt.

¹  ERAS: Enhanced recovery after surgery

Niet scheren

Om infecties van de operatiewond te voorkomen is het belangrijk dat u het operatiegebied niet scheert. Scheren kan kleine wondjes veroorzaken die soms met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn. Deze wondjes verhogen de kans op het ontstaan van infecties van de operatiewond. Dit kan een reden zijn om uw operatie uit te stellen. Als uw arts het nodig vindt om lichaamshaar te verwijderen, dan gebeurt dit met een tondeuse op de operatiekamer.

De opname

Als afgesproken is dat er voorafgaand aan de operatie een scintigrafie van de schildwachtklier (ook wel sentinel node of poortwachtersklier genoemd) gedaan zal worden, ziet u in uw portaal dat we dit inplannen. Deze afspraken zijn pas definitief als de OK planning dit aan u bevestigt. De uitleg over de gang van zaken vindt u in de folder Schildwachtklieronderzoek vulva.

U wordt de dag van de operatie opgenomen via de afdeling Kortverblijf, u krijgt hier een oproep voor. Neem gemakkelijke kleding/pyjama’s, uw gewone kleding en stevige schoenen mee naar het ziekenhuis. Indien u thuis een loophulpmiddel gebruikt neem deze dan mee en gebruik deze tijdens de opname. Uw persoonlijke eigendommen worden in een blauwe transportkoffer opgeborgen, een medewerker van Kortverblijf brengt deze naar de afdeling Oncologische chirurgie.

Neem uw eigen medicatie mee naar de opname. Zo weten we zeker dat we u alle medicatie kunnen geven voor de operatie zoals dit met de anesthesist is afgesproken. De arts zorgt dat uw medicatie juist in het elektronisch patiëntendossier komt te staan. Indien u nog bijzonderheden en/of vragen heeft, geef dit dan aan bij de verpleegkundige.

U mag normaal/ alles eten tot 6 uur voorafgaand aan de operatie en u mag tot twee uur voor de operatie helder vloeibaar drinken. Hierna mag u niets meer eten en of drinken tot aan de operatie.

Mogelijk prikken we nog bloed voor de operatie. Vanuit de afdeling Kortverblijf brengen we u naar de operatiekamers.

Na de operatie belt de gynaecoloog uw 1e contactpersoon om uitleg te geven over het verloop van de operatie. U wordt wakker op de uitslaapkamer en indien alle controles stabiel zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

De operatie

De operatie kunnen we op verschillende manieren uitvoeren. Afhankelijk van waar de afwijking zit, wordt mogelijk de clitoris en /of begin van de plasbuis geheel of gedeeltelijk verwijderd. Afhankelijk van de grote van de wond die ontstaat na de operatie, sluit de plastische chirurg de wond. Uw gynaecoloog bespreekt met u, wat voor u van toepassing is:

  • Lokale excisie/skinning: We verwijderen het afwijkende gebied.
  • Ruime lokale excisie: We verwijderen de tumor met een stukje gezonde huid eromheen.  Mogelijk verwijderen we hierbij in een of beide liezen de schildwachtklier of alle lymfklieren.  Dit doen we niet als de kans op uitzaaiingen heel klein wordt ingeschat of omdat het toevoegen van een operatie in de liezen als te zwaar wordt ingeschat.
  • Vulvectomie: We verwijderen de vulvalippen, clitoris, het begin van de plasbuis en eventueel het voorstukje van de vagina ingang. Hierbij verwijderen we in een of beide liezen de schildwachtklier of alle lymfklieren.

Afhankelijk van de uitslag kan het zijn dat er nog een volgende operatie of behandeling nodig is.

Na de operatie

De anesthesist brengt u direct na de operatie naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) waar u blijft tot u goed wakker bent. Daarna gaat u terug naar de verpleegafdeling. 

Pijnbestrijding en voeding

Na de operatie is pijnbestrijding nodig om ervoor te zorgen dat u pijnloos kunt bewegen, hoesten en goed kunt doorademen. Dit is belangrijk om eventuele complicaties zoals longproblemen en trombose te voorkomen. Bovendien kost pijn energie. Deze energie heeft u hard nodig voor uw herstel. Waarschuw de verpleegkundige als u pijn heeft. Wacht niet tot het onhoudbaar wordt. Pijn voorkomen is gemakkelijker en beter dan pijn behandelen.

U mag weer wat eten en drinken zodra u terug bent op de verpleegafdeling. Dit bevordert de darmwerking. Het snel hervatten van eten en drinken geeft geen extra risico’s. 

Wat kunt u verwachten ná de operatie?

De eerste dagen na de operatie heeft of kunt u verschillende ‘lijnen’ hebben, waaronder;

  • Een infuus in de arm

Deze gebruiken we de eerste dagen om uw pijnstilling toe te dienen en om u extra vocht te geven.

  • Eén of meerdere wonddrains

Als in een of beide liezen alle lymfklieren verwijderd zijn, plaatsen we een of meerdere slangetje(s) om het lymfvocht af te laten lopen. Dit noemen we een drain. De drain blijft minimaal 5 dagen zitten. Zie ook de folder: ‘wond- drain en katheterzorg bij vulvakanker’.

  • Een blaaskatheter

De blaaskatheter, een dunne slang in de blaas, zorgt voor een constante afvoer van urine naar de opvangzak naast uw bed. Als deze katheter bij u is ingebracht, verwijderen we deze in overleg met de gynaecoloog de dag na de operatie. Indien tijdens de operatie een stukje van de plasbuis is verwijderd, blijft de katheter ongeveer een week zitten. Meer uitleg over de verzorging en het verwijderen hiervan vindt u in de folder ‘wond, drain en katheterzorg bij vulvakanker’.

  • Pijnstilling

U krijgt standaard drie of vier keer per dag 1000mg paracetamol en pijnstilling via het infuus.

Het is erg belangrijk dat u tijdens de opname goed de pijnscore aangeeft. Wanneer de pijn voor u onder controle is, kunt u namelijk beter doorademen en uit bed komen. Dit voorkomt complicaties. Zie ook de folder: ‘Hoe geef ik een pijnscore”.

Na de operatie neemt u grotendeels uw eigen medicatie weer in, de artsen kijken welke medicatie u wel en niet mag gebruiken. U krijgt na de operatie alle medicatie van de afdeling. Dit om te voorkomen dat u medicatie dubbel inneemt of overslaat. Indien u inhalaties, oogdruppels of zalf gebruikt, mag u deze wel vanuit thuis meenemen en zelf gebruiken.

Na de operatie starten we naast de pijnstilling ook andere medicatie, te weten anti- trombose spuitjes, Fragmin.  Deze spuitjes krijgt u één keer per dag en verkleinen het risico op trombose (bloedpropje).  Deze spuitjes blijft u tot 4 weken na de operatie gebruiken. Tijdens de opname leert de verpleegkundige u of uw familie hoe deze te zetten, zodat u na de opname niet afhankelijk bent van thuiszorg. Bespreek het met de verpleegkundige indien dit niet mogelijk is.

Na de operatie mag u weer alles eten en drinken.

Na de operatie is het belangrijk dat u zo snel mogelijk gaat bewegen. Mogelijk opereert de plastisch chirurg met de gynaecoloog mee. Als dit zo is, dan kan het zijn dat we bij u een zit-schema hanteren. Dit houdt in dat we per dag bepalen hoelang u bijvoorbeeld mag zitten. Lopen mag altijd en is belangrijk voor het herstel, dit breiden we gedurende de opname steeds verder uit, de verpleegkundige en fysiotherapeut helpen u hierbij.  Indien er tijdens de operatie lymfeklieren verwijderd zijn, dan is bewegen extra belangrijk om op deze manier ervoor te zorgen dat het lymfevocht minder kans krijgt zich op te hopen, bijvoorbeeld in de benen.

Wondverzorging

De wond wordt dagelijks gecontroleerd. Als deze droog is, hoeft er geen pleister meer op de eventuele lieswond(en). De hechtingen zijn oplosbaar. Vanaf de dag na de operatie begint u met het zogeheten vulvair toilet. Dit houdt in dat u een aantal keren per dag met de douchekop het wondgebied met lauwwarm water sproeit gedurende 5 tot 10 minuten. Daarna is het belangrijk dat u de wond goed laat drogen. Ook thuis moet u de vulvawond blijven spoelen tot de eerste controleafspraak op de polikliniek. Meer uitleg hierover vindt u in de folder ‘wond, drain en katheterzorg bij vulvakanker”.

Ontlasting

Komt de ontlasting thuis niet goed op gang? Bel dan met het telefonisch spreekuur. De verpleegkundige kan dan zorgen voor een laxeermiddel.

Naar huis

Afhankelijk van uw herstel gaat u de dag na de operatie weer naar huis. Dit kan langer of korter zijn afhankelijk van uw persoonlijke situatie. In het begin kunt u thuis niet alles zelf doen. Het is aan te raden om alvast te vragen wie u thuis kan helpen met zwaarder werk, zoals het huishouden of het doen van de boodschappen. Het ziekenhuis kan dit niet voor u regelen.

Herstel

Uw lichamelijke conditie verbetert geleidelijk. Het herstel duurt meestal enkele maanden. Het is niet precies te zeggen wanneer u uw normale werkzaamheden kunt hervatten. 

Mogelijke gevolgen van de operatie

  • Plassen: de afvoergang van de blaas ligt in het operatiegebied. Daarom kan de richting van de straal en de wijze van plassen na de operatie zijn veranderd. Hier moet u, vooral in het begin, aan wennen.
  • Door het verwijderen van de lymfeklieren in de lie(s)zen, is er een verhoogd risico op infectie. Hetgeen kan leiden tot een wondroosinfectie. Daarom is het belangrijk dat u voorkomt dat er wondjes aan uw benen ontstaan. Als er toch een wondje ontstaat, wondje schoonmaken (evt spoelen onder de douche) en desinfecteren met alcohol 70%.
  • Lymfoedeem: soms krijgen vrouwen last van vochtophoping ten gevolge van lymfoedeem. Dit kan ontstaan na het verwijderen van de lymfeklieren uit de lies/liezen. De vorm van de (boven)benen kan veranderen. Bespreek deze klachten met de gynaecoloog, verpleegkundige of verpleegkundig specialist. De kans op het ontstaan van lymfoedeem bij een poortwachtersklier operatie is laag.
  • Seksualiteit: deze operatie kan grote gevolgen hebben voor de seksualiteit. Geslachtsgemeenschap is vaak moeizaam omdat de wondranden stug worden door littekenweefsel. De verandering in beleving van seksualiteit na deze operatie is voor iedere vrouw verschillend. Vooral de zin in vrijen kan een lange periode afwezig of verminderd zijn. Intimiteit, genegenheid en knuffelen zijn in deze periode belangrijk. Het is belangrijk met uw partner over uw gevoelens te praten. Mochten er problemen op seksueel gebied ontstaan, dan kunt u deze met de behandelend gynaecoloog, verpleegkundige of verpleegkundig specialist bespreken.
  • Zitten kan in het begin pijnlijk zijn, een kussentje kan verlichting geven. Gebruik géén windring (een soort zwemband om op te zitten).

Leefregels

   
Conditie Het kan zijn dat u zich sneller moe voelt en dat u minder aan kunt dan verwacht. Uw lichaam geeft aan wat u kunt en wat niet. Luister naar uw lichaam! Stop als u moe wordt en gun uzelf voldoende rust.
Tillen Gedurende zes weken mag u niet zwaar tillen (maximaal 2kg). Dus geen boodschappentassen, wasmanden of vuilniszakken tillen. Lichte werkzaamheden kunt u geleidelijk aan weer doen.
Sporten Gedurende zes weken mag u niet intensief sporten. U mag natuurlijk wel, als u geen klachten heeft steeds meer doen. Wandelen is altijd goed.

Baden/douchen

Douchen mag elke dag. U mag niet in bad tot de gynaecoloog en/ of verpleegkundig specialist met u afspreekt dat dit weer mag.
Fietsen Gedurende zes weken mag u niet fietsen.
Autorijden Gedurende zes weken mag u niet autorijden.
Werken Overleg met uw werkgever/ arboarts wanneer u lichte werkzaamheden kunt hervatten of vervangend werk kunt doen.
Geslachtsgemeenschap U mag zes weken geen geslachtsgemeenschap hebben. Intimiteit is wel toegestaan.

 

Wanneer neemt u direct contact op?

  • bij nabloeding van de wond;
  • bij plotseling optredende koorts boven de 38,5 °C;
  • bij zwelling, roodheid van de wond;
  • zijn er twijfels over de wondgenezing stuur dan een foto via het portaal naar de poli Gynaecologische oncologie. Zij kunnen dan beoordelen of het nodig is om eerder langs te komen;
  • wanneer u twee weken na de operatie nog vaginaal bloedverlies heeft;
  • bij afgrensbare roodheid op de huid (van uw onderlichaam), dit kan op wondroos duiden;
  • wanneer u zes weken na de operatie nog bruine afscheiding heeft.

Neem in bovenstaande situaties en als u iets niet vertrouwt contact op met de verpleegkundigen van de polikliniek Gynaecologische oncologie. Bij voorkeur tijdens het telefonisch spreekuur van 09.00 – 10.00 uur.

Als de vraag niet kan wachten tot het telefonisch spreekuur, kunt u bij spoed contact opnemen met de assistent van de polikliniek Gynaecologische oncologie.

Buiten kantooruren kunt u tot de eerste controleafspraak op de polikliniek contact opnemen met de verpleegafdeling. Daarna kunt u buiten kantooruren contact opnemen met de Spoedeisende Hulp.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u terecht bij de volgende instanties.

www.kanker.nl

Betrouwbare informatie per kankersoort. Gebruik de zoekterm ‘schaamlipkanker’. Tevens kunt u online vragen stellen middels een chatfunctie.

Stichting OLIJF

Netwerk van vrouwen met gynaecologische kanker

www.olijf.nl/contact

Stichting Nederlands Netwerk voor Lymfoedeem & Lipoedeem (NL Net)

info@lymfoedeem.nl
www.lymfoedeem.nl

Wetenschappelijk onderzoek

In het Catharina Ziekenhuis doen we veel wetenschappelijk onderzoek. Als u in aanmerking komt voor een onderzoek in studieverband, lichten we u hierover op de polikliniek in. De researchmedewerker neemt contact met u op indien van toepassing.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u uitdrukkelijk niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen?

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stel deze dan via het patiëntenportaal MijnCatharina. Log in via www.mijncatharina.nl en stuur een bericht aan uw zorgverlener via het kopje e-consult. Binnen drie werkdagen heeft u een antwoord. U kunt uw vraag ook stellen aan uw gynaecoloog-oncoloog of verpleegkundig specialist tijdens de polikliniekcontrole of telefonisch contact opnemen met de verpleegkundigen van de gynaecologische oncologie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Binnen kantooruren:
Telefonisch spreekuur (09.00 tot 10.00 uur)
verpleegkundige Gynaecologische oncologie
040 – 239 66 80

Polikliniek Gynaecologische oncologie
040 – 239 66 77

Planbureau Gynaecologische oncologie (10.00 tot 11.00)
(bij vragen over planning van uw operatie)
040 – 239 93 10

Buiten kantooruren:
Verpleegafdeling Chirurgische oncologie
(tot de eerst volgende poli controle):
040 – 239 75 00

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Routenummer(s) en overige informatie over de polikliniek Gynaecologie vindt u op www.catharinaziekenhuis.nl/gynaecologie


© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden