Wond-, drain- en katheterzorg na een operatie bij schaamlipkanker

Catharina Kanker Instituut Gynaecologie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Wond-, drain- en katheterzorg na een operatie bij schaamlipkanker

U ontvangt deze folder omdat u kortgeleden een operatie heeft ondergaan waarbij (een gedeelte van) de schaamstreek is verwijderd. Daarbij zijn mogelijk ook de klieren in uw lies verwijderd. U heeft mogelijk een drain en urinekatheter gekregen. In de folder leest u adviezen voor het verzorgen van de wonden, de drains en urinekatheter. Daarbij leest u ook hoe u het beste kunt zitten en bewegen.

Het is goed u te realiseren dat de situatie voor u anders kan zijn dan hier beschreven is. 

Om problemen met wondgenezing te voorkomen en de plasbuis goed te laten herstellen, wordt vaak een urinekatheter ingebracht. De urine loopt via een dun plastic slangetje in een opvangzak. Ook wordt vaak in de lieswond een drainslangetje ingebracht om wondvocht af te voeren.

Wondverzorging

Vaak ontstaan problemen met de wondgenezing pas als u thuis bent. Soms zien we tijdens de opname al problemen ontstaan met de genezing van de wond. De wondranden kunnen uit elkaar gaan staan waardoor de wond niet goed dicht gaat. Ook kan er een wondinfectie ontstaan. In de urine en ontlasting zitten bacteriën die voor een infectie kunnen zorgen. De wond gaat meer pijn doen en er ontstaat roodheid rondom de wond. Het is daarom belangrijk om de wond goed te verzorgen. Deze adviezen leest u in de paragraaf: ‘Adviezen voor wondverzorging’.

Tijdens de opname oefent u zelf met de wondzorg. Wij willen ervoor zorgen dat u zelf de wonden, katheter en drain(s) kan verzorgen als u naar huis gaat. Als tijdens de opname blijkt dat u hulp nodig heeft bij het verzorgen van de wond, de drain(s) en de urinekatheter, wordt samen met u gekeken wie de verzorging het beste kan doen. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een naaste (mantelzorger) of thuiszorg. 

Adviezen voor wondverzorging

Vulvawond en lieswond:
De eerste week na de operatie kan de wond er rood uit zien en dik zijn (zwelling). Dit is normaal. De wond kan ook wat vocht lekken. Dit vocht is lichtroze van kleur. Hierdoor is het nodig om het verband regelmatig te verschonen, maximaal 5 x per dag. Het wondvocht kan een milde geur afscheiden. Als de wond sterk ruikt, neem dan contact op met de polikliniek Gynaecologische oncologie. 

Controleer de wond twee keer per dag:

  • Kijk naar de kleur en geur van het wondvocht en het wondverband.
  • Kijk naar tekenen van infectie van de wond (roodheid, zwelling, pijn, koorts boven 38,5°C)
  • Kijk of de wondranden tegen elkaar aan liggen, soms gaan de wondranden van los van elkaar. Dit heet wonddeshiscentie. Als u ziet dat de wondranden los laten, neemt u contact op met de polikliniek Gynaecologische oncologie.
  • Let op verweking (zacht worden) van de wondranden en huid rondom de wond (maceratie).
  • Observeer lekkage van wondvocht uit de lieswonden (lymfevocht).

Wondverzorging bij gesloten wond

  • Twee keer per dag doucht u de wond met een zachte douchestraal. Spreidt hierbij voorzichtig de schaamlippen. Als u dit zelf niet lukt, vraag dan of uw mantelzorger of thuiszorg dit kan doen.
  • Kijk na het douchen of er tussen de schaamlippen nog wondvocht of afscheiding is blijven zitten. Dit kunt u doen met behulp van een spiegel. Maak de schaamlippen schoon met een vochtig gaas. Gebruik hiervoor een non-woven onsteriel gaas, natgemaakt met kraanwater. Ook nu kunnen de schaamlippen/opening naar de vagina voorzichtig gespreid worden. Door het reinigen ontstaat er geen korst van wondvocht.
    Dep de wond daarna droog met een nonwoven gaas.
  • Wij adviseren u thuis geen ondergoed te dragen en de wond aan de lucht te laten drogen tot de wond goed genezen is. Als u het huis verlaat, mag u wel ondergoed dragen.
  • Gebruik geen maandverband omdat daar plastic in zit en dit gaat broeien.
  • Spoel na ieder toiletbezoek de vulva na met behulp van de spoelflacon.

Wondverzorging bij een open wond en als de wondranden wijken. Uw behandelaar beoordeelt in samenspraak met u of u de wond zelf kan verzorgen of dat er hulp nodig is van een mantelzorger of thuiszorg. 

  • Spoel de wond twee keer per dag in gehurkte houding onder de douche. Spreid de wond en de schaamlippen met uw vingers en spoel de wond goed uit met lauwwarm kraanwater.
  • Als de wond open is, boent u voor extra reiniging met een vochtig gaas over de wondbodem. (Bij een gesloten wond is deze reiniging NIET nodig)
  • Dep de wondomgeving na het douchen voorzichtig droog.
  • Breng Pro-shield (indien voorgeschreven) aan op de gezonde huid rond om de wond.
  • Bevochtig hierna een gaas met AdvaCyn. U ontvouwt het gaas volledig en brengt deze (eventueel met behulp van een pincet) aan in de wond. Hierbij is het van groot belang dat u het gaas goed aandrukt, zodat deze contact met de wondbodem maakt. Zo nodig gebruikt u een tweede gaas met AdvaCyn om de wond geheel op te vullen.
  • Het gaas laat u 15 minuten in de wond zitten. Verwijder na 15 minuten het gaas.
  • Laat de wond hierna zoveel mogelijk aan de lucht drogen. Lekt de wond veel vocht, bent u incontinent of wilt u naar buiten dan kunt u de wond afdekken met een maandverband of incontinentie materiaal gebruiken.
  • Na plassen en/of ontlasting is het raadzaam de wond te spoelen met gebruik van de spoelfles of onder de douche.
  • Als zitten pijnlijk is kan een traagschuim-zitkussen prettig zijn. Deze kunt u lenen bij de thuiszorgwinkel. Gebruik geen zogenoemde ‘zwemband’. Er komt dan veel druk te staan op het wondgebied.
  • Deze wondverzorging dient u uit te blijven voeren tot de wond volledig gesloten is of uw behandeld specialist anders aangeeft.
Benodigde materialen voor wondverzorging:
  • Matrasbeschermer of handdoek;
  • Traagschuimkussen om op te zitten via thuiszorgwinkel;
  • Verbandmateriaal via Onemed/ Bosman. Dit wordt bij u thuis bezorgd. Als materiaal op raakt kunt u zelf bij Onemed / Bosman nieuw materiaal bestellen;
  • Drainflessen krijgt u via het ziekenhuis;
  • Benodigdheden voor katheterzorg krijgt u via Hoogland. U krijgt een startset op de afdeling mee naar huis.

Adviezen voor verzorging van de drain

Zorg voor drain
  • Observeer twee keer per dag insteekopeningen van de drainslang in de lies. Let op de kleur van de huid en eventuele lekkage van vocht. Soms ziet de insteekopening een beetje rood. Dat kan en mag. Neem contact op met uw behandelaar als de roodheid erger wordt en er pus uit de insteekopening komt.
  • Schrijf 1 x per dag, op een vast tijdstip, de hoeveelheid drainvocht op. Als er minder dan 30 ml per 24 uur in de drain is bijgekomen, mag de drain verwijderd worden. Het verwijderen van de drain mag door de huisarts, wijkverpleegkundige of door de verpleegkundige op de polikliniek gedaan worden.
Verwisselen van de drainfles

Nieuwe drainflessen krijgt u via het ziekenhuis. De drainfles moet onder vacuüm staan. Dit betekent dat de fles een zuigende werking heeft. Het groene harmonica-dopje boven op de fles moet ingedrukt zijn. Verwissel de drainfles als het vacuüm eraf is. Het vacuüm is van de fles als het groene harmonica-dopje op de fles niet meer ingedrukt is.

Het wisselen van de fles aan de slang gaat als volgt:

  • Desinfecteer de aansluiting van de slang op de fles met een gaasje met alcohol.
  • Zet beide klemmen op de slang dicht.
  • Draai de slang van de fles (met gesloten klemmen) en bevestig een nieuwe fles.
  • Als de nieuwe fles is aangekoppeld, zet u beide klemmen weer open zodat het vacuüm in de drainfles weer kan zuigen.
  • De volle fles levert u in op de polikliniek Gynaecologische Oncologie.

Adviezen voor verzorging van de urinekatheter

Belangrijk!
Wanneer de urinekatheter er spontaan uitvalt, moet u binnen kantooruren direct contact opnemen met de polikliniek Gynaecologische oncologie. Gebeurt dit buiten kantooruren, neem dan contact op met Spoedeisende hulp en vraag naar de dienstdoende gynaecoloog-oncoloog. Er moet binnen drie uur een nieuwe katheter ingebracht worden.

Verzorging van de urinekatheter

Was één keer per dag de huid rondom het slangetje met lauw water. U mag dit onder de douche doen. U kunt de katheter zo nodig vastzetten (fixeren) met een pleister in de lies of op het bovenbeen.

Instructie voor bewegen en zitten

  • De operatiewond staat in de schaamstreek vaak erg onder druk. Volg de instructie op van de gynaecoloog en/of de plastisch chirurg. 
  • Loop met kleine pasjes. Hierdoor verkleint u de spanning op de wonden. 
  • Op de eerste dag na de operatie mag u drie keer per dag maximaal 30 minuten op de wond zitten. De dagen daarna kunt u dit verder uitbreiden. Verderop in de folder vindt u een schema hoe u dit het beste kunt doen. 
  • Na de operatie kan zitten pijnlijk zijn. Zitten op een foamkussen of traagschuimkussen is vaak prettiger dan op de zitting van een stoel.
  • Probeer wat onderuit gezakt te zitten, zodat u minder druk heeft op de wonden in de schaamstreek. Leg uw benen op een stoel/ kruk waardoor ook de druk vermindert.
Zitschema:

Dag 1 na operatie: niet zitten.
Dag 2 na operatie: starten met 2 keer 15 minuten zitten.
Dag 3 na operatie: 2 keer 30 minuten zitten.
Dag 4 na operatie: 2 keer 1 uur zitten.
Dag 5 na operatie: 2 keer 2 uur zitten.
Wij adviseren u om een traagschuimkussen te gebruiken. 

Poliklinische controles

  • Telefonisch contact met verpleegkundige van de polikliniek Gynaecologische oncologie: 1 of 2 dagen na ontslag uit het ziekenhuis.
  • Uitslaggesprek en wondcontrole: ongeveer 1 week na de operatie
  • Als u een urinekatheter heeft, krijgt u een afspraak bij het Urologisch Behandelcentrum voor het wisselen of verwijderen van de urinekatheter.

Wanneer moet u direct contact opnemen?

  • bij plotseling optredende koorts boven de 38.5 ºC;
  • nabloeding van de wond;
  • zwelling, roodheid van de wond;
  • wanneer u twee weken na de operatie nog vaginaal bloedverlies heeft;
  • bij afgrensbare roodheid op de huid (van uw onderlichaam). Dit kan op wondroos duiden;
  • wanneer u 6 weken na de operatie nog bruine afscheiding heeft;
  • als de urinekatheter spontaan uitvalt.

Neem tijdens kantooruren contact op met de polikliniek Gynaecologische oncologie. Neem buiten kantooruren contact op met de Spoedeisende hulp.

Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij leiden artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat ook een zorgverlener in opleiding uw behandeling, onderzoek of operatie kan uitvoeren. Maar dit is niet altijd zo. Uw veiligheid staat altijd bij ons voorop. Als een zorgverlener in opleiding u helpt, werkt deze altijd onder begeleiding van een gediplomeerd zorgverlener. Als u niet wilt dat een zorgverlener in opleiding u helpt, dan kunt u dit met uw arts bespreken.

Vragen?

Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Gynaecologische Oncologie. 

Contactgegevens Catharina Ziekenhuis

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Gynaecologische oncologie

Binnen kantooruren:
Telefonisch spreekuur: dagelijks van 09.00 uur tot 10.00 uur
040 – 239 66 80.

Buiten telefonisch spreekuur:
040 – 239 66 77

Buiten kantooruren (16.00 uur tot 09.00 uur):
Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00
Geef aan dat u onder behandeling bent bij een gynaecoloog-oncoloog.
Bij levensbedreigende spoed belt u de spoedlijn huisarts of 112.

Routenummer(s) en overige informatie over de polikliniek Gynaecologie vindt u op www.catharinaziekenhuis.nl/gynaecologie

© 2022 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden