Apotheker haalt verborgen risico’s uit medische dossiers met AI

Een penicilline-allergie die niet op tijd wordt herkend en een patiënt die daardoor op de intensive care belandt: het was voor Britt van de Burgt, apotheker bij het Catharina Ziekenhuis, het moment waarop ze besloot dat het anders moest. “Die allergie stond wel in het dossier, maar niet op de juiste plek. Daardoor viel die niet op.” Dat ene incident in haar eerste werkweek groeide uit tot een onderzoek dat nu landelijke belangstelling wekt.

Het probleem is hardnekkig: slechts 2 procent van alle bijwerkingen en allergieën van medicijnen belandt in het juiste vakje van het elektronisch patiëntendossier. “Bijna alle andere allergieën zijn wel ergens anders opgeschreven in het dossier, maar die zijn onzichtbaar voor het huidige bewakingssysteem. “En als het niet in dat vakje staat, kunnen we er als apothekers niet op bewaken,” legt Van de Burgt uit. Het gevolg? Onnodige risico’s, langdurige opnames, bijwerkingen die niet nodig waren geweest en in sommige gevallen dus levensbedreigende situaties.

Daarom ontwikkelde ze een oplossing die kunstmatige intelligentie (AI) inzet om deze informatie wél boven water te krijgen. “Het systeem doorzoekt het volledige patiëntendossier op triggerwoorden die kunnen wijzen op bijwerkingen en allergieën rondom medicijngebruik”, zegt Van de Burgt.

Zoeken in miljoenen woorden

Dat gaat in de praktijk om informatie zoeken in miljoenen woorden. “We hebben een gouden standaard gemaakt met apothekers en artsen met woordcombinaties die voor kunnen komen en daarop het AI-model getraind. Nu haalt het tot 80 procent van de ontbrekende informatie terug,” zegt Van de Burgt.

Het systeem werkt nog niet volledig automatisch. En dat is bewust gedaan. “Ik wil dat er altijd een check is door de mensen die met het systeem werken, om zo fouten van AI tegen te gaan. Want ook dit systeem kan nog niet alles vinden. Dat komt omdat iedereen die in het patiëntendossier geschreven heeft, dat toch net op een andere manier doet.”

Daarom blijven er in het vervolgonderzoek altijd mensen betrokken bij de resultaten van het algoritme: “Apotheekassistenten krijgen een melding en bespreken die met de patiënt. Pas na bevestiging wordt de informatie toegevoegd aan het juiste vakje. Zo blijft de bewaking betrouwbaar en transparant.”

De voordelen zijn duidelijk: betere registratie, meer patiëntveiligheid en minder herhaalde fouten. En het werkt niet alleen in Eindhoven. Tests in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch laten dezelfde resultaten zien. “Dat geeft vertrouwen dat het ook in andere ziekenhuizen kan, want ook per ziekenhuis kan tekstgebruik in het patiëntendossier verschillen” zegt Van de Burgt. En die interesse is er volop: Amsterdam, Groningen en Tilburg hebben zich al gemeld.

Artsen en verpleegkundigen hoeven straks niet meer alles zelf uit te pluizen

Toch is het nog niet zover dat het systeem dagelijks draait. De komende studie richt zich op implementatie in de praktijk, vooral bij preoperatieve screenings. “Daar kunnen we veel winst behalen,” legt Van de Burgt uit. “Artsen en verpleegkundigen hoeven straks niet meer alles zelf uit te pluizen, maar krijgen sneller een vollediger overzicht dat ze makkelijk kunnen checken bij de patiënt.”

Van de Burgt hoopt dat het systeem vervolgens landelijk uitgerold kan worden.  “Dat gaat nog jaren duren, voor het echt zover is. Maar ik hoop dat dit echt een verschil maakt voor patiënten,” zegt ze. “Want uiteindelijk gaat het daar om.”

Britt van de Burgt – foto Jarno Verhoef

© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden