Pneumonie (Folder)

Longgeneeskunde Spoedeisende Hulp / Spoedpost
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Pneumonie (Folder)

U bent via de Spoedeisende Hulp of via de polikliniek Longgeneeskunde/Inwendige Geneeskunde opgenomen in verband met een longontsteking. Dit wordt ook wel een pneumonie genoemd.

Een longontsteking is een ontsteking van het longweefsel. Er zijn verschillende oorzaken mogelijk; bacteriën, virussen en chemische stoffen.

De verschijnselen die bij een longontsteking horen zijn onder andere:

  • kortademigheid;
  • hoesten;
  • koorts;
  • pijn;
  • snelle/oppervlakkige ademhaling;
  • hoofdpijn;
  • verminderde eetlust;
  • transpireren.

De longarts/internist heeft besloten om u op te nemen om de longontsteking te behandelen. Redenen om u op te nemen kunnen zijn: aanhoudende hoge koorts, uitputting en benauwdheid.

In deze brochure wordt de zorg die u ontvangt per dag duidelijk omschreven, waardoor u vanaf de opname tot het ontslag weet wat er gaat gebeuren. Zo kunt u uzelf ook beter voorbereiden op wat er per dag gaat gebeuren. De ontslagdatum is al gepland op het moment dat u wordt opgenomen. In gesprekken met u en de arts wordt gezamenlijk besloten of die ontslagdatum voor u ook haalbaar is.

Het is goed om u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier staat beschreven. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, spreek dan gerust een arts of verpleegkundige aan.

De opnamedag

Opname via de Spoedeisende Hulp

De arts-assistent voert bij u een lichamelijk onderzoek uit en stelt vragen over uw klachten.

Er vinden verschillende onderzoeken plaats:

  • Er wordt bloed afgenomen via een bloedvat in uw elleboogsplooi en in sommige gevallen ook via de pols.
  • Er wordt een röntgenfoto gemaakt.
  • U geeft aan de arts door welke medicijnen u thuis gebruikt, hierin kunnen tijdens de opname veranderingen plaatsvinden.

Als de arts klaar is met het onderzoek en besluit om u op te nemen, wordt u door verpleegkundigen van de afdeling opgehaald.

Opname via de polikliniek

Uw behandelend longarts of internist besluit om u op te nemen na het lichamelijk onderzoek en naar aanleiding van uw klachten. Eenmaal op de afdeling wordt u verder onderzocht door de zaalarts, die door uw longarts of internist op de hoogte is gebracht over uw opname.

Op de verpleegafdeling

Nadat de onderzoeken op de Spoedeisende Hulp of polikliniek zijn afgerond wordt u door een verpleegkundige opgehaald en ontvangen op de verpleegafdeling. Op uw kamer krijgt u uitleg over de werking van het bed, de bel en waar u het toilet kunt vinden. U ontvangt naast deze folder ook informatie over de bezoektijden, de maaltijdvoorziening en de opname.

Afhankelijk van de onderzoeken krijgt u na de opname meteen medicijnen toegediend, vaak in de vorm van antibiotica. Naar aanleiding van de bevindingen van de arts kan worden besloten om de antibiotica via een infuus te geven. Een infuus is het toedienen van medicijnen
en/of vocht via een slangetje in de bloedbaan. Daarnaast is het mogelijk dat u zuurstof toegediend krijgt. De verpleegkundige informeert u hierover.

De verpleegkundige voert met u een kort opnamegesprek. Hierbij worden vragen gesteld over uw contactpersoon, mogelijke allergie, thuismedicijnen en eventueel andere gezondheidsproblemen. De verpleegkundige controleert dan ook uw bloeddruk, temperatuur, hartslag, en uw zuurstofgehalte. U wordt gewogen en gevraagd naar veranderingen in uw gewicht.

Mocht u zich tijdens het gesprek te benauwd of te ziek voelen dan wordt samen met u besloten om dit op een ander tijdstip of de volgende dag te doen.

Door een combinatie van hoge koorts en uitdroging komt het soms voor dat iemand verward wordt. Acute verwardheid wordt ook wel delier genoemd. Het afnemen van een delier scorelijst helpt ons om dit zo vroeg mogelijk te ontdekken. De verpleegkundige kijkt hoe u zich gedraagt en verwerkt dit in deze scorelijst, hierdoor wordt duidelijk of u verschijnselen van een delier vertoond.

Wat gebeurt elke ochtend

Aan het begin van de ochtend krijgt u medicijnen van de verpleegkundige en deze informeert u over het gebruik ervan.

Verder wordt bij u de bloeddruk, de temperatuur en de polsslag gemeten. De verpleegkundige overlegt met u hoe bij voorkeur de persoonlijke verzorging bij u wordt gedaan. Dit is mede afhankelijk van uw lichamelijke klachten.

U wordt ook gevraagd of u pijn heeft en of u daar een cijfer voor kunt geven tussen de 0 en 10. Hoe hoger het cijfer, hoe meer pijn u voelt. Als u pijn heeft wordt dit 3 keer per dag aan u gevraagd.

Als u slijm ophoest, krijgt u dagelijks een schoon opvangpotje waarin u dit slijm kwijt kunt. De verpleegkundige beoordeelt elke ochtend de kleur en hoeveelheid van het slijm. Als het slijm een andere kleur heeft dan doorschijnend wit, geeft de verpleegkundige dit door aan de arts. De kleur van het sputum kan mogelijk wijzen op een ontsteking.

Dag 1

Opnamegesprek

U en eventueel uw familie krijgt vandaag een uitgebreider opnamegesprek met de verpleegkundige. Het doel van dit gesprek is om u beter te leren kennen, vragen te beantwoorden en met u te praten over eventuele problemen rondom uw ziek zijn thuis. Aan de hand van dit gesprek wordt met u afgesproken voor welk probleem een oplossing wordt gezocht. Dit kan bijvoorbeeld zijn: voorlichting over de pneumonie, voorlichting over medicijnen of het eventueel regelen van thuiszorg. Ook de inhoud van deze folder wordt besproken en uw eventuele vragen worden beantwoord.

Problemen die bij u kunnen ontstaan door het rookverbod in het ziekenhuis kunt u bespreekbaar maken bij de verpleegkundige. Deze adviseert u over het verminderen van de ontwenningsverschijnselen en kan hierbij ondersteunende medicijnen laten voorschrijven.

Als u wilt stoppen met roken na de opname kunt u dit ook bespreekbaar maken en vragen naar de mogelijkheden die u hierbij kunnen ondersteunen.

Andere hulpverleners

Soms is het nodig om de diëtist in te schakelen. Dit gebeurt als blijkt dat u ondervoed bent.

Onderzoek

De vitale controles (hartslag, bloeddruk, temperatuur & het zuurstofgehalte) worden de eerste drie dagen, 3 maal daags gecontroleerd. Daarnaast is het mogelijk dat de arts opdracht geeft om uw bloed verder te onderzoeken of wordt er nog een röntgenfoto van de longen gemaakt ter controle.

Hoesten

Een gevolg van een pneumonie kan zijn dat u last heeft van slijm dat u niet goed kunt ophoesten. In het slijm kan ook de bacterie zitten die de pneumonie veroorzaakt. Het is daarom van belang om dit slijm goed op te kunnen hoesten zodat u het kwijt kunt raken.

Vandaag bespreekt de verpleegkundige met u op welke wijze u dit kunt doen.

Het is belangrijk om drie keer per dag op de bedrand te gaan zitten en een paar keer goed te hoesten.

Vochtbalans

De arts geeft soms de opdracht om een vochtbalans te starten. Dit gebeurt als door koorts, overgeven, of diarree uw vochthuishouding uit balans raakt. Achter uw bed ligt dan een lijst waarop de verpleegkundige of voedingsassistente schrijft wat u drinkt of plast. Omdat we niet altijd zien wat u drinkt is het van belang dat u doorgeeft aan de verpleegkundige of de voedingsassistente wat u gedronken heeft. U kunt dit natuurlijk ook zelf op de vochtbalans noteren. De verpleegkundige geeft u dan uitleg over het invullen van deze vochtbalans.

Daarnaast plast u in een urinaal(plasfles) of op een po, zodat we kunnen meten hoeveel u plast.

Dag 2

Tijdens een eerder gesprek met de verpleegkundige van de afdeling kan naar voren zijn gekomen dat u thuiszorg nodig heeft of dat u zich zorgen maakt hoe het na het ontslag verder moet. Als dit het geval is komt de transferverpleegkundige bij u langs en regelt de zorg die na uw ontslag nodig is. Deze maakt ook een afspraak met u en uw familie voordat u met ontslag gaat om de laatste details door te spreken. De verpleegkundige van de afdeling besteedt aandacht aan de vragen die u nog heeft over uw ziektebeeld.

Ontslagdatum

De arts vertelt u op welke datum het ontslag is vastgesteld. We streven ernaar om samen met u dit ontslag te laten plaatsvinden op die datum.

Dag 3

De verpleegkundige gaat met u na of alle informatie die u de afgelopen dagen heeft ontvangen duidelijk is. U kunt ook aangeven over welke onderwerpen u meer informatie wilt ontvangen en op welk moment.

Medicijnen

Als u antibiotica via het infuus krijgt, wordt deze vandaag gestopt. De antibioticakuur wordt voortgezet in de vorm van tabletten. Dit betekent dat u de tabletten moet blijven slikken tot aan de stopdatum, die wordt vastgesteld door de arts.

Ontslag

Vandaag bespreekt de verpleegkundige wat voor u al in gang is gezet om uw ontslag naar huis soepel te laten verlopen. Ook wordt nagevraagd of bij u hierover nog vragen of onduidelijkheden zijn.

Onderwerpen die zeker aan de orde komen:

  • Heeft u iemand die u op de dag van het ontslag op komt halen?
  • Brengt u zelf uw familie op de hoogte van het ontslag?
  • Is eventuele thuiszorg geregeld?

De arts en/of verpleegkundige vraagt verder hoe het met u gaat en willen graag van u willen weten of:

  • het gevoel van benauwdheid afneemt;
  • u het slijm makkelijker kunt ophoesten en hoe de kleur is;
  • u weer zin heeft in uw maaltijden;
  • u verbetering voelt in uw conditie.

Dag 4 en dag 5

Deze twee dagen wordt er nog gewerkt aan uw herstel of gaat u met ontslag.

Gaat u met ontslag dan heeft de verpleegkundige een ontslaggesprek over de zorg die u de afgelopen dagen heeft ontvangen.

De arts maakt uw ontslagpapieren in orde, deze bestaan uit:

  • overzicht van uw medicijnen;
  • controle afspraken;
  • eventueel een overdracht voor de thuiszorg.

Uw nieuwe medicatie wordt door de ziekenhuisapotheker op de afdeling geleverd. Indien dit niet mogelijk is, ligt uw medicatie klaar bij de apotheek in de centrale hal. U krijgt dus geen recepten mee naar huis.

U mag in de loop van de ochtend naar huis. U krijgt dan de ontslagpapieren van de verpleegkundige, die deze ook aan u uitlegt.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen

Als u na de opname nog vragen heeft of er zijn onduidelijkheden, dan kunt u tot twee dagen na het ontslag telefonisch contact opnemen met het ziekenhuis. Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de polikliniek van de afdeling waar u gelegen heeft.

Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling waar u opgenomen heeft gelegen. Bij klachten die na twee dagen optreden, kunt u contact opnemen met uw huisarts.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
Telefoon 040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Longgeneeskunde
040 – 239 56 00

Polikliniek Inwendige geneeskunde
040 – 238 59 00

Verpleegafdeling Longgeneeskunde
040 – 239 74 00

Verpleegafdeling Inwendige geneeskunde
040 – 239 68 00  / 040 – 239 69 00

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Longgeneeskunde kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/longgeneeskunde

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden