Voedingsadviezen bij diabetes (Folder)

Diëtetiek
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Voedingsadviezen bij diabetes (Folder)

U bent door uw specialist doorverwezen naar de diëtist in verband met uw diabetes. In deze folder leest u meer informatie over diabetes type 1 en 2, wat de rol van voeding bij diabetes is en wat voor invloed koolhydraten en insuline hebben. Ten slotte worden er voedingsadviezen gegeven. Het is goed u te realiseren dat de situatie in uw geval anders kan zijn dan is beschreven. 

Wat is diabetes mellitus?

Vormen van diabetes

Diabetes mellitus is een aandoening waarbij er problemen zijn met het op peil houden van het glucosegehalte ofwel suikergehalte van het bloed. Het glucosegehalte in het bloed wordt uitgedrukt in ‘millimol per liter'(mmol). Een bloedglucosegehalte tussen de 4 en 8 millimol per liter, voor en na de maaltijd, wordt als normaal beschouwd. Dit glucosegehalte wordt geregeld door het hormoon insuline dat in de alvleesklier wordt gemaakt. Diabetes ontstaat als er een tekort is aan insuline, als het lichaam minder gevoelig is voor insuline of een combinatie van beiden.

Er zijn meerdere soorten diabetes:

  • Diabetes type 1: Hierbij wordt er geen tot zeer weinig insuline aangemaakt door de eilandjes van Langerhans, die gelegen zijn in de alvleesklier. Diabetes type 1 kan al op jonge leeftijd voor komen en is een auto-immuunziekte. Dit wil zeggen dat het eigen afweersysteem de cellen van Langerhans vernietigt. De behandeling van diabetes type 1 bestaat daarom altijd uit toedienen van insuline (spuiten/insulinepomp).
  • Diabetes type 2: Bij dit type wordt in enkele gevallen minder insuline aangemaakt, maar meestal werkt de aanwezige insuline minder goed. De lichaamscellen zijn dan ongevoelig voor insuline, dit wordt ook wel insulineresistentie genoemd. Overgewicht, erfelijke aanleg, hoge bloeddruk en een aantal andere factoren kunnen bijdragen aan het ontstaan van deze vorm van diabetes. Diabetes type 2 wordt in de volksmond ook wel ‘ouderdomssuiker’ genoemd. Deze term is eigenlijk niet meer juist, omdat deze vorm van diabetes tegenwoordig ook op jonge leeftijd voor komt. Terwijl een vorm van type 1 diabetes ook op volwassen leeftijd voor kan komen.
Klachten en symptomen

Je kunt diabetes herkennen aan de volgende symptomen:

  • veel dorst
  • vaak plassen
  • droge mond
  • moe voelen
  • oogontsteking of wazig zien
  • gewicht verliezen
  • (urineweg)infecties
Behandeling

Diabetes kan met aanpassen van voeding- en leefstijl behandeld worden, de arts kan starten met medicatie of er kan insuline ingezet worden. De behandeling verschilt per persoon en is onder andere afhankelijk van uw vorm van diabetes, de bloedglucosewaarden en uw lichamelijke gesteldheid.

Dieet en bewegen

Een dieet is de basis van de behandeling. Een evenwichtige voeding bestaat uit koolhydraten (suikers), vetten en eiwitten. Koolhydraten komen uiteindelijk als glucose in het bloed en hebben rechtstreeks invloed op de bloedglucosespiegel. Het is heel normaal dat bij elke maaltijd de bloedglucosewaarde stijgt. Er moet dan op dat moment voldoende insuline in uw bloed aanwezig zijn om de glucose vanuit het bloed de lichaamscellen in te helpen.

Bewegen bevordert de conditie van hart en bloedvaten, houdt spieren en bloedvaten soepel en de bloeddruk op peil. Door te bewegen werkt insuline beter en daalt de bloedglucose. Voldoende redenen dus om te bewegen. Het advies luidt om minimaal een half uur per dag in te spannen. Dat kan door te sporten, maar ook wandelen, fietsen, stofzuigen, auto wassen, traplopen of ramen lappen zijn vormen van bewegen.

Medicatie

Tabletten
Er zijn verschillende tabletten met verschillende werking: ze kunnen de insulineproductie van de alvleesklier stimuleren, de gevoeligheid van lichaamscellen voor insuline verbeteren of opname van koolhydraten uit de darmen remmen.

Insuline
Er bestaan verschillende soorten insuline, verschillende toedieningsvormen- en schema’s. Uw behandelend arts overlegt met u welke insulinetherapie voor u het meest geschikt is.

De rol van voeding bij diabetes

Koolhydraten

Koolhydraten worden ook wel ‘suikers’ genoemd. Het is een verzamelnaam voor verschillende vormen van suiker in onze voeding: zetmeel, melksuiker (lactose), vruchtensuiker (fructose) en suiker (sacharose). Ze komen voor in veel verschillende voedingsmiddelen voor, zie onderstaande tabel:

Koolhydraatrijke voedingsmiddelen  Soort koolhydraat
Brood, aardappelen, rijst, pasta, peulvruchten en granen Zetmeel
Melk, karnemelk, yoghurt, vla en kwark Melksuiker(lactose)
 Fruit en vruchtensap Vruchtensuiker (fructose)
Frisdrank, limonade, zoet beleg, honing, snoep, koek en gebak Suiker (sacharose)
Glucose

Koolhydraten worden in het maag-darmkanaal verteerd en omgezet in glucose, het kleinst mogelijke deeltje wat overblijft na vertering van koolhydraten. Via de darmen komt glucose in uw bloed terecht. Glucose wordt via het bloed naar de lichaamscellen vervoerd, als lichaamscellen deze glucose uit het bloed opnemen, kunnen ze de glucose verbranden en komt er energie vrij. Energie is nodig voor alle activiteiten van het lichaam zoals ademhalen, bewegen en denken. Zonder insuline kan glucose de cel niet in. Insuline is een hormoon dat gemaakt wordt door de alvleesklier. Normaal gesproken signaleert de alvleesklier de aankomst van nieuwe koolhydraten in de darmen en gaat het extra insuline aanmaken en aan het bloed afgeven. In geval van diabetes verloopt dit proces niet meer zoals het moet. De alvleesklier maakt te weinig of geen insuline meer aan. Het kan ook zijn dat er wel insuline aanwezig is, maar dat de lichaamscellen er niet meer goed op reageren. In beide gevallen blijft glucose in uw bloed achter en stijgt de bloedglucosewaarde.

Opname van koolhydraten

Afhankelijk van de soort en de vorm worden koolhydraten sneller of langzamer door het lichaam opgenomen. Ook de samenstelling van de maaltijd is van invloed op de opnamesnelheid. Als een maaltijd veel vezels of vet bevat worden de koolhydraten langzamer opgenomen. De koolhydraten in pasta, patat, pannenkoeken, poffertjes en pizza (de zogenaamde “p-maaltijden”, omdat ze allemaal met de letter “p” beginnen) worden over het algemeen langzaam opgenomen.

Koolhydraten binnen een gezonde voeding

Zoals gezegd levert een evenwichtige voeding koolhydraten: de behandeling van diabetes bestaat dus niet uit het weglaten van koolhydraten. Het is niet algemeen te zeggen hoeveel gram koolhydraten de voeding mag bevatten, omdat dit afhankelijk is van de totale hoeveelheid energie die uw lichaam nodig heeft. Dit kunt u overleggen met de diëtist. Gezonde koolhydraatbronnen zijn volkorenbrood, volkorenpasta, zilvervliesrijst, groente, fruit en peulvruchten.

Suiker

Suiker en suikerrijke producten leveren doorgaans alleen energie. Het wordt daarom aangeraden om matig te zijn met het gebruik van suiker, zeker als u op uw gewicht wilt letten. Het maakt geen verschil of u suiker, bruine suiker, rietsuiker, honing of kandijsuiker gebruikt. Voor het lichaam zijn deze suikersoorten allemaal hetzelfde.
Suiker wordt door de fabrikant toegevoegd aan diverse producten, zoals vruchtensappen en frisdranken. Doordat deze suikers vloeibaar zijn, worden ze snel in het bloed opgenomen en kunnen ze een snelle stijging van de bloedglucosewaarde geven. Gebruik daarom bij voorkeur dranken zonder suiker, zoals light-frisdranken, suikervrije limonadesiroop, (bron)water en koffie/thee zonder suiker, desgewenst met zoetstof.

Vruchtensappen met het opschrift ‘light’, ‘ongezoet’ of ‘geen suiker aan toegevoegd’ bevatten wel koolhydraten in de vorm van vruchtensuiker.

Zoetstoffen

Ter vervanging van suiker zijn er verschillende soorten zoetstof (tabletjes of vloeibaar) verkrijgbaar of al verwerkt in bepaalde voedingsmiddelen. Er zijn verschillende soorten zoetstof beschikbaar; deze hebben geen invloed op de bloedglucosewaarde. Zoetstoffen zitten vaak in producten die niet in de Schijf van Vijf staan. Voor producten buiten de Schijf van Vijf geldt het advies: niet te veel en niet te vaak. Producten met zoetstoffen kunnen een goed alternatief zijn voor suikerhoudende producten, bijvoorbeeld als je op calorieën of je bloedsuikerspiegel wilt letten. Sommige mensen willen zoetstoffen of andere E-nummers toch liever vermijden. Vanuit gezondheidsoogpunt is het niet nodig zoetstoffen te vermijden (producten met E-nummers kun je veilig eten) maar als je ze om persoonlijke redenen wil beperken is dat ook prima.

Light producten

Van veel producten bestaan er tegenwoordig light varianten. ‘Light’ mag op een verpakking gezet worden als er óf 30% minder suiker, óf 30% minder vet, óf 30% minder kcal in een product zitten vergeleken met het reguliere product.

Op het etiket moet staan of ‘light’ van toepassing is op kcal, vet of suiker. Het is daarom belangrijk om een etiket goed te bekijken en eventueel te vergelijken met de reguliere variant om het verschil te kunnen bepalen. De voordelen van light producten worden vaak overschat. ‘Light’ wil niet altijd zeggen dat het product veel gezonder is of veel minder kcal levert dan de reguliere variant. Een voorbeeld hiervan is vruchtensap: in light vruchtensap zit 30% minder suiker dan in regulier vruchtensap, maar de natuurlijke suikers van het fruit zitten er wel in, waardoor light vruchtensap nog steeds veel koolhydraten bevat en niet wordt aanbevolen om te gebruiken.

Koolhydraten tellen

Voedingsmiddelen zonder koolhydraten hebben geen invloed op de bloedglucose en kunnen daardoor zonder (extra) insuline gebruikt worden.

Bij koolhydraatrijke maaltijden hoort insuline. Hoe meer koolhydraten, des te meer insuline is nodig. Als uw behandeling bestaat uit insuline spuiten of toedienen bij elke maaltijd of bij elk eetmoment, dan is het nuttig om in te schatten hoeveel koolhydraten uw maaltijd levert.

Er zijn verschillende manieren om te achterhalen hoeveel koolhydraten een product bevat:

De fabrikant is verplicht om op de verpakking te vermelden hoeveel koolhydraten het product bevat per 100 g of ml. De Eettabel van het Voedingscentrum geeft voor een groot aantal voedingsmiddelen de samenstelling weer per portie. De eetmeter van het Voedingscentrum is een app, die je gratis kunt installeren op de mobiele telefoon (zie voor meer informatie www.voedingscentrum.nl).

N.B. Let goed op of de hoeveelheid koolhydraten per portie of per 100 gram of ml weergegeven wordt. Wanneer de hoeveelheid koolhydraten per portie vermeld wordt, is het belangrijk na te gaan of de portie in de tabel of op de verpakking hetzelfde is, als de portie die u gebruikt. Om dit te controleren kunt u de portie afwegen.

Afstemming koolhydraten en insuline

Om de bloedglucosewaarden zoveel mogelijk te normaliseren en op een normaal gehalte te houden, is een goede afstemming van insuline en koolhydraten noodzakelijk.

Afhankelijk van het insulinegebruik is een verdeling van koolhydraten en/ of maaltijden nodig. Dit wordt hieronder per behandeling beschreven:

Alleen langwerkende of middel langwerkende insuline

Een langwerkende insuline heeft een constante werking tot 24 uur. Het is daarbij van belang om de koolhydraten regelmatig te verdelen over de dag. Om gewichtstoename te voorkomen, is een verdeling van drie hoofdmaaltijden en drie tussenmaaltijden belangrijk.

Insulinemix (2x daags schema)

Bij een twee maal daags insuline schema bestaat de insuline uit een combinatie van middel langwerkende en (ultra)kortwerkende insuline. Deze insuline begint te werken ongeveer. binnen 10-20 minuten en de (middel)langwerkende insuline werkt tot maximaal 24 uur. Bij het spuiten van deze insuline dient een koolhydraatrijke maaltijd te worden genomen.

Daarnaast kan het nodig zijn om rond lunchtijd en voor het slapen gaan een maaltijd met koolhydraten te gebruiken. Het overslaan van maaltijden met koolhydraten kan bij deze insulinetherapie zorgen voor een te lage bloedglucosewaarden.

Intensieve insuline therapie middels insuline pomp of combinatie (middel)langwerkende en (ultra)kortwerkende insuline bij de maaltijden (4 x daags schema)

Bij een intensief insuline schema wordt langwerkende/basale insuline gebruikt voor de 24-uurswerking. Daarnaast wordt bij elke maaltijd kortwerkende insuline gespoten/gebolust. De kortwerkende insuline is bedoeld om de koolhydraten van de maaltijd te benutten. De dosering insuline wordt afgestemd op de hoeveelheid koolhydraten die genuttigd wordt.

Bij mensen met diabetes type 1 kan door middel van een insuline-koolhydraat ratio/ verhouding worden vastgesteld hoeveel koolhydraten er gegeten kunnen worden voor één eenheid insuline. De diëtist kan aan de hand van dagverslagen berekenen wat bij u de verhouding is. Deze verhouding en insulinebehoefte is namelijk bij iedere persoon anders en kan bovendien ook variëren over de dag.

Mensen met diabetes type 2 maken zelf nog insuline aan. Daardoor is het lastiger om de dosering af te stemmen op de koolhydraten, maar het blijft wel belangrijk. U kunt overleggen met uw diëtist en diabetesverpleegkundige.

Voedingsadviezen

  • Gezonde voeding
    Voor iedere persoon, met of zonder diabetes, gelden de richtlijnen van het Voedingscentrum. Op de site van het Voedingscentrum kunt u lezen welke voedingsmiddelen en welke hoeveelheden uw basis zijn: www.voedingscentrum.nl. Zie voor verdere aanvulling ook bijlage 1.
  • Verdeel de voeding gelijkmatig over de dag
    Afhankelijk van uw therapie is het belangrijk om uw maaltijden over de dag te verdelen, zie eerdere uitleg.
  • Beperk het gebruik van suiker en suikerrijke producten
    Voor iedereen geldt dat veel suiker niet gezond is. Suiker levert alleen calorieën en geen andere waardevolle voedingsstoffen voor het lichaam. Bovendien laat suiker de bloedglucosewaarde onnodig hoog stijgen. Wees dus zeer zuinig met het gebruik van suiker, en laat het liever achterwege.
  • Drink géén suikerhoudende dranken, dus ook geen (light)vruchtensappen.
  • Gebruik per eetmoment maximaal 1 portie fruit, en maximaal 3 porties per dag.
    Fruit bevat naast veel belangrijke voedingsstoffen ook vruchtensuiker. De hoeveelheid koolhydraten wisselt per portie fruit. Onder 1 portie fruit wordt verstaan: 1 appel, 1 peer, 1 sinaasappel, 2 mandarijnen, 2 kiwi’s, 2 nectarines, 2 perziken, 1 schaaltje kersen, 1 kleine banaan, 1 klein trosje druiven (± 15 stuks).
  • Het gebruik van suikervrije producten voor diabetici, zoals suikervrije chocolade, suikervrij gebak, e.d., is niet noodzakelijk.
    Deze producten bevatten vaak onnodig veel (verzadigd) vet.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij bieden tal van opleidingsmogelijkheden voor artsen, verpleegkundigen en paramedische beroepen en werken daarin nauw samen met opleidingscentra en –ziekenhuizen in de regio. Dit kan betekenen dat uw behandeling, onderzoek of operatie (mede) uitgevoerd wordt door een zorgverlener in opleiding. Denk hierbij aan een arts in opleiding tot specialist, een co-assistent of een verpleegkundige in opleiding. Veiligheid is het allerbelangrijkste, daarom staat de zorgverlener in opleiding altijd onder supervisie van een gekwalificeerde zorgverlener. Indien u niet wenst geholpen te worden door een zorgverlener in opleiding, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.

Vragen

Wanneer u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met uw diëtist.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Afdeling Diëtetiek
040 – 239 88 69 (op werkdagen van 08.30 tot 16.30 uur)

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Diëtetiek vindt u op www.catharinaziekenhuis.nl/dietetiek

Bijlage 1 Aanvullende adviezen voor een gezond voedingspatroon

Vetten

Vet wordt in het lichaam vooral als brandstof gebruikt. Op basis van de eigenschappen kan er onderscheid worden gemaakt in verzadigd en onverzadigd vet.

  • Verzadigd vet
    Verzadigd vet is een soort vet die bekend staat om de ongunstige gezondheidseffecten. Zo verhoogt verzadigd vet het slechte cholesterol. Op die manier vergroot verzadigd vet het risico op hart- en vaatziekten. Daarnaast heeft verzadigd vet een negatieve invloed op de insulinegevoeligheid. Verzadigd vet komt vooral voor in harde pakjes margarine en bak- en braadvet in een wikkel. Veel voedingsmiddelen bevatten verzadigd vet zonder dat het meteen zichtbaar is. Het vet is als het ware in het product ‘verborgen’ bijvoorbeeld volvette kaas (48+), worst, vet vlees en vleeswaren, volle melkproducten, koek, gebak, snacks en chips.
  • Onverzadigd vet
    Onverzadigd vet is een type vet dat bekend staat om de gunstige gezondheidseffecten. Onverzadigd vet verhoogt het goede cholesterol en verlaagt het slechte cholesterol. Op die manier beschermt onverzadigd vet tegen hart- en vaatziekten. Vet dat zacht of vloeibaar is bij kamertemperatuur zoals olijfolie en vloeibare margarine (in de knijpflessen), bevat relatief veel onverzadigd vet. Daarnaast bevatten vette vis (zoals zalm, haring en makreel), noten en pinda’s veel onverzadigd vet.

 

Praktische adviezen
Op het etiket staat vermeld hoeveel verzadigd en onverzadigd vet een product bevat. Het ezelsbruggetje Verzadigd = Verkeerd en Onverzadigd = Oké is een handig hulpmiddel.

Wanneer u probeert af te vallen is het belangrijk de hoeveelheid vet te beperken. Vet levert namelijk veel energie en wordt door het lichaam opgeslagen wanneer het niet als brandstof wordt gebruikt. Gebruik daarom zo min mogelijk vette producten. Een uitzondering hierop is vette vis. Gezien de gunstige gezondheidseffecten is het advies om wekelijks 2 keer vis te eten, waarvan tenminste 1 keer vette vis. Gebruik ook eens vis (sardines, haring, gerookte zalm) als broodbeleg. Dat kan ook vis uit blik zijn.

Vervang volle melkproducten door magere of halfvolle varianten. Gebruik minder vette (smeer)kaas (zoals 20+ of 30+ kaas) en magere vleessoorten (zoals gekookte ham, kipfilet of rosbief).
Maak gebruik van dieethalvarine of dieetmargarine. De hoeveelheid verzadigd vet is beperkt in deze producten. Het verschil tussen halvarine en margarine is de hoeveelheid vet. Wanneer u probeert af te vallen, kunt u beter halvarine gebruiken.

Voedingsvezels

Voedingsvezels worden niet verteerd door het lichaam. Wel zijn ze belangrijk voor een goede darmwerking. Ze dragen tevens bij aan het verzadigingsgevoel en daarmee aan het behoud van een gezond gewicht.

Belangrijke bronnen van voedingsvezels zijn groente, fruit, aardappelen, volkorenpasta, zilvervliesrijst, brood, ontbijtgranen, peulvruchten en noten.

Praktische adviezen
Eet dagelijks 200 gram groente. Het maakt hierbij niet uit of u kiest voor verse groente of groente uit blik, pot of diepvries. Door groente lang te koken gaat een deel van de vezelstructuur verloren. Probeer groente daarom kort te koken totdat ze beetgaar zijn. Groentesap bevat nauwelijks voedingsvezel.

Eet dagelijks 2 porties fruit. Vervang het fruit liever niet door vruchtensap of vruchtenmoes (zoals appelmoes). Een portie fruit kan tussendoor gebruikt worden maar bijvoorbeeld ook als broodbeleg (zoals banaan en aardbei).
vervang witte rijst, wit brood en pasta door bruine rijst, volkoren/bruin brood en volkoren/ vezelrijke pasta. Eet bijvoorbeeld ook eens roggebrood of volkoren knäckebröd.

Gebruik naast voedingsvezels ook voldoende vocht, 1½ – 2 liter per dag.

Zout

De gemiddelde Nederlander krijgt ongeveer 9 gram zout per dag binnen! Dat is veel meer dan nodig is, 1 tot 3 gram is al voldoende. Zout (zowel keukenzout als zeezout en steenzout ) bevat natrium. Dit is de stof die de bloeddruk verhoogt. Het gebruik van minder zout leidt tot een lagere bloeddruk en/of het ondersteunt de werking van bloeddrukverlagende medicijnen. Van een hoge bloeddruk merkt u zelf meestal niets maar het geeft wel meer risico op het ontstaan van hart- en vaataandoeningen.

Ongeveer 80% van het zout dat we binnenkrijgen zit in het eten en drinken dat we kopen in de winkel of in de horeca. De overige 20% van het zout voegen we toe bij het koken of aan tafel. Van nature zit er niet zoveel zout in het eten. Het meeste zout voegen fabrikanten toe om het eten op smaak te brengen, de houdbaarheid van een product te verlengen of het is nodig bij de bereiding.

De belangrijkste bronnen van zout in de Nederlandse voeding zijn brood, vleesproducten en kaas. Ook zit er veel zout in kant-en-klaarmaaltijden, pizza’s, soepen, sauzen en hartige snacks. Zout zit niet alleen in producten waarbij het goed te proeven is, maar ook in bijvoorbeeld roomijs, koekjes of gebak.

Voor iedereen is het gezond om minder zout te gebruiken. Hieronder treft u praktische adviezen om de zoutinname te verlagen. Indien een strengere zoutbeperking noodzakelijk is, dan zal de diëtist dit met u bespreken.

Praktische adviezen
Wees zuinig met het toevoegen van zout, bouillonpoeder/-blokken en kruidenmengsel met zout bij de bereiding van de warme maaltijd. Gebruik liever losse (tuin)kruiden en specerijen om de gerechten op smaak brengen. En gebruik mineraalzout, zoals LoSalt en Jozo Pro bewust in plaats van gewoon zout, zeezout of steenzout. Mineraalzout bevat namelijk aanzienlijk minder natrium.
gebruik zo veel mogelijk verse producten, hier is namelijk geen zout aan toegevoegd. Kruiden, samengestelde en bewerkte producten bevatten zout (natrium). In plaats hiervan kunnen losse kruiden gebruikt worden.

U kunt op het etiket lezen hoeveel zout (natrium) er in een product zit en kiezen voor het product met het minste zout (natrium). Er zijn steeds meer producten te koop met minder zout.

Alcohol

Matig alcoholgebruik kan het risico op hart- en vaatziekten verminderen. Matig alcoholgebruik is maximaal 1 glas alcohol per dag voor vrouwen en 2 glazen per dag voor mannen.

Als u geen alcohol drinkt is het niet verstandig om vanwege de gezondheidseffecten wel alcohol te gaan drinken. Een gezonde leefstijl kan namelijk ook heel goed zonder alcohol en bovendien zijn er ook risico’s aan alcoholgebruik. Daarnaast leveren alcoholische dranken veel calorieën.

Alcohol kan de bloedglucose verlagen bij mensen die bloedglucose verlagende medicatie/insuline gebruiken, wat kan leiden tot een hypoglykemie. Dit effect komt soms echter pas na enkele uren en kan zeer lang aanhouden. Het effect van alcohol is bij iedereen verschillend. U dient daarom altijd uw bloedglucose te controleren.

Praktische adviezen

Drink alcoholische dranken niet op een lege maag, maar bij voorkeur bij een maaltijd of een tussenmaaltijd met koolhydraten (bijvoorbeeld een toastje met beleg of een zout koekje). Een enkel glaasje alcohol bij de maaltijd of tussenmaaltijd levert dan ook geen probleem op voor uw bloedglucosewaarde.

Heeft u bijvoorbeeld een feestje en wilt u meerdere glazen alcohol gebruiken? Dan is het belangrijk dat u iets eet met koolhydraten op het moment dat de bloedglucose gaat dalen om het bloedglucose verlagende effect van de alcohol op te vangen.

Bijlage 2 Hypoglycemie en hyperglycemie

Hypoglycemie

Hypo is de afkorting van hypoglykemie en betekent “te weinig glucose in het bloed”. Wanneer de bloedglucosewaarde onder de 4 mmol/l (=millimol per liter) is, wordt gesproken van een hypo.

Een hypo kan ontstaan door:

  • eten van te weinig koolhydraten;
  • spuiten van te veel insuline of verkeerd gebruik ervan;
  • verkeerd gebruik van orale antidiabetica;
  • te laat een maaltijd nemen;
  • nuttigen van alcoholische dranken;
  • (extra) lichamelijke inspanning;
  • braken

Verschijnselen van een hypo kunnen zijn:

  • hoofdpijn
  • moeheid
  • bleek worden
  • zweten
  • beven
  • slecht zien
  • duizeligheid
  • stemmingsveranderingen.

Reactie op een hypo:
Wanneer u hypoverschijnselen heeft, dient u eerst de bloedglucosewaarde te meten. Het kan namelijk zijn dat u geen hypo heeft, maar voelt dat uw bloedglucosewaarde dalende is. Aan de hand van de meting neemt u de volgende actie:

  • Bij een bloedglucosewaarde boven de 4 mmol/l hoeft u geen actie te ondernemen.
  • Bij een bloedglucosewaarde onder de 4 mmol/l dient u direct ± 20 gram ‘snelle’ koolhydraten te gebruiken.

Kies één van de onderstaande mogelijkheden:

  • 4-5 dextro tabletten
  • 1 glas gewone limonade/sap
  • ranja; 1/3 ranja en 2/3 deel water

N.B. Als dit alles niet voorhanden is, kunnen de koolhydraten in de vorm van een ander voedingsmiddel genomen worden. Let op: de bloedglucose zal dan wel minder snel stijgen

Na 30 minuten dient u uw bloedglucosewaarde nog eens te controleren.

  • Is de bloedglucosewaarde onder de 4 mmol/l? Herhaal dan bovenstaande actie.
  • Is de bloedglucose onder de 6 mmol/l of duurt het nog twee uur of langer voordat u weer een maaltijd gaat nuttigen? Eet dan 1 sneetje brood, een portie fruit of iets anders wat ongeveer 15 gram koolhydraten levert.
  • Is de bloedglucosewaarde boven de 6 mmol/l dan is er verder geen actie nog.

In ernstige gevallen kunt u flauwvallen bij een hypo. Als dit gebeurt, moet iemand 112 bellen.

Hyperglykemie

Hyper is de afkorting van hyperglykemie en betekent “te veel glucose in het bloed”.

Wanneer de bloedglucosewaarde boven de 10 mmol/l is, wordt gesproken van een hyper.

Een hyper kan ontstaan door:

  • eten van teveel koolhydraten;
  • spuiten van te weinig insuline of verkeerd gebruik ervan;
  • verkeerd gebruik van orale antidiabetica
  • ziekte / stress

Verschijnselen van een hyper zijn:

  • veel plassen
  • dorst
  • droge mond
  • vermoeidheid
  • mogelijk plotselinge humeurigheid
  • misselijkheid en braken.

Reactie op een hyper

Wanneer u hyperverschijnselen heeft, dient u eerst de bloedglucosewaarde te meten. Het kan namelijk zijn dat klachten die u ervaart niet afkomstig zijn van een hoge bloedglucosewaarde.

Wanneer u een hyper heeft, wil het lichaam het teveel aan glucose in het bloed kwijtraken, door veel te plassen. Veel blijven drinken (zonder koolhydraten) is daarom belangrijk. Gebruik desgewenst extra kortwerkende insuline zoals afgesproken met de diabetesverpleegkundige of gebruik de correctiefactor ingesteld op de pomp.

Twijfels over bloedglucosewaarden

Het blijft belangrijk om de bloedglucosewaarde frequent te controleren. Als u merkt dat u regelmatig te lage of te hoge bloedglucosewaarden heeft, is het belangrijk om contact op te nemen met uw arts of diabetesverpleegkundige. Mogelijk dient het insulineregime aangepast te worden.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden