Let op: Afwijkende openingstijden tijdens feestdagen.

Prijswinnend onderzoek naar valrisico oudere patiënten zet volgende stap richting praktijk

Oudere patiënten die in het ziekenhuis liggen, hebben veel last van valgevaar. Een prijswinnend onderzoek uit het Catharina Ziekenhuis moet hen straks veiligere zorg geven en leiden tot meer rust en minder onnodige alarmen.

Wie ouder is en in het ziekenhuis belandt, wil vooral herstellen en weer naar huis. Een val tijdens de opname kan dat ineens veranderen. “Het is vaak de stap van onafhankelijkheid naar afhankelijkheid”, zegt Wendy Leurs, arts in opleiding tot geriater. Mede daarom kreeg het onderzoek van haar en Marjolein Groeneveld, verpleegkundig consulent geriatrie en klinisch epidemioloog, op 2 april de hoofdprijs tijdens de Wetenschapsavond van het Catharina Ziekenhuis.

Hun onderzoek draait om een vraag die voor oudere patiënten direct verschil kan maken: hoe herken je op tijd wie tijdens een opname extra risico loopt om te vallen, en wie juist niet? Dat laatste is opvallend. De onderzoekers zoeken namelijk niet alleen naar signalen dat iemand mogelijk wél valt, maar juist ook naar aanwijzingen dat dat risico laag is.

Ouderen die vallen, zijn vaak langer opgenomen, lopen verwondingen op en kunnen ook vaker niet meer direct naar huis

Gevolgen van val kunnen groot zijn

Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar in de praktijk kan het veel betekenen. Op afdelingen waar veel ouderen met een kwetsbare gezondheid opgenomen zijn, worden geregeld sensoren gebruikt bij bed of stoel. Die geven een seintje als iemand opstaat. Dat is bedoeld als extra veiligheid, maar het zorgt ook vaak voor onrust. Niet elk alarm wijst op gevaar. Soms is het alleen een bewegend deken van het bed, loopt een verpleegkundige langs, helpt een fysiotherapeut even of is er iets anders aan de hand. Toch gaat het signaal af.

Leurs weet hoe groot de gevolgen van een val kunnen zijn. “Ouderen die vallen, zijn vaak langer opgenomen, lopen verwondingen op en kunnen ook vaker niet meer direct naar huis”, zegt ze. Voor patiënten is dat ingrijpend. Een val kan leiden tot pijn, angst en verlies van vertrouwen. Soms blijft het bij een blauwe plek, maar het kan ook gaan om een botbreuk of extra schade die herstel moeilijker maakt.

Daar zit ook de kracht van het onderzoek. Als zorgverleners beter weten welke patiënten waarschijnlijk níét gaan vallen, kunnen onnodige sensoren mogelijk sneller weg. Dat geeft meer rust rond het bed en minder prikkels op de afdeling. Leurs vertelt: “Toen dachten wij: kunnen wij niet beter voorspellen wie niet gaat vallen, om hopelijk minder sensoren in te zetten?”

Wendy Leurs en Marjolein Groeneveld tijdens Wetenschapsavond. Foto: Jarno Verhoef/Catharina Ziekenhuis
Wendy Leurs en Marjolein Groeneveld tijdens hun presentatie op de Wetenschapsavond van het Catharina Ziekenhuis. Foto: Jarno Verhoef/Catharina Ziekenhuis

Bruikbaar op de werkvloer

Om dat te onderzoeken, keken Leurs en Groeneveld niet alleen naar medische gegevens, maar ook naar de dagelijkse rapportages van verpleegkundigen. In die teksten staan kleine signalen die samen veel kunnen zeggen. Geen grote, spectaculaire aanwijzingen, maar woorden en observaties uit de praktijk. Zo ontstaat een slimmer beeld van het valrisico van een patiënt.

Groeneveld benadrukt dat een goed model alleen niet genoeg is. Het moet ook bruikbaar zijn op de werkvloer. “Je kan natuurlijk wel iets maken, maar je wil ook dat het in de klinische praktijk relevant is”, vertelt ze.

En precies daar zit het nieuwe van deze fase. Eerder werd al duidelijk dat het model veelbelovend is. Nu verschuift de aandacht naar de vraag hoe het echt gebruikt kan worden in de zorg. Het model draait al op de achtergrond mee, maar de uitkomsten worden nog niet teruggegeven aan verpleegkundigen. Eerst willen de onderzoekers samen met de mensen op de afdeling goed uitzoeken wat werkt.

Ambitie reikt verder dan Eindhoven

Daarom is er nu een actiegroep met verpleegkundigen, artsen en fysiotherapeuten van geriatrie en neurologie. Zij kijken samen naar de huidige werkwijze. Waar loopt die goed, waar schuurt het, en hoe kan deze nieuwe kennis helpen zonder extra werk te veroorzaken? Dat laatste is belangrijk, want de zorg is al druk genoeg. “Het moet ook in het werkproces passen”, aldus Groeneveld.

De ambitie reikt intussen verder dan Eindhoven. Andere ziekenhuizen hebben al interesse getoond in de aanpak uit het Catharina Ziekenhuis. Toch is de volgende stap niet simpelweg een kwestie van een knop omzetten. Ziekenhuizen registreren niet allemaal op dezelfde manier, gebruiken soms een ander patiëntendossier en hebben ook technisch andere mogelijkheden. De stip op de horizon blijft wel helder: als de aanpak hier goed werkt, moet die uiteindelijk ook bruikbaar kunnen worden voor ziekenhuizen in heel Nederland.

De komende tijd worden verschillende manieren getest om de informatie uit het model zichtbaar te maken. Die aanpak is bewust stap voor stap. Steeds samen met verpleegkundigen, fysiotherapeuten en artsen proberen, dan bespreken, dan verbeteren. Zo willen de onderzoekers voorkomen dat een slim idee in de praktijk alsnog niet landt.

Wendy Leurs en Marjolein Groeneveld tijdens Wetenschapsavond. Foto: Jarno Verhoef/Catharina Ziekenhuis
Foto: Jarno Verhoef/Catharina Ziekenhuis

Trots op manier van werken

Klinisch geriater Carolien van der Linden, initiator van dit onderzoek, is trots op die manier van werken. “De implementatie is superbelangrijk”, zegt ze. “Ik denk dat dit een heel mooi voorbeeld is van wetenschap die ook voor de zorg echt impact kan maken.”

Dat is misschien wel de kern van dit verhaal. De prijs op de Wetenschapsavond en eerder tijdens de Geriatriedagen in 2025 is mooi, maar het echte succes moet straks zichtbaar zijn bij het bed van de patiënt. Bij de oudere man die rustiger kan herstellen. Bij de vrouw die niet onnodig wordt omringd door piepjes en alarmen. En bij de verpleegkundige die beter kan inschatten waar aandacht op dat moment het hardst nodig is.

Voor Leurs is dat ook de reden dat het onderzoek, mede gesubsidieerd door de Catharina Health Foundation en in samenwerking met het AI Expertisecentrum, blijft trekken. “We zijn met iets goeds bezig”, zegt ze. Niet omdat het technisch knap is, maar omdat het iets kan opleveren voor mensen die juist in een kwetsbare fase zitten. Als het lukt om valrisico slimmer in te schatten en de zorg daar beter op af te stemmen, wint uiteindelijk niet alleen het onderzoeksteam. Dan wint vooral de patiënt.

Drie zorgprofessionals in witte uniformen staan in een helder ziekenhuis, klaar om innovatieve valpreventiemethoden toe te passen.
Carolien van der Linden, Wendy Leurs en Marjolein Groeneveld op een archieffoto uit 2022.

 


© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden