Verwijderen van neuspoliepen via een neusbijholte-operatie (Folder)

Keel-, Neus- en Oorheelkunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Verwijderen van neuspoliepen via een neusbijholte-operatie (Folder)

Uw keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) heeft u uitgelegd dat uw reuk- of neusklachten veroorzaakt worden door neuspoliepen. Deze folder geeft u informatie over neuspoliepen en de mogelijke behandelingen. De informatie is bedoeld als aanvulling op het gesprek met de KNO-arts. Voor u kan de situatie anders zijn dat hier wordt besproken. Als dit zo is dan informeert uw KNO-arts u hierover.

Welke functie heeft de neus?

De neus is vooral een onderdeel van de ademhalingsorganen. In de neus wordt de ingeademde lucht verwarmd, bevochtigt en gereinigd. Zo wordt 90% van de deeltjes die onze lucht verontreinigen, door de neus gefilterd en onschadelijk gemaakt. De neus levert zo een bijdrage aan een goede ademhaling. Daarnaast heeft de neus een belangrijke functie bij de stemvorming en de afvoer van traanvocht. Tot slot is de uitwendige vorm van de neus ook belangrijk; de neus bepaalt het uiterlijk voor een belangrijk deel.

Wat zijn neuspoliepen?

Neuspoliepen zijn goedaardige zwellingen van het neusslijmvlies en hebben de vorm van een ballon. Ze ontstaan meestal in de neusbijholten. Neusbijholten zijn holle ruimten in de botten rondom de neus. Een mens heeft vier neusbijholten, zie figuur 1:

  1. De voorhoofdsholte (sinus frontalis)
  2. Tweede kaakbeenholte (sinus maxillaris)
  3. De zeefbeenholte (sinus ethmoidalis)
  4. De wiggebeensholte (sinus sfenoidalis)

Poliepen groeien meestal vanuit de zeefbeenholten, deze holten liggen tussen de ogen. De poliepen hangen dan aan een steeltje in de neus. De precieze oorzaak van het ontstaan van neuspoliepen is nog onbekend.Wel is duidelijk dat ze vaker voorkomen bij personen met een allergie, chronische ontsteking van het neusslijmvlies, een overactief neusslijmvlies of bij astma.

KNO000 D.jpg
Figuur 1

Dwarsdoorsnede van  aangezicht met de neusbijholten; de wiggebeensholte bevindt zich helemaal achter in de neus en is niet zichtbaar.

Neuspoliepen ontstaan bijna altijd aan twee kanten tegelijk. Als een neuspoliep aan één kant voorkomt kan dat een uiting zijn van zeldzame aandoeningen die kwaadaardig kunnen worden.

De aanleg om poliepen te vormen ontstaat meestal op middelbare leeftijd. De aanleg blijft aanwezig, ook na de behandeling of operatie.

Verschijnselen van neuspoliepen

De belangrijkste verschijnselen bij neuspoliepen zijn:

  • Neusverstopping die in liggende houding verergert.
  • Regelmatig terugkerende verkoudheden en een verminderde reuk en smaak.
  • Hoofdpijn, met een vol gevoel in het hoofd. Dit komt minder vaak voor.

Als u last heeft van een aandoening aan de longen kan het zijn dat neuspoliepen uw longklachten versterken.

Hoe onderzoekt de KNO-arts u?

Als u klachten hebt die op neuspoliepen wijzen dan kan de huisarts u doorverwijzen naar de KNO-arts. De KNO-arts doet lichamelijk onderzoek, waarbij onder andere in uw neus gekeken wordt. Meestal zijn de neuspoliepen dan zichtbaar. Soms zijn de poliepen zo klein dat ze niet met het blote oog te zien zijn. Dan is een neusendoscopie nodig. Dit betekent dat de arts met een dun buisje hoger in de neus kijkt. Soms is het nodig om een röntgenfoto van de neusbijholten te maken, Als dit bij u zo is dan heeft de arts dit met u besproken.

Behandelen van neuspoliepen

Medicijnen

Een neusspray met corticosteroïden kan vermindering van de klachten geven. Corticosteroïden zijn hormonen met een ontstekingsremmend effect waardoor poliepen kleiner worden. Deze spray kan langdurig gebruikt worden omdat de corticosteroïden niet in het bloed worden opgenomen.

Bij zeer uitgebreide poliepvorming helpt een neusspray niet voldoende. In dat geval kan de arts u corticosteroïden in tabletvorm voorschrijven. De dosis corticosteroïden is in tabletten veel hoger. Daarom is de kans op bijwerkingen, voornamelijk gewichtstoename, groter. Een behandeling met tabletten duurt maximaal een paar weken.

Operatie

Een operatie is nodig als de poliepen de neus verstoppen of als de afvoer uit de neusbijholten geblokkeerd wordt en infecties veroorzaakt.

Om neuspoliepen te verwijderen, zijn twee soorten operaties mogelijk:

  1. Poliepextractie
    Bij de poliepextractie verwijdert de KNO-arts het deel van de poliep dat in de neus zichtbaar is. Deze operatie gebeurt op de polikliniek. U krijgt dan een plaatselijke verdoving.
  2. Neusbijholte-operatie
    Bij een (endoscopische) neusbijholte-operatie worden alle poliepen geheel verwijderd, zowel uit de neus als uit de neusbijholten. Deze operatie gebeurt meestal onder narcose.

De arts heeft met u besproken welke operatie voor u het meest geschikt is. In deze folder gaan we uitgebreid in op de neusbijholte-operatie.

Voorbereiding op de operatie

De neusbijholte-operatie vindt onder narcose plaats. Na de operatie wordt u een aantal uur opgenomen op de verpleegafdeling en u kunt dezelfde dag naar huis.

Ongeveer tien dagen voor de operatie krijgt u een brief thuis waarin staat wanneer u geopereerd wordt en  waar u zich op de dag van de operatie kunt melden.

Pre-operatieve screening en anesthesie

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Dit noemen we pre-operatieve screening. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee.

Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen op afspraak terecht. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040-239 85 01.

Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie‘.

De opname

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de afdeling. U wordt ontvangen door een verpleegkundige. De verpleegkundige wijst u de weg op uw kamer, bespreekt alle gegevens met u en meet uw temperatuur, polsslag en bloeddruk. U krijgt een injectie om bloedstolsels in de bloedbaan (trombose) te voorkomen. Soms is het nodig om bloed af te nemen, bijvoorbeeld als u bloedverdunners gebruikt. De verpleegkundige geeft u een operatiehemd en een polsbandje met uw naam en geboortedatum. Als u aan de beurt bent, rijdt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingkamer van de operatiekamers waar een operatiemedewerker de zorg voor u overneemt.

De operatie

De neusbijholte-operatie vindt onder narcose plaats. Na de operatie wordt u een aantal uur opgenomen op de verpleegafdeling en u kunt dezelfde dag naar huis.

De operatie gebeurt via de neusgaten. U hebt na de operatie dus geen uitwendige littekens. De KNO-arts gebruikt tijdens de operatie een endoscoop. Dit is een klein buisje met een uitgebreid stelsel van lenzen, waardoor nauwkeurig in de neus gekeken kan worden. De KNO-arts brengt de endoscoop via de neusopening naar binnen. Met instrumenten worden de neusbijholten zichtbaar gemaakt en de poliepen verwijderd. Er ontstaan kleine wondjes in de neusbijholte die vanzelf genezen.

Na de operatie

Na de operatie blijft u in de uitslaapruimte van de operatiekamers tot u goed wakker bent. Het gaasverband of de tampons geven een drukkend gevoel in de neus en soms wat hoofdpijn. U kunt niet door de neus ademen en krijgt daardoor een droge mond. Het is mogelijk dat uw ogen tranen. De onderkant van uw neus is bedekt met een gaasje. De verpleegkundige verschoont dit regelmatig. In het belang van een goede genezing mag u de eerste uren na de operatie niet uit bed . Als het drinken, eten en plassen goed gaat, verwijdert de verpleegkundige het infuus. Na een aantal uur mag uit bed, maar u moet nog wel rustig aan doen. Als u zich na verloop van tijd goed voelt, mag u naar huis. U krijgt een afspraak voor een controlebezoek aan de polikliniek.

Controle na de operatie

Tijdens de controleafspraak worden de tampons uit uw neus verwijderd. Het is normaal dat er de eerste uren wat vers bloed of bloederig slijm uit uw neus komt. Om korstvorming tegen te gaan start u hierna met het sprayen van uw beide neusgaten met een zoutoplossing en eventueel een neusspray. U krijgt hiervoor een recept. Een verpleegkundige of uw KNO-arts legt het gebruik hiervan uit.

Het is beter om de eerste week na de operatie de neus niet hard te snuiten. Om de neus schoon te maken, mag u de neus wel ophalen.

Leefregels voor de eerste week thuis

De eerste week na de operatie moet u voorkomen dat er drukverhoging in uw neus ontstaat. Dit kunt u voorkomen door:

  • Voorzichtig te snuiten of de neus alleen op te halen;
  • Als u moet niezen, dit met de mond open te doen, er ontstaat dan minder druk in de neus;
  • Geen zware voorwerpen te tillen of hard te persen;
  • Geen gebruik te maken van sauna en/of zonnebank;
  • De eerste drie dagen niet in de zon te gaan zitten;
  • De eerste week niet te heet douchen of baden;
  • Uw eten en drinken iets te laten afkoelen, voordat u het gebruikt.

Belangrijk
Overleg met uw KNO-arts, wanneer u weer kunt gaan werken, naar school kan, of kan sporten.

Bij een neusbloeding belt u met polikliniek KNO, telefoonnummer 040 – 239 7130. Buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp (SEH) van het Catharina Ziekenhuis, telefoonnummer 040 – 239 96 00.

Pijnbestrijding

Na een neusoperatie hebt u over het algemeen weinig pijn. U kunt lichte pijn in en rond de neus of wat spierpijn in de nek hebben. Het is dan raadzaam om de volgende pijnstilling te gebruiken:

De eerste twee dagen neemt u drie maal per dag twee tabletten paracetamol van 500 mg (dit betekent dus 1000 mg, om de acht uur).

Als u andere pijnstillers mag hebben dan heeft de anesthesioloog dit met u besproken.

Mogelijke complicaties en risico’s kort na de operatie

  • Een enkele keer treedt een neusbloeding op; er moet dan een extra tampon in de neus gestopt worden om de bloeding te stoppen.
  • Soms komt door de operatie lucht in de oogkas; uw oog is dan dik en u hoort een knisperend geluid als u op de oogbol drukt. Deze lucht verdwijnt vanzelf.
  • Heel zelden kan via de neus lekkage van hersenvocht optreden. Er zit een dun botwandje tussen de neusbijholten en de hersenen; door beschadiging van dit wandje tijdens de operatie kan lekkage van hersenvocht ontstaan. Als de lekkage niet vanzelf stopt, is een operatie nodig om het gaatje dicht te maken. Ook kan in dit geval een hersenvliesontsteking ontstaan die in het ziekenhuis met antibiotica in een infuus behandeld moet worden.
  • Heel zeldzaam treedt tijdens de operatie een bloeduitstorting op in de oogkas; tussen de neusbijholten en de oogkas zit een dun botwandje. Beschadiging van dit wandje tijdens de operatie kan een bloeding in de oogkas veroorzaken. Dan is een operatie nodig om het bloed uit de oogkas te verwijderen. Dit moet snel gebeuren omdat het oog anders blind kan worden.
  • Zeer zelden leidt de operatie tot blijvende blindheid als met een operatie-instrument een gaatje in het botwandje tussen de neusbijholten en de oogkas wordt gemaakt en de oogzenuw beschadigd wordt. Het oog is dan meteen na de operatie blind of bijna blind. Dit is niet meer te herstellen.

Wanneer neemt u contact op?

  • Als de neus gaat bloeden
  • Als u koorts krijgt boven de 38,5°C

Overdag tussen 08.00 tot 17.00 uur belt u met polikliniek KNO, via telefoonnummer 040 – 239 71 30.

’s Avonds en ’s nachts  belt u met de Spoedeisende Hulp (SEH), via telefoonnummer 040 – 239 96 00.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek KNO, via telefoonummer 040 – 239 71 30.

Verhinderd

Bent u op het afgesproken tijdstip verhinderd, meldt u dit dan zo snel mogelijk aan het secretariaat. Als u dit doet, kan er nog een wachtende patiënt worden ingepland.

Contactgegevens

Voor het maken van afspraak op polikliniek KNO, belt u 040 – 239 71 30.

Voor het maken van een afspraak voor een operatie belt u met het secretariaat van polikliniek KNO, telefoonnummer 040 – 239 71 32.

Voor vragen over de narcose belt u met polikliniek Pre-operatieve screening, telefoonnummer 040 – 239 85 01.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden