Schoonmaken van het grote teengewricht: cheilectomie bij hallux rigidus (Folder)

Orthopedie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Schoonmaken van het grote teengewricht: cheilectomie bij hallux rigidus (Folder)

Bij hallux rigidus ontstaan pijnklachten en stijfheid door slijtage (ar­trose) van het grote teengewricht. Hallux betekent grote teen en rigidus is de medische term voor stijfheid. In deze folder vindt u informatie over deze aandoening en over de mogelijke behandelingen, in het bij­zonder over de gang van zaken rondom de cheilectomie. Cheilectomie is het schoonmaken van het gewricht. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Hoe ontstaat hallux rigidus?

Het gewrichtskraakbeen vormt een glijdende, iets schokdempende laag tussen twee gewrichtsoppervlakken van ieder gewricht. Bij hallux rigidus worden de kraakbeenoppervlakken van het eerste teengewricht dun­ner door slijtage, ofwel artrose. Dit veroorzaakt pijn en stijfheid. Soms ontstaat hierbij ook scheefstand van de teen naar binnen, dan spreekt men van hallux valgus rigidus.

Slijtage kan optreden door leeftijd en kan erfelijk zijn. Ook kan slijtage optreden als gevolg van een ander probleem zoals:

  • door een breuk in het gewricht;
  • na infectie van het gewricht;
  • door reuma.

Doordat het kraakbeen verdwijnt, ontstaat er verhoogde wrijving en overbelasting van het onderliggende bot. Hierdoor kan het slijmvlies van het gewricht gaan ontsteken en kan er vocht in het gewricht ontstaan. Daarnaast kunnen losse stukjes bot (gewrichtsmuizen) en botaangroei (osteofyten) ontstaan.

Pijn, zwelling en stijfheid zijn de be­langrijkste verschijnselen van artrose. De pijn wordt erger als het gewricht meer wordt belast. Soms is de pijn ’s nachts het hevigst. Stijfheid is ’s mor­gens het ergste, of bij het begin van een beweging na langere tijd rust. Dit noemt men startstijfheid.

De arts kan vaststellen of sprake is van hallux rigidus door de teen te be­kijken en te onderzoeken. Ook wordt een röntgenfoto gemaakt. Als hierop te zien is dat de gewrichtsspleet ver­nauwd is en/of er gewrichtsmuizen of andere botreacties aanwezig zijn, kan dit het vermoeden van de hallux rigidus bevestigen.

hallux rigidus

Mogelijke behandelingen

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk:

Niet-operatief:
  • ontstekingsremmende medicijnen;
  • een aangepaste schoen met stevige zool, eventueel aangeme­ten door de orthopedisch schoen­maker.
Cheilectomie, schoon¬maken van het gewricht

 

Operatief: Cheilectomie, schoon­maken van het gewricht 

Bij lichtere artrose van het gewricht kan het soms voldoende zijn om de aangroei van bot rond het gewricht en het eventueel ontstoken ge­wrichtsslijmvlies te verwijderen, dit heet cheilectomie. De artrose kan echter langzaam verdergaan. Soms is dan later een meer definitieve maar ook grotere operatie nodig.

Voorbereiding op de operatie

Pre-operatieve screening en anesthesie

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee.

Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen op afspraak terecht. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie‘.

Overige voorbereidingen

Het is belangrijk dat u de volgende voorbereidingen hebt getroffen voor­dat u naar het ziekenhuis komt voor de operatie:

  • Uw voeten moeten zeer schoon zijn voor de operatie om de kans op een infectie na de operatie zo klein mogelijk te houden. Was daarom zeer zorgvuldig uw voeten met water en zeep en verwijder nagellak. Maak de teennagels goed schoon met een borsteltje en knip deze kort. Hierna mag u niet meer met blote voeten op de vloer lopen of staan. Draag daarom bij het staan en lopen sokken tot de operatie. Mocht u niet zeker zijn of alles goed schoongemaakt is, dan kan u de verpleegkundige vragen om alles na te kijken tijdens uw opname.
  • Het is belangrijk dat u geen wond­jes heeft aan de voeten, tenen en langs de nagels. Wondjes geven een extra risico op een infectie. Dit kan reden zijn om de operatie uit te stellen.
  • Smeer uw lichaam de dag voor de operatie niet meer in met bodylotion of andere middelen. Deze middelen verminderen de werkzaamheid van de ontsmettingsmiddelen. 
  • Zorg ervoor dat u voldoende paracetamol en/of ibuprofen in huis hebt, dit krijgt u niet vergoed bij de apotheek.
  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Bespreek dit dan vóór uw opname met uw behandelend arts en/of de anesthesist. Deze medicijnen kunnen tijdens en na de operatie meer bloedverlies geven.

De opname

U wordt opgenomen op de afdeling Kortverblijf & dagverple­ging.

De operatie

De anesthesist geeft u de met u afgesproken verdoving: een ruggenprik, eventueel gecombineerd met een roesje (zodat u slaapt) of narcose. Ook wordt bewakingsapparatuur aangesloten, vóórdat de operatie begint. Hiermee worden tijdens de operatie belangrij­ke lichaamsfuncties zoals bloeddruk, hartslag en ademhaling goed in de gaten gehouden. U krijgt een infuus in uw arm, voor toediening van vocht en eventueel medicijnen.

Bij de operatie wordt een snede ter hoogte van het gewricht gemaakt van ongeveer zes centimeter. Het gewricht wordt schoongemaakt en eventuele botui­tsteeksels worden verwijderd. De operatie duurt ongeveer 20 minuten

Mogelijke complicaties en risico’s

Infecties
Er kan een infectie ontstaan. De kans hierop is echter klein.

Trombose en longembolie
Na een operatie aan de voet is er een verhoogd risico op trombose. Bij trombose ontstaan er bloedstolsels in de bloedvaten. Als bloedstolsels een bloedvat afsluiten, ontstaat een embolie. Het weefsel dat door dit bloedvat wordt voorzien van zuurstof, krijgt dan te weinig bloed. Hierdoor kan schade aan dat weefsel ontstaan. We adviseren u om regelmatig oefeningen te doen met uw enkel om trombose te voorkomen.

Nabloedingen zwelling
Er kan een nabloeding en zwelling optreden. Daarom is het belangrijk de eerste twee weken de voet goed hoog te houden en zoveel mogelijk te rusten, oefen daarbij wel uw enkel regelmatig om de bloed doorstroming te activeren. 

Zenuwletsel
Er kan een huidzenuw beschadigd raken omdat er sneden in de huid worden gemaakt. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend.

Na de operatie

Na de operatie blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent en alle controles (van onder andere bloeddruk, hartslag, ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u op en brengt u terug naar de afdeling. De verpleegkundigen controleren regelmatig uw hartslag, bloeddruk en de wondjes. Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Vertel het de verpleegkundigen als u hier last van heeft. Zij kunnen u hiervoor de juiste medicijnen geven.

Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Het infuus wordt in de loop van de dag/avond verwijderd, als u zelf weer kunt eten en drinken en uw bloeddruk en dergelijke onder controle zijn. U kunt dezelfde dag nog naar huis.

Na de operatie is een drukverband om de voet aangebracht. Dit mag twee weken blijven zitten tot bij het bezoek aan de verpleegkundig specialist orthopedie.

U krijgt gedurende de eerste 2 weken een speciale voorvoet ontlastende schoen, de darco schoen om te gaan staan en lopen. Soms is het voor het bewaren van uw evenwicht makkelijker om ook krukken te gebruiken.

Het is verstandig om zelf met de teen te oefenen met buigen en strekken zodat deze niet stijf wordt. Dit mag al de dag na de operatie.

Weer naar huis
Ongeveer 2 weken na de operatie komt u terug op de polikliniek Orthopedie. Deze afspraak krijgt u van de verpleging mee naar huis of wordt in MijnCatharina gemeld. 

Leefregels

Het is belangrijk dat u zich aan de volgende leefregels houdt.

Wondverzorging

Het drukverband mag twee weken blijven zitten. De hechtingen worden verwijderd tijdens de controle afspraak op de polikliniek.
De ‘Darco-schoen’ dient u na de operatie twee weken te dragen als u staat of loopt.

Douchen en baden

Het drukverband mag niet nat worden.

Medicijnen

Na de operatie kunt u paracetamol gebruiken, die u zelf in huis moet halen. De gebruikelijke dosering voor volwassenen is 3 keer per dag 1000 mg. Als het nodig is mag u 1000 mg per dag extra innemen, zodat de maximale dosering voor volwassenen 4000 mg per dag is.
Afhankelijk van uw situatie zal de anesthesioloog nog extra pijnstillende medicijnen voorschrijven. Deze krijgt u mee van de afdeling Kortverblijf en Dagverpleging.

Fietsen en autorijden

U mag niet fietsen of zelf autorijden gedurende de eerste twee weken.

Dagelijkse werkzaamheden

Werken is in principe toegestaan na twee weken.

Wanneer neemt u direct contact op?

Neem in onderstaande gevallen contact op:

  • Als de wond gaat lekken.
  • Als de wond rood of dik wordt en/ of meer pijn gaat doen.
  • Als u temperatuurverhoging krijgt boven de 38 graden en u zich daarbij niet goed voelt.

Tijdens kantooruren belt u naar de polikliniek Orthopedie. Buiten kantooruren neemt u contact op met de Spoedeisende Hulp.

Verhinderd

Kunt u niet naar uw afspraak komen? Geef dit dan zo spoedig mogelijk telefonisch door aan de polikliniek Orthopedie. Er kan dan een andere patiënt in uw plaats komen.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij leiden artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat ook een zorgverlener in opleiding uw behandeling, onderzoek of operatie kan uitvoeren. Maar dit is niet altijd zo. Uw veiligheid staat altijd bij ons voorop. Als een zorgverlener in opleiding u helpt, werkt deze altijd onder begeleiding van een gediplomeerd zorgverlener. Als u niet wilt dat een zorgverlener in opleiding u helpt, dan kunt u dit met uw arts bespreken.

Vragen

Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen over de operatie en be­handeling? Neem dan contact op met de polikliniek Orthopedie.

Contactgegevens 

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Orthopedie
040 – 239 71 80

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Orthopedie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/orthopedie

© 2022 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden