Vroege infectie bij baby’s (Folder)

Kindergeneeskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Vroege infectie bij baby’s (Folder)

Uw baby is bij ons opgenomen op de verpleegafdeling Kindergeneeskunde omdat uw baby een verhoogd risico op een infectie heeft, van een infectie wordt verdacht of een bewezen infectie heeft. Het doel van deze folder is om u belangrijke informatie te geven over deze (mogelijke) infectie, welke risicofactoren er zijn, hoe deze infectie is te herkennen en wat de behandelmogelijkheden zijn.

De in deze folder omschreven richtlijn is de algemeen geldende landelijk richtlijn. Als dat nodig is, kan een zorgverlener bij de behandeling van uw baby besluiten om van de richtlijn af te wijken.

Wat is een vroege infectie?

Wanneer een pasgeboren baby binnen 3 dagen na de geboorte door een infectie ziek wordt, noemen we dat een vroege vorm van een infectie bij een pasgeboren baby. Dit wordt in medische termen een ‘early-onset neonatale infectie’ genoemd. Deze infectie kan mild verlopen, maar ook ernstig waardoor soms beademing of bloeddruk verhogende medicijnen nodig zijn. De ziekte kan zich snel ontwikkelen, soms binnen enkele uren. Het komt zelfs voor dat de ziekte slecht afloopt, ondanks snelle behandeling.

Een vroege infectie ontstaat nogal eens onverwacht. Tijdens de zwangerschap of de bevalling zijn er niet altijd aanwijzingen voor een verhoogde kans op deze ziekte. Soms zijn er wel vooraf al aanwijzingen dat de baby een verhoogde kans op een infectie heeft. Hierover leest u verderop in de folder meer.

Bacteriën

Een belangrijke bacterie die deze vroege infecties bij pasgeboren baby’s kan veroorzaken is de groep B streptokok (GBS). Eén op de vijf zwangere vrouwen is draagster van de GBS-bacterie, zonder dat zij hiervan zelf klachten heeft. Deze vrouwen dragen deze bacteriën dan bij zich in de vagina (schede). Dat kan meestal geen kwaad, maar een klein aantal baby’s wordt ziek. Naast de GBS kunnen ook andere bacteriën deze vroege vorm van een infectie bij baby’s geven.

Een verhoogd risico op een infectie

Tijdens de zwangerschap

Tijdens de zwangerschap of bevalling kunnen er risicofactoren bestaan die de kans op een infectie vergroten. Twee risicofactoren voor een infectie met de GBS-bacterie zijn:

  • een eerder kind met GBS-ziekte en/of;
  • een blaasontsteking door GBS in de huidige zwangerschap.

Als er sprake is van deze risicofactoren wordt er geadviseerd om de zwangere tijdens de bevalling antibiotica te geven: de zogenaamde GBS-profylaxe (penicilline). Ook kan bij een vroeggeboorte GBS-profylaxe worden overwogen als er sprake is van langdurig gebroken vliezen én een onbekende GBS-dragerschap.

Screening op GBS-dragerschap

Onderzoek naar GBS wordt in Nederland niet standaard bij elke zwangere gedaan. Als tijdens de zwangerschap echter bij een uitstrijkje bij toeval een GBS wordt gevonden zal in overleg met de zwangere worden overwogen om antibiotica (profylaxe) te geven. De uiteindelijke beslissing ligt bij de zwangere.

Screening op GBS-dragerschap wordt in ieder geval geadviseerd bij dreigende vroeggeboorte. Als er sprake is geweest van GBS-dragerschap in een voorgaande zwangerschap, kan in overleg met de zwangere een GBS-screening tussen de 35ste en de 37ste zwangerschapsweek worden overwogen. Als opnieuw GBS-dragerschap wordt vastgesteld kan door de zwangere voor GBS-profylaxe worden gekozen. Ook kan bij een volgende zwangerschap GBS-screening worden overwogen als een eerder kind kort na de geboorte ernstig ziek (infectie) is geworden zonder duidelijke oorzaak (bacterie).

Ondanks deze GBS-profylaxe, die aan de barende vrouw is gegeven, is er nog steeds een kleine kans op een infectie bij de baby. Daarnaast kunnen ook andere bacteriën nog een infectie geven.

Na de geboorte

Na de geboorte zal op basis van risicofactoren en/of ziekteverschijnselen van de baby worden besloten of de baby in het ziekenhuis geobserveerd moet worden of dat behandeling met antibiotica nodig is.

Risicofactoren
  • een broertje of zusje heeft in het verleden GBS-ziekte gehad;
  • een vroeggeboorte (zwangerschapsduur minder dan 37 weken);
  • langdurig gebroken vliezen (langer dan 18-24 uur);
  • temperatuurverhoging van de moeder tijdens de bevalling (>38ºC);
  • dragerschap van GBS bij de moeder tijdens de huidige zwangerschap;
  • tekenen van een ernstige infectie zoals een bloedvergiftiging bij de moeder rondom de bevalling;
  • verdenking of bewezen infectie bij een ander kind in het geval van een meerlingzwangerschap.
Ziekteverschijnselen

Een baby kan langzaam of soms heel snel ziek worden. Om ziekteverschijnselen te herkennen is vooral een goede observatie belangrijk. Ziekteverschijnselen kunnen zijn:

  • een grauwe kleur hebben;
  • een ander gedrag laten zien (bijvoorbeeld ontroostbaar huilen of lusteloosheid);
  • slecht drinken;
  • een te lage (lager dan 36°C) of te hoge (hoger dan 38°C) lichaamstemperatuur hebben;
  • snel of kreunend ademhalen waarbij de neusvleugels bewegen.

Deze klachten worden bij een baby gezien als alarmsignalen. Het is dan noodzakelijk om snel contact met een zorgverlener te zoeken.

Er is niet altijd sprake van een (ernstige) infectie. Echter, als een arts vermoedt dat een baby een infectie heeft volgt er altijd een opname, nader onderzoek en behandeling met antibiotica. Dit nader onderzoek bestaat uit o.a. een bloedkweek en bloedonderzoek. Het kan ook nodig zijn om een ruggenprik te verrichten. Er kan dan worden gekeken of er sprake is van een hersenvliesontsteking.

Welke behandelingen zijn er bij een vroege infectie?

Als uw baby een verhoogd risico op een infectie heeft, van een infectie wordt verdacht of een bewezeninfectie heeft, zal de arts dit met u bespreken en u informeren over de mogelijke behandelingen:

Observatie zonder antibiotica

Bij baby’s die een mild verhoogd risico op een infectie hebben maar daarbij geen ziekteverschijnselen tonen wordt vaak gekozen voor observatie in het ziekenhuis gedurende 12 uur zonder behandeling met antibiotica. Bij meerdere risicofactoren of een hoge verdenking op een infectie zal er besloten worden om te starten met antibiotica.

Behandeling met antibiotica

Als bij uw baby wel wordt besloten tot behandeling met antibiotica, dan bedraagt de duur van de behandeling minstens 36-48 uur. Daarna wordt beoordeeld hoe waarschijnlijk een infectie is. Als een infectie onwaarschijnlijk is worden de antibiotica na 36-48 uur gestopt. Als in de bloedkweek of in de kweek van het hersenvocht wel een bacterie wordt gevonden of de infectiewaarden in het bloed zijn verhoogd is de behandeling langer.

De duur van de antibioticabehandeling is dan afhankelijk van de aard van de infectie en welke bacterie wordt gevonden. Een infectie kan bijvoorbeeld leiden tot bloedvergiftiging (sepsis), hersenvliesontsteking (meningitis) of longontsteking (pneumonie). De duur van de behandeling bij een bewezen sepsis is 7-14 dagen. Wordt er een hersenvliesontsteking vastgesteld dan is de behandelingsduur langer.

Prognose

Bij de meeste baby’s die worden behandeld met antibiotica, wordt een infectie na 36-48 uur onwaarschijnlijk geacht waarna de antibiotica kunnen worden gestaakt.

Bij baby’s waarbij er sprake is van een bewezen infectie maar die goed reageren op de antibiotica en geen ondersteuning van de ademhaling of bloeddruk nodig hebben knapt de baby over het algemeen volledig op.

Als er sprake is van een infectie op basis van de GBS-bacterie gaat dit vaak samen met een sepsis (bloedvergiftiging) of longontsteking waar de baby wel vaak ademhalingsondersteuning of bloeddruk verhogende medicijnen voor nodig heeft. Daarnaast is er bij 10-15% van de GBS-infecties ook sprake van een hersenvliesontsteking (meningitis).

Een heel klein deel van de kinderen met een ernstige infectie overlijdt hieraan ondanks snelle behandeling. Baby’s met een hersenvliesontsteking (meningitis) hebben kans op het ontwikkelen van neurologische restverschijnselen.

Waar kunt u zelf op letten bij thuiskomst?

Wanneer uw baby mee naar huis mag na observatie in het ziekenhuis of na (kortdurende) behandeling met antibiotica is het belangrijk om de eerste dagen na thuiskomst op te letten of uw baby niet alsnog ziekteverschijnselen gaat vertonen. Zoals hierboven beschreven kunnen ziekteverschijnselen zijn: een grauwe kleur, een temperatuur onder de 36 of boven de 38 graden Celsius, slecht drinken, snel of kreunend ademhalen of veranderd gedrag.

Indien u een of meer van deze verschijnselen bij uw baby ziet is het belangrijk om contact op te nemen met uw verloskundige, huisarts of met de kinderafdeling.

Vragen

Wij vinden het belangrijk dat, als uw kind een infectie heeft of de kans heeft om een infectie te krijgen, u goed begrijpt wat er aan de hand is en wat de mogelijkheden zijn. Heeft u na het lezen van de folder nog vragen? Neem dan contact op met de arts of verpleegkundige.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Kindergeneeskunde
040 – 239 92 00

Couveuseafdeling
040 – 239 82 95

Routenummer(s) en overige informatie over de Couveuse afdeling kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/kindergeneeskunde

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden