Verwijderen van de neusamandel bij kinderen (Folder)

Keel-, Neus- en Oorheelkunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Verwijderen van de neusamandel bij kinderen (Folder)

Uw keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) heeft voorgesteld om bij uw kind de neusamandel te verwijderen, ook wel een adenotomie genoemd. In deze folder staat informatie over de ingreep, de voorbereiding op de ingreep, de nazorg en aandachtspunten voor thuis. Aan de hand hiervan kunt u na het gesprek met de KNO-arts alles nog eens rustig nalezen en uw kind voorbereiden op de operatie. Het is goed u te realiseren dat voor uw kind persoonlijk, de situatie iets anders kan zijn dan hier is beschreven.

Wat is een neusamandel?

Keel- en neusamandelen zijn kleine organen die achter in de keelholte zitten. De twee keelamandelen kunt u zien als u achter in de keel kijkt. De neusamandel zit wat hoger achter het zachte gehemelte en is niet te zien. Amandelen zijn heel nuttig, want ze vergroten de weerstand tegen ziektes door hun beschermende werking. Amandelen werken als een soort filters die voorkomen dat infecties zich verder uitbreiden. Soms zijn amandelen niet in staat de ziektekiemen voldoende te vernietigen. Dan hopen de ziektekiemen zich op in de amandelen, die daardoor ontstoken raken. De amandelen worden dan dik en pijnlijk. Dit kan samengaan met koorts en uw kind kan zich erg ziek voelen. Een ontstoken amandel kan ook andere ziektes veroorzaken: bijvoorbeeld middenoorontsteking, gehoorverlies of regelmatige verkoudheid. Het niet goed werken van de amandelen kan ook leiden tot slecht slapen, snurken, weinig eetlust, hangerigheid en andere klachten.

Informatie en toestemming

In overleg met de behandelend arts heeft u besloten de neusamandel van uw kind te laten verwijderen. Als uw kind jonger dan twaalf jaar is, heeft de arts daarvoor uw toestemming nodig. Is uw kind twaalf jaar of ouder dan is behalve uw toestemming ook de toestemming van uw kind zélf nodig. Vanaf zestien jaar mag uw kind zelfstandig over een medische behandeling beslissen.

Toestemming kunt u alleen geven nadat de arts u geïnformeerd heeft over onder andere de aandoening, mogelijke onderzoeken en behandeling(en), de gevolgen, mogelijke risico’s, vooruitzichten en eventuele alternatieven.

Ook uw kind heeft recht op begrijpelijke informatie van de arts, passend bij zijn bevattingsvermogen. Aan de hand van deze folder kunt u uw kind voorbereiden op de ingreep. Het stelt kinderen over het algemeen gerust als ze vooraf weten wat er in het ziekenhuis gaat gebeuren.

De arts heeft ook informatie van u nodig over uw kind bijvoorbeeld of uw kind andere ziektes heeft, medicijnen nodig heeft of ergens allergisch voor is. Aan de hand van de informatie die de arts u heeft gegeven, beslist u of u toestemt in het onderzoek of de behandeling. Over de rechten van uw kind kunt u meer lezen in de brochure ‘Rechten en plichten’. De arts heeft u het nodige over de behandeling en de risico’s van de ingreep verteld.

Planning operatie

Aan de balie van de polikliniek KNO wordt de datum voor de operatie gepland. U ontvangt ongeveer 10 dagen voor de operatie een brief thuis met de bevestiging van deze ingreep.

Pre-operatieve screening

Ruim vóór de operatie wordt u met uw kind op de polikliniek KNO doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening (PPOS). Op deze polikliniek heeft u samen met uw kind een gesprek met de anesthesioloog. De anesthesioloog zorgt voor de narcose en schat in welke risico’s voor uw kind aan de operatie en de narcose zijn verbonden en hoe deze kunnen worden beperkt. U kunt hier alleen op afspraak terecht. De PPOS is geopend op werkdagen van 08.30 uur tot 16.30 uur. U

Aandachtspunten bij de pre-operatieve screening
  • Vul de op de polikliniek KNO verstrekte vragenlijst in en lever deze tijdens uw bezoek aan de pre-operatieve screening in.
  • Is uw kind overgevoelig voor bijvoorbeeld bepaalde medicijnen en/of jodium? Vertel dit dan aan de anesthesioloog. Deze legt dit dan vast bij de andere gegevens van uw kind, zodat het deze middelen niet krijgt.
  • Daarnaast is het van belang om te weten of een wondje bij uw kind langer nabloedt dan normaal. Een goede stolling is voor de operatie noodzakelijk.

Hoe bereidt u uw kind voor?

Het is belangrijk uw kind beetje bij beetje eerlijk te vertellen wat er gaat gebeuren. Uw kind kan dat dan op zijn gemak verwerken. Ook kan het zijn dat uw kind dingen niet meteen goed begrijpt. U heeft dan de tijd om dit nog eens uit te leggen. Vertel uw kind in elk geval:

  • over de onbekende omgeving van het ziekenhuis en de onbekende mensen;
  • wat er tijdens de ingreep gebeurt en waarom dit nodig is;
  • over de narcose;
  • hoe de operatiekamer eruit ziet;
  • dat de mensen op de operatiekamer speciale kleding, mutsen en monddoekjes dragen;
  • dat het zich na de ingreep misselijk kan voelen en een beetje bloed uit zíjn mond en neus komt;
  • dat uw kind na de ingreep pijn in zijn keel heeft, maar dat die pijn minder wordt als het goed drinkt.

Vindt u het moeilijk om uw kind zelf voor te bereiden op de ziekenhuisopname? Vraag de KNO-arts dan gerust om advies. Via de afdeling Kindergeneeskunde zijn koffertjes met voorlichtingsmateriaal beschikbaar, die u kunt lenen. Daarnaast kunt u voor advies en ondersteuning terecht bij de Vereniging Kind en Ziekenhuis (afdeling Eindhoven). Veel informatie over voorbereiding van uw kind vindt u op de website: www.kindenziekenhuis.nl/ouders/voorbereiden/

De onderstaande, bij boekhandel en bibliotheek verkrijgbare, boekjes kunt u gebruiken bij de voorbereiding van uw (jonge) kind:

  • ‘Nijntje in het ziekenhuis’ van Dick Bruna
  • ‘Bij de dokter’ van H. Oxenburg
  • ‘Tonnie gaat naar de dokter’ van G. Wolde

Het is fijn voor uw kind om wat eigen speelgoed, een knuffel of een boek mee te nemen. Neemt u geen duur speelgoed of andere kostbaarheden mee. Het ziekenhuis kan niet aansprakelijk worden gesteld voor beschadiging, diefstal of verlies.

Voor de operatie

Wanneer moet u vooraf contact opnemen?

Het is belangrijk dat u vóór u naar het ziekenhuis komt contact opneemt met de polikliniek KNO, via telefoonnummer 040 – 239 71 30 of
040 – 239 71 32 als:

  • Uw kind zich op de dag van opname ziek voelt of een temperatuur heeft van 38 °C of hoger. Neem hiervoor thuis de temperatuur van uw kind op. Het kan zijn dat de operatie wordt uitgesteld omdat uw kind anders erg ziek van de narcose kan worden.
  • Uw kind op de dag van opname huiduitslag heeft.
  • Uw kind de afgelopen 3 weken in contact is geweest met kinderen (of volwassenen) met kinderziekten zoals de bof, rode hond en waterpokken.
Eten en drinken vóór de ingreep

Het is heel belangrijk dat uw kind ‘nuchter’ is voor de operatie; dat wil zeggen dat uw kind een paar uur vóór de operatie niets meer mag eten of drinken. De belangrijkste reden hiervoor is dat het risico van verslikken zo klein mogelijk is. Bij verslikken kan er maaginhoud in de luchtwegen komen. Ook kan uw kind na de operatie misselijk worden en moeten spugen, als het te kort voor de ingreep gegeten of gedronken heeft. Houdt u zich daarom aan de volgende regels:

  • eten: tot 6 uur vóór de operatie mag een lichte maaltijd worden genomen; hieronder wordt verstaan brood, crackers of een beschuit met zoet beleg (geen vleeswaren) aangevuld met melkproducten zoals melk, borstvoeding en pap. Maaltijden die vet voedsel of vlees bevatten, vertragen de maagontlediging en vallen dus niet onder een lichte maaltijd.
  • drinken: tot 2 uur vóór de operatie mag uw kind heldere vloeistoffen drinken. Dit zijn doorzichtige vloeistoffen zonder prik: water (zónder aanmaaksiroop), appelsap en thee (zonder melk). Uw kind mag geen ‘vette’ dranken als chocomel en melk.

Het is goed om uw kind uit te leggen dat het belangrijk is om zich aan bovenstaande regels te houden, omdat het anders de kans loopt te moeten spugen na de operatie.

De opname

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich met uw kind bij de afdeling OK-Dagbehandeling. Een verpleegkundige vangt u beiden daar op en bereidt uw kind voor op de operatie. Als u iets niet duidelijk is, vraag dan gerust om uitleg. De operatie gebeurt in dagbehandeling; na de operatie verblijft uw kind ongeveer 2 uur op de uitslaapkamer van de OK-Dagbehandeling. Als het na 2 à 3 uur goed gaat, mag uw kind naar huis.

Uw kind krijgt een ‘operatiejasje’ aan en een armbandje om met de naam en geboortedatum. Ook krijgt uw kind een zetpil tegen de pijn ná de operatie. Eventuele oorbellen en sieraden moet uw kind uitdoen. Dan brengt een verpleegkundige samen met één van de ouders uw kind naar de operatiekamer.

In het Catharina Ziekenhuis mag één ouder bij uw kind blijven tot het onder narcose is gebracht. Broertjes en zusjes kunnen dus niet mee. De tweede ouder kan wachten tot uw kind weer terug komt.

De operatie

Het verwijderen van de neusamandel gebeurt onder algehele narcose, waarbij het kind op de tafel ligt of op schoot bij een verpleegkundige in slaap wordt gebracht en geen pijn meer voelt. Dit in slaap brengen gebeurt door uw kind enige tijd in en uit te laten ademen in een kapje, dat over de mond en de neus wordt geplaatst. Uit het kapje stroomt het narcosegas. Soms krijgt uw kind een prik in de arm in plaats van het kapje. Het is normaal dat de armen en benen van uw kind bewegen vlak voordat uw kind in diepe slaap valt. Dit is geen teken van tegenstribbelen of paniek, maar een normaal verschijnsel bij de inleiding van de narcose. De keuze tussen kapje en prikje wordt op de polikliniek Pre-operatieve screening gemaakt in overleg tussen kind/ouder en de anesthesioloog.

Als uw kind slaapt, brengt een verpleegkundige u terug naar de voorbereidingsruimte. Met een instrument dat via de mond achter in de neus wordt aangebracht, schraapt de KNO-arts de neusamandel vervolgens weg.

Niet knippen of pellen maar anders

Als wordt gesproken over het ‘knippen’ of ‘pellen’ van de amandelen, gaat dit alleen over de keel-amandelen. Omdat de neusamandel wordt weggeschraapt is ‘knippen’ of ‘pellen’ niet van toepassing bij het verwijderen van de neusamandel.

Na de operatie

Na de operatie mag één ouder weer bij uw kind zijn op de uitslaapkamer, waar het wakker wordt na de operatie.

Op het moment dat uw kind wakker wordt, knijpen de bloedvaten van de amandel zich dicht zodat het bloeden langzaam stopt. Om de bloedvaten goed dichtgeknepen te houden, is het zeer belangrijk dat uw kind na de operatie koude dranken drinkt. Zodra uw kind goed wakker is, moet het regelmatig kleine beetjes drinken, ook al doet dit pijn. Water, limonade zonder prik, appelsap en waterijsjes zijn heel geschikt. Soms gaat dit moeizaam omdat uw kind misselijk is door de narcose of het ingeslikte bloed.

Mogelijke complicaties en risico’s

Het verwijderen van de keel- en neusamandelen is een operatie die vaak wordt uitgevoerd. Een enkele keer kan het voorkomen dat er na de operatie een nabloeding ontstaat. Als die niet vanzelf stopt, is het soms nodig uw kind opnieuw onder narcose te brengen om de nabloeding te verhelpen. Een nabloeding kan kort na de operatie, maar in enkele gevallen ook een week na de ingreep optreden. Gelukkig komt dit niet zo vaak voor en is dit in alle gevallen goed te behandelen.

Weer naar huis

Na de operatie mag uw kind nog niet direct alles eten. Breng daarom geen fruit en snoep mee. Laat uw kind niet snuiten, alleen eventuele viezigheid wegvegen. Oorpijn kan een normaal verschijnsel zijn na het wegnemen van de neusamandel. Na ongeveer 2 uur mag uw kind naar huis.

Pijnstilling na de operatie

De eerste dagen na de ingreep zal uw kind nog een pijnlijke keel hebben. Ook oorpijn is een normaal verschijnsel na het wegnemen van de neusamandel. Uw kind krijgt in het ziekenhuis vóór de operatie een pijnstiller (paracetamol zetpil). Zonodig kunt u uw kind nog enkele dagen paracetamol tabletten of zetpillen geven, volgens het schema verderop in deze brochure. De dosering van de paracetamol hangt af van het gewicht van uw kind, zie kolom 1. Op de dag van de operatie kunt u uw kind thuis nog de hoeveelheid paracetamol geven zoals in kolom 2 staat. De dagen daarna mag u uw kind de aanbevolen hoeveelheid geven, zoals in kolom 3 staat.

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3
Gewicht Dosering paracetamol thuis te geven de dag van de operatie Dosering paracetamol thuis te geven de dagen ná de dag van de operatie
3-4 kg 3 x daags 60 mg 4 x daags 60 mg
5-6 kg 2 x daags 120 mg 3 x daags 120 mg
7-9 kg 3 x daags 120 mg 4 x daags 120 mg
10-11 kg 2 x daags 240 mg 3 x daags 240 mg
12-19 kg 3 x daags 240 mg 4 x daags 240 mg
20-24 kg 2 x daags 500 mg 3 x daags 500 mg
25-33 kg 3 x daags 500 mg 4 x daags 500 mg
> 33 kg 2 x daags 1000 mg 3 x daags 1000 mg

Eenmaal thuis kan uw kind zich nog ziek voelen. Praten en eten doen pijn, maar dat gaat geleidelijk over. Als uw kind praat, klinkt het alsof het met een volle mond praat. Ook dit is maar tijdelijk. Na ongeveer veertien dagen is uw kind weer helemaal hersteld. Zonodig kunt u aan uw kind een pijnstiller geven volgens het schema hierna. Niet alleen de keelpijn wordt hierdoor verminderd, maar ook de oorpijn. Dit is geen teken van oorontsteking, maar dit is een uitstralende pijn vanuit de keel. Een lichaamstemperatuur rond 38 graden is de eerste dagen na de operatie normaal en dus niet verontrustend.

Als uw kind nog even moet blijven

Heeft uw kind temperatuurverhoging of een nabloeding, dan mag het niet naar huis. Als uw kind na de operatie op advies van de KNO-arts nog in het ziekenhuis moet blijven, heeft het behoefte om de ouders zo regelmatig mogelijk te zien. Dat geeft een veilig, vertrouwd gevoel in de onbekende omgeving. Daarom is het voor uw kind prettig als u zowel overdag als ’s nachts bij uw kind blijft.

Leefregels na de operatie

  • Laat uw kind niet snuiten. Veeg alleen eventuele viezigheid weg.
  • Baden en douchen kan zonder bezwaar.
  • Uw kind mag enkele dagen na de ingreep weer naar school. Laat u hierbij leiden door hoe uw kind zich voelt.
  • Uw kind mag één week niet zwemmen, sporten en gymmen.
Wanneer moet u contact opnemen?

In de onderstaande gevallen is het belangrijk dat u contact opneemt met het ziekenhuis:

  • bij een temperatuur boven de 38,5°C;
  • bij een bloeding uit neus of mond. In dit geval moet u direct het ziekenhuis bellen.

U neemt dan telefonisch contact op:

  • Tijdens kantooruren met de polikliniek KNO via telefoonnummers 040 – 239 71 30 of 040 – 239 71 32.
  • ’s Avonds en ’s nachts: met de afdeling Spoedeisende Hulp via telefoonnummer 040 – 239 96 00.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek KNO, via telefoonnummers 040 – 239 71 30.

Contactgegevens
  • Voor het maken van een poliklinische afspraak:
    polikliniek KNO, telefoonnummer: 040 – 239 71 30.
  • Voor het maken van een operatieafspraak:
    secretariaat KNO, telefoonnummer: 040 – 239 71 32.
  • Bij vragen over de narcose:
    polikliniek Pre-operatieve screening, telefoonnummer:
    040 – 239 85 01.
Verhinderd

Bent u op de afgesproken datum of tijd en/of tijd verhinderd? Geef dit dan zo snel mogelijk door aan het secretariaat van de polikliniek KNO, het liefst minstens een week vóór de ingreep. Als u dit op tijd doet, kan een andere wachtende patiënt worden ingepland.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden