Opname en ontslag na een autologe stamceltransplantatie (Folder)

Catharina Kanker Instituut
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Opname en ontslag na een autologe stamceltransplantatie (Folder)

Binnenkort heeft u een afspraak in het Maastricht UMC+ voor een autologe stamceltransplantatie. Wanneer uw situatie dit toelaat wordt u overgeplaatst naar het Catharina Ziekenhuis voor verder herstel. Wanneer u voldoende hersteld bent, gaat u met ontslag. Deze folder geeft u meer informatie over uw opname in het Catharina Ziekenhuis en geven we u richtlijnen en adviezen voor thuis. Deze folder is een aanvulling op de folder ‘Bezoekersinformatie’, die u bij opname zult ontvangen.

Opname in het Catharina Ziekenhuis

Wanneer uw situatie dit toelaat wordt u na de autologe stamceltransplantatie, voor uw verdere herstel overgeplaatst naar het Catharina Ziekenhuis. Door de stamceltransplantatie heeft u een laag aantal witte bloedcellen. Hierdoor bent u gevoelig voor infecties. Om de kans op infecties zo klein mogelijk te houden in ons ziekenhuis, wordt u verpleegd in ‘beschermende isolatie’. U verblijft op een eenpersoonskamer met gesloten deur en eigen toilet en douche. Tussen de kamerdeur en de gang bevindt zich een ‘sluis’ . Deze sluis dient als een soort buffer tussen uw eigen kamer en de gang. Als de bloedwaarden weer zijn hersteld en uw afweer beter is, mag u de kamer weer verlaten. Tot die tijd vragen wij u om op de kamer te blijven. 

Wat heeft u nodig in ons ziekenhuis?

Wij adviseren om de volgende spullen mee te (laten) nemen als u wordt overgeplaatst naar ons ziekenhuis: 

  • een actuele medicatielijst;
  • een tube fluoride tandpasta (tandenborstels krijgt u op de afdeling);
  • pH-neutrale verzorgingsproducten (zoals Neutral of Sebamed): vloeibare zeep, shampoo en indien wenselijk deodorantspray en bodymilk
  • een ochtendjas;
  • voldoende en ruimvallende dag- en nachtkleding;
  • ondergoed, sokken;
  • benodigde hulpmiddelen zoals uw bril, hoorapparaat, rollator, wandelstok;
  • een paar schone, afwasbare slippers;
  • eventueel uw haarwerk/pruik en/of haaraccessoires (bv. muts, sjaal of pet);
  • vrijetijdsmateriaal, bijvoorbeeld boeken, puzzels, spellen of handwerkmateriaal. Dit materiaal dient schoon/stofvrij te zijn. Vrijetijdsmateriaal van de bibliotheek is niet toegestaan;
  • post, kranten en tijdschriften die nieuw uit de verpakking komen, mogen meegebracht worden;
  • eventueel een laptop, tablet, smartphone of e-reader.
Wat laat u thuis (i.v.m. hygiëne):
  • pluche knuffels;
  • pantoffels;
  • uw eigen hoofdkussen, indien u deze toch wenst dient u dit aan te geven bij de verpleegkundige. Er worden dan twee kussenslopen gebruikt die dagelijks worden verwisseld.

Bezoekregels

Omdat u door de stamceltransplantatie gevoelig bent voor infecties, is het belangrijk dat uw bezoek zich houdt aan onderstaande regels:

  • bezoek is welkom volgens de tijden/afspraken van de afdeling
  • maximaal twee personen tegelijkertijd per patiënt;
  • bezoekers mogen zelf niet ziek zijn (geen griep, verkoudheid of andere infectieziekte);
  • alle bezoekers dienen een mond-neusmasker, schort en handschoenen te dragen. Deze beschermende materialen zijn aanwezig in de sluis bij de kamer;
  • het is van belang om de handen te desinfecteren voordat het bezoek de afdeling betreedt;
  • kinderen mogen mee op bezoek komen mits ze niet ziek zijn;
  • verse bloemen of planten zijn niet toegestaan op uw kamer
  • uw bezoek kan gebruik maken van de toiletten bij de ingang van de verpleegafdeling. Het gebruik van het toilet op uw kamer door bezoek is niet toegestaan.

Leefregels en adviezen tijdens uw opname

Persoonlijke hygiëne

Het is van belang dat u:

  • geen make-up draagt en geen nagellak gebruikt;
  • zich elektrisch scheert;
  • geen contact lenzen draagt, wel een bril;
  • afwasbare slippers draagt en niet op blote voeten loopt;
  • geen ringen, polshorloges en andere sieraden draagt;
  • zich dagelijks met neutrale douchegel wast en de haren / hoofdhuid om de dag met neutrale shampoo. Een neutrale deodorant of bodymilk mag worden gebruikt;
  • de bilstreek wast na de ontlasting;
  • de handen wast en desinfecteert na elke toiletbezoek en voor de maaltijd;
  • teen-/vingernagels niet knipt, maar vijlt;
  • uw onderkleding dagelijks en bovenkleding minimaal om de dag verschoont.
  • er mag niets op de ramen/muren van de kamer worden geplakt, aangezien zich achter het plakband micro-organismen kunnen vormen.
Aanvullende medicatie

Op de huid, de slijmvliezen en in de darmen zijn bij iedereen bacteriën en schimmels aanwezig. Bij een normale afweer vormen deze geen bedreiging voor uw lichaam. Nu uw afweer minimaal wordt, kunnen ze wel problemen gaan opleveren. Op de eerste dag van de chemokuur bent u gestart met medicatie (antibiotica en antischimmel medicatie). Deze onderdrukken bepaalde bacteriën en schimmels die voor u gevaarlijk zouden kunnen zijn. Deze noemen we ook wel selectieve darmdecontaminatie (SDD)-medicatie. Om te controleren of bepaalde bacteriën, schimmels of gisten zich in het lichaam en/of in de uitscheidingsproducten bevinden die nadelig voor u kunnen zijn, worden twee keer per week kweken afgenomen. Deze kweken bestaan uit een spoelsel van de mond/keel en een kweek van de ontlasting.

Bloedingsrisico

Door het tekort aan bloedplaatjes kunnen er sneller bloedingen en blauwe plekken optreden. Houdt u daarom rekening met de volgende maatregelen:

  • pas op met stoten of snijden aan scherpe voorwerpen;
  • het is niet toegestaan om teen- en vingernagels te knippen (wel vijlen);
  • probeer uw neus niet te hard te snuiten;
  • scheren mag alleen met een elektrisch scheerapparaat, niet met scheermesjes;
  • het gebruik van tandenstokers, ragertjes en flosdraad is niet toegestaan;
  • vrouwen krijgen de anticonceptiepil om menstruatie in deze periode te voorkomen. Het is de bedoeling dat de pil zonder stopweek wordt ingenomen tot de arts aangeeft dat u deze kunt staken.
Irritatie van de slijmvliezen

Door de chemotherapie worden slijmvliezen aangetast, dit kan vooral in de mond problemen geven. U kunt last krijgen van:

  • pijnlijk tandvlees
  • witte verkleuring van de slijmvliezen
  • infecties, aften
  • speekselveranderingen
  • droge mond
  • vervellen van de lippen
  • oedeem (vochtophopingen) in de mond en/of lippen

Om dit te voorkomen of te beperken is een goede mondverzorging noodzakelijk. Dit houdt in dat u de mond vier tot zes maal daags spoelt met kraanwater of zoutwater. Poets daarnaast minimaal vier keer per dag uw tanden met een zachte tandenborstel. Zachte tandenborstels zijn op de afdeling aanwezig. Deze vervangt u dagelijks. Vet de lippen regelmatig in (ook de mondhoeken) met vaselinecrème. Als u een kunstgebit draagt, wordt geadviseerd dit zo min mogelijk te dragen om irritaties te voorkomen. Voor de nacht dient u het gebit uit te doen. Uw kunstgebit wordt bewaard in een gebitsbakje met water. Het bakje (voorradig op de afdeling) en het water moeten dagelijks verschoond worden.

Het kan zijn dat u slikklachten ervaart door pijn in de mond en/of keel (als gevolg van de chemotherapie). Toch is het van groot belang dat u uw medicijnen blijft innemen. Indien nodig krijgt u pijnmedicatie. De medicijnen kunnen in sommige gevallen ook via het infuus toegediend worden.

Ook kunnen de slijmvliezen van het maagdarmstelsel aangetast worden. Dit kan klachten geven van diarree (waterdunne ontlasting) meer dan 4 keer per dag. Het tegenovergestelde van diarree is obstipatie. We spreken van obstipatie wanneer u gedurende 3 dagen geen ontlasting heeft gehad. Bij diarree en obstipatie is het van belang dat u genoeg drinkt: tenminste 2 liter per dag. Bij obstipatie wordt aangeraden om, indien mogelijk, zoveel mogelijk volkoren producten, groenten en fruit te eten en zo veel als mogelijk te bewegen. Heeft u meer dan 3 dagen geen ontlasting gehad of heeft u heftige buikkrampen, geef dit dan door aan de verpleegkundige.

Onvoldoende eten

Het kan zijn dat u tijdens de behandeling onvoldoende voeding binnenkrijgt. Dit kan verschillende oorzaken hebben: gebrek aan eetlust, misselijkheid, pijn- of slikklachten. U krijgt in dat geval extra vocht via een infuus toegediend. Soms is het nodig om voeding via het infuus toe te dienen. Vaak verbetert de voedingsinname op het moment dat het beenmerg hersteld is. De diëtiste kan op aanvraag bij u langs komen. Zij geeft voorlichting over voeding en bespreekt uw voedingswensen.
Door de behandeling is de afweer tijdelijk verminderd waardoor de kans op een voedselinfectie aanwezig is. Om dit te voorkomen zijn voedingsadviezen opgesteld die gelden tijdens de opname en mogelijk ook nog thuis.

Vermoeidheid

Tijdens en na de behandeling is vermoeidheid een veelvoorkomende klacht. Vermoeidheid na kanker is geen gewone vermoeidheid. Gewone vermoeidheid treedt op na inspanning. Bij de behandeling van kanker is er vaak sprake van vermoeidheid zonder inspanning te hebben geleverd. Luister goed naar uw eigen lichaam en rust, wanneer dit nodig is, gedurende de dag een uurtje extra. Probeer toch zoveel mogelijk in beweging te blijven. Mobiliseer op de kamer (ook al is de ruimte beperkt) en eet aan tafel. Verdeel uw energie goed. De mate van vermoeidheid is verschillend, de duur ook. Indien nodig of gewenst kan er een fysiotherapeut ingeschakeld worden. Deze komt dan bij u langs op de verpleegafdeling.

Droge huid en broze nagels

Chemotherapie is van invloed op de huid. Hierdoor kan deze verkleuren. Ook kan er een droge en/of schilferige huid ontstaan. De huid kan trekkerig aanvoelen en kan er jeuk optreden. Gebruik regelmatig een pH-neutrale bodymilk (deze dient u zelf mee te nemen). Nagels kunnen door de chemotherapie afbrokkelen of verkleuren. U mag de nagels niet knippen, bijhouden met een nagelvijl is aan te raden.

Psychische en emotionele belasting

Gedurende de behandeling kunnen allerlei gevoelens naar boven komen zoals rusteloosheid, onzekerheid, frustratie, machteloosheid, eenzaamheid en verveling. Naarmate uw opname langer duurt, kunnen deze gevoelens zich versterken. Het plannen van bezigheden kan u helpen om deze periode zo goed mogelijk door te komen. Maak deze gevoelens gerust aan iemand kenbaar. Dit kan iemand uit uw omgeving zijn, maar u zult ook een luisterend oor kunnen vinden binnen ons team. We zijn ons bewust van de belasting die uw ziek zijn en de behandeling met zich mee brengt en zien het mede als onze taak u hierin te ondersteunen. Ook voor de mensen die dicht bij u staan, zal deze periode niet altijd gemakkelijk zijn. Zij willen u graag helpen en steunen, wat van hen veel energie zal vragen. Een gevoel van machteloosheid is in deze situatie niet vreemd. Je kunt in deze periode van herstel vaak niets tastbaars doen. Er gewoon zijn voor de ander is al een grote steun. Het kan ook voor uw partner en/of naasten belangrijk zijn om hier met iemand over te praten. Ons team kan u hierbij ondersteunen.

Het is mogelijk om ondersteuning te krijgen van bijvoorbeeld maatschappelijk werk, een psycholoog, een geestelijk verzorger of een seksuoloog. Geef bij uw behandelend arts of verpleegkundige aan als u of uw naasten hier behoeften aan hebben.
Het is van belang dat u alle klachten die u ervaart, aangeeft bij de verpleegkundige. Zij kan eventueel samen met de arts beslissen of actie noodzakelijk is.

Ontslag

Wanneer met ontslag

U kunt met ontslag als het beenmerg weer voldoende witte bloedcellen aanmaakt en als u voldoende kunt drinken (minimaal 1,5 liter per dag). Het is daarnaast van belang dat u geen complicaties/klachten heeft en niet meer afhankelijk bent van een infuus (voor vocht of medicijnen).

Centraal veneuze katheter

De centraal veneuze katheter blijft na ontslag meestal nog enige tijd zitten in verband met eventuele bloed- of bloedplaatjestransfusies. Wanneer uw bloeduitslagen zodanig zijn dat uw arts verwacht dat u geen transfusies meer nodig zult hebben, kan de katheter poliklinisch verwijderd worden. Zolang u de katheter heeft, zal deze met regelmaat verzorgd moeten worden. Een eerste afspraak hiervoor wordt op de Dagbehandeling Oncologie voor u gemaakt. De datum krijgt u te horen bij het ontslag.

Oncologiecentrum

Na het ontslag uit het ziekenhuis komt u nog regelmatig naar het Catharina Ziekenhuis voor controle. U krijgt bij ontslag een afspraak voor het eerste controlebezoek. Tijdens deze afspraak worden uw bloeduitslagen, medicijngebruik en lichamelijke gesteldheid beoordeeld en eventuele problemen met u besproken. Afhankelijk van de resultaten wordt op korte of langere termijn een nieuwe controle-afspraak met u gemaakt. Mogelijk krijgt u nog bloed of bloedplaatjes (trombocyten) toegediend op de Dagbehandeling oncologie

Medicatie

De medicijnen die u eventueel bij ontslag krijgt voorgeschreven neemt u volgens voorschrift in totdat uw behandelend arts anders aangeeft. Levert dit op enige wijze problemen op, zoals braken of diarree, neem dan contact op met uw behandelend arts. Zorg dat u altijd de actuele medicijnlijst bij de hand heeft.

Vrije tijd en werk

Als u weer naar huis kunt, bent u nog niet hersteld. De herstelfase kan enige weken tot maanden duren. Houdt u daar rekening mee in uw verwachtingen. Wanneer u thuis bent, kunt u zich weer bezighouden met dingen die niets met het ziekenhuis of ziek zijn te maken hebben. Wij zullen u hierin zo weinig mogelijk beperkingen opleggen, want een sociaal leven is belangrijk voor uw herstel. We willen u wel graag enkele praktische tips meegeven:

  • plan uw bezigheden zorgvuldig;
  • luister naar uw lichaam, u kunt zich gedurende een langere periode vermoeid voelen;
  • vermijd de eerste weken plaatsen met veel mensen in kleine ruimtes (denk aan openbaar vervoer, bioscoop, café);
  • breid langzaam uw activiteiten uit.
Verminderde afweer

Bij het verlaten van het ziekenhuis is uw weerstand zodanig hersteld dat de directe dreiging van infecties is geweken. Uw weerstand zal zich echter in de komende periode verder moeten herstellen. Om risico’s te vermijden, adviseren wij u zich aan de leefregels te houden die vermeld staan in deze folder. De periode waarin u nog een verminderde afweer hebt, is per persoon verschillend. Vragen hierover kunt u aan uw behandelend arts stellen.
In verband met de verminderde afweer kan er koorts optreden. Wanneer u koorts (temperatuur 38,5°C of hoger) krijgt, kan het nodig zijn dat u voor korte tijd wordt opgenomen om u met antibiotica of andere medicijnen te behandelen. Bij koorts wordt u verzocht om te allen tijde te bellen. Tijdens kantooruren belt u naar de polikliniek oncologie, in de avonduren/weekend of feestdagen naar het 24 uurs steunpunt.

Leefregels en adviezen voor thuis

De huid
  • Uw huid kan nog een tijd lang droger en gevoeliger zijn (dit kan enige maanden duren). Het gebruik van huid/babyolie kan helpen.
  • Er kan meer pigmentatie van de huid optreden, bijvoorbeeld op de knokkels van de handen of de ellebogen. Voorkom langdurig zonnen tot 6 à 8 weken na de chemotherapie. Het gebruik van een zonnebank wordt afgeraden. Kleding is de beste manier om uw huid tegen de zon te beschermen. Smeer uw huid goed in met een anti-zonnebrandmiddel met een hoge beschermingsfactor (minimaal factor 30). Ook als u alleen in de schaduw blijft. Probeer voorzichtig uit hoe uw huid op zonlicht reageert. Vermijd de zon op het midden van de dag (tussen 12.00 en 15.00 uur). Uw hoofdhuid kan ook snel verbranden. Vergeet uw hoofdhuid niet te beschermen als uw haar is uitgevallen of dunner is geworden.
  • Doordat de bloedplaatjes zich soms langzamer herstellen dan de rode en witte bloedcellen kunt u sneller blauwe plekken krijgen. Let om deze reden op met stoten of krabben.
  • Tijdens de opnameperiode kunt u huiduitslag gekregen hebben door bijvoorbeeld koorts of overgevoeligheid voor medicijnen. De huid kan nog pijnlijk of rood verkleurd zijn en u kunt last hebben van jeuk. Dit heeft vaak enige tijd nodig om te herstellen.
De nagels

Door de chemotherapie wordt de groei van de nagels vertraagd en kunnen er veranderingen optreden aan de nagels. Deze kunnen verkleuren of brozer worden en er soms zelfs af vallen. Dit herstelt vanzelf weer.

De haargroei

In de meeste gevallen keert de haargroei weer terug na de behandeling. Het tijdstip kan echter nogal variëren van enkele weken tot enkele maanden. Het nieuwe haar is meestal dunner en kan van kleur en/of structuur anders zijn dan voorheen.

Lichamelijke verzorging

De normale dagelijkse lichaamshygiëne is voldoende als u weer thuis bent. Wees voorzichtig met geparfumeerde verzorgingsproducten, in verband met een verhoogde gevoeligheid van de huid. Zijn er problemen met uw huid zoals jeuk, huiduitslag of dergelijke, neem dan contact op met uw behandelend arts.

Mondverzorging

De mond kan nog enige tijd kwetsbaar zijn. De speekselproductie komt maar langzaam op gang, waardoor u nog last kunt hebben van een droge mond. Daarom is het van belang om een optimale mondhygiëne voort te zetten (ook vanwege het behoud van het gebit). Indien u last heeft van een droge mond kan het helpen uw mond vochtig te houden door onder andere te spoelen met (zout) water of door kauwgom te kauwen. De smaak kan langdurig veranderd zijn.
U kunt, na overleg met uw behandelend arts, de interdentale borsteltjes, flosdraad of tandenstokers weer gaan gebruiken. In sommige gevallen komt het voor dat u nog medicatie voor de mond/keel moet gebruiken na ontslag uit het ziekenhuis. Stel uw tandartsbezoek uit tot enkele maanden na de transplantatie. Als er ingrepen moeten plaatsvinden, is het verstandig dit vooraf met uw behandelend arts te overleggen.

Voeding

In principe mag u thuis weer alles eten, tenzij u voor de transplantatie ook al een speciaal dieet gebruikte, zoals een zoutarm dieet. Zorg wel voor een gezonde, gevarieerde voeding, dit komt uw herstel alleen maar ten goede. Alcohol is beperkt toegestaan bij het gebruik van bepaalde medicijnen. Vraag dit vooraf aan uw behandelend arts.

Psychische en emotionele belasting

Na de transplantatie volgt meestal een periode met veel onzekerheden. Zal de ziekte wegblijven? Wanneer kan ik mijn huishouden weer zelf doen? Kom ik weer aan het werk?
Praten over dit soort zorgen en problemen is vaak moeilijk. Toch kan het wel erover praten vaak veel betekenen en verhelderend werken, bijvoorbeeld met de verpleegkundige, uw arts en /of maatschappelijk werker. Er is een maatschappelijk werker verbonden aan de poli- en klinische oncologieafdeling. Andere hulpverleners die u en uw naasten mogelijk kunnen ondersteunen zijn de diëtist, geestelijk verzorger en psycholoog.

Bewegen

Het is niet noodzakelijk om na ontslag uit het ziekenhuis een bepaald oefenschema te volgen, tenzij de fysiotherapeut dit uitdrukkelijk heeft aangeven tijdens de opname. Begin thuis eerst met uw gewone dagelijkse activiteiten. Dat zal al meer lichamelijke inspanning van u vragen dan u gewend was in het ziekenhuis. Het is aan te bevelen om na ontslag dagelijks een stukje te gaan wandelen of fietsen. Liever tweemaal een kortere tijd dan eenmaal lang. Probeer de tijdsduur hiervan in de loop van de weken of maanden geleidelijk uit te breiden tot uw oude niveau.

Seksualiteit

De intensieve behandeling kan zowel psychische als lichamelijk gevolgen hebben die van invloed kunnen zijn op uw seksuele leven. Het kan lastig zijn om open over dit onderwerp te praten. Het is belangrijk voor u en uw partner om na de behandeling ook op dit gebied weer een weg te vinden. Durf om hulp te vragen aan bijvoorbeeld uw (huis)arts of verpleegkundige.
De mogelijke gevolgen op seksueel gebied zijn voor iedereen anders. Er zijn tal van zaken die seksueel contact in de weg kunnen staan. Zoals een veranderd lichaamsbeeld, al dan niet gepaard gaand met schaamte, een gebrek aan zin in seks of vermoeidheid. De behoefte aan tederheid en knuffelen kan juist toegenomen zijn. Bij een vrouw kan door de chemotherapie de vaginawand een tijdlang droger dan normaal zijn, er kan pijn ontstaan bij het vrijen en er kunnen overgangsklachten optreden. Last van een droge vagina is met gebruik van een glijmiddel vaak goed te verhelpen (bijvoorbeeld Sensilube, verkrijgbaar bij apotheker of drogist). De menstruatie zal na de behandeling zeer waarschijnlijk uitblijven. Als u wel menstrueert, kan het bloedverlies zeer onregelmatig zijn. Zo nodig kan de behandelend arts hiervoor medicijnen voorschrijven. Bij het optreden van de menopauze kunt u in sommige gevallen hormoon vervangende medicijnen krijgen.
Bij mannen kunnen erectieproblemen optreden. Door de behandeling is de kans groot om onvruchtbaar te raken. Vrouwen hebben een verhoogd risico op voortijdige overgang. Na de behandeling kan vastgesteld worden of u nog vruchtbaar bent. Zolang het niet zeker is of de behandeling onvruchtbaarheid heeft veroorzaakt, blijft het raadzaam om voorbehoedsmiddelen te gebruiken.

Vakantie en vaccinaties

Als u op vakantie gaat, is het aan te raden om een overzicht met informatie over uw ziekte, medicijngebruik, gegevens van het ziekenhuis en uw arts (indien mogelijk in de taal van het land waar u naar toe gaat) mee te nemen. Een zogenaamd Europees medisch paspoort is hiervoor uitermate geschikt. U kunt het paspoort tegen een kleine vergoeding krijgen bij onder meer (huis)artsen en apotheken. Bespreek ook met uw arts welke vaccinaties hij/zij aanraadt, zeker wanneer u naar gebieden reist waarvoor vaccinaties worden geadviseerd door de GGD.

Griepprik

Bespreek met uw behandelend arts of de griepprik noodzakelijk is voor u en uw naasten/huisgenoten.

Redenen om een arts te waarschuwen

U moet direct contact opnemen bij de volgende klachten, wanneer u:

  • koorts heeft boven 38,5°C;
  • koude rillingen heeft en ongeveer 30 minuten daarna de temperatuur oploopt tot 38,5°C of hoger;
  • een bloedneus of een andere bloeding die niet binnen 10 minuten stopt;
  • blauwe plekken krijgt, zonder dat u zich heeft gestoten of gevallen bent;
  • een wondje heeft dat blijft bloeden;
  • bloed in de urine;
  • aanhoudend (langer dan 24 uur) braken ondanks de voorgeschreven medicijnen;
  • aanhoudende (langer dan 48 uur) diarree;
  • kortademigheid of pijn op de borst;
  • last heeft van plotselinge huiduitslag;
  • alle andere klachten die u niet vertrouwd of waarover u zich zorgen maakt.

Neem tijdens kantoortijden contact op met het Catharina Kanker Instituut. Neem bij acute problemen buiten kantoortijden contact op met de verpleegafdeling Oncologie of de Spoedeisende Hulp.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij leiden artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat ook een zorgverlener in opleiding uw behandeling, onderzoek of operatie kan uitvoeren. Maar dit is niet altijd zo. Uw veiligheid staat altijd bij ons voorop. Als een zorgverlener in opleiding u helpt, werkt deze altijd onder begeleiding van een gediplomeerd zorgverlener. Als u niet wilt dat een zorgverlener in opleiding u helpt, dan kunt u dit met uw arts bespreken.

Vragen

Contact voor afspraken en andere (niet medisch-inhoudelijke) vragen:
Voor het maken of wijzigen van afspraken en andere niet medisch-inhoudelijke vragen, verzoeken wij u om een e-consult te sturen.

  • Log in op MijnCatharina.nl met uw Digi-D gegevens. Binnen 3 werkdagen ontvangt u antwoord.
  • Wilt u toch telefonisch contact opnemen, dan kan dat met het Catharina Kanker Instituut

Contact voor een herhaalrecept:
Bestel uw herhaalrecept online. Wij verzoeken u dus om hiervoor niet te bellen.

  • Log in op MijnCatharina.nl met uw Digi-D gegevens.
  • Het recept wordt binnen 2 werkdagen naar uw apotheek verstuurd.

Contact voor medisch-inhoudelijke vragen zonder spoed:
Telefonisch spreekuur tussen 13.00 – 14.00 uur.

Contact voor medisch inhoudelijke vragen met spoed:
Tijdens kantoortijden: Neem contact op met de polikliniek van het Catharina Kanker Instituut.
Buiten kantoortijden: Bel de oncologieverpleegkundige van de Verpleegafdeling oncologie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
Telefoon 040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Catharina Kanker Instituut
040 – 239 6622

Telefonisch spreekuur
Iedere werkdag van 13.00-14-00 uur
040 – 239 75 96

Verpleegafdeling oncologie
040 – 239 7575

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/afdeling

© 2022 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden