Slimme analyse van bloeddruk kan IC-zorg persoonlijker maken: ‘Níet one size fits all’

Bij patiënten op de intensive care kan de bloedsomloop plotseling verslechteren. Onderzoek van Frederique de Raat laat zien dat bestaande meetgegevens mogelijk eerder én beter kunnen vertellen wat er met een patiënt gebeurt.

Op de intensive care (IC) houden artsen de bloeddruk van ernstig zieke patiënten voortdurend in de gaten. Dat levert veel meer informatie op dan alleen een boven- en onderdruk. Technisch geneeskundige Frederique de Raat onderzocht hoe die gegevens slimmer kunnen worden gebruikt. Het uiteindelijke doel: sneller ontdekken waarom de bloedsomloop van een patiënt verslechtert en vervolgens gerichter behandelen.

Zij promoveerde gisteren aan de Technische Universiteit Eindhoven. Haar onderzoek vond grotendeels in het Catharina Ziekenhuis plaats, onder supervisie van haar promotoren prof. dr. Arthur Bouwman (anesthesioloog in dit ziekenhuis) en prof. dr. ir. Natal van Riel. Dat gebeurde binnen e/MTIC, een samenwerking tussen onder meer het Catharina Ziekenhuis, de TU Eindhoven en Philips. Het onderzoek maakt deel uit van ACACIA, een groter project naar het gebruik van slimme computertechnieken in de hart- en kankerzorg.

Frederique de Raat. Foto: Geert Piek/Catharina Ziekenhuis
Frederique de Raat. Foto: Geert Piek/Catharina Ziekenhuis

Bij iedere hartslag een golf

Binnen De Raats deel lag de nadruk op patiënten die na een operatie op de intensive care worden bewaakt. Juist daar worden al veel gegevens verzameld. Bij veel IC-patiënten wordt de bloeddruk continu gemeten via een dun slangetje in een slagader. Op een monitor ontstaat daardoor bij iedere hartslag een golf. Artsen kijken nu vooral naar de boven-, onder- en gemiddelde druk. Maar ook de vorm van zo’n golf bevat informatie, vertelt De Raat. “Hoe snel de lijn stijgt en daalt, hoe hoog de piek is en hoe breed de golf is, kan ons veel vertellen over wat er in het lichaam gebeurt.”

Dat is belangrijk wanneer de bloeddruk van een patiënt daalt. Daar kunnen verschillende oorzaken achter zitten. Iemand kan bijvoorbeeld te weinig vocht in de bloedbaan hebben, maar het probleem kan ook bij het hart of de bloedvaten liggen. De behandeling verschilt per oorzaak. “Het is uitdrukkelijk níet one size fits all. Het doel is meer gepersonaliseerde zorg, oftewel zorg die beter op de patiënt wordt afgestemd: beter kunnen bepalen wat déze patiënt op dít moment nodig heeft.”

Een patiënt met een lage bloeddruk kan bijvoorbeeld extra vocht of medicijnen krijgen. Maar meer vocht is niet altijd de beste oplossing. Zeker bij iemand van wie het hart minder goed pompt, kan dat juist extra belasting geven. Ook een middel dat de bloeddruk verhoogt, kan in sommige situaties ongunstig uitpakken. De Raat: “Als we beter begrijpen waardoor de verandering ontstaat, kunnen we veel gerichter handelen. Uiteindelijk hopen we zo de resultaten voor patiënten te verbeteren.”

In de zorg wil je weten wat je doet en waarom je het doet. Als een computer iets adviseert, moet je daar ook grip op hebben

Kunnen begrijpen waarom

Daarvoor keek ze niet alleen naar slimme algoritmes. Een belangrijk uitgangspunt van het onderzoek was juist dat artsen moeten kunnen begrijpen waarop een advies is gebaseerd. “We wilden geen black box, een systeem waarvan niet duidelijk is hoe het tot een advies komt. In de zorg wil je weten wat je doet en waarom je het doet. Als een computer iets adviseert, moet je daar ook grip op hebben.”

Daarom combineerden de onderzoekers slimme computertechnieken met wiskundige en natuurkundige berekeningen. Zo kan een systeem straks mogelijk niet alleen aangeven dát de bloedsomloop verandert, maar ook aanwijzingen geven over wat er aan de hand is. Dat helpt artsen om gerichter te bepalen welke behandeling een patiënt nodig heeft.

In de toekomst zou die extra informatie in de bestaande monitor kunnen worden verwerkt. Een arts of verpleegkundige krijgt dan bijvoorbeeld een waarschuwing als de vorm van de bloeddrukgolf verandert. “Dan weet je dat er iets in het lichaam gebeurt. Misschien gebeurt dat al voordat de bloeddruk echt daalt. Maar ook als het tegelijk gebeurt, kan de informatie helpen om sneller te begrijpen wat er aan de hand is.”

Juist door kennis uit verschillende werelden bij elkaar te brengen, kom je tot nieuwe inzichten

Onderzoek krijgt vervolg

Zover is het nog niet. De onderzoeken zijn tot nu toe vooral gedaan met gegevens die achteraf zijn geanalyseerd. Eerst moet bij nieuwe patiënten worden onderzocht of de methode ook betrouwbaar genoeg is om beslissingen op te baseren. Dat moet zorgvuldig en veilig gebeuren. “Er zit veel potentie in”, weet De Raat, “maar voordat zoiets echt in de dagelijkse zorg wordt gebruikt, zijn we jaren verder.”

Het onderzoek krijgt wel een vervolg. Binnen een nieuwe fase van ACACIA wordt verder gewerkt aan deze onderzoekslijn. Voor De Raat is samenwerking daarbij essentieel. Tijdens haar promotietraject werkte ze behalve met het Catharina Ziekenhuis en de TU/e ook samen met Philips en de Universiteit Twente. “Dit is geen eenmanswerk. Juist door kennis uit verschillende werelden bij elkaar te brengen, kom je tot nieuwe inzichten.”


© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden