Zenuwblokkade bij chronische schouderklachten (Folder)

Anesthesiologie Anesthesiologie & Pijngeneeskunde Pijngeneeskunde
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Zenuwblokkade bij chronische schouderklachten (Folder)

Deze folder is bedoeld voor mensen met chronische pijnklachten van de schouder. U bent door de orthopedisch chirurg verwezen naar de polikliniek Pijngeneeskunde. Pijnklachten van de schouder kunnen wellicht verminderen door een lokale behandeling van betrokken zenuwen. De anesthesioloog met aandachtsgebied pijngeneeskunde voert deze behandeling uit.

Wat is een zenuwbehandeling bij schouderklachten?

Chronische schouderklachten zijn pijnklachten in de schouder die langer dan 3 maanden bestaan. Een veel voorkomende oorzaak van pijnklachten in de schouder is een zogenaamde ‘frozen shoulder’. Andere mogelijke oorzaken zijn: een slijmbeursontsteking, een peesontsteking, een (gedeeltelijke) scheur van een pees of verkalking van een pees.

Door de behandeling van een zenuw proberen we de pijngeleiding te verminderen. Daardoor heeft u minder last van pijn die afkomstig is uit het gebied waar de zenuw naar toe gaat. Pijn vanuit de schouder kan voortkomen uit twee zenuwen: de nervus suprascapularis en de nervus axillaris.

Deze zenuwen kunnen op twee manieren worden behandeld:

  • Infiltratie van medicijnen rond de zenuw: een lokale injectie met een verdovingsmiddel en een ontstekingsremmer (corticosteroïd). Het verdovingsmiddel werkt snel en kan 2 tot 12 uur een verdoving van de zenuw geven. De ontstekingsremmer heeft enkele dagen tot weken nodig om optimaal te werken;
  • Behandeling met gepulseerde radiofrequente stroom: de zenuw wordt behandeld met een ‘stroompje’, een gepulseerde radiofrequente stroom. De zenuw wordt gedurende 4 minuten verwarmd tot 42°C. Hierbij proberen we de pijngeleiding van de zenuw te beïnvloeden, zodat deze minder pijnprikkels kan doorgeven. Het kan 6 tot 8 weken duren voordat het resultaat beoordeeld kan worden.

De eerste behandeling zal bestaan uit een zenuwblokkade met medicijnen. Na zes weken wordt het effect hiervan beoordeeld op de polikliniek. Zo nodig kan aanvullend in een later stadium een behandeling met gepulseerde radiofrequente stroom plaatsvinden. Dit zal de anesthesioloog-pijnspecialist met u op de polikliniek bespreken.

De voorbereiding

Thuis hoeft u geen voorbereidingen te treffen, tenzij dit speciaal vermeld is. U kunt van tevoren eten, drinken en eventueel uw medicijnen innemen zoals u dat gewend bent. Minimaal 10 minuten voor het afgesproken tijdstip meldt u zich bij de polikliniek Pijngeneeskunde. U wordt voorbereid op de behandeling. Als u aan de beurt bent, gaat u naar de behandelkamer.

De behandeling

De behandeling vindt plaats in een speciale behandelkamer. Nadat u zich in de voorbereidingsruimte hebt uitgekleed, krijgt u van het verplegend personeel een operatiejas uitgereikt die u kunt aantrekken. Daarna wordt u naar de behandelkamer gebracht. U krijgt achtereenvolgens een injectie aan de achterzijde van de schouder (bij de nervus suprascapularis) en een injectie aan de achterzijde van uw bovenarm (bij de nervus axillaris). Dit gebeurt door de anesthesioloog-pijnspecialist. Door middel van een echoapparaat worden de zenuwen nauwkeurig opgezocht. Wanneer de naald dicht bij de zenuw is, zal met een stroompje de juiste positie van de naald gecontroleerd worden. De spieren rond de schouder zullen dan gaan bewegen. Vervolgens wordt een verdovingsvloeistof en een ontstekingsremmer ingespoten. Daarna wordt de naald verwijderd en is de behandeling klaar.

Duur

De behandeling zelf duurt ongeveer 20 minuten. Na de behandeling gaat u terug naar de voorbereidingsruimte. Als u zich goed voelt mag u na een half uur (onder begeleiding) weer naar huis.

Complicaties

De behandeling wordt zorgvuldig uitgevoerd. Toch bestaat er een zeer kleine kans op complicaties:

  • In zeldzame gevallen kan er na de behandeling een (lokale) bloeding of infectie optreden. Als u na de behandeling last heeft van onverklaarde koorts of toenemende uitvalsverschijnselen van de arm, neem dan contact op met de polikliniek Pijngeneeskunde;
  • Hoewel de meeste patiënten angstig zijn voor zenuwbeschadiging is de kans hierop erg klein. Het gebruik van een echoapparaat en controle van de juiste locatie met een stroompje maken de behandeling een veilige techniek;
  • Als u onverwacht allergisch bent voor de medicijnen die worden toegediend, dan kunt u last krijgen van klachten zoals jeuk, huiduitslag en soms kortademigheid.

Als u na de behandeling vermoedt dat er sprake is van een complicatie kunt u contact opnemen met de polikliniek Pijngeneeskunde. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met uw huisarts of met de Spoedeisende Hulp (SEH).

Bijwerkingen

Na de behandeling kan een tijdelijke krachtsvermindering van de arm optreden. Deze krachtsvermindering komt door het gebruik van de verdovingsvloeistof en blijft aanwezig zolang de de vloeistof werkzaam is. Dit duurt 2 tot 12 uur. Bij vrouwen kan de menstruatiecyclus tijdelijk ontregeld raken door het gebruik van ontstekingsremmende medicijnen. Hierdoor kunt u een aantal weken last hebben van tussentijds bloedverlies of meer bloedverlies tijdens de menstruatie. Bij patiënten met suikerziekte kan tijdelijk de bloedsuiker verhoogd zijn door het gebruik van de ontstekingsremmende medicijnen. Een behandeling met radiofrequente stroom kan soms een beurs gevoel in de schouder geven gedurende 1 tot 2 weken. U kunt hiervoor zo nodig paracetamol innemen.

Resultaat

Pas na enkele weken kan het resultaat van de behandeling worden beoordeeld. U krijgt ongeveer na 6 weken een afspraak op de polikliniek Pijngeneeskunde. Het is mogelijk dat u al eerder een gunstig effect op de pijnklachten merkt. Bij een aantal patiënten is een aanvullende behandeling noodzakelijk. De orthopedisch chirurg geeft aan of u mag starten met fysiotherapie.

Let op!

  • Informeert u ons vóór de behandeling als u (mogelijk) zwanger bent;
  • Na de behandeling mag u dezelfde dag niet actief aan het verkeer deelnemen. U moet er zelf voor zorgen dat iemand u naar huis brengt;
  • Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt kunt u deze gewoon doorgebruiken. Gebruikt u bloedverdunners zoals acenocoumarol (Sintromitis) of fenprocoumon (Marcoumar), waarvoor controle bij de trombosedienst noodzakelijk is, geeft u dit dan door bij het maken van de afspraak voor de behandeling. U hoeft deze medicijnen niet te stoppen voor de behandeling, maar voorafgaand aan de behandeling wordt wel uw bloed (voor de INR-waarde) gecontroleerd. Als de stollingswaarde van het bloed sterk afwijkt, dan stellen wij de behandeling uit naar een andere datum;
  • Als u ergens allergisch of overgevoelig voor bent, maak dit dan kenbaar vóór de behandeling.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Aarzel dan niet om te bellen naar de polikliniek Pijngeneeskunde. Vragen kunt u ook bespreken met uw behandelend anesthesioloog-pijnspecialist.

Als u om dringende redenen uw afspraak niet kunt nakomen, geef dit dan door aan de polikliniek.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Polikliniek Pijngeneeskunde
040 – 239 85 00

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Routenummer(s) en overige informatie over de polikliniek Pijngeneeskunde kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/pijngeneeskunde

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden