Scheefstand van de grote teen (Hallux valgus) (Folder)

Orthopedie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Scheefstand van de grote teen (Hallux valgus) (Folder)

Deze folder geeft u uitleg over de hallux valgus. Dit is een scheefstand van de grote teen, die vaak gepaard gaat met een ontstoken en gezwollen knobbel (bunion). Het is goed u te realiseren dat de situatie in uw geval anders kan zijn dan hier is beschreven.

Hallux valgus

ORT008 A.png
Hallux valgus

Een hallux valgus komt voor bij tien procent van de bevolking, vooral bij vrouwen. Door deze afwijking kunt u pijnklachten ervaren, moeite hebben met het kiezen van schoenen en vervormingen aan de voorkant van de voet krijgen. De behandeling is afhankelijk van hoeveel last u heeft.

ORT008 B.png
Hallux valgus

De oorzaken van een hallux valgus zijn niet duidelijk, maar een aantal factoren zijn bekend.

  • Genetische factoren: een brede middelvoet of een lange grote teen zijn kenmerken die gevoelig zijn voor deze afwijking.
  • Het dragen van bepaalde soorten schoenen: hoge hakken, schoenen met een puntig uiteinde die de middelvoet samendrukken.
  • Leeftijd: het ouder worden veroorzaakt een loslating van vezelstructuren en een verbreding van de middelvoet.

Mogelijke behandelingen

In het beginstadium kunt u drukplekken aan de zijkant van de grote teen voorkomen door aangepaste schoenen te dragen die vooraan voldoende breed zijn. Viltjes en ringpleisters kunnen hierbij ook helpen.

Er bestaan kleine spalken die de scheefstand van de grote teen tijdelijk corrigeren. Deze spalken kunt u niet in de schoenen dragen. Doordat deze spalken alleen een tijdelijke correctie geven, worden ze zeer zelden gebruikt.

Als u blijvend pijn heeft ondanks aangepast schoeisel, wordt er een operatie voorgesteld. Hierbij worden de botjes van de teen rechtgezet en vastgezet met een schroefje. De harde zwelling aan de binnenzijde van de voet (‘bunion’) wordt verwijderd. De techniek die hierbij wordt toegepast hangt af van de grootte van de afwijking en de orthopeed. De ingrepen gebeuren meestal onder regionale verdoving (een ruggenprik) of een algehele verdoving. Na de operatie mag u aan het einde van de dag naar huis.

Bent u echter pas laat op de middag geopereerd, dan moet u vaak één nacht in het ziekenhuis blijven.

Voorbereiding op de operatie en de opname

Pre-operatieve screening en anesthesie

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee.

Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen terecht op afspraak. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie’.

Pijnstilling na de operatie

Voor de pijnstilling na de operatie wordt met u de mogelijkheid van een zogeheten ‘poplitea blok’ besproken. Dit is een speciale vorm van verdoving die vooral bestemd is om de pijn onmiddellijk na de operatie (12-24 uur) te verminderen.

Overige voorbereidingen

Het is belangrijk dat u de volgende voorbereidingen treft voordat u naar het ziekenhuis komt voor de operatie:

  • U mag na deze operatie niet meer op de voet staan, dus u moet gebruik maken van krukken. U kunt krukken lenen bij een thuiszorgwinkel.
  • Uw voeten moeten zeer schoon zijn voor de operatie om de kans op een infectie na de operatie zo klein mogelijk te houden. Was daarom zeer zorgvuldig uw voeten met water en zeep en verwijder nagellak. Maak de teennagels goed schoon met een borsteltje en knip deze kort. Hierna mag u niet meer met blote voeten op de vloer lopen of staan. Draag daarom bij het staan en lopen sokken tot de operatie. Mocht u niet zeker zijn of alles goed schoongemaakt is, dan kunt u de verpleegkundige vragen om alles na te kijken tijdens uw opname.
  • Het is belangrijk dat u geen wondjes heeft aan de voeten, tenen en langs de nagels. Wondjes geven een extra risico op een infectie. Dit kan reden zijn om de operatie uit te stellen.

De operatie

Tijdens de operatie worden de botjes van uw teen rechtgezet (“een osteotomie”). Met een fijn zaagje en beiteltje wordt de harde zwelling aan de binnenzijde van de voet (‘bunion’) verwijderd. De techniek die hierbij wordt toegepast hangt af van de grootte van de afwijking. De meest gebruikte technieken zijn de “Chevron osteotomie” en de ” Scarf osteotomie” van het middenvoetsbeen en de “Akin osteotomie” van het basiskootje. Met fijne pinnetjes of schroefjes worden de beentjes vastgezet tot ze genezen zijn in de juiste stand. De schroefjes kunnen blijven zitten tenzij u hier last van heeft. Dit komt bijna niet voor.

ORT008 C.png
Chevron osteotomie

 

Bij een Chevron osteotomie wordt een knobbel aan de basis van de grote teen verwijderd en de stand van de grote teen gecorrigeerd. De grote teen wordt doorgezaagd en vastgezet met een schroef.

ORT008 D.png
Scarf osteotomie

 

Bij een scarf osteotomie wordt eenderde deel van het kootje van de grote teen Z-vormig doorgezaagd en verplaatst zodat de teen rechter komt te staan. De botjes worden weer aan elkaar vastgemaakt met twee schroeven.

ORT008 E.png
Akin osteotomie

 

In combinatie met de chevron-operatie of de basis-osteotomie wordt soms de akin-techniek gebruikt. Hierbij wordt er een wigje gemaakt (en dus een deel verwijderd) in het basisgewricht van de grote teen om zo de stand van de teen te corrigeren. Dit wordt vastgezet met een krammetje (soort nietje).

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Hier wordt u goed in de gaten gehouden: uw bloeddruk, polsslag en ademhaling worden regelmatig gecontroleerd. Na één tot twee uur, als u goed hersteld bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Om na de operatie uw pijn te verminderen wordt meestal een poplitea blok door middel van een injectie gegeven. Dit is een verdoving van de zenuw in de knieholte die naar de voet loopt, door een injectie. Deze verdoving geeft ongeveer 24 uur pijnstilling.

Weer op de verpleegafdeling

Op de verpleegafdeling controleren wij uw bloeddruk, hartslag en wond regelmatig. Het kan zijn dat u nog wat slaperig of suf bent. Sommige patiënten voelen zich na de operatie misselijk en hebben geen zin in eten. In uw arm zit nog het infuus. U ligt op een zachte matras om de kans op doorliggen zo klein mogelijk te houden. U mag in bed zowel op uw rug, als op uw linker- en rechterzijde liggen.

Na de operatie is een drukverband om de voet aangebracht. Dit moet twee weken blijven zitten. U mag gedurende de eerste twee weken niet op de voet gaan staan. U moet dus met krukken lopen. Hierna mag u gedurende de volgende vier weken met behulp van een speciale voorvoet ontlastende schoen (de Darco schoen) op de voet gaan staan en lopen. Soms is het voor het bewaren van uw evenwicht makkelijk om de krukken te blijven gebruiken.

Gedurende twee weken moet u een keer per dag 1000 mg vitamine C innemen. Dit wordt gedaan ter voorkoming van ‘dystrofie’. Dit is een aandoening waarbij uw bloedvaten en zenuwen zodanig gestoord zijn na de operatie, dat deze roodheid en pijn veroorzaken.

Weer naar huis

Meestal kunt u dezelfde dag het ziekenhuis weer verlaten. U krijgt dan de volgende papieren mee:

  • Een controleafspraak op de polikliniek Orthopedie bij de orthopeed, twee weken later. Deze verwijdert de hechtingen en bespreekt met u de nabehandeling.
  • Een controleafspraak met de orthopeed op de polikliniek Orthopedie, ongeveer zes weken na de operatie.

Complicaties en risico’s

Infecties
Er kan een infectie ontstaan. Bij een infectie krijgt u pijn en roodheid van de wond en temperatuurverhoging. De kans hierop is echter erg klein.

Trombose en longembolie
Omdat u tijdens en vlak na de operatie veel stil ligt in bed en dus minder loopt, kan er trombose ontstaan. Bij trombose ontstaan er bloedstolsels in de bloedvaten. Als bloedstolsels een bloedvat afsluiten, ontstaat een embolie. Het weefsel dat door dit bloedvat wordt voorzien van zuurstof, krijgt dan te weinig bloed. Hierdoor kan schade aan dat weefsel ontstaan. In het ziekenhuis krijgt u een injectie ter voorkoming van trombose.

Nabloedingen zwelling
Er kan een nabloeding en zwelling optreden. Daarom is het belangrijk de eerste twee weken uw voet goed hoog te houden en zoveel mogelijk te rusten. Zwelling van de voet, kan zeker drie tot zes maanden aanhouden. Dit is normaal en verdwijnt spontaan.

Zenuwletsel
Er kan een huidzenuw beschadigd raken omdat er sneden in de huid worden gemaakt. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf, soms zijn ze blijvend.

Niet vastgroeien van het bot
Soms is het mogelijk dat de botuiteinden niet goed vastgroeien dit heet een ‘nonunion‘ (het bot is niet goed geheeld). Patiënten die roken hebben een verhoogd risico hierop, daarom wordt u geadviseerd om te stoppen met roken.

Wanneer neemt u direct contact op?

Neem in onderstaande gevallen contact op:

  • Als de wond gaat lekken.
  • Als de wond rood of dik wordt en/of meer pijn gaat doen.
  • Als u temperatuurverhoging krijgt boven de 38 graden Celsius en u zich daarbij niet goed voelt.

Tijdens kantooruren kunt u bellen naar de polikliniek Orthopedie. Buiten kantoortijden kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp.

Leefregels

Het is belangrijk dat u zich de eerste twee weken aan de volgende leefregels houdt, tenzij uw arts dit anders met u heeft afgesproken.

  • U mag de eerste twee weken niet op de geopereerde voet staan. U mag alleen lopen met behulp van de krukken die u zelf kunt lenen bij de thuiszorgwinkel en meeneemt naar het ziekenhuis.
  • Tijdens de controleafspraak op de polikliniek Orthopedie twee weken na de operatie, krijgt u een zogeheten ‘Darcoschoen’. U mag deze pas twee weken na de operatie gaan dragen. Deze ‘darcoschoen’ moet u gedurende vier weken gebruiken als u staat of loopt. Als u dat prettig vindt, mag u daar de krukken bij gebruiken.
  • De wond moet de eerste twee weken droog blijven. Na twee weken worden uw hechtingen verwijderd op de polikiniek Orthopedie, tijdens de controleafspraak met de verpleegkundig specialist orthopedie.
  • Houdt u aan de gebruiksvoorschriften voor de pijnstilling die u meekrijgt van de afdeling.
  • U mag niet fietsen/ autorijden gedurende de eerste zes weken na de operatie.
  • Dagelijkse werkzaamheden: zittend werk is toegestaan na twee weken. Lopend werk is toegestaan na zes weken.

Verhinderd

Kunt u niet naar uw afspraak komen? Geef dit dan zo snel mogelijk door aan de polikliniek Orthopedie. Er kan dan een andere patiënt in uw plaats komen.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u uitdrukkelijk niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen

Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen over de operatie en behandeling? Neem dan contact op met de polikliniek Orthopedie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Orthopedie
040 – 239 71 80

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Orthopedie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/orthopedie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden