Uw kindje komt naar huis (Folder)

Kindergeneeskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Uw kindje komt naar huis (Folder)

Binnenkort gaat uw kindje met u mee naar huis. Tijdens de opname heeft u al veel informatie gekregen over de zorg voor uw kindje. In deze folder vindt u informatie over een aantal praktische zaken die te maken hebben met het ontslag en uw thuissituatie. Uiteraard kunt u met vragen altijd terecht bij één van de kinderartsen of verpleegkundigen.

Omdat wij beseffen dat iedere situatie uniek is en niet alle informatie uit deze folder op u van toepassing hoeft te zijn, adviseren wij u bij twijfel contact op te nemen met uw huisarts of wijkverpleegkundige. Als u het prettig vindt, mag u natuurlijk ook altijd bellen naar de Couveuse afdeling van het Catharina Ziekenhuis.

Ook is de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen (VOC) altijd bereid u in contact te brengen met andere ouders van couveusekinderen. De contactgegevens vindt u verderop in deze folder.

We zetten voor u even op een rij waar we op letten om te bepalen of uw kindje naar huis kan:

  • Uw kindje komt goed aan in gewicht en weegt minimaal 2 kilo;
  • Uw kindje kan, zonder extra hulpmiddelen, zijn temperatuur op peil houden in een bedje;
  • Uw kindje kan alle voeding zelfstandig drinken door borst- of flesvoeding;
  • Er zijn geen ernstige medische problemen meer;
  • Uw kindje is volgens zwangerschapsleeftijd > 36 weken.

Wij adviseren u de volgende zaken mee te nemen als uw kindje met u mee naar huis gaat:

  • Maxi-cosi met een warmtezak of dekentje;
  • Jasje/vestje;
  • Mutsje.

Wettelijk bent u verplicht uw kindje in de auto in een maxi-cosi te vervoeren. Als u uw kindje op de passagiersstoel vervoert, moet de airbag aan deze kant uitgeschakeld zijn. Wellicht is het fijn om thuis al een keer te oefenen met het vastmaken van de maxi-cosi in de auto.

Het opbouwen van een relatie

U heeft waarschijnlijk lang naar deze dag uitgekeken en zich er goed op voorbereid. Nu is het zover, uw kindje komt thuis en u gaat zelf de verzorging op u nemen. Het is heel normaal als u zich af en toe wat onzeker voelt, uiteindelijk heeft u een hele periode overgeslagen die nu ingehaald moet worden. Als uw kindje eenmaal thuis is, leert u hem/haar pas echt in alle details kennen. Probeert u hiervan zoveel mogelijk te genieten en neem de tijd om uw kindje te verzorgen.

Borstvoeding

U hoeft zich met borstvoeding niet aan vaste voedingstijden te houden. Minimaal zes a zeven keer voeden om de tweeënhalf tot vier uur is voldoende. Tijdens de opname werd uw kindje voor en na de borstvoeding gewogen. Thuis hoeft u dit in principe niet meer te doen. Uw kindje krijgt voldoende borstvoeding als het:

  • minstens zes keer per dag een plasluier heeft;
  • aankomt in gewicht;
  • een tevreden indruk maakt en voldoende wakkere momenten heeft.

Op het consultatiebureau kunt u uw kindje wekelijks laten wegen. De wijkverpleegkundige houdt samen met u de groei van uw kindje in de gaten. Daarnaast zal ook de kinderarts de groei van uw kindje goed volgen.

Flesvoeding

Als uw kindje naar huis gaat, krijgt het meestal zeven voedingen. Bij ontslag wordt (in overleg met de kinderarts) met u besproken hoeveel voeding uw kindje nodig heeft. Deze hoeveelheid geldt in ieder geval tot de eerstvolgende controle bij het consultatiebureau of de kinderarts. De bereidingswijze van de kunstvoeding is duidelijk op het blik na te lezen.

In het ziekenhuis is uw kindje wellicht gewend geraakt aan de voedingstijden van het ziekenhuis. In de thuissituatie kunt u deze tijden handhaven of langzaam aanpassen aan uw eigen dagritme.

Vitamine K

Vitamine K is belangrijk voor de bloedstolling. Dit supplement is daarom noodzakelijk. Hiermee start u als uw kindje een week oud is. Het supplement wordt gedurende drie maanden gegeven.

Hoeveelheid: 150 microgram per dag. Geef vitamine K met behulp van een lepeltje voor de voeding. Wanneer uw kindje meer dan de helft kunstvoeding krijgt, hoeft u geen vitamine K te geven.

Vitamine D

Vitamine D is nodig voor een goede botontwikkeling. Ieder kind krijgt vitamine D. Uw kindje heeft niet voldoende aan de hoeveelheid vitamine D die in de voeding zit. Vanaf de achtste dag wordt daarom gestart met 400 I.E. per dag tot en met de leeftijd van vier jaar.

Geef vitamine D met een lepeltje voor de voeding. Vitamine K en D mag u samen op een lepeltje geven. Kies hiervoor een vast tijdstip op de dag.

Temperatuur

De temperatuur in de kinderkamer hoeft niet extra hoog te zijn. Wij raden u aan om de temperatuur in de kamer maximaal tussen de 18° C en 20° C te houden. In de loop van de tijd kunt u de slaapkamertemperatuur afbouwen naar ongeveer 18° C.

Wij raden u aan om uw kindje de eerste dagen thuis regelmatig te temperaturen. Een temperatuur tussen de 36,7° C en 37,3° C is normaal. Houdt u er rekening mee dat uw kindje nog moet wennen aan de temperatuur van de nieuwe omgeving. Als na een aantal dagen de temperatuur stabiel is, hoeft u niet meer te temperaturen. Wanneer uw kindje erg warm aanvoelt en/of transpireert, kunt u uw kindje extra temperaturen. Als de temperatuur dan 37,5° C of meer is, kleedt uw kindje dan minder warm aan. Als de temperatuur van uw kindje dan nog te hoog blijft, waarschuwt u de huisarts.

Als de temperatuur van uw kindje lager dan 36,8° C is, kunt u uw kindje warmere, goed passende kleertjes aan trekken. Daarnaast kunnen een mutsje, sokjes, een extra dekentje of het voorverwarmen van het bedje uitkomst bieden. Eventueel kunt u een extra kruik in de wieg of het ledikant leggen. Controleer altijd van tevoren of de kruik lekt. Wikkel de kruik altijd in een kruikenzak of molton en strik of plak het uiteinde goed vast. Zorg er voor dat de dop van de kruik altijd naar het voeteneinde is gericht. Leg de kruik bovendien altijd op de dekens en nooit direct tegen het kindje aan. Het is prettig om de kruik alvast in de wieg of het ledikant leggen, voordat het kindje gaat slapen. Als uw kindje een blijvende temperatuur heeft van boven de 38° C of juist onder de 36,5° C (ondanks dikkere kleding of een kruik), kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts.

Baden

Tijdens het baden moet de omgevingstemperatuur behaaglijk zijn. Zet van tevoren alles klaar wat u nodig heeft. U voorkomt zo dat u tijdens het baden bij uw kindje weg moet. De temperatuur van het badwater moet tussen 37 °C en 37,5 °C zijn. Dit kunt u controleren met een badthermometer of met uw elleboog. Het water moet dan ‘lekker’ aanvoelen (niet te warm, niet te koud). Heeft uw kindje een droge huid, dan kunt u eventueel wat olie in het badwater doen of de huid na het baden insmeren met olie/lotion.

Nagelverzorging

De nagels mogen na ongeveer zes weken worden geknipt. Voor die tijd kunt u de nagels vijlen met een kartonnen vijl.

Wennen aan thuis

De eerste periode thuis zal wennen zijn, zowel voor u als voor uw kindje. De omgeving is thuis nu eenmaal anders dan in het ziekenhuis. Zo zijn er nieuwe geluiden, andere geuren en een ander bedje. Die nieuwe indrukken krijgt uw kindje te verwerken. Het is dan ook niet raar dat uw kindje de eerste paar dagen meer huilt en slechter slaapt dan in het ziekenhuis. Ook kan het zijn dat uw kindje nog moeite heeft met het vinden van een dag- en nachtritme. De eerste 24 tot 48 uur na ontslag uit het ziekenhuis heeft uw kindje tijd nodig om te wennen aan de nieuwe omstandigheden thuis.

Uw kindje kan dit uiten door ander gedrag te laten zien:

  • Sommige kinderen zijn onrustig en huilen meer. Probeer dan uw gevoel te volgen en gebruik de tips bij huilen en onrust (zie hieronder);
  • Andere kinderen zijn juist erg rustig en slapen veel. Zorg dat u uw kindje wakker maakt voor de voeding volgens de voedingstijden van het ziekenhuis;

Het kan natuurlijk ook zijn dat uw kindje geen ander gedrag vertoont dan in het ziekenhuis.

Hieronder geven we u een aantal tips als uw kindje weinig slaapt:

  • Zorg voor rust en regelmaat;
  • Handhaaf het dag- en nachtritme;
  • Laat uw kindje in het eigen bedje slapen in een rustige omgeving;
  • Reduceer prikkels door niet de hele dag een radio of televisie aan hebben;
  • Zet een wekker naast het bed, het getik is rustgevend;
  • Tijdens een wandeling met de wandelwagen vallen de meeste kinderen snel in slaap;
  • Gebruik eventueel een draagzak.

Mocht u twijfelen aan de gezondheid van uw kind, neem dan altijd contact op met het consultatiebureau of met uw huisarts!

Veilig slapen

Bij ontslag adviseren wij (en ook het consultatiebureau) tijdens het slapen de rugligging. We raden de rugligging aan omdat het hoofdje dan vrij ligt. Het is wel goed om het hoofdje afwisselend naar links en naar rechts te draaien om te voorkomen dat het hoofdje scheef groeit.

Laat uw kindje nooit alleen op de buik liggen. U kunt uw kindje natuurlijk onder toezicht op de buik leggen. Dit is goed voor de ontwikkeling. Uw kindje leert dan hoe het zijn of haar hoofd kan draaien, kan bewegen en daarna omrollen. Kijk voor meer informatie op www.veiligslapen.info.

Slaap- en waakritme van uw kindje

De eerste maanden heeft uw kindje nog veel behoefte aan rust en zal daarom nog veel slapen. De hoeveelheid slaap die een kindje nodig heeft, wisselt per kindje. Een regelmatige en voorspelbare dag heeft een positieve invloed op uw kindje. Wij adviseren u om uw kindje na het ontwaken te voeden en er daarna mee te ‘spelen’ (aandacht geven, oogcontact maken, ‘kletsen’). Een kind begint zich rond de twee tot vier maanden bewust te worden van de omgeving. Soms gebeurt dit eerder. De slaapperiodes worden korter en de behoefte aan aandacht kan groter worden. U kunt uw kindje bijvoorbeeld na de voeding een poosje in de box leggen in plaats van in de wieg. Als uw kindje aangeeft dat het moe is, kunt u het in zijn of haar bed laten slapen. Door goed op uw kindje te letten, kunt u op de slaap- en waakbehoefte inspelen.

Gedrag en groei van uw kindje

Uw kindje heeft al wat meer ‘levenservaring’ dan een kindje dat op tijd is geboren. Bij het volgen van de groei en de ontwikkeling moet u echter het aantal weken dat uw kindje te vroeg geboren is, aftrekken van de leeftijd na de geboorte. Is uw kindje bijvoorbeeld 16 weken oud vanaf de geboorte, maar zeven weken te vroeg geboren, dan heeft het wat de ontwikkeling betreft, de leeftijd van (16 minus 7) 9 weken. Daarom kunt u uw kindje ook niet vergelijken met een op tijd geboren kindje van dezelfde leeftijd.

Ouders vragen al snel aan elkaar hoe oud het kindje is om onderling te kunnen vergelijken. Laat u niet ontmoedigen als uw kindje in ogen van anderen ‘achter’ loopt. Ieder kindje ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Een te vroeg geboren kindje haalt de ‘achterstand’ over het algemeen snel in. U zult zich al snel bijna niet meer kunnen voorstellen dat uw kindje zo klein was bij de geboorte. Als u zich toch zorgen maakt, adviseren wij u dit met de kinderarts of de arts van het consultatiebureau te bespreken. Zij zullen u duidelijk kunnen maken wat u bij de ontwikkeling van uw kindje kunt verwachten.

Uw kindje zal door de ‘levenservaring’ die opgedaan is in het ziekenhuis vaak meer willen dan hij of zij lichamelijk al aankan. Dit kan een reden zijn voor onrust bij uw kindje. Aandacht en spelen kan uw kindje door deze periode heen helpen. Door goed te kijken naar uw kindje en op reacties te letten, leert u ook behoeften van uw kindje kennen. Hoe klein ook, uw kindje zal duidelijk maken dat hij/zij op een bepaald moment aandacht of juist rust wil. Probeer niets te forceren, maar geef uzelf en de kindje de tijd om aan elkaar te wennen. Geduld en vertrouwen zijn hier belangrijke factoren. U zult samen het juiste ritme moeten vinden.

Buikkrampen

Te vroeg geboren kinderen hebben meer en vaker last van krampjes en spugen omdat het maag- en darmstelsel op een andere manier ‘gerijpt’ is dan bij op tijd geboren kinderen. Maar ook op tijd geboren kinderen kunnen hier last van hebben. Buikkrampjes komen plotseling en kunnen lang duren. Mogelijke oorzaken zijn: verandering van voeding, te veel voeding, verkeerd bereide voeding of lucht in de buik. Meestal is er geen duidelijke oorzaak en verdwijnen de krampjes na verloop van tijd. Goed laten boeren is een optie. Controleert u ook of het mondje van uw kindje goed om de speen sluit, anders krijgt hij of zij misschien te veel lucht binnen.

Familie en bezoek

Denk bij het ontvangen van het kraambezoek in de eerste plaats aan uzelf en uw gezin. Het is verstandig om afspraken te maken over bezoektijden met uw familie, vrienden en kennissen. Hoewel uw kindje geen teer couveusekindje meer is, raden wij u toch aan om bezoekers die verkouden zijn, hoesten, een koortslip of diarree hebben te vragen om pas op bezoek te komen als ze beter zijn. Ook kinderen met deze verschijnselen of kinderziektes kunt u beter nog niet bij uw kindje laten. We raden u ook aan om niet te roken in de ruimte waar uw kindje is.

Wandelen, mag dat al?

Ook voor uw kindje is buitenlucht een aanrader. Vanaf het moment dat uw kindje in huis zijn lichaamstemperatuur goed kan regelen, mag u gerust een wandeling maken. De kleding die u uw kindje aandoet, is afhankelijk van de temperatuur buiten. Ga de eerste keer een half uurtje, zodat uw kindje kan wennen aan de buitenlucht. Ga wandelen bij zacht weer, zonder regen, zonder wind en vooral zonder mist.

Consultatiebureau

Bij ontslag worden de gegevens van uw kindje aan de huisarts en het consultatiebureau overgedragen. De wijkverpleegkundige neemt binnen een week contact met u op om een afspraak te maken voor een huisbezoek. Als u na een week nog geen bericht heeft gehad, adviseren wij u om zelf contact op te nemen met het consultatiebureau.

Op het consultatiebureau krijgt uw kindje de inentingen van het rijksvaccinatieprogramma. De benodigde papieren ontvangt u per post van de entadministratie. In sommige gevallen is het beter de inentingen nog even uit te stellen. De kinderarts zal dit dan met u bespreken.

Couveuse nazorg

Na 8 dagen vervalt het recht op kraamzorg. U kunt met de zogenaamde couveuse nazorg thuis echter nog wel een aantal dagen ondersteuning krijgen in de zorg voor uw kindje. Een gespecialiseerd kraamverzorgende van de thuiszorg komt daarvoor bij u thuis. De gespecialiseerde kraamverzorgende maakt u vertrouwd met de dagelijkse verzorging van uw kindje en helpt u op weg tijdens de eerste dagen dat uw kindje thuis is.

Als u gebruik wilt maken van de couveuse nazorg, adviseren wij u bij uw verzekering na te vragen of het vergoed wordt. Zodra u weet wanneer uw kindje naar huis toe mag, kunt u contact opnemen met de thuiszorgorganisatie om een afspraak te maken.

Administratie

Op de dag van ontslag bepaalt u in overleg met de verpleegkundige het tijdstip dat u naar huis gaat met uw kindje. Het is gebruikelijk om aan het einde van de ochtend naar huis te gaan. Bij het ontslag krijgt u mee:

  • Een afspraak voor op de polikliniek;
  • Een overdracht voor het consultatiebureau;
  • De PKU enveloppe; deze moet u thuis minimaal 3 maanden bewaren;
  • Indien van toepassing:
    • recepten voor medicatie
    • machtiging voor voeding
    • machtiging voor fysiotherapie/logopedie

Reactie op de opname

In het ziekenhuis hebben u en uw kindje veel meegemaakt. Vaak komen allerlei gevoelens met betrekking tot de opname pas naar boven als u rustig thuis bent met het kindje. Het kan goed zijn hier over te praten met anderen. Ook aan broertjes en zusjes zal de opname niet ongemerkt voorbij zijn gegaan. Vaak hebben zij wat extra aandacht nodig, vooral nu het kindje thuis is. Probeer broertjes en zusjes bij de verzorging van het kindje te betrekken.

Vereniging van Ouders van Couveusekinderen (VOC)

Deze patientenvereniging vertegenwoordigt ouders met een kindje op de couveuse afdeling. U kunt bij de VOC terecht met al uw vragen.

Landelijk secretariaat VOC, Postbus 1024, 2260 BA Leidschendam, telefoonnummer 070 – 386 2535 of kijk op www.couveuseouders.nl.

Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen (NVOM)

Deze vereniging is bereikbaar op maandag van 09.00 tot 11.15 uur voor vragen via telefoonnummer 0900 – 6337546. U kunt de website van de vereniging raadplegen: www.nvom.nl.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de Couveuse afdeling van het Catharina Ziekenhuis.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Couveuse afdeling
040 – 239 82 95

Routenummer(s) en overige informatie over de Couveuse afdeling kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/kindergeneeskunde

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden