Trommelvliesbuisjes (Folder)

Keel-, Neus- en Oorheelkunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Trommelvliesbuisjes (Folder)

Uw keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) heeft voorgesteld om bij uw kind trommelvliesbuisjes te plaatsen. In deze folder staat informatie over de ingreep, de voorbereiding op de ingreep, de nazorg en aandachtspunten voor thuis. Aan de hand hiervan kunt u na het gesprek met de KNO-arts alles nog eens rustig nalezen en uw kind voorbereiden op de operatie. Het is goed u te realiseren dat voor uw kind persoonlijk, de situatie iets anders kan zijn dan hier is beschreven.

Klachten van uw kind

Als uw kind veel of langdurig last heeft van een gehoorprobleem of oorpijn/druk op de oren, dan kunnen trommelvliesbuisjes een oplossing bieden. Als gevolg van een verstopte buis van Eustachius (de verbinding tussen het middenoor en de neus-keelholte) kan er vochtophoping ontstaan achter het trommelvlies. Omdat dit vocht zo dik als lijm kan zijn, spreekt men ook wel van ‘lijmoren’ of in het Engels ‘glue ears’. De medische term hiervoor is ‘otitis media met effusie’, afgekort OME.

Bij vocht achter het trommelvlies (OME) is de buis van Eustachius verstopt, waardoor het vocht uit het middenoor niet meer naar de keelholte wordt afgevoerd. Dit komt vaak door een infectie in de bovenste luchtwegen, bijvoorbeeld een neusverkoudheid. Als de buis van Eustachius langere tijd is afgesloten, ontstaat er een onderdruk in het middenoor. Op den duur raakt het hele middenoor gevuld met een taai slijm.

Ongeveer 80% van de kinderen krijgt vóór het tweede jaar minstens één keer OME. Een kleine groep kinderen (4 tot 8%) blijft hardnekkig last houden van deze aandoening. Uw kind heeft vaak geen pijn door dit vocht achter het trommelvlies. Als de vochtophoping een acute middenoorontsteking tot gevolg heeft, kan uw kind wel klachten krijgen (bijvoorbeeld oorpijn, een loopoor en koorts). Door het vocht zal uw kind wel wat minder goed horen, maar dit is niet blijvend. Als het echter vaak en langdurig voorkomt, kan het gehoorverlies tot taal- en spraakachterstand leiden. Een gehoortest kan een indruk geven van de mate van gehoorverlies.

In de zomer hebben kinderen meestal minder last van infecties aan de bovenste luchtwegen en komt OME minder vaak voor. De neiging tot ophoping van vocht in het middenoor wordt minder naarmate uw kind ouder wordt; het probleem is meestal over op ongeveer de leeftijd van acht jaar.

Behandeling

Het plaatsen van een trommelvliesbuisje in één of beide oren kan nodig zijn bij:

  • langdurig gehoorverlies;
  • regelmatig oorpijn;
  • herhaalde middenoorontstekingen;
  • achterstand in de spraak- en taalontwikkeling.
Hoe werken trommelvliesbuisjes?

Trommelvliesbuisjes nemen tijdelijk de functie van de buis van Eustachius over. Door de opening in het buisje kan er lucht in het middenoor komen en verdwijnt het vocht. Trommelvliesbuisjes zijn kleine kunststof buisjes met een verbreding aan ieder uiteinde met de grootte van een ‘halve luciferkop’.

Het plaatsen van de buisjes gebeurt onder lichte narcose. Voordat het buisje in de gemaakte opening in het trommelvlies wordt geplaatst, wordt meestal eerst het slijm uit het middenoor weggezogen. Hierdoor kan al meteen een verbetering van het gehoor optreden. Hierna geneest het slijmvlies van het middenoor geleidelijk. Gemiddeld vallen na zo’n zes tot twaalf maanden de buisjes vanzelf uit het trommelvlies, waarna de gaatjes zich spontaan sluiten. Na de ingreep hoort uw kind weer een stuk beter.

Informatie en toestemming

In overleg met de KNO-arts heeft u besloten trommelvliesbuisjes bij uw kind te laten plaatsen. Als uw kind jonger dan twaalf jaar is, heeft de arts daarvoor uw toestemming nodig. Is uw kind twaalf jaar of ouder dan is behalve uw toestemming ook de toestemming van uw kind zélf nodig. Vanaf zestien jaar mag uw kind zelfstandig over een medische behandeling beslissen.

Toestemming kunt u alleen geven nadat de arts u geïnformeerd heeft over onder andere de aandoening, mogelijke onderzoeken en behandeling(en), de gevolgen, de mogelijke risico’s en vooruitzichten en eventuele alternatieven. Ook uw kind zelf heeft recht op informatie van de arts, passend bij zijn bevattingsvermogen.

Met behulp van deze folder kunt u uw kind voorbereiden op de ingreep. Het stelt kinderen over het algemeen gerust als ze vooraf weten wat er in het ziekenhuis gaat gebeuren.

De arts heeft ook informatie van u nodig bijvoorbeeld of uw kind andere ziektes heeft, medicijnen nodig heeft of ergens allergisch voor is. Aan de hand van de informatie die de arts u heeft gegeven, beslist u of u wel of niet toestemt in het onderzoek of de behandeling. Over de rechten van uw kind kunt u meer lezen in de brochure ‘Rechten en plichten’. De arts heeft u het nodige over de behandeling en de risico’s van de ingreep verteld.

Planning operatie

Aan de balie van de polikliniek KNO wordt de datum voor de operatie gepland. U ontvangt ongeveer 10 dagen voor de operatie een brief thuis met de bevestiging van deze ingreep.

Pre-operatieve screening

Ruim vóór de operatie wordt u met uw kind op de polikliniek KNO doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening (PPOS). Op deze polikliniek heeft u samen een gesprek met de anesthesioloog. De anesthesioloog zorgt voor de narcose en schat in welke risico’s voor uw kind aan de operatie en de narcose zijn verbonden en hoe deze kunnen worden beperkt. De PPOS is geopend op werkdagen van 08.00 uur tot 17.00 uur. U kunt hier alleen op afspraak terecht.

Aandachtspunten bij de pre-operatieve screening
  • Vul de op de polikliniek KNO verstrekte vragenlijst in en lever deze tijdens uw bezoek aan de pre-operatieve screening in.
  • Is uw kind overgevoelig voor bijvoorbeeld bepaalde medicijnen en /of jodium? Vertel dit dan aan de anesthesioloog. Deze legt dit dan vast bij de andere gegevens van uw kind, zodat het deze middelen niet krijgt.

Hoe bereidt u uw kind voor?

Het is belangrijk uw kind beetje bij beetje eerlijk te vertellen wat er gaat gebeuren. Uw kind kan dat dan op zijn gemak verwerken. Ook kan het zijn dat uw kind dingen niet meteen goed begrijpt. U heeft dan de tijd om dit nog eens uit te leggen. Vertel uw kind in elk geval:

  • over de onbekende omgeving van het ziekenhuis en de onbekende mensen;
  • wat er tijdens de ingreep gebeurt en waarom dit nodig is;
  • over de narcose;
  • hoe de operatiekamer eruit ziet;
  • dat de mensen op de operatiekamer speciale kleding, mutsen en monddoekjes dragen;
  • dat het geopereerde oor (of beide oren) pijn kan doen. Dit wordt vaak snel minder.

Vindt u het moeilijk om uw kind zelf voor te bereiden op de ziekenhuisopname? Vraag de KNO-arts dan gerust om advies. Via de afdeling Kindergeneeskunde zijn koffertjes met voorlichtingsmateriaal beschikbaar, die u kunt lenen.

De onderstaande, bij boekhandel en bibliotheek verkrijgbare, boekjes kunt u gebruiken bij de voorbereiding van uw (jonge) kind:

  • ‘Nijntje in het ziekenhuis’ van Dick Bruna
  • ‘Bij de dokter’ van H. Oxenburg
  • ‘Tonnie gaat naar de dokter’ van G. Wolde

Het is fijn voor uw kind om wat eigen speelgoed, een knuffel of een boek mee te nemen. Neemt u geen duur speelgoed of andere kostbaarheden mee. Het ziekenhuis kan niet aansprakelijk worden gesteld voor beschadiging, diefstal of verlies.

De operatie gebeurt in dagbehandeling. Dat wil zeggen dat uw kind niet in het ziekenhuis wordt opgenomen, maar na de ingreep wakker wordt op de uitslaapkamer en daarna mee naar huis mag.

Als het plaatsen van de trommelvliesbuisjes sámen met het verwijderen van de keel- en/of neusamandelen plaatsvindt, dan mag uw kind 2 uur (bij neusamandelen) of 3 uur (bij keel/neusamandelen) na de ingreep naar huis. Meer informatie hierover vindt u in de aparte brochures ‘Het verwijderen van de neusamandelen’ en ‘Het verwijderen van de keel- en neusamandelen’

Voor de operatie

Wanneer moet u vooraf contact opnemen?

Het is belangrijk dat u vóór u naar het ziekenhuis komt contact opneemt met de polikliniek KNO via telefoonnummer 040 – 239 71 30 of
040 – 239 71 32 als:

  • Uw kind zich op de dag van opname ziek voelt of een temperatuur heeft van 38°C of hoger. Neem hiervoor thuis de temperatuur van uw kind op. Het kan zijn dat de operatie wordt uitgesteld omdat uw kind anders erg ziek van de narcose kan worden.
  • Uw kind op de dag van opname huiduitslag heeft.
  • Uw kind de afgelopen 3 weken in contact is geweest met kinderen (of volwassenen) met kinderziekten zoals de bof, rode hond en waterpokken.
Eten en drinken vóór de ingreep

Het is heel belangrijk dat uw kind ‘nuchter’ is voor de operatie; dat wil zeggen dat uw kind een paar uur vóór de operatie niets meer mag eten of drinken. In de folder ‘Anesthesie’ kunt u hier alles over lezen. U krijgt de folder van de KNO-arts.

De opname

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich met uw kind bij de afdeling OK-dagbehandeling. Een verpleegkundige vangt u beiden daar op en bereidt uw kind voor op de operatie. Als u iets niet duidelijk is, vraag dan gerust om uitleg. De operatie gebeurt in dagbehandeling; na de operatie verblijft uw kind ongeveer 2 uur op de uitslaapkamer van de OK-dagbehandeling. Als het na 2 à 3 uur goed gaat, mag uw kind naar huis. Uw kind krijgt een ‘operatiejasje’ aan en een armbandje om met de naam en geboortedatum. Ook krijgt uw kind een zetpil tegen de pijn ná de operatie. Eventuele oorbellen en sieraden moet uw kind uitdoen.

Dan brengt een verpleegkundige samen met één van de ouders uw kind naar de operatiekamer. In het Catharina Ziekenhuis mag één ouder bij uw kind blijven tot het onder narcose is gebracht. Broertjes en zusjes kunnen dus niet mee. De tweede ouder kan wachten tot uw kind weer terug komt.

De operatie

Het plaatsen van trommelvliesbuisjes gebeurt onder narcose. Uw kind ligt hierbij op de operatietafel of zit op schoot bij een verpleegkundige, totdat het in slaap is gebracht en geen pijn meer voelt. Dit in slaap brengen gebeurt door uw kind enige tijd in- en uit te laten ademen in een kapje, dat over de mond en de neus wordt geplaatst. Uit het kapje stroomt narcosegas. Het is normaal dat de armen en benen van uw kind bewegen vlak voordat uw kind in diepe slaap valt; uw kind merkt daar al niets meer van. Dit is geen teken van tegenstribbelen of paniek maar een normaal verschijnsel aan het begin van de narcose. Soms krijgt uw kind een prikje in de arm in plaats van het kapje. De keuze voor een kapje of prikje maakt de anesthesioloog op de polikliniek Pre-operatieve screening, in overleg met u en uw kind. Als uw kind slaapt, brengt een verpleegkundige u terug naar de voorbereidingsruimte.

Bij het plaatsen van trommelvliesbuisjes maakt de KNO-arts een sneetje in het trommelvlies. Vervolgens wordt het slijm uit het oor gezogen en wordt het trommelvliesbuisje in het sneetje geschoven. Hoewel er nu een gaatje in het trommelvlies zit, gaat uw kind weer beter horen. Het ingebrachte buisje groeit er meestal na ongeveer een half jaar tot een jaar weer uit. Het trommelvlies sluit zich meestal vanzelf.

Na de operatie

Na de operatie mag u (één ouder) weer bij uw kind zijn op de uitslaapkamer, als het wakker wordt na de operatie.

Complicaties en risico’s

De eerste dagen na de ingreep kan er een beetje (bloederig) vocht in de gehoorgang te zien zijn. Hierover hoeft u zich geen zorgen te maken. U mag dit schoonmaken met een vochtig doekje. Soms blijft er vocht uit de gehoorgang komen. We spreken dan (weer) van een loopoor. Het recept oordruppels dat u meekrijgt na de operatie is voor het geval dat uw kind een loopoor krijgt. U kunt dan het oor direct met de oordruppels behandelen. Als na een week druppelen het oor nog steeds loopt, moet u contact opnemen met de polikliniek KNO.

Weer naar huis

Als uw kind na de ingreep goed wakker is (dit is meestal twee tot drie uur na de operatie) kunnen u en uw kind vanuit de uitslaapkamer weer naar huis.

De controleafspraak wordt meegestuurd in de bevestigingsbrief die u ongeveer 10 dagen voor de ingreep ontvangt van het secretariaat KNO.

In de regel is het plaatsen van buisjes niet pijnlijk. Mocht uw kind toch pijn hebben, dan kunt u het een pijnstiller geven zoals paracetamol, in de dosering die volgens de bijsluiter hoort bij het gewicht van uw kind.

Leefregels na de operatie

  • De eerste week na de ingreep mag er geen water in de oren komen. Daarna is dat geen bezwaar, maar dan is het verstandig om het water uit de oren te laten lopen en het oor droog te deppen. Zeepwater kan wat makkelijker dieper het oor binnen dringen. Daarom is het verstandig bij baden en haren wassen oordopjes of watten met vaseline te gebruiken (te verkrijgen bij de drogist). U kunt ook een bekertje over het oor zetten.
  • Uw kind mag één week niet zwemmen. Hierna mogen kinderen met buisjes gewoon zwemmen zonder aanvullende bescherming van de oren. Druk op de oren door bijvoorbeeld duiken, is mogelijk wel ongunstig.
  • De dag na de ingreep mag uw kind weer naar buiten.
  • Als uw kind een loopoor krijgt moet het oor droog gehouden worden en één week gedruppeld worden met oordruppels. U hebt hiervoor een recept gekregen na de operatie. Zwemmen mag dan ook niet tot het oor droog is.

Wanneer moet u contact opnemen?

In de onderstaande gevallen is het belangrijk dat u contact opneemt met het ziekenhuis:

  • bij een temperatuur boven de 38,5°C;
  • bij een loopoor (stinkend vocht uit het oor) dat na gebruik van oordruppels niet binnen een week over is.

U neemt dan telefonisch contact op:

  • tijdens kantooruren met de polikliniek KNO, via telefoonnummers: 040 – 239 71 30 of 040 – 239 71 32
  • ’s avonds en ’s nachts met de afdeling Spoedeisende Hulp, via telefoonnummer: 040 – 239 96 00.

Vragen

Heeft u na het lezen van de folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek KNO, via telefoonnummer: 040 – 239 71 30.

Contactgegevens

Voor het maken van een poliklinische afspraak:

  • polikliniek KNO, telefoonnummer: 040 – 239 71 30

Voor het maken van een operatie-afspraak:

  • secretariaat KNO, telefoonnummer: 040 – 239 71 32

Bij vragen over de anesthesie (narcose):

  • polikliniek Pre-operatieve screening,
    telefoonnummer: 040 – 239 85 01
© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden