Verwijderen van bevestigingsmateriaal na een bot- of gewrichtsoperatie (Folder)

Orthopedie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Verwijderen van bevestigingsmateriaal na een bot- of gewrichtsoperatie (Folder)

U bent enige tijd geleden geopereerd aan een botbreuk. Bij deze operatie zijn de botstukken vastgezet met speciaal materiaal, zoals platen, schroeven, pennen en/of krammen. Veel materialen kunnen zonder probleem blijven zitten. Soms moet materiaal worden verwijderd, bijvoorbeeld omdat er klachten ontstaan zoals een infectie, pijn of slechter kunnen bewegen. De orthopeed heeft uw persoonlijke situatie met u besproken en voorgesteld om dit materiaal bij u operatief te verwijderen. Ook is de gang van zaken rond de operatie aan u uitgelegd.

In deze folder is de gegeven informatie voor u samengevat. Voor u persoonlijk kan de situatie anders lopen dan hier is beschreven.

Voorbereiding op de operatie

Pre-operatieve screening en anesthesie

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee.

Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen terecht op afspraak. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01.

Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie‘.

Verdoving

De verdoving kan plaatsvinden via een ruggenprik, eventueel gecombineerd met een roesje (zodat u slaapt), onder narcose of regionale anesthesie. De arts bespreekt dit met u tijdens de pre-operatieve screening.

Overige voorbereidingen

De onderstaande voorbereidingen zijn belangrijk voor een goed verloop van de operatie:

  • Na de operatie mag u niet zelf autorijden of van het openbaar vervoer gebruik maken. U moet dus iemand regelen die u na de operatie op komt halen.
  • Onthaar het operatiegebied van tevoren niet zelf. Dit kan wondjes of uitslag veroorzaken en een reden zijn om u niet te kunnen opereren. Mocht het nodig zijn om te ontharen, dan gebeurt dit op de operatiekamer.
  • Sommige mensen vinden het prettig om na de operatie tijdelijk ondersteuning te hebben van krukken. Ook kan het zijn dat uw orthopeed met u heeft besproken dat u na de operatie krukken moet gebruiken. Zorg hier zelf voor, vóórdat u naar het ziekenhuis komt. Krukken kunt u lenen bij een thuiszorgwinkel.
  • Verwijder eventuele nagellak als dit dicht bij het operatiegebied is. Verder mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen. Dit is nodig om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en daardoor infecties te voorkomen.
  • Smeer uw lichaam de dag voor de operatie niet meer in met bodylotion of andere middelen. Deze middelen verminderen de werkzaamheid van de ontsmettingsmiddelen. 
  • Zorg ervoor dat u voldoende paracetamol en/of ibuprofen in huis hebt, dit krijgt u niet vergoed bij de apotheek.
  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Bespreek dit dan vóór uw opname met uw behandelend arts en/of de anesthesist. Deze medicijnen kunnen tijdens en na de operatie meer bloedverlies geven.

De opname

Voor deze operatie wordt u opgenomen op de afdeling Kortverblijf & dagverpleging. Meestal kunt u dezelfde dag naar huis. Meer informatie over een opname vindt u in de folder ‘Informatie over uw opname’.

De operatie

Als dit met u is afgesproken, krijgt u op de verpleegafdeling voorbereidende middelen op de verdoving. Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling alvast aantrekt. Een verpleegkundige brengt u in bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling.

Op de operatiekamer krijgt u een infuus in de arm waardoor medicijnen gegeven kunnen worden. Ook wordt u aangesloten op bewakingsapparatuur, waardoor uw lichaamsfuncties zoals bloeddruk, hartslag en ademhaling tijdens de operatie goed in de gaten gehouden kunnen worden.

De operatiesnede wordt indien mogelijk ín het litteken van de vorige operatie gemaakt, zodat u geen extra litteken krijgt. De orthopeed zoekt het bewuste materiaal op en verwijdert dit. Vervolgens wordt uw huid gesloten, meestal met oplosbare of geknoopte hechtingen. Tot slot wordt zonodig een drukverband aangelegd.

Na de operatie

Na de operatie blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent en alle controles (van onder andere bloeddruk, hartslag, ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u op en brengt u terug naar de afdeling. De verpleegkundigen controleren regelmatig uw hartslag, bloeddruk en de wondjes. Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Vertel het de verpleegkundigen als u hier last van heeft. Zij kunnen u hiervoor de juiste medicijnen geven.

Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Het infuus wordt in de loop van de dag/avond verwijderd, als u zelf weer kunt eten en drinken en uw bloeddruk en dergelijke onder controle zijn. Meestal kunt u aan het einde van de middag of ’s avonds weer naar huis.

Mogelijke complicaties en risico’s

Infectie
Zoals bij elke operatie bestaat ook bij deze operatie het risico dat een infectie of nabloeding optreedt. Deze kans is erg klein.

Nabloeding
Er kan een nabloeding optreden.

Zenuwletsel
Bij deze operatie kan een huidzenuw beschadigd raken omdat er sneden in de huid worden gemaakt. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend.

Trombose en longembolie
Bij trombose sluit een bloedstolsel een ader geheel of gedeeltelijk af, zonder dat er een wond is. Als een gedeelte van het bloedstolsel (embolus) loslaat en door het bloed meegevoerd wordt naar een andere plek in het lichaam, spreekt men van een embolie. Een bloedstolsel ontstaan in een been, dat loslaat en terechtkomt in de longen, heet een longembolie. Bij een longembolie krijgt een deel van de longen geen bloed en ook geen zuurstof meer. Dit veroorzaakt kortademigheid en pijn bij (diep) ademhalen.

Leefregels na de operatie

Het is belangrijk dat u zich aan de onderstaande leefregels houdt:

Belasting

In principe mag u het geopereerde lichaamsdeel na de operatie gewoon belasten. Het kan echter zijn dat dit in uw situatie niet mag. Als dit voor u geldt en u bent:

  • aan uw arm of schouder geopereerd? Houd uw arm dan de eerste een tot twee dagen in een draagdoek (mitella of sling). U krijgt deze van de verpleegkundige op de verpleegafdeling.
  • aan uw been of heup geopereerd? Houdt u dan aan de afspraak die uw orthopeed hierover met u heeft gemaakt, bijvoorbeeld over gebruik van krukken. Dit is namelijk per patiënt en per operatie verschillend.
Verzorging van de wond
  • Laat het drukverband minimaal een dag zitten, ter voorkoming van een nabloeding. Als u het drukverband heeft verwijderd, moet u de elastische kous (afhankelijk van de locatie) omdoen. Houd deze gedurende veertien dagen alleen overdag aan.
  • Als de wond na 48 uur droog is mag u zonder pleister kort douchen. Een pleister is daarna niet meer nodig.
Fietsen en autorijden

We raden u aan de eerste twee weken niet te fietsen of zelf auto te rijden. Overleg hierover met uw orthopeed. Dit is namelijk afhankelijk van het materiaal dat tijdens de operatie is verwijderd en hoe lang u eventueel krukken moet gebruiken.

Pijn

Na de operatie kunt u paracetamol gebruiken, die u zelf in huis moet halen. De gebruikelijke dosering voor volwassenen is 3 keer per dag 1000 mg. Als het nodig is mag u 1000 mg per dag extra innemen, zodat de maximale dosering voor volwassenen 4000 mg per dag is.
Afhankelijk van uw situatie zal de anesthesioloog nog extra pijnstillende medicijnen voorschrijven. Deze krijgt u mee van de afdeling Kortverblijf en Dagverpleging.

Sporten en andere activiteiten

Wanneer u weer (volledig) mag sporten, is afhankelijk van de plaats waar het materiaal bij u is verwijderd, hoe u zich voelt en het soort sport dat u beoefent. In het algemeen gelden de volgende adviezen:

U mag de eerste 2 maanden na de operatie geen zogeheten ‘contactsporten‘ doen. Dit zijn sporten waarbij u hard tegen iemand anders kunt botsen. Doe bij andere sporten de eerste 2 weken na uw operatie rustig aan. Overleg met uw orthopeed wanneer het voor u persoonlijk verantwoord is om te sporten of andere lichamelijke activiteiten te doen.

Werk

Wanneer u weer mag werken, is afhankelijk van de plaats waar bij u materiaal is verwijderd, het soort werk dat u doet en het (eventuele) ongemak dat u nog van de operatie heeft. Daarom dient u dit ook met uw orthopeed te overleggen.

Wanneer neemt u direct contact op?

U dient contact op te nemen als een van de onderstaande problemen ontstaat. In overleg met uw behandelend arts wordt dan bekeken wat er eventueel moet gebeuren:

  • als de wond ernstig gaat nabloeden (lekken);
  • als de wond rood of dik wordt en/of meer pijn gaat doen;
  • als u temperatuurverhoging krijgt boven de 38 °C en u zich daarbij niet goed voelt;
  • wanneer het geopereerde lichaamsdeel koud, blauw of wit wordt.

U kunt de polikliniek Orthopedie bereiken tijdens kantooruren. Buiten kantooruren neemt u contact op met de Spoedeisende Hulp.

Controle

Na twee weken komt u terug op het poliklinisch spreekuur bij de nurse practitioner of arts-assistent. Deze controleert de wond, verwijdert de hechtingen en neemt de operatie en nabehandeling met u door. Als het nodig is, wordt voor u nog een controleafspraak bij de orthopeed gemaakt.

Verhinderd

Kunt u niet naar uw afspraak komen? Geef dit dan zo spoedig mogelijk door aan de polikliniek Orthopedie. Er kan dan een andere patiënt in uw plaats komen.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij leiden artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat ook een zorgverlener in opleiding uw behandeling, onderzoek of operatie kan uitvoeren. Maar dit is niet altijd zo. Uw veiligheid staat altijd bij ons voorop. Als een zorgverlener in opleiding u helpt, werkt deze altijd onder begeleiding van een gediplomeerd zorgverlener. Als u niet wilt dat een zorgverlener in opleiding u helpt, dan kunt u dit met uw arts bespreken.

Vragen

Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen? Aarzel dan niet om te bellen naar de polikliniek Orthopedie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
Telefoon 040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Orthopedie
040 – 239 71 80

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Orthopedie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/orthopedie

© 2022 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden